2011/66 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. van de Bunt
 
tegen
 
mw. B. van Egmond, M. Bergman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant
 
Bij brief van 1 juni 2011 met twaalf bijlagen heeft J. van de Bunt te Zuid-Scharwoude (hierna: klager) een klacht ingediend tegen mw. B. van Egmond, M. Bergman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant (hierna: verweerders). Bij brief van 8 juni 2011 heeft de adjunct-secretaris van de Raad aan klager verzocht te motiveren waarom niet-ontvankelijkverklaring achterwege kan blijven voor zover de klacht gericht is tegen de publicaties van 7 september 2010, 9 september 2010, 14 september 2010 en 29 oktober 2010. Klager heeft hierop gereageerd in een schrijven van 14 juni 2011.  
 
Vervolgens heeft klager bij brief van 27 juni 2011 nog een bijlage overgelegd. Hierop heeft P. Hovestad, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 juli 2011. Verweerders hebben bij brief van 1 augustus 2011 eveneens een aanvullende bijlage overgelegd. Klager heeft daarop gereageerd middels een e-mailbericht van 9 augustus met twee bijlagen. Tot slot heeft klager via een e-mailbericht van 11 augustus 2011 nog een aanvullende bijlage overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 augustus 2011, in aanwezigheid van klager die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 7, 9 en 14 september 2010 zijn in de Alkmaarsche Courant publicaties verschenen onder de koppen “ZoWieZo wil beginnen, maar mag dat niet”, “ZoWiezo gaat voorlopig niet open” en “Gefrustereerd over sluiting ZowWieZo”. Op 29 oktober 2010 is in de Alkmaarsche Courant een publicatie verschenen onder de kop “Opening BSO ZoWieZo nog altijd onzeker”.
 
Vervolgens is op 8 januari 2011 een artikel in de Alkmaarsche Courant verschenen onder de kop “Kinderdagverblijf krijgt fiat college”. Het artikel opent met:
“Het college van Langedijk stemt in met de vestiging van een kinderdagverblijf aan de Korteweide in Zuid-Scharwoude. De bezwaren van ruim twintig omwonenden neemt het college daarmee niet over.”
Het artikel sluit met:
“Tegen de komst van het kinderdagverblijf is fel geprotesteerd. Zo stelden de bezwaarmakers onder meer dat geprobeerd is de gemeente te misleiden door te stellen dat het hele pand in een kinderdagverblijf verandert. Het college stelt echter dat de tekeningen duidelijk aangeven dat een deel kantoor blijft.”
 

Op 11 februari 2011 iseen artikel in de Alkmaarsche Courant verschenen onder de kop “ZoWieZo hoeft niet per direct dicht”. Het artikel opent met:
“Er is geen aanleiding om kinderdagverblijf ZoWieZo in Langedijk via een voorlopige voorziening per direct te sluiten. Dit moest gistermorgen ook de indiener van het verzoek tot directe sluiting, buurman Jan van de Bunt, tijdens een zitting van de bestuursrechter erkennen.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Van de Bunt had een uitgebreid pakket stukken bij zijn verzoek gevoegd om zijn argumenten kracht bij te zetten en om het spoedeisende karakter aan te tonen dat een voorlopige voorziening eist. In zijn pleidooi wees hij vooral op het falen van de gemeente Langedijk, die in zijn ogen verzuimd had te handhaven, daar waar het wel zou hebben gemoeten. Daardoor zouden de rechten van de omwonenden met de voeten zijn getreden .
Hij voerde aan dat exploitante Susan Velding geen bouwvergunning had en geen geldige verklaring omtrent gedrag om een kinderopvang te mogen runnen. Dit alles had hij herhaalde keren aan de gemeente gemeld. „Maar wij kregen te maken met handhavingsambtenaren die niet schroomden te kiezen voor ambtshalve plichtsverzuim, daarmee te kennende gevende dat zij boven de wet staan”, aldus Van de Bunt. Daarom verzocht hij de bestuursrechter ZoWieZo direct te sluiten. Volgens hem is er ook alle reden toe de betreffende ambtenaren te ontslaan.”
 
