2011/72 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M. Bosch
 
tegen
 
F. Vos en de hoofdredacteur van Eigen! Arnhem
 
Bij brief van 22 juli 2011 met diverse bijlagen heeft M. Bosch te Arnhem (hierna: klager) een klacht ingediend tegen F. Vos en de hoofdredacteur van Eigen! Arnhem (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. C.M. Dreef, advocaat te Deventer, namens verweerders geantwoord in een brief van 8 september 2011. Klager heeft daarop nog gereageerd in een e-mailbericht van diezelfde datum.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 september 2011. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In de zomereditie van het tijdschrift Eigen! Arnhem, verschenen in juli 2011, is in de rubriek‘eigen spiritueel’ een artikelvan de hand van Vos verschenen onder de kop “tarotconsult” Het artikel opent met:
“In de nieuwe rubriek eigen spiritueel neemt de Arnhemse auteur Felicita Vos de lezer mee op haar ontdekkingsreis door het spirituele landschap. Deel 1: Tarotconsult.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
““Vind je het niet eng”, vroeg een vriendin me. Nee. Een tarotdeskundige een kijkje in mijn leven geven beangstigt mij niet. Het prikkelt eerder mijn nieuwsgierigheid. Wat zal hij zien? Zou het kloppen? En: kom maar op! Met een flinke dosis nuchterheid en een welwillende, maar kritische blik sta ik open voor de ervaring. Mijn tarotdeskundige heeft een praktijk met een zakelijke uitstraling. Hij is gekleed in een zwart pak en heeft niets zweverigs over zich. Gelukkig maar!
Mark Bosch wil de tarot meer onder de mensen brengen en organiseert tarotavonden als trendy tegenhanger van de tupperware party. Hij ziet het eeuwenoude spel niet als een vorm van waarzeggen.”
en
“En nu zit ik tegenover Mark die al babbelend een stapel kaarten over tafel uitwaaiert. Hij vraagt me onbevangen tien kaarten te pakken en legt deze in de vorm van een Keltisch kruis, een van de bekendste leggingen van de tarot.”
 
