2012/13 deels-gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van                                                                                          

 

X

 

tegen

 

I. Hermsen, A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!

 

Bij brief van 2 januari 2012 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen I. Hermsen, A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van Opgelicht?! (hierna: verweerders). Bij e-mailbericht van 3 februari 2012 heeft de adjunct-secretaris van de Raad aan klager verzocht om toezending van kopieën van de e-mailcorrespondentie tussen klager en verweerders, waaraan klager in zijn klacht heeft gerefereerd. Klager heeft daarop op 5 februari 2012 aanvullende stukken overgelegd. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 februari 2012 in aanwezigheid van klager en zijn partner. Verweerders zijn daar niet verschenen.

 

DE FEITEN

 

Op 22 november 2011 is in een uitzending van het televisieprogramma Opgelicht?! aandacht besteed aan de werkwijze van budgetbeheerders. De presentatrice leidt de uitzending in als volgt:

“Je zit in de schulden en het lukt je niet meer om de touwtjes aan elkaar te knopen. Bij iedere rekening die op de mat ploft zakt de moed je verder in de schoenen. Ten einde raad klop je aan bij een budgetbeheerder. Je tekent een overeenkomst waarin staat dat je al je inkomsten overmaakt aan een budgetbeheerder. Hij gaat jouw rekeningen betalen en binnen no-time ben jij uit de schulden. Denk je.”

Verderop wordt als volgt bericht:

“(…), (…) en (…) hebben schulden. Bij alle drie gaat het om een bedrag van rond de zevenduizend euro. Zij hebben iemand nodig die hun geld beheert, een stappenplan maakt en structuur brengt. Dat wordt [X] uit [woonplaats].”

Interviewer:

“Wat zou [X] voor u gaan doen?”

Gedupeerde:

“Sowieso natuurlijk de rekeningen betalen. (…) Schulden regelen met bedrijven.”

 

Vervolgens worden de dienstverlening en werkwijze van de Stichting Budgetbeheerdienst en klager aan de orde gesteld. In de studio zegt de presentatrice:

 “(…) Voorzitter en later bestuurder [X] lijkt zijn zaken goed voor elkaar te hebben. Maar wie is hij eigenlijk?”

Er worden foto’s van klager getoond en een voice-over meldt:

“[X] wordt in 1959 geboren in [plaatsnaam]. [X] is een groot liefhebber van de doedelzak en is op veel foto’s te zien in Schotse kledij. In de Bommelerwaard is hij ook politiek actief. In 2008 is hij namens de VVD kandidaat voor het waterschap. [X] is een groot deel van zijn leven werkzaam in de financiële sector. Bij verschillende verzekeringsmaatschappijen verkoopt hij financiële producten. [X] begint op een bepaald moment voor zichzelf. Dat gaat aanvankelijk goed, tot september 2009. [X’s] bedrijf […], dat financiële producten verkoopt, gaat failliet. Opvallend is dat uitvaartverzekeraar Dela, waarvoor [X] als tussenpersoon verzekeringen verkoopt, eind 2008 afscheid van hem neemt om de kwaliteit van zijn productie.”

 

Hierna wordt aandacht besteed aan de rol van klager bij diverse ondernemingen die uiteindelijk zijn gefailleerd. Aan de orde komt dat klager voor de Stichting Budgetbeheerdienst het beheer voor cliënten voerde via een derdengeldenrekening, zonder daar een ontheffing voor te hebben.

In de studio wordt vanuit de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening NVVK kritiek geleverd over het rekenen van vergoedingen voor schuldhulpverlening en het ontbreken van de ontheffing voor de derdengeldenrekening.

Vervolgens leggen gedupeerden uit hoe zij ontdekten dat klager niet aan de verplichtingen zou voldoen. Er wordt een beeld geschetst van de gevolgen van het (vermeende) onoorbare handelen van klager. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gelijkenissen tussen het logo van de Stichting Budgetbeheerdienst en dat van de Rijksoverheid en de onjuiste indruk die werd gewekt over de omvang van de stichting.

 

Daarna worden foto’s van klager en een (gedeeltelijke) weergave van een e-mailbericht getoond, waarbij de voice-over meldt:

 “We hebben [X], de persoon die destijds voorzitter was van de Stichting om commentaar gevraagd. [X] laat per e-mail weten dat de gedupeerden tegen hem samenspannen om hem zwart te maken en dat hij juist veel tevreden klanten heeft. Aanvankelijk zegt hij een interview op camera toe, maar later trekt hij die belofte in. De oud-voorzitter heeft geen behoefte om verder op de zaak in te gaan.”