Op 22 april 2011 iseen artikel in de Alkmaarsche Courant verschenen onder de kop “ZoWieZo kan eindelijk door”. De intro van dit artikel luidt:
“Ze vindt het fijn dat ze weer is bevrijd. Bevrijd van de rechtszaken die tegen haar kinderdagverblijf ZoWieZo waren aangespannen. Directeur Susan Veldink heeft weliswaar financiële schade geleden, maar is blij dat die periode achter de rug is. „Ik kan eindelijk weer ondernemen.””
In het artikel wordt vervolgens een beschrijving gegeven van de gang van zaken in het kinderdagverblijf. Het artikel sluit af met:
“Onlangs was er een open dag in het kinderdagverblijf. „Om tien uur was er nog niemand, dus ik kon nog snel even koekjes gaan kopen. Toen ik terugkwam stonden er opeens heel veel fietsen. Ook een aantal tegenstanders kwam kijken. Een van hen heeft zich zelfs aangemeld als vrijwilliger!””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de gewraakte berichtgeving over de kinderopvang in zijn wijk eenzijdig is doordat verweerders slechts één keer met hem hebben gesproken. Hij meent hierdoor – samen met andere omwonenden – in zijn rechtsbelangen te zijn geschaad. Klager stelt dat er geen aanvullende research naar de gang van zaken op de kinderopvang is gedaan. Daarnaast hebben verweerders nagelaten om informatie van de gemeente te verifiëren bij omwonenden. Daardoor hebben verweerders bijgedragen aan een verkeerd beeld over het beleid van de gemeente.
Verweerders hebben volgens klager opzettelijk verzuimd om ouders te informeren over de gevaren die kinderen lopen bij de kinderopvang, terwijl uit onderzoeksrapporten blijkt dat sprake is van wantoestanden. De berichtgeving is uitsluitend gebaseerd op de visie van de exploitant en de gemeente. Klager stelt dat verweerders zich in het conflict partijdig hebben opgesteld.
De berichtgeving op 7 september 2010 is tot stand gekomen doordat klager de krant heeft benaderd. Er heeft volgens hem geen wederhoor bij de gemeente plaatsgevonden. In de publicatie op 9 september 2010 zijn omwonenden niet gehoord. Indien verweerders dit niet hadden nagelaten, was de berichtgeving waarheidsgetrouwer geweest.
In het artikel van 14 september 2010 komt volgens klager slechts de visie van de exploitant van de kinderopvang naar voren. Verweerders hebben geen onderzoek gedaan naar de werkelijke situatie rond de kinderopvang. Het citaat van de exploitant waarin staat dat de problemen betrekking hebben op het bestemmingsplan, is volgens klager onjuist.
Met betrekking tot de berichtgeving van 29 oktober 2010 stelt klager dat buurtbewoners wederom ten onrechte niet zijn gehoord. Wanneer er wederhoor was toegepast had kenbaar gemaakt kunnen worden dat het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om niet te handhaven. Verder blijkt uit een passage dat verweerders geen kennis hadden van een eerdere aanschrijving.
Klager meent dat de publicatie van 8 januari 2011 is verschenen op verzoek van de gemeente. De bezwaren van omwonenden zijn daarbij niet verwoord. Hij stelt dat verweerders fungeren als loopjongens van de gemeente en zij alles publiceren wat de gemeente meldt. In dat kader wijst klager op een bericht op de website ‘De Researcher’, waarin Bergman zegt dat journalisten minder informatie van de gemeente krijgen wanneer zij kritisch schrijven. Ter zitting meldt klager dat duidelijk wordt dat met name Bergman zich laat manipuleren door de gemeente. Verweerders schaden volgens hem het vertrouwen in de journalistiek, omdat inwoners van de gemeente uitsluitend informatie krijgen die de gemeente welgevallig is.
In de berichtgeving van 11 februari 2011 hebben verweerders zich laten misleiden door de exploitant van de kinderopvang, aldus klager. Ook de publicatie van 22 april 2011 is slechts gebaseerd op de onjuiste informatie van deze bron. Er is volgens klager geen research naar de problemen gedaan, terwijl er een drietal rapporten door de GGD naar buiten is gebracht. Uit deze rapporten blijkt dat de gemeente wordt geadviseerd om te handhaven. Klager stelt dat verweerders het niet nodig achtten om anderen in deze zaak te horen, wat volgens hem verstrekkende gevolgen heeft. Verweerders schaden met de publicaties namelijk de rechtsbelangen van klager en omwonenden, omdat er nog altijd een rechtszaak loopt. De kern van de berichtgeving dat de kinderopvang kan beginnen, is volgens klager onjuist, omdat er voldoende argumenten voor buurtbewoners zijn om te procederen. Ter zitting stelt klager dat de indruk wordt gewekt dat de exploitant bevrijd is van rechtszaken.
In een overleg met verweerders heeft klager verzocht om wederhoor toe te passen en een artikel te plaatsen dat recht doet aan alle partijen. Daarvoor heeft klager tevens bewijzen aangeleverd. Verweerders hebben volgens klager echter besloten geen verdere aandacht aan de zaak te besteden. Zij bevestigen hiermee de schade aan de ouders en omwonenden, aldus klager.
Ten slotte stelt klager dat de reeks artikelen als onlosmakelijk met elkaar verbonden kan worden gezien. Hij meent dat de klacht bij de Raad weliswaar niet binnen zes maanden na publicatie is ingediend, maar de berichtgeving een proces betreft en geschreven is door dezelfde redacteuren. Omdat de reeks inmiddels is afgesloten, kan er door hem geen beroep meer worden gedaan op wederhoor. Derhalve dient volgens klager een niet-ontvankelijkverklaring achterwege te blijven.
 
