2011/58 deels gegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
S.F.W. Laan en Quality Investments International AG
 
tegen
 
M. Rotteveel en de hoofdredacteur van Dagblad De Pers
 
Bij brief van 16 mei 2011 met vier bijlagen heeft S.F.W. Laan te Zug (Zwitserland), in persoon en in zijn hoedanigheid van bestuursvoorzitter van Quality Investments International AG (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen M. Rotteveel en de hoofdredacteur van De Pers (hierna: verweerders). Vervolgens heeft de adjunct-secretaris van de Raad bij brief van 18 mei 2011 aan klagers verzocht te motiveren waarom niet-ontvankelijkverklaring achterwege kan blijven voor zover de klacht is gericht tegen publicaties van 29 januari 2010 en 14 juni 2010. Klagers hebben hierop gereageerd in een schrijven van 30 mei 2011.
Rotteveel heeft op de klacht geantwoord in een e-mail van 22 juni 2011 met diverse bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juli 2011. Namens klagers is daar voornoemde Laan verschenen. Aan de zijde van verweerders was voornoemde Rotteveel aanwezig.
 
Naar aanleiding van hetgeen ter zitting is besproken, hebben klagers bij e-mail van 8 juli 2011 nog een aanvullende bijlage overgelegd.
 
DE FEITEN
 
In Dagblad De Pers zijn van de hand van Rotteveel onder meer de volgende artikelen over klagers verschenen:
- op 29 januari 2010: “De financiële cowboys krijgen alle ruimte” en “Koning van het beleggen in de doden”
- op 14 juni 2010: “Exit Man van 350 miljoen”
- op 28 januari 2011: “Een kat met 9 levensverzekeringen”. Het artikel is op de voorpagina aangekondigd met de tekst “Poker met polissen – Exclusief: de discutabele zaken van Frank Laan, groothandelaar in levensverzekeringen” voorzien van een afbeelding van een kaartenspel waarop het gezicht van Laan is afgebeeld op de kaart van de koning. De intro van het artikel luidt:
“#Fraude Oud-politieman Frank Laan is betrokken bij drie fraudes op rij. Klanten van zijn bedrijf Quality Investments hebben miljoenen zien verdwijnen naar een sjoemelende Costaricaanse verzekeraar. Laan ziet de toekomst zonnig in: ‘Ik ben bezig met een oplossing. Dat ziet er positief uit.’”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Niet De Pers speelt een spelletje, maar Frank Laan. Een spelletje met honderden miljoenen beleggersgeld, waarbij aan het einde van de vorige ronden het beleggersgeld weg was en Laan de vermoorde onschuld speelde. Dit spel begint zo rond de eeuwwisseling als de oud-politieman aan zijn financiële loopbaan timmert bij investeerder Gert Pot, eigenaar van het prestigieuze vastgoedproject Caribbean Comfort in de Dominicaanse Republiek. Laan leidt Pots verkooporganisatie totdat het project als een kaartenhuis in elkaar stort. Pot blijkt de geïnvesteerde miljoenen niet uit te hebben gegeven aan stenen, maar vooral aan feestjes en een borstvergroting voor zijn vriendin. Pot verdwijnt in de cel, waar hij nog steeds wacht op zijn proces.
Laan wordt na zijn eerste financiële fiasco opgepikt door zijn oud-werkgever Ben Veerbeek. Voor Veerbeek gaat Laan ‘life settlements’ (zie kader) van het Amerikaanse levensverzekeringsbedrijf Mutual Benefit Corporation (MBC) verkopen aan Nederlandse beleggers. Niet veel later wordt ook MBC ontmaskerd als piramidefonds, het grootste dat de wereldwijde life settlements markt ooit heeft gekend. Beleggers verliezen 837 miljoen dollar en MBC-oprichter Peter Lombardi krijgt hiervoor in 2007 een celstraf van twintig jaar.
Slachtoffer
Net als bij Caribbean Comfort presenteert Laan zich als slachtoffer van de fraude en gaat hij op zoek naar iets nieuws. Het wordt zijn eigen bedrijf Quality Investments, waarmee hij weer ‘life settlements’ gaat verkopen. Hij heeft bij MBC geleerd dat beleggers het idee van tweedehands Amerikaanse levensverzekeringen schitterend vinden, maar terugdeinzen vanwege de onzekere overlijdensdatum. Beleggers zoeken zekerheid en die wil Laan aanbieden met een ‘betrouwbare herverzekeraar’. Die herverzekeraar wordt het ‘unique sellingpoint’ van zijn nieuwe product.
