2012/12 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
B. Weebers
 
tegen
 
C. Pommerel, R. Martin en de hoofdredacteur van Editie NL (RTL)
 
Bij brief van 11 januari 2012 heeft B. Weebers te Bussum (hierna: klager) een klacht ingediend tegen C. Pommerel, R. Martin en de hoofdredacteur van Editie NL (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 februari 2012. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 9 januari 2012 is in een uitzending van Editie NL in een reportage met de kop “’Van huisarts veranderen: niet te doen’” aandacht besteed aan problemen rond het wisselen van huisarts. Het item wordt door de presentatoren ingeleid als volgt:
“Maar we beginnen met een miljoenenboete voor de Nederlandse Huisartsen Vereniging. Huisartsen blijken door onderlinge afspraken hun regio’s zo te hebben afgeschermd dat nieuwkomers geen schijn van kans hebben om zich er te vestigen. En dat is kartelvorming, vandaar de boete van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Daar blijft het niet bij: uit onderzoek van Editie NL blijkt ook dat veel huisartsen patiënten onderling verdelen. Als je in een bepaalde regio van huisarts wilt veranderen, kan het zijn dat de nieuwe arts je niet accepteert, omdat hij de ander niet in de wielen wil rijden. (…)”
Verderop vervolgt de voice-over:
“Wie in Bussum of Naarden woont en daar van huisarts wil wisselen, heeft het ook niet makkelijk.”
Vervolgens wordt een telefoongesprek afgespeeld:
“Huisarts, u spreekt met Yvonne.”
Journalist:
“Met Michelle.”
Assistente:
“Goedemiddag.”
Journalist:
“Ik heb al wel een huisarts, maar ik zou graag willen overstappen.”
Assistente:
“Ehm, we nemen geen patiënten over van andere huisartsen in de buurt.”
Vervolgens komt een vertegenwoordigster van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie in beeld, zie zegt:
“We zullen eens even contact opnemen met de huisartsen in Bussum dan. Dat is een duidelijke casus. Dit kan natuurlijk niet zo zijn. Mensen hebben recht om een huisarts te kiezen.”
Het item vervolgt met het telefoongesprek:
“In principe zijn alle praktijken hier gesloten.”
Journalist:
“Oh, om niet in elkaars vaarwater te zitten, bedoelt u?”
Assistente:
“Dat ook. Dat gaat wel in overleg, en dan is eigenlijk de procedure dat je even met dokter (…) overlegt. Maar ja, goed. Luister, ik wil eigenlijk overstappen van huisarts. En dat hij dan even contact opneemt met de huisarts van je keuze.”
De presentator sluit de reportage af als volgt:
“Een van de gebelde artsen herkent zich niet in de geluidsopnamen die wij maken met zijn assistente. Hij heeft deze gang van zaken vijf jaar geleden al afgeschaft. Zijn assistente is van de oude stempel en was slecht geïnformeerd.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat zijn huisartsenpraktijk op 9 januari 2012 is benaderd door verweerders. Verslaggeefster Martin deed zich voor als patiënte die van huisarts wilde veranderen. Zij identificeerde zich niet als journalist en maakte niet kenbaar dat het gesprek werd opgenomen, aldus klager.
Later op de dag heeft Martin de praktijk nogmaals benaderd, waarbij zij zich heeft geïdentificeerd als journalist van RTL Nieuws. In dit tweede telefoongesprek heeft zij kenbaar gemaakt dat het eerder op de dag opgenomen telefoongesprek, samen met fragmenten van andere huisartsenpraktijken, zou worden uitgezonden. Daarbij heeft zij klager gevraagd of hij nog aanvullingen had. Klager heeft toen bezwaar gemaakt tegen de (geanonimiseerde) publicatie van dit telefoongesprek.
Vervolgens is klager teruggebeld door eindredactrice Pommerel. In dat gesprek is hem gemeld dat het fragment toch zou worden uitgezonden, anoniem en met vervormde stem. Ook in dat gesprek heeft klager meermalen meegedeeld dat hij publicatie onwenselijk vond. Ondanks zijn aandringen werd toch volgehouden aan uitzending. Bij verweerders bestond geen bereidheid om het fragment te annuleren en gebruik te maken van alternatieve audiofragmenten over het onderwerp, aldus klager.
