2011/65 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M. Peters en R. Kluijver
 
tegen
 
L. Witteman en de hoofdredacteur van HP/De Tijd
 
Bij brief van 17 augustus 2011 heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens M. Peters en R. Kluijver (hierna: klagers) aangekondigd een klacht in te dienen tegen L. Witteman en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (hierna: verweerders) en verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek bij brief van 18 augustus 2011 toegewezen. Vervolgens heeft mr. Kaaks bij brief van 19 augustus 2011 met vijftien bijlagen een gemotiveerd klaagschrift ingediend.
Bij brief van 29 augustus 2011 met vijftien bijlagen heeft mw. mr. J.A.K. van den Berg, advocaat te Amsterdam, namens verweerders op de klacht gereageerd. Ten slotte hebben klagers bij brief van 31 augustus 2011 nog zeven aanvullende stukken overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 september 2011. Klagers zijn daar verschenen vergezeld door mr. Kaaks, die het standpunt van klagers heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Van de zijde van verweerders zijn voornoemde Witteman en F. Poorthuis, hoofdredacteur, vergezeld door mw. mr. Van den Berg, verschenen.
 
DE FEITEN
 
In HP/De Tijd van 5 augustus 2011, verschenen op 3 augustus 2011, is een artikel van de hand van Witteman gepubliceerd met de kop “Het Kamerlid, de liefde & de ontvoering”. Het artikel is op de voorpagina van het weekblad aangekondigd met de ankeiler “GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters - Medeplichtig aan kinderontvoering”.
In de inhoudsopgave is vermeld:
“Het GroenLinks-Kamerlid heeft een probleem. Ze verleent onderdak aan de kinderen van haar partner, die volgens de rechter bij hun moeder moeten wonen. Dat maakt haar medeplichtig aan ontvoering.”
In het hoofdredactioneel commentaar met de kop “Alles is privé, tenzij…” staat onder meer:
“(…) En het is dan ook in deze journalistieke traditie van een serieuze afweging tussen privé- en publicitair belang, dat u het verhaal moet duiden dat wij deze week brengen. Het gaat over een Nederlands Kamerlid dat een duidelijke wetsovertreding van haar partner kennelijk gedoogt. Het is en blijft dus niet onze gewoonte om over het privéleven van politici te schrijven (in ieder geval niet tijdens mijn watch), maar soms kun je niet anders dan zeggen: dit vraagt om publicatie. Een Nederlandse parlementariër heeft een voorbeeldfunctie. Als die zich niet aan de wet houdt, waarom zouden, wij gewone Nederlanders, het dan wel moeten doen. Zo simpel is het.”
De intro van het artikel luidt:
“De ‘geheime’ liefdesaffaire met haar Robert was voor haar werk als diplomate al niet handig. Zes jaar later heeft Mariko Peters, nu Tweede Kamerlid voor GroenLinks, zich zelfs medeplichtig gemaakt aan ontvoering van zijn kinderen. Dit blijkt uit documenten die in het bezit zijn van HP/De Tijd.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“De moeder heeft haar kroost in april voor het laatst gezien. Toen vertrokken de drie voor de duur van de paasvakantie naar het huis van Peters en Robert in Den Haag. Volgens afspraak hadden de kinderen na afloop van de vakantie moeten worden teruggebracht naar Engeland, waar ze wonen en naar school gaan. Robert, die bij de scheiding geen ouderlijk gezag verkreeg, volstaat echter met een brief, waarin hij zijn ex meedeelt dat hij de kinderen voorlopig in Den Haag houdt en ze daar op school zal doen. Dat hij met deze actie strafrechtelijke vervolging riskeert van zowel hemzelf als van Peters lijkt hij zich blijkens de brief, die in bezit is van HP/De Tijd, niet bewust.”
en