Verweerders stellen dat in de berichtgeving van 7 september 2010 de inhoudelijke feiten correct zijn weergegeven, het standpunt van de buurt is verwoord en twee dagen later een vervolgartikel is gepubliceerd. In dit artikel geeft de wethouder een toelichting op het standpunt van de gemeente.
Het standpunt van de exploitant in de berichtgeving op 14 september 2010 betreft saillante informatie, aldus verweerders. In de berichtgeving wordt niet gesuggereerd dat het bestemmingsplan de enige oorzaak is van de problemen betreffende de opening van de kinderopvang, omdat ook wordt gerefereerd aan een brandweerinspectie. Verweerders benadrukken dat zij hun werk onafhankelijk verrichten.

Voor zover de klacht de berichtgeving op 29 oktober 2010 betreft, merken verweerders op dat daarin naar voren komt dat klager bezwaren heeft en hij de gemeente heeft verzocht te handhaven. Dit is volgens hen juiste informatie.
In het artikel van 8 januari 2011 wordt informatief bericht over een genomen besluit. Dat dit besluit klager niet bevalt, moet hij de gemeente verwijten, aldus verweerders. Volgens hen zijn de klachten tegen de berichtgeving op 11 februari 2011 eveneens ongegrond. Verweerders menen dat de berichtgeving slechts een verslag van een rechtszitting betreft.
De berichtgeving op 22 april 2011 betreft een reportage over de opening van de kinderopvang, hetgeen inhoudelijk en door de vormgeving wordt benadrukt. In de aanhef verwoordt de reportage het gevoel van de exploitant, die blij is om na rechtszaken weer te ondernemen. Verweerders menen dat dit mogelijk voor klager vervelend is, maar dit niet betekent dat de exploitant haar gevoelens niet mag uiten. De exploitant vertrouwde er kennelijk op dat de door klager genoemde procedures de exploitatie niet in de weg staan.
Met betrekking tot de klacht dat verweerders niet zijn ingegaan op een verzoek om over het onderwerp een nieuwsverhaal te brengen, stellen verweerders dat zij zelfstandig een afweging maken of er aanleiding bestaat voor publicaties. Omdat de rechtszitting en het handelen van de gemeente voornamelijk een papieren gevecht betreffen, is besloten om af te wachten wat de procedures opleveren. Wanneer er verrassende uitkomsten zijn, dan zal hierover worden bericht. Verweerders benadrukken dat zij overigens niet verplicht zijn om de gronden voor deze afweging aan klager mee te delen. Ten slotte stellen verweerders dat aan klager geen toestemming hoeft te worden gevraagd voor het publiceren van zijn naam. Met betrekking tot het citaat op de website ‘De Researcher’ verzoeken verweerders om kennis te nemen van de volledige berichtgeving.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID voor zover de klacht is gericht tegen de artikelen in de Alkmaarsche Courant van 7, 9 en 14 september 2010 en 29 oktober 2010.
 