 

De reportage wordt afgesloten met een studiogesprek waarin een woordvoerder van de NVVK waarschuwt voor het rekenen van vergoedingen voor schuldhulpverlening en de handelwijze van de stichting veroordeelt. Ten slotte wordt meegedeeld dat de reactie van de Stichting Budgetbeheerdienst te vinden is op de website van Opgelicht?! en dat door de nieuwe voorzitter zal worden gezocht naar een oplossing met gedupeerden.

 

HET STANDPUNT VAN KLAGER

 

Klager stelt dat hij in de gewraakte uitzending ten onrechte wordt beschuldigd van oplichting. Daarnaast is zijn privacy geschonden doordat aandacht is besteed aan zijn persoonlijke geschiedenis en een aantal foto’s van hem is getoond. Volgens klager is sprake van onjuiste, leugenachtige en pretentieuze berichtgeving.

Klager wijst erop dat hij op 17 november 2011 een doorgestuurd e-mailbericht van Hermsen heeft ontvangen. In dit bericht is hem verzocht contact op te nemen met verweerders om een afspraak te plannen inzake klachten over de Stichting Budgetbeheerdienst. De Stichting Budgetbeheerdienst is gericht op het voeren van financiële administraties voor particulieren en het bieden van ondersteuning bij geldproblemen.

In plaats van een afspraak te plannen werd hem telefonisch een kruisverhoor afgenomen over één specifieke klacht tegen de stichting. Verder is hem in dat gesprek het aanbod gedaan om dezelfde dag voor de camera op een zestal overige klachten te reageren. Klager is echter sinds december 2010 niet meer met de Stichting Budgetbeheerdienst verbonden en kende de genoemde dossiers niet goed. Hij benadrukt ter zitting dat hij geen tijd had om op deze beschuldigingen in te gaan omdat hij kort na het contact met verweerders een afspraak had in het buitenland. Klager heeft daarom voorgesteld op een later moment de afspraak te plannen, conform de eerdere mail van Hermsen, zodat hij zich ook in de dossiers kon verdiepen. Verweerders stonden afwijzend tegenover dit voorstel.

Klager stelt dat verweerders vervolgens tweemaal zijn ex-echtgenote hebben bezocht. Verweerders weigerden zich tijdens dit bezoek te legitimeren. Naar aanleiding van deze bezoeken heeft klager in overleg met zijn advocaat op 18 november 2011 een e-mailbericht aan verweerders gestuurd met daarin een korte reactie en de mededeling dat iemand onschuldig is tot het tegendeel voor de rechter is bewezen.

Volgens klager hebben verweerders onvoldoende wederhoor toegepast, door niet te wachten totdat klager over de dossiers beschikte en fatsoenlijk kon reageren.

Als verweerders hadden gewacht, dan hadden zij onder meer kunnen vaststellen, dat in 2009 een oud-werknemer van een onderneming waarbij klager was betrokken, een poging heeft gedaan om hem af te persen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een klacht door een klant bij de politie. De inhoud van dit dossier was volgens klager voldoende om deze klacht af te doen. Verder is de website van VVD Maasdriel in 2010 belaagd met lasterlijke e-mailberichten. Onderzoek heeft aangetoond dat deze beschuldigingen onjuist en leugenachtig waren. Ook is klager in deze tijd ernstig mishandeld door (voor hem) onbekende klanten van de stichting. Deze personen hebben op het forum van verweerders gemeld dat klager een oplichter is, aldus klager. Hij heeft tevergeefs verzocht deze berichten te verwijderen. Ten slotte meent klager dat de rol van de Stichting Budgetbeheerdienst slechts beperkt aan bod komt en ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij nog bestuurder van deze stichting is. Een en ander had hij aan verweerders kunnen duidelijk maken, als hem fatsoenlijk wederhoor was geboden, aldus klager.

Klager betoogt dat hij door de uitzending aan de schandpaal is genageld. In dat verband wijst hij erop dat hij in een klein dorp woont, waar hij grote bekendheid geniet door zijn politieke activiteiten en vrijetijdsbesteding. De uitzending heeft daarom een grote impact op zijn leven. Hij is zijn baan verloren en mag geen contact meer hebben met voormalige collega’s. Verder mijden kennissen contact met hem en worden zijn ex-vrouw en zoon op de uitzending aangesproken.

