2012/14 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.H.H. de Mol en Talpa Content B.V.
 
tegen
 
de hoofdredacteur van RTL Z
 
Bij brief van 8 november 2011 met vier bijlagen heeft mw. mr. A.J.H. Gielen, senior legal affairs, namens J.H.H. de Mol en Talpa Content B.V. te Laren (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van RTL Z (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Taselaar, hoofdredacteur RTL Nieuws, bij begeleidend schrijven van 13 december 2011 de Raad een kopie gestuurd van zijn brief aan klagers van diezelfde dag. Klagers hebben daarop nog gereageerd in een schrijven van 15 december 2011.
Vervolgens is de zaak behandeld ter zitting van de Raad van 16 december 2011. Partijen zijn daar niet verschenen. Naar aanleiding van de brief van klagers van 15 december 2011, waarin zij onder meer hebben gesteld dat er te weinig tijd resteert om de reactie van verweerder goed te kunnen beoordelen en daarop in te gaan, heeft de Raad besloten klagers een nadere termijn te gunnen om op de reactie van verweerder te reageren.
Klagers hebben nader gereageerd bij brief van 4 januari 2012. Hierop is namens verweerder nog kort geantwoord per brief van 25 januari 2012.
 
De zaak is inhoudelijk behandeld ter zitting van de Raad van 10 februari 2012. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 14 juni 2011 is in de tickerbalk tijdens een uitzending van het televisieprogramma RTL Z het bericht Endemol bezwijkt onder schuldenlast” verschenen. Kort na de initiële plaatsing is het bericht gewijzigd in “Endemol in zwaar weer”.
Verder is op 27 oktober 2011 in de tickerbalk het bericht ““Idee Voice of Holland is gestolen”” gepubliceerd. Vrijwel direct na de eerste plaatsing is de tekst gewijzigd in ““Ier: Idee Voice of Holland plagiaat””.
De tickerbalk, die onder in beeld bij RTL Z wordt weergegeven, bevat het nieuws in de vorm van korte tekstfragmenten die gedurende de uitzending worden herhaald.
De gewraakte inhoud van de tickerbalk is door verweerder ingebracht en is door klagers niet betwist. De berichtgeving wordt daarmee door de Raad als vaststaand feit beschouwd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat het bericht ““Idee Voice of Holland is gestolen”” zeer tendentieus is. Het bericht wekt de indruk dat het format van het televisieprogramma ‘The Voice’ door hen is gestolen, terwijl de context en nuancering ontbreken. Aangezien de kijker zelf actie moet ondernemen om de volledige berichtgeving te raadplegen, zal een groot deel van het publiek uitsluitend de tekst in de tickerbalk tot zich nemen. Volgens klagers moet de inhoud van de tickerbalk dan ook zelfstandig worden beoordeeld. De berichtgeving betreft een ernstige beschuldiging die op geen enkele manier steun vindt in de feiten, aldus klagers. Zij brengen naar voren dat ‘The Voice (of Holland)’ een populaire talentenjacht is die in september 2010 voor het eerst in Nederland is uitgezonden. Het programma is bedacht door De Mol en is wereldwijd verkocht en verschenen op televisie. In mei 2011 heeft de heer Barry uit Ierland geclaimd dat hij het televisieformat ‘The Voice of America’ heeft bedacht en gesteld dat klagers hun idee aan zijn televisieformat hebben ontleend. Het televisieformat van Barry zou zijn ingezien door The Entertainment Group (TEG), die dit idee aan klagers zou hebben verstrekt. Van de registratie van zijn televisieformat heeft Barry echter geen bewijs geleverd. Zijn claim is dan ook ongegrond, aldus klagers. Zij stellen zelf het televisieformat van ‘The Voice’ te hebben ontwikkeld en uitgewerkt. Het programma-idee dat Barry zegt te hebben ontwikkeld wijkt sterk af van het format van ‘The Voice’. Eerdere pogingen van Barry om ruchtbaarheid te geven aan zijn stellingen in buitenlandse media slaagden niet. Hij heeft echter een podium voor zijn onterechte beschuldigingen gekregen op de website van De Telegraaf. Dit artikel is door een aantal media overgenomen. Klagers hebben daarop een persverklaring uitgebracht waarin de beschuldigingen worden weersproken.