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest. 
Vaststaat dat de klachten tegen de artikelen van 7, 9 en 14 september 2010 en 29 oktober2010 niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad zijn binnengekomen.
Klager heeft aangevoerd dat sprake is van een reeks artikelen van de hand van verweerders, waarbij is besloten geen vervolgpublicaties aan het onderwerp te wijden. Hierdoor kan klager geen beroep meer doen op wederhoor.

Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klager aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding klager redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. Voor zover de klacht is gericht tegen de berichtgeving van 7 september 2010, 9 september 2010, 14 september 2010 en 29 oktober 2010 moet klager daarin dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat vervolgens opnieuw artikelen over klager zijn verschenen waartegen hij bezwaar maakt, doet daaraan niet af. (vgl. onder meer: RvdJ 2011/58)
Het voorgaande neemt niet weg dat de Raad wel heeft kennis genomen van de artikelen als toelichting op de klacht voor zover deze is gericht tegen de overige publicaties.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad overweegt allereerst het volgende. Klager heeft kort voor de zitting nog aanvullende bijlagen overgelegd. De verzending van aanvullende stukken dient echter – in het kader van een behoorlijke klachtenbehandeling – tijdig voorafgaand aan de zitting te geschieden. Zowel de partijen als de Raadsleden dienen zich immers op de behandeling van een klacht deugdelijk te kunnen voorbereiden. De Raad zal de op 9 en 11 augustus 2011 verzonden stukken dan ook niet bij de klacht betrekken.
 
Kern van de klacht is dat het conflict van klager en zijn buurtbewoners met de kinderopvang in zijn wijk in de berichtgeving eenzijdig wordt belicht. Volgens klager is er onvoldoende wederhoor toegepast en is onvoldoende onderzoek verricht naar de juistheid van het standpunt van de gemeente.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
 
De Raad overweegt dat verweerders in de gewraakte publicaties aandacht hebben besteed aan een rechtszaak waarin klager de verzoeker was en aan een besluit van het college op een bezwaar van omwonenden. Daarnaast is een reportage verschenen betreffende de opening van de kinderopvang. In dat kader bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties over de procedures en conflicten tussen klager en de gemeente dan wel de kinderopvang, aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven.
 
In de berichtgeving over de bestuursrechtelijke procedure waarin klager partij is, komen zijn standpunten naar het oordeel van de Raad evenwel voldoende naar voren. Dit laat onverlet dat verweerders niet verplicht zijn de visie van klager in de berichtgeving rond de opening van het kinderdagverblijf te betrekken nu het artikel voornamelijk betrekking heeft op de werkwijze van de kinderopvang en er geen sprake is van enige diskwalificatie van klager.
 
Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat met de publicaties geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de publicaties van 7, 9 en 14 september 2010 en
29 oktober 2010 is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 oktober 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, M.C. Doolaard, T.R. Harkema, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.