2011/6 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
L. de Deugd
 
tegen
 
M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 6 oktober 2010 met vier bijlagen heeft mr. N.H.G. Beltman, advocaat te Amsterdam, namens L. de Deugd te Rotterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 december 2010. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 7 april 2010 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Koolhoven verschenen onder de kop “Rotterdamse ‘moslimwijk’ in shock na komst fetisjfotograaf” met het chapeau “’Eng en verschrikkelijk!’”. De intro van het artikel luidt:
“De Rotterdamse achterstandswijk Hillesluis – zo’n beetje klein Mekka aan de Maas – is in rep en roer. De overwegend islamitische buurtbewoners hebben ontdekt dat zich in het midden van hun wijk een zogenaamde BDSM-studio bevindt. BDSM staat voor bondage, discipline en sadomasochisme. Zit de duivel achter de deurbel?”
Het artikel vervolgt:
“Het blijkt de werkplaats te zijn van de Rotterdamse fotograaf Leo de Deugd, naar eigen zeggen de enige Nederlandse fotograaf die zich heeft gespecialiseerd in sm en fetisj (seksueel opgewonden raken van een bepaald materiaal). Zijn werktuig: touwen, kettingen en vleeshaken.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Op een steenworp afstand van de Essalam Moskee ketende De Deugd een jonge naakte vrouw met kettingen aan het kruis. Deze sm-foto staat op zijn website, uit de denkbeeldige wonden van de vrouw gutst vers bloed (in werkelijkheid frambozensap, red). Hillesluis scoorde hoog op de lijst van veertig probleemwijken van toenmalig minister Ella Vogelaar (Volkshuisvesting).
Binnen de strenggelovige islamitische gemeenschap hebben enkele bewoners lucht gekregen van de gruwelpraktijken in hun wijk. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje door de buurt, gesluierde vrouwen zijn geschokt en ondernemers in de Putselaan reageren verbijsterd.”
en
“Ook bij uitzendbureau Ogus is de consternatie groot. (…) Aan de overkant van de straat, bij de ‘Economiek Markt’ en ‘Gözdem reizen’, is de ontdekking het gesprek van de dag. De islamitische klanten vragen zich af hoe dit in hun wijk kan plaatsvinden, zo dicht bij de nieuwe Essalam Moskee. ,,Ik vind het schokkend, dit soort werkzaamheden hoort toch niet in onze wijk thuis? Wij willen met respect met elkaar omgaan en elkaar zeker geen pijn doen. Sm en bondage horen hier niet thuis”, zo menen enkele klanten bij de kassa van Economiek Markt.
Waarom Leo de Deugd uitgerekend neerstreek in de meest islamitische wijk van Rotterdam, blijft een raadsel.”
en
“De Deugd, een voormalig ambtenaar van de Belastingdienst, wil op geen enkele manier aan een publicatie in De Telegraaf meewerken.”

HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat het artikel bol staat van onjuistheden. De studio van klager is geen BDSM-studio, maar een atelier waar decors worden opgebouwd ten behoeve van de fotografie thema’s van klager. Een BDSM-studio is een meer of minder openbare gelegenheid waar seksuele handelingen als commerciële dienstverlening worden verricht en daarvan is hier geen sprake.
Verder is beweerd dat de bewoners in de wijk in rep en roer zouden zijn, omdat ze hebben ontdekt dat midden in hun wijk een zogeheten BDSM-studio staat. Dit is klager en de buurtbewoners echter volkomen onbekend. Klager verwijst ter zake naar een reportage van Geenstijl.nl, gepubliceerd op 7 april 2010. Daaruit blijkt dat niemand in de wijk enige weet had van een BDSM-studio en dat overigens niemand zich eraan stoorde, indien dat wel het geval zou zijn geweest. Uit de reactie van de bedrijfsleider van uitzendbureau Ogus, bleek dat er geen enkele consternatie is geweest.
Bovendien maakt klager geen gebruik van vleeshaken en ligt de genoemde moskee tien minuten lopen vanaf de studio. De bij het artikel geplaatste foto toont de Strijensestraat. Dat enkele bewoners lucht hebben gekregen van de ‘gruwelpraktijken’, zoals het artikel vermeldt, berust geheel op fictie. Verder is vermeld dat iemand zou hebben gezegd dat klager met een oude jeep kwam voorrijden en dat verschillende vrouwen uit de auto zouden zijn gestapt. Dit gesprek heeft nimmer plaatsgevonden. Daarbij kan klager, gelet op zijn grijze kenteken, slechts één passagier meenemen in zijn auto.
Volgens klager bestond voor verweerders geen enkele aanleiding om te berichten dat bewoners in shock waren vanwege zijn fotostudio. Verweerders hadden onder de gegeven omstandigheden dienen af te zien van de publicatie, temeer omdat dit tendentieus is. Gezien de huidige maatschappelijke tegenstellingen kan een dergelijke publicatie tot explosieve reacties leiden, aldus klager.
Hij stelt voorts dat Koolhoven de buurtbewoners persoonlijk op de hoogte heeft gebracht van het vermeende feit dat in hun wijk een BDSM-studio aanwezig zou zijn en bronnen heeft geciteerd die hij niet heeft gesproken. Klager wijst in dit verband op een onderzoek dat hij heeft verricht onder een aantal van de in het artikel genoemde personen. Volgens klager heeft Koolhoven bovendien niet laten weten met welk doel hij informatie vergaarde.
Voorafgaand aan de publicatie is klager door Koolhoven benaderd voor een interview over zijn werkzaamheden als kunstenaar en fotograaf. Aanvankelijk heeft klager toegezegd met Koolhoven een gesprek aan te gaan. Nadat hij enig onderzoek had verricht naar de achtergrond van Koolhoven en bleek dat deze goede contacten onderhoudt met een ondernemer met wie klager een juridisch geschil heeft, heeft hij dit gesprek afgezegd. Vervolgens heeft Koolhoven een volledig andere draai aan het verhaal gegeven. Gelet op deze wijziging van het onderwerp, kunnen verweerders zich er niet achter verschuilen dat klager een gesprek heeft afgezegd. Zij hadden wederhoor moeten toepassen en hebben dat ten onrechte nagelaten.
Ten slotte stelt klager dat zijn privacy ongerechtvaardigd is aangetast door de vermelding van zijn naam en het adres van zijn studio. Bovendien is op de website van De Telegraaf zijn website – en daarmee zijn e-mailadres – bekend gemaakt.
Klager concludeert dat het artikel niet alleen jegens hem, maar ook maatschappelijk onverantwoord is te noemen. Verweerders hebben met de publicatie van een fictieve gebeurtenis bijgedragen aan de polarisatie binnen de samenleving, waarvoor in dit geval geen enkele aanleiding was, aldus klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders onjuist en tendentieus over klager c.q. zijn atelier hebben bericht, waarbij zij een incident hebben uitgelokt, ten onrechte geen wederhoor hebben toegepast en klagers privacy ongerechtvaardigd hebben aangetast.
 
Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat verweerders betreffende een groot aantal aan de orde gestelde zaken niet waarheidsgetrouw hebben bericht. Klager heeft daarbij voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn atelier niet als BDSM-studio kan worden aangeduid en dat de buurtbewoners niet in shock waren over de aanwezigheid van zijn atelier. Daarnaast heeft klager voldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel diverse andere onjuistheden bevat, zoals de beweringen dat klager vleeshaken gebruikt en dat klagers atelier op steenworp afstand ligt van de Essalam moskee. (vgl. punten 1.1., 1.4. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)
 
Uit de door klager aangehaalde reportage van Geenstijl.nl en het door hem overgelegde buurtonderzoek blijkt verder genoegzaam dat de bewoners van de wijk er niet van op de hoogte waren dat er een BDSM-studio in hun wijk aanwezig zou zijn. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat Koolhoven dit ‘nieuws’ doelbewust aan bewoners in de wijk heeft medegedeeld, kennelijk om een bepaalde – negatieve – reactie uit te lokken en op deze wijze nieuws te creëren. (vgl. punt 2.1.2. van de Leidraad van de Raad)
 
Naar het oordeel van de Raad laat de vormgeving van het artikel – de wijze van presenteren van feiten en meningen – de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van klager niet deugt. Aldus is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag en behoorlijke toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren. Niet is gebleken dat voor de publicatie voldoende grondslag aanwezig was, terwijl klager voorts onbetwist heeft aangevoerd dat hij niet op deugdelijke wijze in de gelegenheid is gesteld op de aantijgingen aan zijn adres te reageren. (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad) Het aan de publicatie voorafgaande verzoek van verweerders om een interview met klager kan niet als een deugdelijke gelegenheid tot wederhoor aangemerkt worden, nu uit dat verzoek op geen enkele wijze bleek dat de publicatie zo’n negatieve lading zou krijgen.
 
Voorts is klager herhaaldelijk in het artikel genoemd en is de locatie van zijn atelier vermeld. Daarbij zijn klager gedragingen verweten die (voor een overwegend islamitische wijk) als zeer onzedelijk gedrag kunnen worden aangemerkt. Niet is gebleken dat met het vermelden van de persoonlijke gegevens van klager in combinatie met de opgeklopte berichtgeving een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Verweerders hadden de persoonlijke gegevens van klager kunnen weglaten, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van het artikel. Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie zou zijn gediend. (vgl. punt 2.4.1. van de Leidraad)

Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 februari 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. E.J.M. Lamers, A. Mellink MPA, mw. F. Santing en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.