Ter zitting benadrukt klager dat door de uitzending zijn leven is vernietigd. Hij voegt hieraan nog toe dat naar zijn mening verweerders zich kennelijk boven de maatschappij en regelgeving verheven voelen, door noch op de klacht te reageren noch ter zitting te verschijnen.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

 

Kern van de klacht is dat zonder deugdelijke toepassing van wederhoor beschuldigingen aan klagers adres zijn geuit en dat een onevenredige inbreuk is gemaakt op de privacy van klager.

 

In de uitzending is aandacht besteed aan de gang van zaken bij Stichting Budgetbeheerdienst, waarvan klager van 2009-2010 voorzitter is geweest. Met de berichtgeving over (vermeende) misstanden bij de Stichting is een maatschappelijk belang gediend. Naar het oordeel van de Raad is de gewraakte uitzending echter zodanig toegespitst op de persoon van klager, dat de gemiddelde kijker zich niet aan de indruk kan onttrekken dat geschetste problemen bij de Stichting enkel, althans voor een belangrijk deel, aan klager te wijten zijn.

Klager worden gedragingen verweten die neerkomen op het in strijd met toezeggingen niet benutten van gelden van cliënten voor de aflossing van hun schulden. Aldus is klagers functioneren ernstig in twijfel getrokken en zijn integriteit in aanzienlijke mate aangetast.

 

Uit hetgeen klager heeft aangevoerd en de stukken die hij heeft overgelegd maakt de Raad op dat verweerders kennelijk op 17 november 2011 per e-mailbericht contact hebben opgenomen met de Stichting, dat die e-mail dezelfde dag aan klager is doorgestuurd, waarna telefonisch contact tussen klager en Hermsen heeft plaatsgehad. De Raad kan echter niet vaststellen wat de inhoud van dit e-mailbericht en telefonische contact is geweest.

Uit de stukken blijkt echter wel duidelijk dat klager, in aansluiting op de telefonische contacten van 17 november, in een e-mail van 18 november 2011 puntsgewijs inhoudelijk heeft gereageerd op diverse aantijgingen.

Naar aanleiding van het daarop volgende verzoek van Hermsen om voor de camera te verschijnen, heeft klager onder meer het volgende geantwoord:

“Op advies van mijn advocaat ga ik niet op uw verzoek in om mee te werken aan uw programma. Ik ben geen verantwoording schuldig. Laat uw sensatie zoekende klagers maar een procedure beginnen. Mijn standpunt blijft dat iemand onschuldig is tot het tegendeel wettig en overtuigend bewezen is, en wie eist, bewijst.”

Verweerders hebben hierop als volgt gereageerd:

“Wij hebben uw mail d.d 18 nov 2011 in goede orde ontvangen. Helaas gaat u niet op ons verzoek in om mee te werken aan ons programma. Mocht u van gedachten veranderen dan gaan wij er van uit dat u ons weet te bereiken.”

Niet is gebleken dat hierop nog contact heeft plaatsgevonden tussen klager en verweerders.

De omstandigheid dat klager van de gelegenheid tot wederhoor niet adequaat gebruik heeft gemaakt, kan verweerders niet worden tegengeworpen. Verweerders hebben de conclusie van de door klager in zijn e-mail verstrekte reactie verwerkt in de uitzending. Niet is gebleken dat dat op journalistiek onzorgvuldige wijze is geschied. In zoverre is de klacht dan ook ongegrond.

 

Verder overweegt de Raad dat klager herhaaldelijk is genoemd en door middel van meerdere foto’s herkenbaar in beeld is gebracht. Weliswaar dient een uitzending zoveel mogelijk de gegevens te bevatten, die het publiek in staat stellen zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen, maar daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)

Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met het vermelden van de volledige naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook met initialen kunnen worden aangeduid en onherkenbaar in beeld kunnen worden gebracht, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de uitzending. Niet is gebleken dat door het weglaten van zijn volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de kijker zou zijn ontstaan. Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van diens privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Daarbij neemt de Raad in aanmerking hetgeen hij hiervoor heeft overwogen ten aanzien van de ernst van de aan het adres van klager geuite aantijgingen en de omstandigheid dat klager al enige tijd geen bestuursfunctie meer bekleedde bij de Stichting Budgetbeheerdienst. Op dit punt is de klacht derhalve gegrond.

 

BESLISSING

 

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de schending van de privacy van klager. Voor zover de klacht betrekking heeft op het onvoldoende toepassen van wederhoor is deze ongegrond.

 

De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Opgelicht?! en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 april 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.