“In 2007 gaan Robert en zijn Spaanse vrouw alsnog uit elkaar, volgens de Spaanse wet. (...) Zijn ex verhuist dat jaar met de kinderen naar Engeland. Robert en zij tekenen een akkoord waarin wordt geregeld dat Robert de kinderen tijdens vakanties te zien krijgt. In die verklaring staat uitdrukkelijk dat de overeenkomst het volledige ouderlijk gezag van de moeder intact laat. Een tijdlang gaat dat goed, maar in de paasvakantie van dit jaar, in april, gaat het anders. Robert ontvangt zijn kinderen thuis in Den Haag, maar brengt ze niet terug naar Engeland. Als reden voert hij aan dat hij het niet eens is met het voornemen van zijn ex-vrouw om de kinderen tijdelijk onder te brengen bij hun oma in Frankrijk. Zijzelf wilde in de tussentijd een nieuwe woning zoeken en haar studie afmaken. In de brief aan zijn ex schrijft Robert: “De kinderen zouden moeten verblijven bij een van hun ouders, en ze kunnen prima hier wonen.” Als de drie kinderen ook de eerste schooldag na de paasvakantie nog niet terug zijn, stapt hun moeder naar de Child Abduction Unit in Engeland. Die neemt vervolgens contact op met de Centrale Autoriteit Internationale Kinderontvoering (onderdeel van het directoraat-generaal Preventie, Jeugd en Sancties van het Bestuursdepartement van Veiligheid en Justitie). Die concludeert eveneens dat hier sprake is van ontvoering en roept Robert op om de kinderen aan hun moeder terug te geven. Robert heeft een week de tijd om te reageren, anders ligt een gang naar de familierechter in het verschiet. De termijn verstrijkt. Op 25 juli laat de Nederlandse ontvoeringsautoriteit aan Roberts ex weten dat Robert alsnog heeft gereageerd en heeft verklaard dat hij bereid is om de zaak via mediation te vervolgen. Volgens het laatste bericht is zijn ex-vrouw daar echter niet toe bereid. Ze wil vóór alles de kinderen terug.
Dat er daadwerkelijk sprake is van ontvoering, blijkt uit de e-mails van de Nederlandse ontvoeringsautoriteit, waarin de term wordt gebezigd. Ook experts zeggen dat aan alle voorwaarden voor internationale ontvoering is voldaan.”
en
“Advocate Dianne Kroezen is eveneens gespecialiseerd in internationale ontvoeringszaken. “Op het ontvoeren van minderjarigen staat een gevangenisstraf van maximaal negen jaar, ook als de ontvoerder een van de ouders is. Zodra de andere ouder aangifte doet bij de politie, wordt tot vervolging overgegaan.” Ook Peters hangt dan strafrechtelijke vervolging boven het hoofd, blijkt uit de woorden van Kroezen. “Degene die de ontvoering gelegenheid verschaft, bijvoorbeeld door daarvoor toestemming te geven en de ontvoerde kinderen onderdak te bieden, riskeert vervolging wegens medeplichtigheid.””
Het slot van het artikel luidt:
“Uiteraard heeft HP/De Tijd zowel Mariko Peters als Jolande Sap om een reactie gevraagd. Beiden kregen een uitgebreide vragenlijst toegemaild. Alleen Peters reageerde, met een wel zeer kort mailtje. Ze schrijft: “Ik herken mij niet in de beschreven situatie noch in de gesuggereerde juridische kwalificaties. De daarin geïnsinueerde feitelijke situatie is onjuist. Dat HP/De Tijd op basis van feitelijke en juridische onjuistheden een verhaal wil maken, over de hoofden van kinderen, daar heb ik geen respect voor.”
Aan het verzoek om duidelijk te maken wat er dan precies niet klopt aan het artikel, wordt geen gehoor gegeven.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. In het artikel staat de bewering centraal dat Kluijver zich schuldig heeft gemaakt aan kinderontvoering en dat Peters daaraan medeplichtig is. Deze ernstige beschuldigingen worden echter niet gestaafd door de feiten, aldus klagers.
In hun toelichting hebben klagers uitvoerig de achtergrond van de kwestie geschetst, te weten de wijze waarop Kluijver en zijn ex-vrouw uit elkaar zijn gegaan en de gang van zaken rond het verblijf van de kinderen tijdens en na de paasvakantie.
Klagers stellen dat de passages in het artikel over het ouderlijk gezag en de uitspraken van rechters daarover onjuist zijn. Voorts bestond er geen duidelijke afspraak ten aanzien van het terugbrengen van de kinderen na de paasvakantie. Het is in elk geval altijd de bedoeling geweest dat dat op 6 augustus 2011 zou gebeuren. Daarmee is al geen sprake van kinderontvoering, aldus klagers. Deze en overige ontlastende informatie voor klagers, onder meer over de voorgeschiedenis en de scheiding, zijn weggelaten. Volgens klagers heeft het publiek zich aldus geen volledig, waarheidsgetrouw beeld van de kwestie kunnen vormen.
