2011/70 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
1. T. van der Mee en de hoofdredacteur van het AD
2. J. Snel en de hoofdredacteur van ‘Blauw Bloed’ (Evangelische Omroep)
 
Op 3 januari 2011 heeft de Raad vier brieven van X (hierna: klager) ontvangen, gedateerd 1 november 2010 (2 maal), 16 december 2010 en 21 december 2010. Vervolgens heeft de Raad op 18 februari 2011 een brief van klager ontvangen, gedateerd 29 januari/12 februari 2011. In zijn brieven heeft klager diverse media genoemd, waaronder het AD en EO-‘Blauw Bloed’.
 
De voorzitter en de secretaris van de Raad hebben bij beslissing van 14 maart 2011 (VS 2011/2) op de voet van artikel 4a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad geoordeeld dat de Raad evident onbevoegd is om te oordelen over uitlatingen van politie en justitie. Voor zover de klacht betrekking heeft op de berichtgeving in diverse media hebben de voorzitter en secretaris klager in zijn klacht evident niet-ontvankelijk verklaard.
 
Bij brief van 27 maart 2011 met diverse bijlagen, ontvangen op 5 april 2011, heeft klager conform artikel 4a lid 4 van het Reglement beroep aangetekend tegen de beslissing van de voorzitter en de secretaris van de Raad van 14 maart 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 mei 2011, en wel conform artikel 4a lid 5 van het Reglement door een Kamer als bedoeld in artikel 1 van het Reglement op basis van schriftelijke stukken.
 
Bij brief van 21 juni 2011 heeft de adjunct-secretaris van de Raad klager vervolgens laten weten dat hij conform artikel 4a lid 4 van het Reglement geldende termijn van veertien dagen voor het indienen van het beroep heeft overschreden. Daarbij is klager verzocht de overschrijding van de termijn toe te lichten. Klager heeft hierop gereageerd bij brief van 27 juni 2011.
 
Bij beslissing van de Raad voor de Journalistiek van 21 juli 2011 (RvdJ 2011/B1) heeft de Raad geoordeeld dat klager ondanks de termijnoverschrijding in zijn beroep kan worden ontvangen. De Raad heeft daartoe overwogen dat klager heeft aangevoerd dat hij gedetineerd is en dat de in- en uitgaande post in penitentiaire inrichtingen lange tijd nodig heeft om op de bestemming aan te komen. Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klager aangevoerde omstandigheden worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden waardoor de termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. Daarbij heeft de Raad in aanmerking genomen dat voor het indienen van beroep een relatief korte termijn geldt en dat klager voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor hem – gezien zijn detentie – niet mogelijk was zijn beroep eerder in te dienen.
 
Verder heeft de Raad het beroep gegrond verklaard voor zover gericht tegen de evident niet-ontvankelijk verklaring betreffende de volgende publicaties:
-          “De koningin draagt een zware last” van de hand van T. van der Mee in het AD van 22 september 2010, waarin volgens klager door de journalist een bevooroordeelde mening en valse informatie wordt gegeven;
-          de uitzending van Blauw Bloed (EO) van 26 september 2010, waarin volgens klager de presentator P. Snel zich beledigend over hem uitlaat.
De Raad heeft het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Conform artikel 4a lid 6 van het Reglement is de klacht deels in behandeling genomen.
 
Bij brief van 5 augustus 2011 met twee bijlagen heeft B. Verkade, zakelijk hoofdredacteur AD Nieuwsmedia, namens verweerders ad 1. op de klacht gereageerd.
Bij brief van 26 augustus 2011 met twee bijlagen heeft D.J. Aarten, eindredacteur Blauw Bloed, namens verweerders ad 2. op de klacht geantwoord.
 