Probleem is alleen dat de grote verzekeraars liever geen herverzekering van life settlement polissen in hun boeken willen hebben. En zeker niet van een kleine onbekende partij als Quality Investments. Dus komen Laan en zijn zakenpartner Dennis Moens als snel terecht in de B-categorie verzekeraars. In 2005 vinden ze ergens in Italië verzekeringsbedrijf Albatross dat de risico’s van de Quality Investments-beleggers wil dekken.”
en
AFM-bezoek
Eind 2009 heeft de AFM genoeg van Laans draaiverhalen, zo blijkt uit correspondentie in bezit van De Pers. Omdat Quality Investments beleggingen aanbiedt van meer dan 50.000 euro per stuk kan de toezichthouder geen gebruikmaken van de Wet op het financieel toezicht (Wft) om beleggers in bescherming te nemen. Daarom beroept de toezichthouder zich op de Wet handhaving consumentenbescherming en stuurt een brief naar Quality’s advocaat: de AFM komt op bezoek bij Quality Investments. Eén doel van het onderzoek: uitvinden of Quality Investments inderdaad zaken doet met Zurich, Hannover en Swiss RA. Dat blijkt niet het geval. Al snel duikt de naam van PCI op, het Costaricaanse kantoor dat in de Verenigde Staten al herhaaldelijk is betrokken bij fraudezaken.”
en
“De onderzoekers van de toezichthouder hebben na het horen van de naam PCI informatie opgevraagd bij hun Amerikaanse collega’s en wat ze daaruit opmaken, is niet mis. PCI wordt op dat moment door Amerikaanse financiële toezichthouders van fraude beticht. ‘Sinds 1992 hebben de financiële toezichthouders van Californië, Florida en Texas meerdere malen ingegrepen bij PCI’, schrijft de SEC op 23 augustus 2007. ‘Het ingrijpen betreft fraude en het ongeautoriseerd aanbieden van ‘life settlement’ beleggingen.’ Bovendien lukt het advocaat Blom maar niet om aan te tonen dat PCI inderdaad voor 80 procent gedekt wordt door de klinkende namen die hij in de ‘letter of comfort’ heeft genoemd. Volgens Blom omdat PCI niet wil meewerken.
AFM verplicht Laan de naam van PCI te publiceren.(…) ‘Beide bedrijven streven naar een sterkere wereldwijde positie, en hopen daarbij onder andere van elkaar te profiteren.’
Dat is anders uitgepakt. PCI-baas Vargas en zijn boekhouder Jorge Castillo (55) zitten sinds vorige week vast in een Amerikaanse cel. Hen hangt een celstraf van twintig jaar boven het hoofd. De beleggers in Quality Investments zijn de premies die zij aan PCI betaalden kwijt en moeten – zonder herverzekering – vrezen voor de rest van hun beleggingen.”
- op 28 april 2011: met het chapeau “De geldmachine is vastgelopen”. Het artikel is op de voorpagina aangekondigd met de tekst “Feesten op andermans graf - Hoe de oprichters en financiers van Quality Investment sjoemelden met hun handel in tweedehands levensverzekeringen. De winst ging op aan snelle auto’s, huizen en een luchtvaartmaatschappij.”  De intro van het artikel luidt:
“#QI Snelle auto’s, dure villa’s en een eigen vliegtuig voor feestvluchtjes naar de Costa. De bazen van Quality Investments hebben genoten van de miljoenen die beleggers binnenbrachten. Nu hun handeltje is ingestort, zijn ze op de vlucht voor hun schuldeisers.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Jongensspeeltje
Laan weet dat het van het grootste belang is om de schijn van betrouwbaarheid op te houden. Hij werkte zelf bij twee bedrijven die bij beleggingsfraude betrokken waren, maar presenteert zich nog steeds als een degelijke oud-politieman die keihard voor zijn beleggers werkt. Hij vertelt dat voormalig casinobaas Moens geen functie bij QI heeft, maar slechts op freelance basis beleggingen verkoopt. Suggesties dat de structuur van zijn bedrijf ondoorzichtig is en dat hij – net als zijn voormalige concurrent Easylife – met zijn vingers aan de centen kan komen, wimpelt hij af. ‘Dat geld gaat regelrecht naar onze onafhankelijke trustee Deborah Peck in de Verenigde Staten’, zegt Laan in januari 2010 tegen De Pers. ‘Op haar kunnen wij geen invloed uitoefenen. Zij treedt op in het belang van de beleggers. Ik zie haar verder nooit.’(…) De taak van de trustee is dat niemand anders dan de ware eigenaren, de beleggers, hier met zijn vingers aan kan komen.