Volgens klagers heeft verweerder naar aanleiding van de berichtgeving op de website van De Telegraaf het gewraakte bericht gepubliceerd, zonder zelfstandig onderzoek te verrichten naar de feiten en zonder toepassing van wederhoor. Klagers benadrukken in dat verband dat het feit dat het bericht is overgenomen of snel is gepubliceerd, niet maakt dat verweerder geen eigen onderzoeksplicht heeft of minder zorgvuldig zou mogen handelen. Dat verweerder de tekst heeft gewijzigd – overigens niet eigener beweging, maar na verzoek van klagers – neemt de aanvankelijke onzorgvuldigheid niet weg, aldus klagers. Dat zij achteraf via een persbericht de publieke opinie hebben bijgesteld, kan niet als argument in het voordeel van verweerder worden gebruikt.
De berichten in de tickerbalk kunnen volgens klagers tot op zekere hoogte worden vergeleken met koppen van berichtgeving. Een verschil tussen deze berichten en koppen is echter dat een bericht in de tickerbalk niet wordt gevolgd door een artikel. De lezer ziet enkel het tickerbericht en kan dus alleen op die tekst afgaan, aldus klagers.
De gewraakte tekst heeft geen grondslag in de feiten. De ongefundeerde beschuldiging van Barry is weersproken door klagers. Deze feitelijke situatie kan niet als ‘gestolen’ worden samengevat, omdat dit geen recht doet aan de zwakke basis voor de beschuldiging en de sterke ontkenning door klagers. Evenmin kan het artikel op de website van De Telegraaf grondslag vormen voor de berichtgeving in de tickerbalk, omdat dit artikel veel genuanceerder is.
De omstandigheid dat het bericht of het woord ‘gestolen’ tussen aanhalingstekens staat, maakt dat niet anders. De aanhalingstekens zullen door de snelheid waarmee de tickers door het beeld ‘lopen’ de gemiddelde televisiekijker niet opvallen. Voor het gemiddelde publiek wordt niet duidelijk dat het gaat om een onjuist, onbevestigd bericht. Het betreft een zodanig ernstige beschuldiging, dat deze niet te niet wordt gedaan door het gebruik van aanhalingstekens. Bovendien zou de lezer ook kunnen denken dat het een citaat betreft en niet ieder citaat is onjuist of betreft een onbevestigd bericht. De tekst wekt de indruk alsof er sprake zou zijn van een gestolen idee. Het wekken van die indruk is onzorgvuldig, aldus klagers.
Klagers benadrukken verder dat verweerder enerzijds stelt dat gebruik wordt gemaakt van een geautomatiseerd systeem voor het genereren van berichten in de tickerbalk, maar anderzijds dat een eigen invulling wordt gegeven aan de kopteksten. Ook de omstandigheid dat de teksten automatisch worden gegenereerd doet niet af aan de gegrondheid van de klachten. Door teksten te publiceren zonder zelf onderzoek te doen neemt verweerder bewust het risico dat hij onjuiste mededelingen doet. Klagers hebben overigens geen eerdere publicatie kunnen vinden met een kop die identiek was aan het bericht in de tickerbalk van verweerder.
Verder stellen klagers dat aan de verplichting tot wederhoor niet voldoende invulling is gegeven door te verwijzen naar berichtgeving die te vinden is op een website of op teletekst. Aan wederhoor kan bovendien geen invulling worden gegeven door overleg achteraf, aldus klagers.
Zij stellen dat al hetgeen hiervoor is opgemerkt ook geldt voor de ticker “Endemol bezwijkt onder schuldenlast”. Dit bericht wekt onmiskenbaar de indruk dat Endemol haar schuldenlast niet kan dragen, hetgeen door de gemiddelde lezer zal worden begrepen als ‘Endemol is of gaat failliet’. Het ‘bezwijken’ is door verweerder ten onrechte gepresenteerd als een vaststaand feit, waarbij de situatie in het bericht ernstig is overdreven. Het is juist dat Endemol financieel in zwaar weer was geraakt. Overige media hebben aanzienlijk genuanceerder bericht over deze situatie. Ook ten aanzien van deze berichtgeving hebben klagers geen eerdere publicatie kunnen vinden met een kop die identiek was aan het bericht in de tickerbalk van verweerder.
Ten aanzien van hun ontvankelijkheid brengen klagers naar voren dat De Mol als oprichter en aandeelhouder van Endemol voor het publiek onlosmakelijk met die vennootschap is verbonden. Bovendien bestaan er nog steeds bepaalde financiële banden tussen Endemol en de ondernemingen waarbij De Mol is betrokken. De Mol is daarom rechtstreeks belanghebbende voor zover de klacht is gericht tegen berichtgeving over Endemol. Met betrekking tot de berichtgeving over ‘The Voice’ zijn zowel Talpa – formeel rechthebbende op het format – als De Mol – bedenker van het format – rechtstreeks belanghebbende.
Ten slotte vragen klagers zich af waarom de reactie van verweerder als een verweerschrift wordt aangemerkt, nu verweerder uitdrukkelijk heeft gesteld geen formeel verweer te voeren en zich niet conformeert aan de uitspraken van de Raad.
 
