2012/10 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
COC Amsterdam en Stichting Pride Photo Award
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl
 
Bij brief van 23 december 2011 met een bijlage heeft D. Boutkan namens COC Amsterdam en Stichting Pride Photo Award te Amsterdam (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl (hierna: verweerder). Hierop heeft J. de Haas, adjunct-hoofdredacteur De Telegraaf in een brief van 16 januari 2012 aan de Raad meegedeeld dat de gewraakte berichtgeving valt onder de eindverantwoordelijkheid van de hoofdredactie van De Telegraaf, die het gezag van de Raad niet erkent.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 januari 2012 in aanwezigheid van voornoemde Boutkan.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft Boutkan desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
In september 2011 is op de website Spitsnieuws.nl een artikel verschenen onder de kop “Haags homostel weggepest” dat luidt:
“In Den Haag is een homostel weggepest door een groep jongeren. Het stel dat in de wijk Laakkwartier woonde, is verhuisd. Waar ze naar toe zijn verhuisd, is onbekend. De Haagse PVV heeft de kwestie aangezwengeld. De partij eist compensatie voor het stel en heeft raadsvragen gesteld over de kwestie. Verder vindt de PVV dat de treiteraars en hun ouders strafrechtelijk vervolgd moeten worden. De schade die het stel heeft geleden, moeten ze ook betalen. De PVV zegt dat het homostel ruim twee jaar het leven zuur is gemaakt. Ze werden uitgescholden, muren werden beklad en er werd rot fruit door de brievenbus gestopt. Het stel zou bij de gemeente aangeklopt hebben voor hulp en aangifte hebben gedaan bij de politie, zo meldt Omroep West.”
Boven het artikel is een foto geplaatst van twee mannen in glitterbroeken met gedeeltelijk blote billen. De ene man heeft zijn arm om het middel van de andere man geslagen waarbij de hand rust op diens rechterbil.
Onder het artikel is een naschrift van de redactie geplaatst dat luidt:
“Over de foto boven dit bericht is de nodige rumoer ontstaan op internet. Wij menen als redactie dat het Gay Pride-stereotiep heeft bijgedragen aan het klimaat waarin de twee mannen in kwestie zijn weggepest, een actie die wij uiteraard ten sterkste afkeuren. In die zin is het beeld relevanter dan de hand-in-hand-foto die andere media bij het zelfde bericht hebben gebruikt. Het is wat ons betreft niet de fotokeuze die we betreuren, maar het feit dat we in de oorspronkelijke tekst niet duidelijk hebben gemaakt hoe het beeld relevant was voor het artikel. Aan iedereen die zich gekwetst voelt bieden wij dan ook onze welgemeende excuses aan.”

HET STANDPUNT VAN KLAGERS
 
Klagers stellen dat verweerder huns inziens twee fouten heeft gemaakt. Ten eerste heeft verweerder bij het artikel een foto geplaatst die inhoudelijk niets te maken heeft met het artikel. Gezien de glitterbroeken lijkt de foto te zijn gemaakt voor een feestelijke gebeurtenis. Het artikel gaat over homofoob geweld. De foto is een bevestiging van het stereotype beeld dat mensen kunnen hebben van mannelijke homoseksuelen, namelijk dat zij bloot gekleed gaan in de buitenruimte. Hiermee wordt bewust door verweerder een verband gelegd tussen het gedrag en de kleedstijl in de publieke ruimte van homoseksuele mannen enerzijds en homofoob geweld of het weggepest worden in de buurt anderzijds, aldus klagers. Door deze suggestie kan door het publiek worden gedacht dat dit een foto van het stel is dan wel dat het stel het pesten in de buurt aan zichzelf te wijten heeft vanwege zijn kleedstijl.
Verder heeft verweerder in het naschrift bevestigd dat hij een verband ziet tussen zichtbare stereotype homoseksualiteit en geweld. Verweerder stelt in het naschrift dat het stereotype beeld van de Gay Pride een bijdrage levert aan homofoob geweld. Volgens klagers gaat verweerder hiermee opnieuw in de fout. De Gay Pride bestaat niet alleen uit mannen met blote billen.
Klagers wijzen erop dat zij proberen stereotypen te doorbreken, onder meer door het beschikbaar hebben van fotomateriaal dat een ander beeld laat zien van homoseksualiteit en diversiteit.
Al met al zijn klagers van mening dat het gebruik van de foto bij het artikel onjuist was. Het kan als grievend worden ervaren door alle slachtoffers van homofoob geweld. De foto suggereert immers dat homoseksuelen homofoob geweld en discriminatie aan zichzelf te wijten hebben. Een zeer groot deel van de gemeenschap waarvoor klagers opkomen, voelt zich niet vertegenwoordigd in het artikel als gevolg van de geplaatste foto, terwijl de berichtgeving wel degelijk voor die gemeenschap van belang is. De foto ridiculiseert de kwestie, aldus klagers. Zij menen dat de aangeboden excuses van verweerder zijn afgezwakt, nu de foto niet van de website is verwijderd. Dat geen andere foto beschikbaar zou zijn geweest, zoals in een telefoongesprek met de redactie is meegedeeld, is een gemakzuchtige keuze. Andere media zijn immers veel genuanceerder geweest in het gebruik van beeldmateriaal, aldus klagers.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat foto’s en ander beeldmateriaal niet behoren te worden gebruikt ter illustratie van berichtgeving over een ander onderwerp of met een andere context dan waarvoor de foto’s en opnamen zijn gemaakt, tenzij de tekst bij het beeldmateriaal mogelijke verwarring bij lezers en kijkers uitsluit. (zie punt 4.1 van de Leidraad van de Raad)
 
Klagers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de foto waarschijnlijk is gemaakt tijdens een feestelijke gebeurtenis, mogelijk de Gay Pride, en door verweerder is gebruikt in een andere context.
Met klagers is de Raad voorts van oordeel dat door het gebruik van de foto ten onrechte is gesuggereerd dat er een verband bestaat tussen de afgebeelde kleedstijl van sommige homoseksuele mannen en homofoob geweld. De Raad acht het niet onaannemelijk dat bij de gemiddelde lezer de indruk is gewekt dat het stel het wegpesten aan zichzelf te wijten heeft. Daarmee is een stereotiep beeld over homoseksuele mannen bevestigd, terwijl hiervoor geen grondslag bestond. Het gebruik van de foto is onder deze omstandigheden stigmatiserend en discriminatie bevorderend, en journalistiek ontoelaatbaar.
 
Verder kan uit het naschrift worden opgemaakt dat verweerder ervan overtuigd is dat het hiervoor bedoelde verband bestaat en bewust voor de plaatsing van deze foto heeft gekozen. Ook met dit naschrift heeft verweerder derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van Spitsnieuws.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2012 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.