Beleggers geloven hem en blijven euro’s storten. Van de enorme winsten kopen Laan en Moens dure klokjes van Audemars Piguet en Patek Philippe.”
en
“Het ultieme jongensspeeltje vindt Moens echter niet in Florida of Marbella, maar in een bruine kroeg te Oegstgeest. Aan de bar krijgt Moens (…) te horen dat hij een echte vliegtuigmaatschappij kan kopen. Kosten 350.000 euro. Moens legt het zonder morren op tafel. (…) Dat is Dennis Moens dus.”
en
“Terug naar trustee Peck. Haar dubbelrol bij Watershed en QI is niet het eerste smetje op haar blazoen. (…)
Goudmijn
Peck vindt het een fascinerende handel en als ze de Nederlanders Dennis Moens en Frank Laan leert kennen is de goudmijn geopend. (…) Peck kan eindelijk iets doen met haar rechtenbul: ze richt een trustkantoor op en beheert alle geldstromen. (…).
Zo komt ze in 2006 met de zogenaamde ‘Stonecroft deal’ aanzetten, of zoals Laan hem later noemt: ‘de ABN-bond’. Het Canadese bedrijf Stonecroft, waar Peck opeens ook zelf in de directie zit, kan een bankgarantie krijgen van ABN Amro voor meer dan 140 miljoen dollar. Met die bankgarantie kan Stonecroft nog meer geld lenen bij andere banken om daarmee lucratieve tweedehands levensverzekeringen op te kopen. Het beoogde resultaat: geldverdubbeling in minder dan een jaar.
Om de deal met ABN Amro rond te krijgen, moeten investeerders wel vooraf de transactiekosten betalen. Het lijkt verdacht veel op een Nigeriaanse fraude, maar toch trappen enkele grote bedrijven en beleggers erin.”
 en
“Niet lang daarna blijkt het inderdaad te mooi om waar te zijn. De ABN Amro-garantie (in bezit van De Pers) is een rijk bestempeld papiertje afkomstig van een kantoor in Jakarta, maar blijkt een vervalsing.”
en
“De miljoenen verdwenen bij Stonecroft en de daaraan gelieerde bedrijven in een groot zwart gat. Jarenlange rechtszaken volgden. Stonecroft-directeur Deborah Peck werd in Amerika aangeklaagd, maar wees haar medebestuurder Mark Kletter aan als de echte oplichter. Ze werd niet veroordeeld.
Na het AFM-onderzoek in 2010 krijgen Laan en Moens ook in Nederland problemen. Beleggers stappen, nu ze weten dat hun garanties afkomstig zijn van een dubieuze Costa Ricaanse verzekeraar, niet meer zo makkelijk in QI. Terwijl Frank hen probeert gerust te stellen, neemt Moens het er nog even van. (…) Zijn werknemers worden af en toe gek van hun wispelturige baas.”
en
“Na de AFM-inval loopt het al minder bij QI, maar de genadeklap voor de tanende polissenhandel wordt begin dit jaar uitgedeeld door de Amerikaanse FBI. Die pakt dan Minor Vargas Calvo, eigenaar van QI’s herverzekeraar PCI, op wegens fraude. Hiermee vallen alle garanties onder QI’s producten weg. Herverzekeraar PCI stond namelijk garant voor de uitbetaling van inleg én rendement binnen een vaste afgesproken termijn. Nu PCI wegvalt moeten beleggers wachten tot de Amerikaanse oudjes echt overlijden en tot hun dood zelf de hoge verzekeringspremies betalen. Laan gaat halsoverkop tientallen presentaties in het land geven en belooft keer op keer dat hij voor eind mei een nieuwe herverzekeraar heeft gevonden en dat de verwachte beleggingsrendementen dus maar een klein deukje oplopen.”
- op 11 mei 2011: “Nieuwe ronden nieuwe kansen”. De intro van dit artikel luidt:
“#QI De mannen achter het imploderende Quality Investments zijn al bezig met de volgende ronde. Op de puinhopen van hun beleggingsbedrijf bouwen zij nieuwe beleggingsbedrijfjes. En passant vinden ze ook nog een mysterieuze herverzekeraar die al hun problemen kan oplossen.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Het is eind februari en in het Bredase hotel Princeville zitten klanten van Quality Investments (QI) gespannen te luisteren naar QI-eigenaar Frank Laan. De rasverkoper geeft op een informatieavond opheldering over de commotie rond zijn bedrijf. Laan zegt een uitweg te weten en – wonder boven wonder – zijn beleggers lijken hem te geloven. De naam van de mogelijke redder gonst zelfs al door de zaal: Guardian Eagle Helvetica, een reddende engel uit Zwitserland met een vermogen van 1,2 miljard dollar, die gaat garant staan voor onze beleggingen. Dat klinkt mooi. Te mooi bijna.”