Verweerder stelt dat De Telegraaf op haar website onder de kop “Ier beschuldigt The Voice of Holland van plagiaat” melding heeft gemaakt van het feit dat een Ier claimt dat hij het format van ‘The Voice’ heeft bedacht. In deze berichtgeving is de reactie van klagers opgenomen, waarin de beschuldigingen worden weerlegd. Verweerder heeft vanuit redactionele overwegingen besloten om op de website en teletekst van RTL Z melding te maken van de berichtgeving in De Telegraaf, omdat deze beschuldiging nieuwswaardig was. In de publicaties op de website en teletekst heeft verweerder duidelijk verwezen naar de berichtgeving in De Telegraaf. Eveneens is daarbij de reactie van klagers overgenomen. Verweerder wijst erop dat het bericht ““Idee Voice of Holland is gestolen”” – in afwijking van andere headlines in de ticker tape – volledig tussen aanhalingstekens is geplaatst. Vrijwel direct na de eerste publicatie om 17.30 uur is de tekst gewijzigd in “Ier: Idee Voice of Holland plagiaat”. De uitzending waarin het gewraakte bericht is verschenen, is geëindigd om circa 18.00 uur.
Voor zover de klacht is gericht tegen het bericht “Endemol bezwijkt onder schuldenlast” stelt verweerder dat Het Financieele Dagblad op 14 juni 2011 heeft bericht over de financiële situatie van Endemol. Op de website en teletekst van RTL Z wordt onder verwijzing naar deze bron en het ANP vermeld dat de schuldenlast van het bedrijf ondraaglijk is geworden. Aanvankelijk is dat gebeurd onder de kop “Endemol bezwijkt onder schuldenlast”. Kort na plaatsing is dit bericht gewijzigd in “Endemol in zwaar weer”.
Ten aanzien van de aard van de berichtgeving stelt verweerder dat in de tickerbalk een overzicht wordt gegeven van de nieuws headlines van de actuele berichten die op de website en teletekst van RTL Z zijn gepubliceerd. Omwille van de actualiteit en efficiency wordt gebruik gemaakt van een geautomatiseerd systeem, waardoor headlines van de website automatisch in de tickerbalk verschijnen.
Verweerder meent dat de impact van een tekst in de tickerbalk niet dermate groot is, dat kijkers uitsluitend hierop hun mening baseren. De kopteksten dienen immers te worden bezien in het licht van de context van het volledige bericht op de website of teletekst, waarnaar in de tickerbalk wordt verwezen.
Het spreekt voor zich dat de journalistieke zorgvuldigheidsnormen in de berichtgeving in acht worden genomen, aldus verweerder. De beide publicaties op de website en op teletekst vinden hun grondslag in berichtgeving in andere media. In de publicaties van verweerder is op passende wijze verwezen naar die berichtgeving. Daarbij zijn alle relevante aspecten vermeld die van belang zijn voor het geven van een volledig beeld, waaronder de reactie van klagers. Daarom was in dit geval een eigen onderzoek strikt gezien niet noodzakelijk, aldus verweerder.
Volgens verweerder is het RTL Z-publiek ermee bekend dat de teksten in de tickerbalk zijn ontleend aan de berichtgeving op de website en teletekst. Bovendien wordt dit duidelijk door de bronvermelding in de tickerbalk, waarin wordt verwezen naar de website en teletekst. Aldus kan het publiek de teksten in de tickerbalk in de juiste context plaatsen.
Om aandacht te trekken, heeft verweerder een eigen invulling gegeven aan de gewraakte teksten. Zoals gebruikelijk worden deze enigszins aangezet, waarbij enige overdrijving is toegestaan.
Doordat het bericht over ‘The Voice’ tussen aanhalingstekens is geplaatst, wordt duidelijk dat sprake is van een onbevestigd bericht, een mening of een stelling van een bron, die door derden kan worden betwist. Desondanks heeft verweerder, nadat door Talpa bezwaar was gemaakt, de tekst direct op adequate wijze aangepast. Vervolgens zijn aan Talpa nog enkele suggesties gedaan ter verdere aanpassing van de tekst en is aangeboden een nadere reactie van Talpa op de website of in een uitzending te publiceren. Talpa heeft echter van deze mogelijkheden afgezien.
Ook bij de berichtgeving over Endemol is de tekst onverwijld aangepast. Verweerder erkent dat de oorspronkelijke tekst te zwaar is aangezet en dat een genuanceerdere tekst voor de hand had gelegen. Volgens verweerder maakt dit zijn handelwijze echter nog niet onrechtmatig, omdat hij direct op passende wijze zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.
Verweerder stelt voorts dat wederhoor geen absolute verplichting is. Hij meent dat door de inkleding van de berichtgeving – waarbij ook de reactie van klagers is opgenomen – en het overleg dat tussen partijen heeft plaatsgevonden, aan wederhoor voldoende invulling is gegeven.
Verder benadrukt verweerder dat in diverse media ruimschoots aandacht is besteed aan beide nieuwsfeiten. Daarbij is op vergelijkbare wijze verwezen naar de oorspronkelijke berichtgeving. Klagers hebben in deze berichtgeving uitvoerig kennis gegeven van hun standpunt. Deze zienswijze zal het publiek niet zijn ontgaan. Verweerder betwist dat het voor het publiek vaststaat dat sprake is van plagiaat.
Ten slotte betreurt verweerder het dat partijen niet in onderling overleg tot een oplossing zijn gekomen. Hij betwist dat Talpa een belanghebbende in juridische zin is ten aanzien van de klacht over Endemol.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Verweerder heeft aangevoerd dat Talpa Content B.V. geen rechtstreeks belanghebbende is inzake het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de berichtgeving rond de financiële situatie van Endemol. Klagers hebben daarop toegelicht dat dit klachtonderdeel uitsluitend wordt ingediend door De Mol. Naar het oordeel van de Raad is voldoende gebleken dat klager De Mol een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad ter zake, zodat De Mol in dit onderdeel van de klacht ontvankelijk is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In het kader van een zorgvuldige beoordeling van de klacht dienen zo veel mogelijk de standpunten van beide partijen in de oordeelsvorming te worden betrokken. In dat verband acht de Raad niet van doorslaggevende betekenis dat verweerder heeft gesteld dat hij geen formeel verweer wenst te voeren. Verweerder heeft zijn inhoudelijke reactie aan klagers op de bij de Raad ingediende klachten ter kennisneming aan de Raad gestuurd. De Raad zal die reactie in het kader van de zorgvuldige oordeelsvorming bij de beoordeling van de klacht betrekken.
 
