2011/83 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H. van ’t Hek
 
tegen
 
M. van der Laan, E. van Dijk en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden
 
Bij brief van 11 oktober 2011 met een bijlage heeft H. van ’t Hek te Haren (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. van der Laan en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerders). Hierop heeft E. van Dijk, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord bij e-mailbericht van 28 oktober 2011 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 2011 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 24 september 2011 is in Dagblad van het Noorden van de hand van Van der Laan een artikel verschenen onder de kop “Wel een heel erg Van ’t Hekje” met de onderkop “Profiel – Huub van ’t Hek”. De intro van het profiel luidt: “Huub van ’t Hek, bron voor boek over huwelijkscrisis Beatrix en Claus” en “‘Hij lijkt me niet de meest betrouwbare bron’”.
Het artikel opent met:
 ““Een stronteigenwijs stuk vreten.” Zo typeert Paul Herruer, muziekcriticus van deze krant, Huub van ’t Hek (1947) uit Haren. […] Later organiseerde hij ook nog een opera in Haren, maar deze bracht het slechts tot één opvoering en werd een regelrechte financiële flop. “Zijn zakelijk blazoen op operagebied is niet helemaal ongeschonden”, zegt Herruer.”
en
“Walter de Geus, uitbater van de online cd-winkel Cadena Lirica, voorheen gevestigd in de Folkingestraat in Groningen, kent hem als ‘een begeesterde en enthousiaste operaliefhebber die het goed kan overbrengen’. Hij noemt Huub ‘wel een heel erg Van ’t Hekje’. “Heel aardig hoor, maar soms wel een beetje een fantast.””
en
Hij betitelt zichzelf als ‘een denker’ en ‘een strategisch communicator’. Herruer: “Hij geeft ruim baan aan zijn hobby, dus wellicht leunt hij mede op het inkomen van zijn eega”. Van ’t Hek heeft een relatie met Dia Flinterman, vicepresident en kinderrechter van de rechtbank in Groningen.”
en
“Berend Hoekstra, burgemeester van Leek, zat met Van ’t Hek in het bestuur van Molen de Hoop in Haren. Hij heeft een conflict met hem gehad, daarom is hij beducht veel te zeggen. Wel is hij verbaasd dat het boek van Dorine Hermans grotendeels is gebaseerd op zijn uitlatingen. “Van 't Hek lijkt me niet de meest betrouwbare bron.””
 
Bij het profiel is een kader geplaatst met de reactie van Van ’t Hek onder de kop “‘Ik laat de kritiek voor wat ze is’”:
“Huub van ’t Hek wil niet ingaan op de negatieve reactie die de koninklijke familie via de Rijksvoorlichtingsdienst heeft gegeven op zijn uitlatingen over het huwelijk van koningin Beatrix en wijlen prins Claus. Dat doet hij in het boek Wie ben ik dat ik dit doen mag van historica Dorine Hermans. Vanuit Italië, waar hij tot morgen verblijft, laat Van ’t Hek weten: “Ik laat de kritiek voor wat ze is. Ik heb geen zin dat kranten hiermee aan de haal gaan. Laten mensen eerst het boek maar lezen. Maandagavond zit ik bij Pauw &Witteman. In dat programma geef ik een toelichting.””
 