Nadat de schriftelijke stukkenwisseling was gesloten heeft klager in brieven van 18 en 30 augustus 2011 zijn klacht nog nader toegelicht. Aangezien verweerders hiertegen bezwaar hebben gemaakt, zijn deze brieven niet bij de beoordeling van de klacht betrokken.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 september 2011. Klager is daar niet verschenen. Namens verweerders ad 1. is daar P. de Jonge, hoofdredacteur, verschenen. Namens verweerders ad 2. zijn voornoemde Aarten en mw. T. van der Velde, manager Royalty van de EO, verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending van Blauw Bloed bekeken.
 
DE FEITEN
 
Klager is op Prinsjesdag 2010 (21 september) aangehouden omdat hij een glazen waxinelichthouder naar de gouden koets heeft gegooid. Diverse media hebben over dit incident en de daarop volgende strafzaak tegen klager bericht, waaronder verweerders.
 
Op 22 september 2010 is in het AD een artikel van de hand van Van der Mee verschenen met de kop ”De koningin draagt een zware last”. De intro van het artikel luidt:
“Voor de derde keer is een publiek optreden van koningin Beatrix verstoord. Na Karst (…) en de Damschreeuwer tart nu een gestoorde Winterswijker de aanraakbaarheid van de Oranjes. Hoeveel kan de 72-jarige vorstin nog verdragen?”
Verder is in het artikel onder meer vermeld:
“En dan is er nu de 29-jarige psychisch gestoorde man uit Winterwijk die de Gouden Koets bekogelde met een waxinelichthouder, precies aan de kant van Beatrix.”
en
“Het zijn autochtone zonderlingen met een psychische stoornis, die niet altijd opvallen.”
en
“Nederland is geen totalitaire staat of dictatoriaal regime, waar kopstukken weten dat aanslagen altijd op de loer liggen. Dit is Nederland, toonbeeld van vrijheid en democratie.”
en
“Al jaren wordt gespeculeerd over haar aftreden. Beatrix zal dat pas doen als de omstandigheden gunstig zijn, als er een stabiele regering is en Willem-Alexander klaar is voor de troon. Ze offert zichzelf op om hem die tijd te gunnen. Meer dan ooit zal ze verlangen naar het moment dat ze geen koningin meer is. Dat ze niet altijd beschikbaar moet zijn. De majesteit is ook maar een mens. Dat is ze de laatste jaren meer dan ooit, tegen wil en dank.”
 
Verder is op 26 september 2010 in het televisieprogramma Blauw Bloed melding gemaakt van het incident. In de aankondiging van het item is onder meer bericht:
“Prinsjesdag 2010 werd een andere dan anderen. (...)Een gestoorde man die iets naar de gouden koets gooide en een troonrede die geschreven werd door een kabinet dat nog maar kort zal zitten. (...)”.
Voorts heeft presentator Snel, bij het tonen van de beelden van de gouden koets, onder meer gezegd:
“Als de gouden koets de Heulstraat inrijdt gooit een verwarde man een waxinelichthouder naar het rijtuig. Hoewel er geen schade is heeft dit zoveelste incident in korte tijd ongetwijfeld zijn weerslag op de Koninklijke familie.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Ten aanzien van de publicatie in het AD stelt klager dat de journalist een bevooroordeelde mening en valse informatie heeft gegeven. Klager maakt vooral bezwaar tegen het gebruik van de termen ‘verward’, ‘gestoorde’, ‘psychisch gestoorde man’ en ‘zonderling met een psychische stoornis’ in het artikel. Klager is het met deze bewoordingen niet eens en vindt zichzelf eerder een democraat die schandalige zaken van de Koninklijke familie aan de orde stelt. Het artikel is volgens hem ook onjuist, omdat hij al twee jaar in Lichtenvoorde woont. Klager bestrijdt verder dat Nederland een toonbeeld van vrijheid en democratie is en geen dictatoriaal regime heeft. Volgens klager bestaat er heden ten dage geen tot weinig democratie in Nederland en heeft Willem-Alexander geen recht op de troon.
Met betrekking tot de uitzending van Blauw Bloed maakt klager bezwaar tegen het gebruik van de termen ‘gestoorde man’ en ‘verwarde man’. Hij vindt deze woorden beledigend. Klager licht toe dat hij zijn daad heeft uitgevoerd, omdat politie en justitie zijn aanklacht tegen de Koninklijke familie niet juist hebben behandeld.
 