Verderop:
Grote partij
Als fatsoenlijke verzekeraars afhaken, biedt Laans vriend en QI-bondgenoot Dennis Moens een alternatief. Hij is, zo blijkt uit onderzoek van De Pers, de missing link tussen QI en de mysterieuze herverzekeraar Guardian Eagle Helvetica (GEH). Oud-casinobaas en ‘freelance polisverkoper’ Moens heeft geen formele functie bij het Amsterdamse beleggingbedrijf, maar heeft, zo blijkt uit eerder onderzoek van De Pers, wel zeggenschap over het geld van QI-klanten. (…)
Directeur van Moens’ bedrijf CLC is de Spaanse oud-bankier Javier Martin, toevallig ook de Spaanse franchisedirecteur van Quality Investments. Als herverzekeraar wordt Guardian Eagle Helvetica (GEH) gepresenteerd. Inderdaad, precies dezelfde als de mogelijke nieuwe QI-partner. Informatie inwinnen bij Javier Martin over QI en CLC blijkt onmogelijk. Telefoontjes naar de vestigingen in Dubai, Londen en Hong Kong eindigen bij een bandje of bij een dame die zegt dat hij terugbelt. Niet dus.
Rustig houden
Informatie over herverzekeraar GEH inwinnen is nog lastiger. Volgens CLC heeft GEH een vermogen van 1,2 miljard dollar, geen kleintje dus. Maar de website van het bedrijf vermeldt geen telefoonnummer en op mails wordt niet gereageerd. De omschrijving van GEH’s product is onbegrijpelijk.”
en
“Tot nu toe weet Laan met verhalen over een nieuwe herverzekeraar zijn klanten rustig te houden. (…)
Ondertussen krijgen de mensen rond Quality Investments de tijd om te redden wat er te redden valt. Of om het net als Moens gewoon opnieuw te proberen.”
Verderop:
Klein kringetje
Achter de schermen wordt dus hard gewerkt aan een oplossing voor de problemen bij beleggingsbedrijf QI. Maar dan vooral aan de problemen van de eigenaren en werknemers die na het sluiten van hun eerste goudmijn hard op zoek zijn naar een nieuwe.”
Het slot van het artikel luidt:
“Reactie Frank Laan: ‘Ik ken Guardian Eagle Helvetica, maar daarmee zit ik niet aan tafel. De gesprekken met een grote dubbel A-rated verzekeraar die onze portefeuille gaat herverzekeren, zijn afgerond. Eén van de big five accountants doet nu boekenonderzoek. Het ziet er dus heel goed uit. Voor eind mei hebben we een oplossing.’”
 