Verder stellen klagers dat de Centrale Autoriteit Internationale Kinderontvoeringtendentieus als ‘de Nederlandse ontvoeringsautoriteit’ is aangeduid. Ten onrechte is bovendien de indruk gewekt dat deze autoriteit onpartijdig is. De Centrale Autoriteit is opgetreden mede namens de ex-vrouw van klager en is daarbij uitgegaan van de door haar aangevoerde feiten en beweringen. Klagers benadrukken dat uit de brief van de autoriteit aan Kluijver geenszins kan worden opgemaakt dat daadwerkelijk sprake is van kinderontvoering en wijzen ter zake op het voorbehoud dat volgt uit de volgende passage: “Als de stellingen van de moeder, zoals hierboven genoemd, juist zijn dan (…)”
Klagers voegen hieraan toe dat verweerders geen enkel onderscheid hebben gemaakt tussen de kwalificatie ‘onttrekking aan het ouderlijk gezag’ (kinderontvoering) zoals bedoeld in het Haags Verdrag betreffende burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering en de delictsomschrijving van het misdrijf opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Klagers benadrukken dat nimmer strafrechtelijk aangifte tegen hen is gedaan. Er is dan ook sprake van een lichtvaardige verdachtmaking dat zij (mogelijk) een misdrijf zouden hebben gepleegd, aldus klagers.
Verder voeren zij aan dat de woorden van Dianne Kroezen, een van de opgevoerde deskundigen, zijn verdraaid. Zij heeft juist gezegd geen enkele uitlating over deze concrete zaak te kunnen doen, omdat zij daarvoor eerst bekend moest zijn met alle feiten en omstandigheden en zij heeft na de publicatie om rectificatie gevraagd. De e-mail van Kroezen dienaangaande is later in HP/De Tijd geplaatst.
Klagers stellen voorts dat het artikel volledig is gebaseerd op c.q. terug te voeren is tot één bron, te weten de ex-vrouw van Kluijver die, via de moeder van Kluijver, Witteman kent. Witteman weet bovendien dat de moeder van Kluijver de kant van diens ex-vrouw heeft gekozen en na de echtscheiding met haar zoon gebrouilleerd is geraakt. Nu klagers met de bron in conflict zijn, zijn verweerders ten onrechte niet extra oplettend en zorgvuldig geweest. Juist in dit geval had op een deugdelijke manier wederhoor moeten worden toegepast. Kluijver is echter niet gehoord en Peters is veel te laat om een reactie gevraagd. Peters was op vakantie en heeft pas op maandagochtend 1 augustus 2011 de vragen ontvangen. De deadline om te reageren was toen al verstreken en het blad zou bovendien die dag om 17:00 uur naar de drukker gaan. Bovendien heeft Peters geen voorinzage gekregen, zodat zij ook niet adequaat kon reageren. De vragen die aan haar en Jolande Sap zijn voorgelegd, gaven onvoldoende duidelijkheid over de aard van het artikel. Er klopte zoveel niet aan die vragen, dat Peters niet wist waar ze met reageren moest beginnen. Daarom heeft zij slechts een korte reactie gestuurd.
Klagers stellen ten slotte dat met de publicatie een ongerechtvaardigde inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer is gemaakt, die niet in een redelijke verhouding staat tot het maatschappelijke belang van de publicatie. De problematiek rond de omgang met en het verblijf van de kinderen van Kluijver behoort tot de besloten levenssfeer van klagers. Van enige invloed op het publieke functioneren van Peters is geen sprake.
Ter ondersteuning van hun standpunten hebben klagers diverse stukken overgelegd en onder meer verwezen naar brieven van Kluijvers advocaat aan de moeder en ex-vrouw van Kluijver, een bericht van Kluijver aan zijn ex-vrouw uit april 2011, de uitspraak van de Spaanse rechter over de echtscheiding, de reactie van Kluijver op het verzoek van de Centrale Autoriteit en een overeenkomst tussen Kluijver en zijn ex-vrouw over een omgangsregeling. Ten aanzien van dat laatste stuk benadrukken klagers dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘custody’ en ‘parential authority’ en dat Kluijver nooit afstand heeft gedaan van zijn ouderlijk gezag.
Klagers concluderen dat verweerders in strijd hebben gehandeld met essentiële journalistieke normen. Zij menen dat verweerders gedreven zijn geweest door vooringenomenheid, eenzijdigheid en sensatiezucht. Daarbij hebben verweerders zich volledig gebaseerd op eenzijdige, uit een rancuneuze bron aangereikte, informatie. Verweerders hebben gebruik gemaakt van gekleurde formuleringen, ontlastende informatie weggelaten en het beginsel van wederhoor niet deugdelijk toegepast. Verweerders hebben niet aan waarheidsgetrouwe, maar aan eenzijdige en tendentieuze berichtgeving gedaan, aldus klagers.