Verweerders ad 1. stellen dat zij niet onzorgvuldig hebben gehandeld. De daad van klager was zeer groot nieuws. Naast alle nieuwsartikelen heeft de journalist een meer analyserend artikel geschreven. Daarin beschrijft hij de impact van de daad van klager op de Nederlandse samenleving. De informatie voor het artikel heeft de journalist verkregen uit berichten van het ANP, dat zich weer heeft gebaseerd op persberichten en informatie van de politie. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van die informatie te twijfelen en overigens bestond er geen mogelijkheid om de informatie te verifiëren.
De kwalificaties ten aanzien van de psychische gesteldheid van klager zijn gebaseerd op berichten die de politie hierover naar buiten heeft gebracht. Binnen het kader van de door de journalist geschreven analyse zijn de synoniemen met voldoende zorgvuldigheid gekozen, passend binnen de context die de politie had geschetst.
Voor zover sprake was van feitelijke onjuistheden stellen verweerders ad 1. dat deze begrijpelijk zijn ontstaan en overgenomen van officiële bronnen. Ter zitting benadrukt De Jonge in dit verband dat het gewraakte artikel één dag na het incident is verschenen. De onjuistheid ten aanzien van de woonplaats van klager is vervolgens rechtgezet.  

Verweerders ad 2. stellen voorop dat presentator Snel alleen teksten heeft uitgesproken. Het louter voorlezen van tekst, die door de redactie onder verantwoordelijkheid van de eindredacteur is geschreven, is op zichzelf geen journalistieke gedraging. Van een boordeling van de klacht tegen Snel kan daarom geen sprake zijn, aldus verweerders ad 2.
Verder menen zij dat de klacht in wezen niets anders is dan een poging van klager om via de Raad de pers aan zijn kant te krijgen in diens strijd tegen politie, justitie en de Koninklijke familie. Hetgeen dat klager wenst, past niet binnen de doelstellingen van de Raad. Bovendien is door de uitwisseling van stukken in het kader van deze procedure feitelijk voldaan aan de wens van klager om zijn brieven aan diverse media door te sturen. De klacht behoeft daarom niet meer te worden besproken, aldus verweerders ad 2.
Voor het geval de Raad zich niettemin over de klacht uitlaat, wijzen zij verder op de context van het gewraakte programma-onderdeel: die van grote onrust bij officiële gebeurtenissen, zoals de Dodenherdenking en Koninginnedag. Met het oog op de maatschappelijke onrust is het geven van informatie van groot belang. Daarbij kan niet worden volstaan met louter feitelijke berichtgeving, maar dient ook informatie te worden gegeven over de achterliggende reden van het handelen van klager. Die informatie is in summiere bewoordingen gegeven.
Voorts stellen verweerders ad 2. dat de gebruikte termen ‘gestoord’ en ‘verward’ afkomstig zijn van een politiewoordvoerder. Klager heeft in zijn stukken niet aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van een leugen van politie en justitie. De termen zijn feitelijk en niet onnodig grievend: ‘gestoord’ betekent ‘abnormaal op het geestelijke vlak’ en ‘verward’ betekent ‘in de war’. Dit zijn bescheiden woorden zowel in vergelijking met wat elders in de media over klager is gezegd als in vergelijking met de woorden die klager gebruikt ten aanzien van politie, justitie en het Koninklijk huis.
Verweerders ad 2. concluderen dat de klacht onterecht is.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID VAN KLAGER
 
De Jonge heeft ter zitting namens verweerders ad 1. bezwaar gemaakt tegen de ontvankelijk-verklaring van klager in diens beroep tegen de beslissing van de voorzitter en secretaris van 14 maart 2011.
De Raad overweegt dat daarover reeds uitspraak is gedaan bij beslissing van 21 juli 2011, met de motivering als hiervoor onder ‘De Feiten’ weergegeven, en dat een nieuwe beoordeling van die ontvankelijkheid in het kader van de onderhavige inhoudelijke behandeling van de klacht niet aan de orde is.
 