Bij het artikel is een foto geplaatst, waarop opengelegde tarotkaarten zijn afgebeeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij in april 2011 door Vos is benaderd met het verzoek mee te werken aan een publicatie waarbij Vos een tarotconsult krijgt en zij daarover een artikel schrijft. Klager heeft daarmee ingestemd onder de voorwaarden dat de publicatie een serieuze weergave van het consult zou betreffen en hij het artikel voor publicatie mocht controleren.
Volgens klager zou hij de tekst ruim voor de verschijning in juni toegestuurd krijgen en kon hij publicatie eventueel tegenhouden bij onwaarheden. Voorts zouden in de berichtgeving zijn naam, website en telefoonnummer worden vermeld.
Klager heeft naar aanleiding van een verstrekte conceptversie van het artikel aan Vos kenbaar gemaakt dat de legging geen Keltisch kruis betrof en opgemerkt dat zijn telefoonnummer en website niet in het artikel stonden vermeld. Nadat Vos hem had verzekerd dat alles in orde zou komen, is klager akkoord gegaan met de publicatie.
Vervolgens is het artikel verschenen in juli en is het magazine pas op verzoek van klager naar hem toegestuurd. In het artikel is geen website of telefoonnummer van klager vermeld. Ook bevat de uiteindelijke versie de passage over de Keltisch kruis-legging. Bij het artikel is een foto geplaatst met de tarotlegging, waarbij voor kenners duidelijk is dat het consult niet  gebaseerd is op een Keltisch kruis-legging.
Nadat klager zijn beklag heeft gedaan bij de hoofdredactie, is hem gemeld dat nooit adresgegevens bij redactionele artikelen worden geplaatst, maar dat dit aan Vos – die voor de eerste maal voor het tijdschrift werkte – kennelijk niet duidelijk was. Klager heeft daarop een onkostenvergoeding, advertentie of rectificatie gevraagd, hetgeen verweerders hebben geweigerd.
Klager voelt zich in zijn goede naam als tarotdeskundige aangetast en betoogt dat gemaakte afspraken niet zijn nagekomen. Hij wenst een rectificatie en vergoeding van gemaakte kosten. Klager brengt naar voren dat hij zijn medewerking aan de publicatie heeft verleend, omdat hij het als zijn missie beschouwt om tarot meer bekendheid te geven bij het publiek. Hij meende aan de samenwerking een mooi artikel en gratis reclame over te houden. In plaats daarvan is tarot echter in een vervelend daglicht gezet, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat de gewraakte berichtgeving deel uitmaakt van een serie artikelen over persoonlijke ervaringen met spiritualiteit. Voor het bewuste artikel heeft Vos een afspraak gemaakt met klager voor een gratis tarotconsult. Vervolgens heeft zij in het artikel haar persoonlijke visie op en ervaring over het consult en de ontmoeting met klager waarheidsgetrouw weergegeven. Daarbij heeft Vos – als leek – omschreven dat de kaarten in de vorm van een Keltisch Kruis zijn gelegd. In de berichtgeving wordt de legging geen ‘Keltisch kruis-legging’ genoemd.
Verder stellen verweerders dat klager kennelijk teleurgesteld is in de wijze waarop zijn naam en bedrijfsgegevens zijn vermeld en daarom achteraf een buitensporig hoge vergoeding wenst te krijgen voor zijn arbeid en faciliteiten. Volgens verweerders verliest klager daarbij uit het oog dat hij medewerking aan het artikel heeft toegezegd zonder daarbij een vergoeding te bedingen.
Verweerders benadrukken dat redactionele artikelen niet zijn bedoeld om reclame te verkrijgen voor bedrijfsmatige activiteiten; een redactioneel artikel dient te worden onderscheiden van een advertorial. Klager had advertentieruimte kunnen kopen in het tijdschrift, maar heeft dat niet gedaan.
Verweerders concluderen dat de klacht ongegrond is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. in de berichtgeving is ten onrechte melding gemaakt van een Keltisch kruis-legging;
  2. verweerders zijn de gemaakte afspraken met betrekking tot de vermelding van klagers gegevens niet nagekomen.
Ad 1.
De geplaatste foto – die er, blijkens het klaagschrift, volgens klager prima uitzag – geeft kennelijk weer op welke wijze klager de tarotkaarten tijdens het consult daadwerkelijk heeft gelegd. Klager heeft aangevoerd dat die legging geen ‘Keltisch kruis-legging’ betreft en dat hij dit vóór de publicatie aan Vos heeft kenbaar gemaakt. Niettemin heeft Vos de legging in het artikel – als leek – verwoord als ‘vorm van een Keltisch kruis’.
Het had verweerders gesierd als zij de tekst op dit punt hadden aangepast, nadat klager hen hierop had gewezen. Naar het oordeel van de Raad is echter geen sprake van een zodanig ernstige omissie, dat daarmee de grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van andere feitelijke onjuistheden, die zouden kunnen leiden tot gegrondheid van dit onderdeel van de klacht, is niet gebleken.
 
Ad 2.
Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat hij voorafgaand aan het interview met Vos heeft afgesproken dat zijn naam, telefoonnummer en website in de berichtgeving zouden worden vermeld. Dit is door verweerders niet betwist. Naar het oordeel van de Raad mocht klager er dan ook van uitgaan dat Vos de gemaakte afspraak zou nakomen.
Het standpunt van verweerders dat bij redactionele artikelen nooit gegevens van betrokkenen worden geplaatst, maar dat Vos met die praktijk kennelijk (nog) niet bekend was, betreft een interne aangelegenheid tussen journalist en (hoofd)redactie en kan klager niet worden tegengeworpen.
Door bewust een dergelijke afspraak met klager te maken en deze vervolgens niet na te komen, hebben verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is dan ook gegrond.
 
Ten overvloede merkt de Raad op dat het niet aan hem is om zich uit te laten over mogelijke schade die door klager is geleden.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het schenden van afspraken inzake de vermelding van gegevens van klager. Voor zover de klacht is gericht tegen de vermelding ‘vorm van een Keltisch kruis’ is deze ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Eigen! Arnhem te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 november 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken,  dr. H.J. Evers, mr. T.E. Klein en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, plaatsvervangend secretaris.