Verweerders stellen dat bij publicaties over laakbaar gedrag door personen die een openbare functie bekleden, een groot algemeen belang bestaat. Peters doet zich in haar publiek functioneren voor als voorstander van het recht als schepper van orde in de samenleving, terwijl zij daar in haar persoonlijke situatie op verschillende momenten tijdens haar leven geen blijk van heeft gegeven. De media hebben op dit punt een waakhondfunctie, te weten om ingeval van laakbare gedragingen van Kamerleden, daarover te publiceren. Verweerders hebben daarbij niet ontoelaatbaar gehandeld en er is geen onredelijke inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Juist vanwege de persoonlijke aard van het verhaal is gekozen voor een juridische insteek en een juridische duiding van de gebeurtenissen. Sommige feiten over de voorgeschiedenis van de kwestie alsmede de vermelding van de achternaam van Kluijver en de namen van diens kinderen zijn daarom bewust weggelaten.
Volgens verweerders vinden de beschuldigingen aan het adres van klagers zondermeer hun grondslag in het ter beschikking staande feitenmateriaal, dat uit veel meer bestaat dan één bron. Ter zake van de totstandkoming van het artikel verwijzen verweerders naar een column van Witteman, die zij op 20 augustus 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Daaruit blijkt dat Witteman niet is benaderd door de ex-vrouw van Kluijver, maar door een andere bron – in de column aangeduid als ‘kennis’ – te weten de moeder van Kluijver. Witteman heeft geen kant gekozen, maar op een journalistieke en juridische manier de kwestie onderzocht. Naar aanleiding van de informatie van de moeder van Kluijver heeft Witteman zelfstandig onderzoek gedaan, diverse personen gesproken en ander ondersteunend materiaal gevonden. Dat materiaal bestaat onder meer uit (e-mail)correspondenties tussen de Centrale Autoriteit Internationale Kinderontvoering en de ex-vrouw van Kluijver, tussen Kluijver en zijn ex-vrouw, tussen Peters en Kluijver uit 2005, tussen Sap en de ex-vrouw van Kluijver en tussen Kluijvers advocaat enerzijds en de moeder en ex-vrouw van Kluijver anderzijds. Verder beschikken verweerders over een e-mail van een Afghaanse advocaat die de ex-vrouw van Kluijver heeft vertegenwoordigd in een rechtszaak in Afghanistan, diverse stukken uit die rechtszaak tussen Kluijver en zijn ex-vrouw, stukken van ambassades, een overeenkomst tussen Kluijver en zijn ex-vrouw over een omgangsregeling, de uitspraak van de Spaanse rechter over de echtscheiding en een e-mail van een persoon die namens de ex-vrouw van Kluijver heeft getracht te bemiddelen tussen Kluijver en zijn ex-vrouw.
Volgens verweerders bevestigen deze bronnen niet de feiten zoals door klagers zijn gepresenteerd over onder meer de voorgeschiedenis, het ouderlijk gezag van Kluijver, de afspraken over het verblijf van de kinderen bij klagers en over de afgesproken terugbrengdatum van 6 augustus 2011. Op basis van het bij hen beschikbare feitenmateriaal, hebben zij kunnen overgaan tot publicatie. Uit de informatie die Witteman van deskundigen heeft verkregen, heeft zij mogen begrijpen dat hier sprake is van kinderontvoering. Kluijver heeft eenzijdig besloten de kinderen langer bij zich te houden dan afgesproken met zijn ex-vrouw, omdat hij het niet eens was met het voornemen van zijn ex-vrouw om de kinderen tijdelijk bij hun oma in Frankrijk te laten verblijven. Volgens de door Witteman geraadpleegde deskundigen is deze grond bij lange na niet voldoende om de kinderen bij zich te houden en aldus is sprake van internationale kinderontvoering. Verweerders menen dat op dit punt sprake is van een juridisch zeer duidelijke situatie. Bovendien blijkt uit de wet en de toelichting van de geraadpleegde juristen dat het redelijk is te stellen dat Kluijver strafrechtelijke vervolging riskeert, omdat hij zich mogelijk schuldig maakt aan overtreding van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht. Ook volgt hieruit dat Peters medeplichtigheid kan worden verweten. Overigens heeft Kluijver zich in de omgekeerde situatie, toen zijn ex-vrouw de kinderen zonder zijn toestemming had meegenomen, ook op het standpunt gesteld dat sprake was van ontvoering.