Alle artikelen zijn, hetzij op dezelfde dag dan wel een dag later, ook verschenen op de website www.depers.nl.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen in het algemeen dat de artikelen tendentieus zijn, onjuistheden bevatten en een inbreuk maken op hun privacy. Door de herhaalde negatieve berichtgeving wordt de goede naam van klagers aangetast, zowel zakelijk als privé. Gezien de constante stroom negatieve artikelen en de lengte van de artikelen in ogenschouw nemend is sprake van hinderlijk achtervolgen en lastigvallen, aldus klagers. Volgens hen is dit ook de reden dat de artikelen van 29 januari 2010 en 14 juni 2010 bij de beoordeling van de klacht moeten worden betrokken, ondanks het feit dat de klacht ten aanzien van deze artikelen meer dan zes maanden na publicatie is ingediend.
Meer in het bijzonder stellen klagers dat bij de publicatie van 28 januari 2011 gebruik is gemaakt van een voor Laan kwetsende cartoon, waarbij hij is weggezet als een persoon met een bedenkelijke achtergrond. Verder zijn de aanhef “#Fraude” en de eerste zin van het stuk “Oud-politieman Frank Laan is betrokken bij drie fraudes op rij.” zeer tendentieus. Door deze formulering wordt ten onrechte het idee gewekt dat klagers fraude hebben gepleegd c.q. dat op dit moment doen. Klagers lichten toe dat Laan in het verleden heeft gewerkt bij bedrijven c.q. recentelijk heeft samengewerkt met bedrijven waar fraude is gepleegd. Dat gebeurde in de bovenlaag van de organisaties en Laan kan daarop, als verkoper, niet worden aangesproken. Klagers zijn zelf nooit verdacht geweest van dan wel veroordeeld voor het plegen van fraude. Klagers vinden de insinuatie dat zij bij fraude zijn betrokken dan ook een ongefundeerde beschuldiging, waardoor zij worden getroffen in hun privé en zakelijke belangen. Als op internet wordt gezocht op hun naam dan is het woord fraude het eerste wat naar boven komt, aldus klagers.
Voor wat betreft de publicatie van 28 april 2011 stellen klagers allereerst dat daarin ernstige beschuldigingen worden geuit ten aanzien van Moens en Peck. De beschrijving die gegeven wordt over deze personen is niet waarheidsgetrouw en er wordt een grove inbreuk gemaakt op hun privacy door het verspreiden van geruchten, zonder openbaarmaking van bronnen en zonder toepassing van wederhoor.
Verder is dit artikel suggestief en tendentieus doordat onder de subkop “Goudmijn” ten onrechte een vergelijking wordt gemaakt met de zogenaamde ‘Nigeriaanse fraude’. Klagers benadrukken in dit verband nogmaals dat zij niet zijn veroordeeld voor of betrokken zijn bij enige vorm van fraude. Daarnaast is ten onrechte vermeld dat Peck in de Verenigde Staten is aangeklaagd. Bovendien worden anonieme bronnen geciteerd zonder dat de beschreven zaken op juistheid zijn gecheckt. Klagers stellen verder dat geen wederhoor heeft plaatsgevonden, waardoor zij de beschreven onjuistheden niet hebben kunnen weerleggen.
Ter zitting wijst Laan nog op de aankondiging van het artikel op de voorpagina. Door het gebruik van het woord ‘sjoemelen’ worden ongefundeerde beschuldigingen geuit. Er is geen sprake van het sjoemelen bij de verkoop van hun producten en verweerders hebben ook geen bewijs voor deze beschuldiging. Door vervolgens de koppeling te maken met de zin dat ‘de winst opging aan snelle auto’s’, lijkt het alsof het opmaken van de winst met het (vermeende) sjoemelen te maken heeft. Het is echter normaal dat de winst van een bedrijf ten goede komt aan de eigenaren daarvan, die dit kunnen besteden naar hun believen, aldus klagers.
Zij menen verder dat in de intro van het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat zij op de vlucht zijn voor hun schuldeisers. Zij zijn volop bezig met het zoeken naar oplossingen voor de nu ontstane situatie; zij zijn en blijven in contact met de investeerders in hun producten. De contractonderhandelingen met een nieuwe herverzekeraar zijn bijna afgerond.
Ten aanzien van de publicatie van 11 mei 2011 stellen klagers dat sprake is van uitlokking van incidenten en bedreigingen, nu daarin is geschreven: “Laan zegt een uitweg te weten en – wonder boven wonder – zijn beleggers lijken hem te geloven”. Hiermee worden de beleggers uitgelokt om te gaan zoeken naar redenen om Laan niet te geloven, terwijl daarvoor geen redenen zijn, aldus klagers. Ter zitting licht Laan toe dat door omstandigheden het sluiten van een contract met een nieuwe herverzekeraar is uitgesteld, maar dat dit op korte termijn zal gebeuren. Die nieuwe herverzekeraar neemt ook oude betalingsverplichtingen over. De ter zitting door Rotteveel gemaakte opmerking dat de producten een slechte kwaliteit hebben, is onjuist. De advocaten van de nieuwe herverzekeraar checken volgens klagers alle polissen voordat deze worden geaccepteerd. Op verzoek hebben klagers nog een voorbeeld van een dergelijke goedkeuring overgelegd.
Ten slotte menen klagers dat in het artikel beschuldigingen worden geuit richting partijen die niets althans zijdelings met hen te maken hebben. Hierdoor is sprake van een onnodige aantasting van de privacy en de goede naam van die personen.
 