Ten slotte is bij het profiel een kader geplaatst onder de kop “‘Prins Claus vreesde einde monarchie’” betreffende de beweringen van Van ’t Hek.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de gewraakte publicatie een moedwillige persoonsbeschadiging is en verzoekt om een scherpe veroordeling. Hij stelt dat het bericht hem ernstig heeft gegriefd en gevoelens van vernieling oproept.
Klager is op donderdag 22 september 2011 in Italië ongevraagd telefonisch benaderd door Van der Laan. Verweerders wilden zijn commentaar op een vooraankondiging in de Volkskrant van het nieuwe boek “Wie ben ik dat ik dit doen mag?” van Hermans. Verweerders gingen akkoord met het voorstel om maandag terug te bellen als klager weer in Nederland zou zijn. De volgende dag heeft Van der Laan klager echter opnieuw driemaal gebeld om commentaar te krijgen op een bericht van de Rijksvoorlichtingsdienst. Klager heeft verweerders opnieuw verzocht maandag contact op te nemen en kenbaar gemaakt niet in te willen gaan op de reactie van de Rijksvoorlichtingsdienst. Van der Laan liet weten de houding van klager niet te begrijpen. Daarop kreeg klager zondag bij terugkomst in Nederland het artikel onder ogen. Ter zitting merkt klager op dat het hem niet duidelijk is wat het verband is tussen het verspreidingsgebied van de krant en de relevantie van het artikel.
Om tot het artikel te komen hebben verweerders volgens klager enkel foutieve wegen bewandeld. Verweerders hebben onder meer nagelaten navraag te doen bij klager, bij mensen die klager goed kennen en zijn website te raadplegen. Daarnaast is geen wederhoor toegepast. Ter zitting merkt klager op dat hij slechts vrijdag is geïnterviewd, waarbij zijn woorden zijn verschenen in het bij het profiel geplaatste kader. Door verweerders is echter niet kenbaar gemaakt dat zaterdag dit bericht zou verschijnen. Inhoudelijk is het artikel zo bezijden de werkelijkheid, dat enkel de waan en de fantasie van verweerders overblijft, aldus klager. Hij meent dat een schijnwereld wordt opgevoerd als beschrijving van de waarheid.
In het artikel wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat klager een onbetrouwbare bron voor het boek van Hermans zou zijn. Hij wijst erop dat andere media wel hebben kunnen achterhalen dat de teksten als betrouwbaar konden worden aangemerkt.
Verder wijst klager erop dat hij in 1998 voor de laatste maal contact heeft gehad met Herruer. Hij meent dat zijn uitspraken zonder enige vorm van controle zijn gepubliceerd.
De naam en het beroep van zijn vrouw zijn voor het artikel niet relevant. Hij meent dat zijn vrouw als rechter zonder enige aanleiding verdacht wordt gemaakt en wordt beticht van onbetrouwbaarheid. Ditzelfde geldt volgens hem voor de wijze waarop klager en zijn vrouw werken, hun geld verdienen en besteden. Ter zitting merkt klager op dat hij de opmerkingen buitengewoon ongelukkig acht. Hij betwist de relevantie van de opmerkingen.
Klager stelt dat het feitelijk onjuist is dat hij met de burgemeester van Leek in een bestuur heeft gezeten. Verder zijn volgens hem de woorden van De Geus in zijn mond gelegd en heeft De Geus de woorden nimmer uitgesproken. De uitspraken van d’Ancona zijn op een zodanige wijze geformuleerd dat zij naadloos passen in het beeld van verweerders.
Klager heeft na de publicatie contact opgenomen met de hoofdredactie. Zij hebben klager toegezegd een verdere publicatie over te laten aan een andere redacteur. Deze belofte is echter niet nagekomen. Van der Laan heeft nog enkele dagen gepoogd een interview af te nemen met klager.
Ter zitting merkt klager op dat de kernvraag is wat een journalist ongestraft mag opschrijven. Hij meent dat verweerders hem hebben verplicht om mee te werken aan het artikel. Volgens klager heeft hij een straf in de vorm van een profiel gekregen omdat hij niet wenste mee te werken. Hij beschouwt de ingezonden brief niet als een excuus van de kant van verweerders.
Verweerders stellen dat het persbureau ANP op donderdag 22 september 2011 naar aanleiding van het nieuwe boek van Hermans berichtte dat het huwelijk van prins Claus en koningin Beatrix van meet af aan slecht was. Hermans baseert zich op verklaringen van klager, die dat dertig jaar geleden optekende uit de mond van prins Claus. Klager was destijds hoofdredacteur van Scouting Magazine en prins Claus was beschermheer van Scouting Nederland. Aangezien klager woonachtig is binnen het verspreidingsgebied van de krant heeft Van der Laan telefonisch met hem contact opgenomen. Klager verbleef in Italië en wilde geen commentaar leveren op het ANP-bericht. Hij vertelde dat zaterdag in de Volkskrant een groot artikel zou verschijnen en dat hij maandag bij Pauw & Witteman zou aanschuiven. Hij stelde voor maandagochtend opnieuw telefonisch contact op te nemen, zodat Van der Laan hem wellicht bij terugkomst in Haren kon interviewen.