Verweerders wijzen erop dat uit het artikel blijkt dat Dianne Kroezen onafhankelijk van deze specifieke zaak heeft geadviseerd. Dat een ingekort citaat anders is uitgevallen dan zij had bedoeld, is ongelukkig en daarvoor zijn excuses aangeboden. De andere geïnterviewde deskundige heeft overigens na publicatie laten weten dat het een mooi artikel is geworden met veel terechte ophef tot gevolg.
Ten aanzien van de aanduiding van de Centrale Autoriteit Internationale Kinderontvoering stellen verweerders dat in het artikel nergens wordt vermeld dat het om een onafhankelijke, niet-partijdige instantie zou gaan. Het gaat echter wel om een overheidsorgaan, dat niet zomaar een zaak op zich neemt. Volgens de geraadpleegde juristen gaat het om een gezaghebbend orgaan. Verweerders benadrukken dat deze autoriteit in een e-mail aan de ex-vrouw van Kluijver heeft geschreven dat Kluijver ‘is informed about the abduction of the children’.
Verder stellen verweerders dat Peters en GroenLinks voldoende tijd hebben gehad om een reactie te geven. Op zondag 31 juli heeft Witteman contact opgenomen met de persvoorlichter van GroenLinks met het verzoek om de telefoonnummers van Sap en Peters. De persvoorlichter was niet bereid die nummers te verstrekken en heeft Witteman verzocht de vragen die zij zou willen stellen, aan de persvoorlichter te sturen. Dat heeft Witteman diezelfde dag gedaan in een e-mail van 13:15 uur. Daarbij heeft Witteman de woordvoerder gemeld dat zij graag maandag 1 augustus vóór 10:30 uur een reactie zou ontvangen, zodat er nog voldoende tijd zou zijn voor nadere gesprekken met Peters en/of Sap, voordat het blad die dag om 17:00 uur naar de drukker zou gaan. Maandag 1 augustus was nog niet definitief besloten dat het artikel zou worden gepubliceerd; dat wilden verweerders laten afhangen van de reacties van Peters en Sap. Wel waren verweerders, gezien de hoeveelheid ondersteunend materiaal, ervan overtuigd dat de reacties van Peters en Sap niet zouden kunnen afdoen aan de grondig onderzochte feiten. Vervolgens ontving Witteman maandag aan het begin van de ochtend van de woordvoerder van GroenLinks een sms-bericht met de mededeling dat de reactie van Peters eraan kwam. Die reactie volgde om 12:22 uur en bestond uit niet meer dan drie zinnen, waarin Peters niet inhoudelijk inging op de in de e-mail van Witteman gestelde vragen. Witteman heeft vervolgens zeer nadrukkelijk om een uitgebreidere beantwoording gevraagd. Zij ontving daarop het bericht van de persvoorlichter dat de gegeven reactie ‘is in antwoord op al uw vragen’. Voorts hebben verweerders dinsdag 2 augustus nog uitgebreid telefonisch contact gehad met Sap. Poorthuis heeft toen nadrukkelijk vermeld bereid te zijn de publicatie tegen te houden, indien er feitelijke argumenten tegen het verhaal bestonden. Dat laatste is echter niet gebleken. Ook op dinsdag hebben klagers nagelaten nader uit te wijden over wat feitelijk onjuist zou zijn aan het verhaal. Doordat klagers niet zijn ingegaan op de feiten, hebben zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om publicatie tegen te gaan, aldus verweerders.
Verweerders betogen dat zij klagers aldus voldoende gelegenheid tot wederhoor hebben geboden. Zij wijzen erop dat de korte reactie van Peters integraal is afgedrukt. Verder benadrukken zij dat Peters nimmer heeft gemeld, dat zij meer tijd nodig had om te reageren. Bovendien mag van politici worden verwacht dat zij altijd en snel, ook op zondag, bereikbaar zijn. Politici behoren in staat te zijn stukken snel te bestuderen en daarop een reactie te formuleren, zeker als zij – zoals in dit geval – bekend zijn met de inhoud van de stukken. Overigens heeft Peters, Sap noch de woordvoerder op zondag of maandagochtend om inzage van het conceptartikel verzocht. Het verzoek tot inzage van Sap en de woordvoerder kwam pas op dinsdag bij HP/De Tijd binnen, toen het nummer al bij de drukker lag. Op dat moment was het niet meer opportuun de tekst nog op te sturen. Daarbij komt dat volledige inzage van hetgeen zou worden gepubliceerd, volgens de Leidraad van de Raad niet verplicht is. Voorts stellen verweerders dat het vanwege de potentiële politieke impact en de focus van het artikel op Peters, voor de handliggend was haar om een reactie te vragen. Voor zover Peters niet in staat zou zijn om (mede namens Kluijver) een reactie te geven, heeft zij dat niet kenbaar gemaakt.
Verweerders concluderen dat zij niet onzorgvuldig hebben gehandeld en geen grenzen van het journalistiek of maatschappelijk aanvaardbare hebben overschreden.