Verweerders wijzen er allereerst op dat klagers eerder een rechtszaak tegen hen hebben aangespannen, waarbij alle eisen van klagers door de rechter zijn afgewezen in een vonnis van 25 oktober 2010. Verweerders vinden het dan ook niet nodig artikelen van vóór die datum te bespreken, nu de rechter daarover al heeft geoordeeld.
Ten aanzien van de publicatie van 28 januari 2011 stellen verweerders dat de afbeelding van Laan als koning van een kaartenspel een aanduiding is dat hij een gevaarlijk spel speelt met geld van beleggers. De handel in life settlements is net als poker: hoge inleg, hoge beloningen, maar ook hoge risico's. Verweerders hebben niet de bedoeling gehad Laan persoonlijk te kwetsen en hebben hem ook niet willen wegzetten als fraudeur. De afbeelding is puur illustratief.
De aanhef “#Fraude” ziet volgens verweerders op de fraude die net was ontdekt bij Provident Capital Indemnity Ltd. (PCI), de herverzekeraar van klagers. PCI is door klagers veelvuldig gepresenteerd als ´unique sellingpoint´. Als de eigenaar en accountant van dat ´unique sellingpoint´ verdacht worden van verduistering van 40 miljoen dollar, is het niet vreemd het kopje “Fraude” te gebruiken. Ook de daaropvolgende zin “Oud-politieman Frank Laan is betrokken bij drie fraudes op rij.” is een correcte weergave. Het gaat om fraudegevallen bij Caribbean Comfort, MBC en PCI. Laan is geen hoofdschuldige aan deze fraudes, maar werkte wel bij deze bedrijven toen de fraudes plaatsvonden. Ondanks alle waarschuwingen bleven klagers tot het einde toe samenwerken met PCI.
Met betrekking tot de publicatie van 28 april 2011 stellen verweerders dat sprake is van een correcte weergave van feiten. Aantoonbaar is dat klagers dure aankopen hebben gedaan van de winst die is gemaakt. Hiervoor zijn voldoende bronnen en documenten beschikbaar. Ter zitting deelt Rotteveel mee dat de term ‘sjoemelen’ op de voorpagina ziet op het achterhouden door klagers van gegevens die zij hadden over herverzekeraar PCI. Bij klagers was bekend dat het niet pluis was bij PCI, maar dit is niet meegedeeld aan investeerders. Hierdoor is sprake van ‘gesjoemel’.
Verweerders stellen verder dat hetgeen is geschreven over Peck ter zake doet, omdat zij door klagers is gepresenteerd als onafhankelijke trust. Uit de overgelegde stukken van een Amerikaanse rechtbank blijkt dat Peck verdachte was in een fraudezaak met life settlements. Hetgeen over Peck is vermeld, is dus een correcte weergave van feiten.
De vergelijking met ‘Nigeriaanse fraude’ ziet op de Stonecroft-deal van Peck. Onderdeel van die deal is, dat iets wordt beloofd waarvoor vooraf transactiekosten moeten worden betaald. Dit lijkt veel op een zogeheten ‘Nigeriaanse fraude’. De vergelijking ziet echter niet op klagers, wat ook duidelijk uit het artikel blijkt.
De constatering in de publicatie van 11 mei 2011 dat beleggers klagers ‘wonder boven wonder’ blijven geloven, is volgens verweerders een terechte conclusie. Verhalen van klagers over nieuwe herverzekeraars en de betrouwbaarheid daarvan blijken niet te kloppen. Een frauderend Costaricaans kantoor is de uiteindelijke herverzekeraar. Dit heeft niks te maken met het uitlokken van incidenten en bedreigingen, aldus verweerders. Ter zitting merkt Rotteveel op dat klagers nog steeds in hun verhaal blijven geloven, terwijl uit door hen zelf geschreven brieven aan investeerders blijkt dat er voor een oplossing uitstel op uitstel volgt. Nu al zou sprake zijn van uitstel van betaling. Dit levert in de toekomst problemen op, aangezien de polissen niet op kwaliteit zijn onderzocht.
De overige personen die in het artikel worden beschreven hebben (in)direct iets te maken met klagers. Er zijn openbare gegevens gebruikt en citaten uit interviews. Verweerders zien dan ook niet hoe de privacy van deze personen geschaad wordt.
Ter zitting heeft Rotteveel verder nog opgemerkt dat klagers in het verleden vaak zijn benaderd voor wederhoor, waarbij de tekst vooraf ter inzage werd toegestuurd. In het begin werkten klagers hieraan nog mee en zijn onjuistheden gecorrigeerd. Indien klagers iets voor onjuist zagen, maar het voor verweerders vaststond dat de beschreven zaken juist waren, werden de opmerkingen van klagers overigens niet overgenomen. Bij latere artikelen is steeds gebeld voor het plegen van wederhoor. Daarop werd geantwoord dat klagers niet bereikbaar waren voor commentaar en later in de tijd zelfs dat klagers geen commentaar meer wensten te geven. Klagers hebben derhalve zelf het toepassen van wederhoor afgehouden.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID voor zover de klacht is gericht tegen de publicaties van 29 januari 2010 en 14 juni 2010
 