Volgens klager neemt het feit dat het fragment anoniem is uitgezonden en de stem van zijn assistente is vervormd niet weg dat het onder valse voorwendselen en onrechtmatig is verkregen. Overigens werd de stem, ondanks de vervorming, herkend door een collega.
Klager maakt verder bezwaar tegen de melding aan het eind van de uitzending dat een huisarts zich niet kan vinden in de inhoud van het item. Hij benadrukt dat uitspraken uit het telefoongesprek zijn gebruikt, terwijl hij niet wist dat dit gesprek zou worden gebruikt voor de uitzending.
Het verbaast klager dat op deze wijze journalistiek wordt bedreven en dat geen gehoor is gegeven aan zijn bezwaren. Verder verbaast het hem dat er slechts krap twee uur zitten tussen het tweede telefoongesprek en de daadwerkelijke uitzending, zodat er eigenlijk geen kans meer is om iets te veranderen.
Klager stelt voorts dat hij heeft gepoogd de privacy van zijn assistente te bewaken. Hij voelt zich geschaad en niet gehoord. Hij ziet niet in welk journalistiek doel wordt gediend met het uitzenden van het fragment. Klager benadrukt dat door de toegepaste handelwijze bij elk soortgelijk telefoongesprek door de assistente gedacht kan worden aan een journalist die zich valselijk voordoet als patiënt.
Overigens kan klager zich wel vinden in de inhoud van het item, alhoewel dit zeer suggestief is gebracht en er geen tegengeluid is gevonden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders het gesprek onder valse voorwendselen hebben opgenomen en ten onrechte zijn overgegaan tot publicatie daarvan.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ behoort tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend behoort te maken. Van deze norm kan een journalist alleen afwijken indien een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier kan worden bereikt. (zie punten 2.1.1. en 2.1.5. van de Leidraad van de Raad)
Het gebruik van verborgen opname-apparatuur (…) is niet toelaatbaar. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen.
Voordat een redactie besluit tot publicatie of uitzending van de gesprekken en beelden die volgens de voornoemde werkwijzen zijn vergaard, dient zij het belang dat met de openbaarmaking wordt gediend, af te wegen tegen de inbreuk die de publicatie of uitzending maakt op rechten en rechtmatige belangen van betrokkenen. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de uitzending dat voldoende aanleiding bestond om aan het onderwerp aandacht te besteden. De situatie dat door onderlinge afspraken de vestigingsvrijheid van huisartsen en keuzevrijheid van patiënten wordt ingeperkt is maatschappelijk ongewenst. Dit blijkt ook uit de boete die door de Nederlandse Mededingingsautoriteit aan de Landelijke Huisartsen Vereniging is opgelegd.
 
De Raad is in dat verband van oordeel dat het uitgezonden materiaal dat verweerders met de gevolgde werkwijze hebben vergaard een concreet voorbeeld bevat van de door de Mededingingsautoriteit beboete handelwijze. De opnamen zijn daardoor relevant voor de onderbouwing van de kritiek en geven aan de uitzending een meerwaarde. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerders dit ook op een andere wijze hadden kunnen verwezenlijken.
 
Verder overweegt de Raad dat de naam van de huisartsenpraktijk van klager niet is vermeld en dat de opnamen voldoende onherkenbaar zijn gemaakt. Bovendien hebben verweerders klager voorafgaand aan de uitzending met de opname geconfronteerd en hem in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Die reactie is in de uitzending verwerkt. Dat dat op onjuiste wijze is gebeurd, is niet gebleken.
 
De maatschappelijke relevantie van het onderwerp en de uiteindelijke conclusies in de uitzending in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat de handelwijze van verweerders niet ontoelaatbaar is geweest.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 april 2012 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.