DE BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat, samengevat, uit de volgende onderdelen:
1.      Er is sprake van onvolledige, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, waarbij klagers lichtvaardig verdacht zijn gemaakt.
2.      De publicatie maakt grove inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klagers.
Gezien de samenhang van de onderdelen zal de Raad deze bij zijn beoordeling gezamenlijk behandelen.
 
De Raad stelt voorop dat het artikel gaat over een persoon die een openbare functie bekleedt, te weten een politica. Verweerders hebben ter zake gesteld dat Peters zich in haar publiek functioneren voordoet als iemand die het naleven van fatsoensnormen door mensen met een openbare functie benadrukt, maar daar in haar persoonlijke situatie op verschillende momenten tijdens haar leven geen blijk van heeft gegeven. Daarbij gaat het volgens verweerders niet alleen om de aan de orde gestelde kinderontvoering, maar ook over vermeende belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid van Peters tijdens de behandeling van een subsidieaanvraag van Kluijver. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat op zich met de publicatie, waarin de handelwijze van een Tweede Kamerlid aan de kaak wordt gesteld, een algemeen maatschappelijk belang is gediend.
 
Het artikel raakt niet alleen de persoonlijke levenssfeer van Peters, maar ook die van Kluijver. De Raad ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of met het gewraakte artikel een inbreuk is gemaakt op de privacy van beide klagers afzonderlijk, die niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. In dat verband zal de Raad beoordelen of voldoende zorgvuldig onderzoek naar de feiten is verricht en deugdelijk wederhoor is toegepast.
 
In de ankeiler en de inhoudsopgave alsmede in de inleiding van het artikel zijn de zinsneden ‘medeplichtig aan kinderontvoering’, ‘medeplichtig aan ontvoering’ en ‘zes jaar later heeft Mariko Peters, nu Tweede Kamerlid voor GroenLinks, zich zelfs medeplichtig gemaakt aan ontvoering van zijn kinderen’ gebruikt. In het artikel staat verder dat sprake is van kinderontvoering door Kluijver en dat Peters vervolging wegens medeplichtigheid riskeert.
 
De publicatie bevat derhalve ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers. Bij het publiceren van beschuldigingen onderzoekt de journalist of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Bijzondere zorgvuldigheid is geboden in het geval van publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van informatie in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Bovendien behoort de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe te passen bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
De journalist moet verder waarheidsgetrouw berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers, en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. De journalist vermijdt eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, maakt geen misbreuk van zijn positie, verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling. (zie punten 1.1. en 1.5 van de Leidraad)
 
Verweerders voeren aan dat de aanleiding voor het verhaal een gesprek is geweest tussen Witteman en de moeder van Kluijver, die – aldus Witteman in een column op haar website – kennissen zijn. Daarbij heeft de moeder van Kluijver Witteman inzage gegeven in een aantal (juridische) documenten.