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de klacht voor zover gericht tegen de artikelen van 29 januari 2010 en 14 juni 2010 niet binnen zes maanden na de publicatiedatum bij de Raad is binnengekomen.
 
Klagers hebben aangevoerd dat sprake is van constante en hinderlijke achtervolging door verweerders en dat daarom ook de artikelen van 29 januari en 14 juni 2010 bij de beoordeling van de klacht moeten worden betrokken.
 
Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klagers aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding klagers redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. Voor zover de klacht is gericht tegen de berichtgeving van 29 januari 2010 en 14 juni 2010 moeten klagers daarin dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat vervolgens opnieuw artikelen over klagers zijn verschenen waartegen zij bezwaar maken, doet daaraan niet af. (vgl. onder meer: RvdJ 2009/27)
 
Het voorgaande neemt niet weg dat de Raad wel heeft kennis genomen van de artikelen als toelichting op de klacht voor zover deze is gericht tegen de overige publicaties.
 
BEOORDELING VAN KLACHT voor zover gericht tegen de artikelen van 28 januari 2011, 28 april 2011 en 11 mei 2011.
 
De Raad stelt allereerst vast dat de klacht ook een aantal passages betreft in de artikelen van 28 april en 11 mei 2011 waarin wordt geschreven over andere personen dan klagers, onder wie Moens en Peck.
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken van omstandigheden die grond bieden voor het oordeel dat klagers een rechtstreeks belang hebben bij een oordeel van de Raad voor zover deze betrekking heeft op de privacy en de goede naam van derden. Klagers zijn dan ook in dit onderdeel van hun klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad overweegt voorts dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond verweerders dan ook vrij om op basis van het gedane onderzoek naar klagers meerdere artikelen te publiceren en daarbij de handelwijze van klagers kritisch te belichten. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
Klagers hebben betoogd dat zij hinderlijk zijn gevolgd en lastig gevallen, en dat verweerders daarom in strijd hebben gehandeld met punt 2.4.4. van de Leidraad. Deze bepaling ziet echter op ´stalking´ en niet is gebleken dat daarvan in het onderhavige geval sprake is.
 
Verder hebben klagers aangevoerd dat verweerders betreffende een relevant aantal aan de orde gestelde zaken niet waarheidsgetrouw hebben bericht. Ter zitting is gebleken dat dit onderdeel van de klacht meer ziet op gebruikte formuleringen en ten onrechte gewekte suggesties. Desgevraagd heeft Laan niet aannemelijk kunnen maken dat de berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat. De Raad is van mening dat verweerders over het algemeen gebruik hebben gemaakt van toelaatbare duidingen van de informatie, waarbij meningen voldoende duidelijk zijn onderscheiden van weergegeven feiten.
 
Bij de beoordeling van de overige, meer specifieke onderdelen van de klacht volgt de Raad de volgorde van de gewraakte publicaties.
 
Publicatie van 28 januari 2011
Klagers hebben allereerst specifiek bezwaar gemaakt tegen de afbeelding van Laan als koning van een kaartenspel. In dat verband overweegt de Raad dat die afbeelding duidelijk dient ter illustratie van de berichtgeving. De afbeelding is onmiskenbaar ironisch van aard. Met de publicatie ervan op de voorpagina zullen verweerders de lezer extra op het artikel hebben willen attenderen. Van een afbeelding die lezers op enige wijze kan misleiden is geen sprake. Naar het oordeel van de Raad is de afbeelding niet zodanig nodeloos grievend dat met plaatsing daarvan journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. (zie punten 4.1. en 4.2. van de Leidraad).
 
Verder hebben klagers aangevoerd dat zij ten onrechte in verband zijn gebracht met het plegen van fraude. Zij hebben in dat verband erop gewezen dat de intro van het artikel begint met de aanhef ‘#Fraude’. De Raad overweegt ter zake dat in het artikel een beschrijving wordt gegeven van een geconstateerde fraude bij Provident Capital Indemnity Ltd. (PCI), de herverzekeraar van klagers, waarvoor twee mensen zijn opgepakt. Het artikel gaat echter in zijn geheel over klagers en niet over PCI. De Raad acht aannemelijk dat de gemiddelde lezer de aanhef ‘#Fraude’ zal opvatten als een verwijzing naar de inhoud van het gehele artikel en daarmee naar klagers, in plaats van PCI. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de artikelen van 28 april en 11 mei 2011, die eveneens over klagers gaan, beide beginnen met de aanhef “#QI”, verwijzend naar Quality Investments.
Klagers hebben verder aangevoerd dat zij nooit schuldig zijn geweest aan het plegen van fraude, hetgeen verweerders ook hebben erkend. Daar staat tegenover dat verweerders onbetwist hebben gesteld dat klagers hebben gewerkt met/bij ondernemingen die wél voor fraude zijn veroordeeld. De eerste zin van de intro “Oud-politieman Frank Laan is betrokken bij drie fraudes op rij.” zal echter naar het oordeel van de Raad bij de gemiddelde lezer de –onterechte – indruk wekken dat klagers niet alleen passief, maar ook actief betrokken zijn (geweest) bij het plegen van fraude. Die indruk wordt bovendien verstrekt door het gebruik van de aanhef ‘#Fraude’.
Aldus hebben verweerders in de aanhef en intro van het artikel te ongenuanceerd over klagers bericht en hen onnodig gediskwalificeerd. Verweerders hebben op dit punt de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In zoverre is de klacht tegen de publicatie van 28 januari 2011 gegrond. (zie punt 1.5. van de Leidraad)
 