Een dag later berichtte het ANP dat de Rijksvoorlichtingsdienst furieus had gereageerd op het boek van Hermans. Klager werd in de hoek gezet als een zelfbenoemde Claus-specialist. Verweerders hebben naar aanleiding van deze reactie opnieuw zonder succes contact met klager opgenomen. Omdat zaterdag in de Volkskrant een artikel gepubliceerd zou worden – hetgeen uiteindelijk niet is verschenen – konden verweerders het zich niet veroorloven niets in de krant te vermelden over deze zaak. Omdat klager inhoudelijk niet wilde reageren, hebben verweerders een profiel over hem geschreven.
Van der Laan kende klager voorafgaand aan de publicatie niet. Uit het archief bleek dat klager actief is in de Groningse operawereld. Naar aanleiding hiervan hebben verweerders onder meer met Herruer en De Geus gesproken. Tevens hebben zij de website van klager geraadpleegd.
Het profiel geeft naar het oordeel van verweerders een juist beeld. Het profiel was journalistiek relevant, omdat Hermans ervan werd beschuldigd dat zij slechts een onbetrouwbare bron had geraadpleegd. Na publicatie was klager woedend en wilde hij slechts met Van der Laan spreken wanneer deze op een prominente plaats een excuus zou maken. Hiervoor zagen verweerders geen aanleiding. Zij hebben aangeboden een andere redacteur te sturen omdat Van der Laan ziek was. Van verdere publicaties is het volgens verweerders niet gekomen. Verweerders hebben wel ruim baan gegeven aan een ingezonden brief van Geelhoed op een markante plek in de krant, onder de kop “‘Huub is beslist geen fantast’”.
Verweerders benadrukken dat zij niet met een vooropgezet plan te werk zijn gegaan. Klager is slechts omschreven hoe anderen hem typeerden. Door de door klager gecreëerde situatie hebben verweerders gekozen voor het schrijven van een profiel. Zij wijzen erop dat de noodzaak om wederhoor toe te passen minder geldt voor een profiel. Bovendien konden zij pas maandag terecht bij klager om wederhoor toe te passen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat een onnodig negatief beeld van klager is geschetst, waarbij onwaarheden zijn geuit en ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Volgens klager maakt de publicatie inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Een journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad) Verder hoeft een journalist bij het schrijven van een portret niet neutraal te werk te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. (vgl. RvdJ 2011/48)
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het gewraakte portret hebben gebaseerd op onder meer een aantal bronnen rondom klager, zijn website en het archief en daarbij voldoende zorgvuldigheid in acht hebben genomen. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende onderzocht hebben.
 
De Raad overweegt verder dat het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat het artikel een schets betreft van klager en dat de beschuldigende beweringen met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het standpunt van klager dat zijn partner verdacht wordt gemaakt en wordt beticht van onbetrouwbaarheid kan niet worden gevolgd. Uit de publicatie blijkt voldoende dat de vermelding van de naam en werkzaamheden van de partner van klager slechts dient ter verduidelijking van het daarvoor weergegeven citaat.
 
De Raad acht het – gezien het telefonisch contact tussen verweerders en klager en de inhoud van zijn reactie – aannemelijk dat de strekking van de publicatie aan klager voldoende duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat klager heeft volstaan met een summiere reactie dient voor zijn rekening te komen. Verder stelt de Raad vast dat de reactie van klager is opgenomen in het artikel.
 
Aangezien voorts niet is gebleken dat de publicatie relevante onjuistheden bevat, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. Y.M. de Haan, drs. ir. M.C.N. Mokveld en drs. P. Olsthoorn, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.