Vervolgens is Witteman benaderd door de ex-vrouw van Kluijver, die via de moeder van Kluijver had begrepen dat Witteman de ontvoeringszaak zou uitzoeken. Zij heeft nog meer stukken aan Witteman verstrekt.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat klagers in conflict zijn met de ex-vrouw van Kluijver. Verder is gebleken dat Kluijver na zijn scheiding met zijn moeder gebrouilleerd is geraakt. Dit kan ook worden opgemaakt uit het feit dat niet Kluijver zelf, maar een advocaat namens Kluijver diens moeder heeft aangeschreven over het voornemen van de ex-vrouw van Kluijver om de kinderen bij de moeder van Kluijver te laten verblijven.
 
De Raad stelt vast dat de aan Witteman verstrekte informatie dus kennelijk afkomstig is van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict zijn met klagers, of anderszins belanghebbende zijn en dat verweerders bijzondere zorgvuldigheid in acht hadden moeten nemen.
Verweerders hebben aangevoerd dat in dit geval daarvan sprake is en dat deugdelijk onderzoek is verricht. Zij stellen dat zij zich niet alleen hebben gebaseerd op (informatie van) de moeder en ex-vrouw van Kluijver, maar ook andere bronnen hebben geraadpleegd en dat voldoende ander materiaal aanwezig is dat de publicatie ondersteunt.
De Raad overweegt in dit verband dat een groot deel van het door verweerders overgelegde materiaal bestaat uit correspondentie tussen de ex-vrouw van Kluijver en anderen alsmede stukken waarin het verhaal vanuit het perspectief van de ex-vrouw van Kluijver wordt belicht. Op basis van díe informatie zijn vervolgens deskundigen geraadpleegd. De Raad kan niet anders dan constateren dat het door verweerders verrichte onderzoek is gebaseerd op informatie afkomstig van de kant van de ex-vrouw van Kluijver.
 
In het artikel zijn vervolgens door verweerders – op basis van de hiervoor bedoelde informatie – beschuldigingen jegens klagers geuit over een emotioneel beladen zaak, die juridisch gezien gecompliceerd ligt en waarin Kluijver en diens ex-vrouw verschillende, tegenstrijdige standpunten innemen.
Naar het oordeel van de Raad kan in ieder geval uit de door partijen overgelegde stukken worden opgemaakt dat bij de echtscheiding niet het voogdijschap is geregeld. Uit de overgelegde documentatie blijkt verder niet onomstotelijk dat daadwerkelijk sprake is geweest van kinderontvoering.
In dat verband merkt de Raad op dat indien een journalist zich baseert op juridische stukken, waaronder vonnissen – die met grote nauwkeurigheid van woordkeuze plegen te worden opgezet – hij bijzonder zorgvuldig dient te zijn bij het in eigen woorden vatten van die stukken. Voorkomen moet worden dat de parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis c.q. lading aan de feiten wordt gegeven, dan in de gebruikte bronnen. (vgl. onder meer RvdJ 2010/52)
Juist gezien de hiervoor bedoelde omstandigheden had het op de weg van verweerders gelegen bij hun onderzoek mede informatie te betrekken waarin de zaak vanuit de kant van Kluijver wordt belicht. Niet is gebleken dat verweerders dergelijke informatie, zoals de stukken die door klagers zijn overgelegd, bij hun onderzoek hebben betrokken. Aldus moet worden geconcludeerd dat verweerders te selectief en te eenzijdig zijn geweest in hun onderzoek en de daarop gevolgde publicatie. Zij hebben in het artikel beschuldigingen aan het adres van klagers gepubliceerd, die niet worden onderbouwd door deugdelijk onderzoek, noch hebben zij op enige wijze duidelijk gemaakt dat zij het artikel vanuit het perspectief van de ex-vrouw hebben geschreven.
 