Artikel van 28 april 2011
Klagers hebben aangevoerd dat de vermelding over de aanklacht tegen Peck onjuist is. Verweerders hebben echter stukken overgelegd waaruit naar het oordeel van de Raad voldoende aannemelijk wordt dat Peck daadwerkelijk in de Verenigde Staten is aangeklaagd. Behoudens de vermelding over deze aanklacht, zijn de feiten niet, althans onvoldoende gemotiveerd, door klagers weersproken.
 
Ten aanzien van het bezwaar van klagers tegen de vergelijking met een zogeheten ‘Nigeriaanse fraude’ is de Raad van oordeel dat die vergelijking geen betrekking heeft op klagers, maar op het handelen van Peck in de beschreven Stonecroft-deal. Anders dan klagers hebben betoogd, ziet de Raad geen grond voor de conclusie dat verweerders met deze vergelijking journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld.
 
Met betrekking tot het gebruik van enkele anonieme bronnen stelt de Raad voorop dat een journalist bij voorkeur zijn bronnen bekend dient te maken. (zie punt 2.2.1. van de Leidraad)
Het merendeel van de door verweerders gebruikte bronnen is met naam en toenaam genoemd, terwijl aan de berichtgeving een deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt en de publicatie met feiten is onderbouwd. De door verweerders aangehaalde anonieme bronnen zien niet op onderwerpen die voor de publicatie van overwegende betekenis zijn en behelzen geen beschuldigingen die klagers rechtstreeks aangaan. Van ontoelaatbaar gebruik van anonieme bronnen is dan ook geen sprake.
 
Verder hebben klagers specifiek aangevoerd dat zij in de aankondiging op de voorpagina ten onrechte zijn beticht van het ‘sjoemelen’ met hun handel in tweedehands levensverzekeringen.
 
De Raad stelt voorop dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop of in ankeilers scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. (vgl. RvdJ 2011/36).
 
De Raad overweegt dat het artikel voor een belangrijk deel betrekking heeft op vermeende dubieuze handelingen waarbij klagers direct en indirect waren betrokken. Naar het oordeel van de Raad heeft de term ‘sjoemelen’ weliswaar een negatieve connotatie, maar is het gebruik van deze term in de ankeiler op de voorpagina gezien het voorgaande niet misplaatst. Daarbij overweegt de Raad dat de beschuldigingen in de bijbehorende artikelen voldoende worden genuanceerd en onderbouwd.

Ten slotte overweegt de Raad dat door verweerders gemotiveerd is aangevoerd dat klagers in het verleden regelmatig zijn benaderd voor wederhoor, maar op een gegeven moment hebben laten weten dat zij geen reacties meer wensten te geven. Deze gang van zaken is ter zitting door Laan bevestigd. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders in dit geval niet kan worden verweten dat zij zich uiteindelijk niet meer tot klagers hebben gewend voor toepassing van wederhoor. (vgl. RvdJ 2007/40)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat de klacht betreffende de publicatie van 28 april 2011 ongegrond is.
 
Artikel van 11 mei 2011
De specifieke klacht ten aanzien van deze publicatie ziet op de bewering dat investeerders ‘wonder boven wonder’ klagers lijken te geloven. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het hier de mening van verweerders betreft en dat zij daarmee hun verbazing hebben willen uiten over de loyaliteit van de investeerders jegens klagers. Anders dan klagers hebben betoogd, ziet de Raad niet in dat verweerders met deze bewering incidenten of bedreigingen zouden hebben uitgelokt, nog daargelaten dat van incidenten c.q. bedreigingen richting klagers niet is gebleken. Met het weergeven van hun mening hebben verweerders niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen de publicaties van 29 januari 2010 en 14 juni 2010 en voor zover de klacht betrekking heeft op de beschrijving van derden in de artikelen van 28 april en 11 mei 2011 zijn klagers in hun klacht niet-ontvankelijk.

Voor zover de klacht is gericht tegen de vermelding van betrokkenheid bij fraude in de publicatie van 28 januari 2011 is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Pers te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 24 augustus 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter,  mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.