Kern van de klacht is dat de teksten Endemol bezwijkt onder schuldenlast” en ““Idee Voice of Holland is gestolen”” in de tickerbalk van verweerder onjuist zijn en onzorgvuldig tot stand zijn gekomen.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Voorts dient de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punten 1.2., 1.3. en 1.4. van de Leidraad van de Raad)
 
Verder overweegt de Raad dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel.
 
Voor zover de klacht betrekking heeft op de berichtgeving over het televisieformat van ‘The Voice’ is volgens de Raad geen sprake van journalistiek onzorgvuldig handelen. Doordat de beschuldiging van Barry over de vermeende diefstal c.q. het plagiaat van het televisieformat tussen aanhalingstekens is geplaatst, is voldoende duidelijk dat het hier niet gaat om een vaststaand feit, maar dat sprake is van een onbevestigd gerucht c.q. beschuldiging. Bovendien is voor het gemiddelde publiek van RTL Z duidelijk dat de volledige berichtgeving is te vinden op de website en de teletekstpagina van verweerder, zodat het de tekst in de juiste context kan plaatsen. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat een tickerbalk, met daarin een overzicht van de nieuwsberichten op teletekst en internet, zich in beginsel niet leent voor het geven van een uitgebreide context of nuanceringen.
 
Ten aanzien van de publicatie over Endemol heeft verweerder erkend dat het eerste bericht te zwaar is aangezet. In hetgeen is aangevoerd noch anderszins ziet de Raad aanleiding voor een ander oordeel. Door dit bericht niettemin te publiceren, heeft verweerder derhalve journalistiek onzorgvuldig jegens klager De Mol gehandeld. Dat verweerder de tekst kort na plaatsing heeft gewijzigd, is te prijzen maar kan aan de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheid niet afdoen.

BESLISSING
 
De klacht van klager De Mol is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de berichtgeving over Endemol.
Voor zover de klacht is gericht tegen de berichtgeving over de beschuldiging van diefstal c.q. plagiaat van het televisieformat van ‘The Voice’ is deze ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van RTL Z en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 april 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.