Verweerders ad 2. hebben aangevoerd dat aan de wens van klager feitelijk is voldaan omdat diens stukken naar verweerders zijn gestuurd, zodat klager geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn klacht.
De Raad is echter van oordeel dat de klacht, voor zover ontvankelijk verklaard bij beslissing van 21 juli 2011, (mede) is gericht tegen de wijze waarop klager is aangeduid in de gewraakte uitzending van Blauw Bloed. Niet valt in te zien dat klager geen belang heeft bij een oordeel van de Raad ter zake.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Ingevolge het tweede lid van artikel 4, aanhef en sub c, voor zover thans van belang, moet onder journalist worden verstaan: “degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van programma’s die worden verspreid door radio en televisie, voor zover deze bestaan uit nieuws, reportages, beschouwingen of rubrieken van informatieve aard”.
 
De Raad overweegt dat het feit dat Snel als presentator van het programma Blauw Bloed reeds bestaande teksten heeft uitgesproken, nog niet maakt dat hij niet heeft gehandeld als journalist. De presentator heeft met het uitspreken van die teksten immers meegewerkt aan de redactionele samenstelling van het programma c.q. maakt door het uitspreken van de teksten onderdeel uit van de uitvoering van die redactionele samenstelling.
Naar het oordeel van de Raad is verder duidelijk dat de berichtgeving over de daad van klager nieuwswaarde en elementen van journalistieke aard heeft. Er is derhalve sprake van een journalistieke gedraging in de zin van de Statuten, zodat de Raad zich daarover zal uitspreken.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat zowel verweerders ad 1. als verweerders ad 2. onjuiste, grievende kwalificaties hebben gebruikt ter aanduiding van klager. De Raad zal zich tot die kern beperken.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw behoort te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. De journalist dient verder eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.1. en 1.5 van de Leidraad van de Raad)
 
Voorts overweegt de Raad dat bij het gebruik van kwalificaties ten aanzien van de psychische gesteldheid van degene waarover wordt bericht – zoals in dit geval de aanduidingen ‘verward’ en ‘gestoord’ – bijzondere zorgvuldigheid is geboden.
In dit geval is de kwalificatie ‘verward’ overgenomen uit de persberichten van de politie die over de zaak zijn uitgebracht. In die persberichten is ter zake vermeld dat klager in het eerste contact met de politie verward overkomt. Met het overnemen van deze kwalificatie hebben verweerders – gelet op het feit dat een persbericht van de politie in het algemeen als betrouwbare bron kan worden aangemerkt – niet onzorgvuldig gehandeld.
In de persberichten van de politie is verder vermeld dat klager een psychiatrisch verleden heeft. Gezien de maatschappelijke onrust die is opgetreden naar aanleiding van de daad van klager en in aanmerking genomen dat hij bij de politie verward is overgekomen, hebben verweerders in dit geval niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld door ten aanzien van klager de aanduidingen ‘gestoord’ en ‘psychische stoornis’ te hanteren. Daarbij overweegt de Raad dat verweerders met die aanduidingen niet hebben beoogd klager in medische zin te kwalificeren. In de berichtgeving is duidelijk aangesloten bij de formuleringen van politie en justitie en bij dagelijks spraakgebruik voor ‘afwijkend gedrag’.
 
Nu overigens niet is gebleken dat de gewraakte berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat of verweerders anderszins journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld, komt de Raad tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 28 oktober 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch, mw. F. Santing en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.