Verder hebben verweerders gesteld dat zij deugdelijk wederhoor hebben toegepast. Op grond van de stukken en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, gaat de Raad uit van de volgende gang van zaken. Op zondag 31 juli 2011 heeft Witteman contact gezocht met de persvoorlichter van GroenLinks met de vraag om haar de telefoonnummers van Peters en Sap te verstrekken. De persvoorlichter heeft de telefoonnummers niet gegeven, maar wel gevraagd om toezending van een vragenlijst. Witteman heeft die vragenlijst nog op zondagmiddag aan de persvoorlichter gestuurd. Zij heeft daarbij verzocht om een reactie voor 10:30 uur op maandagochtend. De vragenlijst heeft Peters maandagochtend 1 augustus 2011 om 10:37 uur bereikt. Maandagmiddag om 12:22 uur heeft de persvoorlichter in een e-mail de volgende reactie van Peters aan Witteman doorgegeven: “Ik herken mij niet in de beschreven situatie noch in de gesuggereerde juridische kwalificaties. De daarin geïnsinueerde feitelijke situatie is onjuist. Dat HP/De Tijd op basis van feitelijke en juridische onjuistheden, een verhaal wil maken, over de hoofden van kinderen. Daar heb ik geen respect voor.”
In een e-mail van diezelfde dag om 12:42 uur heeft Witteman aan de persvoorlichter gevraagd: “Is het ook mogelijk dat Mariko aangeeft wat er precies niet klopt? Ik had een lijst van zeker twintig vragen opgesteld immers en het betrof niet alleen de ontvoering”.
In reactie daarop antwoordt de persvoorlichter diezelfde dag in een e-mail van 13:46 uur: “De reactie is in antwoord op al uw vragen. Mocht u ondanks het feit dat uw beweringen feitelijk onjuist zijn het verhaal willen publiceren dan hoor ik graag van u wanneer dit zal zijn.”
Tussen partijen is niet in geschil dat duidelijk was dat het blad op maandag na 17:00 uur naar de drukker zou gaan. Op dinsdag 2 augustus 2011 is nog contact geweest over het artikel tussen Sap en de hoofdredacteur.
De Raad is van oordeel dat ten aanzien van het bij Peters toegepaste wederhoor geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij betrekt de Raad dat Peters, gelet op haar maatschappelijke positie en haar ervaring met de pers, voldoende tijd heeft gehad om te reageren en overigens ook niet aan verweerders heeft laten weten dat zij meer tijd nodig had. De stelling van klagers dat Peters ten onrechte geen inzage vooraf van het artikel heeft gekregen, volgt de Raad niet. Indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, behoeft die betrokkene niet steeds vooraf volledig te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met aan betrokkene voldoende duidelijk mee te delen, waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht. (vgl. onder meer RvdJ 2011/8)
De Raad acht het aannemelijk dat de strekking van de publicatie aan Peters – althans haar voorlichter – voldoende duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat Peters heeft volstaan met een summiere reactie en de mogelijkheid dat zij noch haar persvoorlichter de impact van het artikel goed heeft overzien, dienen voor haar rekening te komen. Verder stelt de Raad vast dat de reactie van Peters is opgenomen in het artikel.
 
Ten aanzien van Kluijver ligt dit anders. Verweerders hebben erkend dat zij het niet nodig vonden om Kluijver zelf te benaderen voor een reactie. Zij hebben daartoe aangevoerd dat het artikel over Peters gaat en dat het redelijk is om ervan uit te gaan dat Kluijver in deze wordt vertegenwoordigd door Peters. De Raad volgt deze stelling niet. Op grond van het artikel en de daarin beschreven situatie kan Kluijver worden geïdentificeerd. Ook Kluijver wordt door het artikel in zijn persoonlijke levenssfeer geraakt en geschaad. Het had daarom op de weg gelegen van verweerders om Kluijver te benaderen voor een reactie. De Raad is van oordeel dat verweerders ten aanzien van Kluijver daarom journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door bij de publicatie voorbij te gaan aan de persoonlijke levenssfeer van Kluijver en hem geen gelegenheid tot wederhoor te bieden.
 
Ten aanzien van de inbreuk op de privacy van Peters overweegt de Raad ten slotte dat zij een openbare functie bekleedt. Voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Hun gedrag in de privésfeer heeft recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren. (zie punt 2.4.2. van de Leidraad)
Gelet op hetgeen de Raad eerder heeft overwogen ten aanzien van de maatschappelijke relevantie van de publicatie, moet worden geconcludeerd dat de privacy van Peters in dit geval niet disproportioneel is geschaad.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover:
-          beschuldigingen over kinderontvoering aan het adres van klagers zijn gepubliceerd zonder deugdelijk onderzoek;
-          Kluijver geen gelegenheid tot wederhoor is geboden.
Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 30 september 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch, mw. drs. F. Santing en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.