2011/57 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Feyenoord Rotterdam N.V.
 
tegen
 
J. de Koster en RTV Rijnmond
 
Bij brief van 11 mei 2011 met acht bijlagen heeft mr. H.J.A. Knijff, advocaat te Amsterdam, namens Feyenoord Rotterdam N.V. te Rotterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen J. de Koster en RTV Rijnmond (hierna: verweerders). Mr. Knijff heeft in een brief van 18 mei 2011 de nummering van de producties nader toegelicht. J. de Koster, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord in een brief met vijf bijlagen die aan de Raad is toegezonden bij e-mailbericht van 17 juni 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juni 2011. Namens klaagster zijn daar voornoemde mr. Knijff en J. van Benthem, General Counsel van Feyenoord Rotterdam N.V., verschenen. Aan de zijde van verweerders waren M. Nieuwenhuis, adjunct-hoofdredacteur, en A. den Hoed, eindredacteur sport, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 4 april is op de website www.rijnmond.nl een artikel verschenen onder de kop “Meer salaris Feyenoord-directie”. In dit artikel wordt onder meer het volgende bericht:
“Ondanks dat Feyenoord financieel zware tijden doormaakt hebben de directieleden van de Rotterdamse club onlangs een eenmalige toelage ontvangen. (…).
De extra’s in de salarissfeer staan haaks op de bezuinigingen die in de Kuip worden doorgevoerd. In verband met de slechte financiële situatie is onder leiding van Pim Blokland een reddingsplan op touw gezet, dat tot nu toe meer dan 20 miljoen euro opleverde.”
Een vergelijkbaar artikel is op de teletekstpagina’s van verweerders geplaatst.
 
Het artikel op de website is daarna aangevuld met de volgende passage:
“In een officiële reactie op de digitale thuishaven van Feyenoord laat Dick van Well, de voorzitter van de Raad van Commissarissen, weten de berichtgeving ‘buitengewoon schadelijk’ en ‘zwaar onterecht’ te vinden. Hij schrijft dat de huidige directieleden al jarenlang volledig afzien van het variabele deel van hun loon: ‘Daar zien ze nota bene volledig op eigen initiatief van af, omdat ze eerst willen dat de club weer gezond is. Dit gegeven maakt de tendentieuze berichtgeving alleen maar extra kwalijk’, aldus Van Well. ‘In alle jaren dat ik voorzitter van de Raad van Commissarissen ben, heeft nog nooit een directielid een bonus of een loonsverhoging gekregen.’”
 
Op 4 april 2011 is in het televisieprogramma ‘Sportclub Rijnmond’ aandacht besteed aan de kwestie. Voorts meldt sportredacteur Jan Dirk Stouten ten aanzien van supporters:
“(…) omdat ze echt dingen weten. Bijvoorbeeld over de volledig scheef gegroeide salarisverhoudingen binnen de club. Dit ligt in het verlengde van het feit dat ze elkaar de hand boven het hoofd houden, de leiding van Feyenoord. Alleen Beenhakker zijn dingen aangerekend in de voorbije maanden, terwijl we allemaal zien dat het niet goed gaat met de club.”
Verderop in de uitzending meldt Stouten:
“Wij menen te weten dat de directie van Feyenoord, die toch al goed verdient – en dat mag als je leiding geeft aan zo’n club – zichzelf onlangs beloond heeft met een aantal extra financiën. Dus ze hebben zichzelf meer geld gegeven bovenop het bestaande basissalaris. En dat terwijl ze tegen tal van mensen in de jeugdopleiding zeggen – de jeugdopleiding die nota bene wel goed functioneert – dat er niet meer ruimte is. Dus er geen geld is voor salarisverhoging.”
Daarop vraagt presentator Frank Vijg: “Een beetje verschil mag toch wel?”
Stouten antwoordt: “Een verschil van 17-18.000 per maand is wel een erg groot gat.”
 
Vervolgens is op 6 april 2011 op de website van verweerders een artikel verschenen onder de kop “Toelage Feyenoord niet eenmalig”. In dit artikel wordt onder meer het volgende bericht:
“De directie van Feyenoord krijgt jaarlijks een toelage op het salaris. Feyenoord laat weten dat deze toelage ‘kan worden aangewend om het pensioen, de levensverzekering of levensloopregeling in te vullen’.
RTV Rijnmond meldde eerder dat het ging om een eenmalige toelage, dit blijkt dus niet juist.
Feyenoord directeur Gudde ontving de afgelopen jaren een toelage als onderdeel van zijn arbeidsvoorwaarden. De voltallige directie ontvangt zo’n toelage. Dit blijkt uit de salaris-administratie van Feyenoord, die RTV Rijnmond ingezien heeft. De hoogte van de toelagen zijn dan ook bekend bij de redactie van Rijnmond.
(…) Overigens laat Feyenoord weten dat de directie vanaf 2008 op eigen initiatief afstand heeft gedaan van het variabele deel van hun beloning, vanwege de moeilijke financiële situatie van de club. Dit staat los van de jaarlijkse toelage.
Feyenoord reageerde begin deze week woedend op de berichtgeving dat de directie een eenmalige toelage heeft ontvangen. Over de nuancering van dit bericht door RTV Rijnmond zegt Feyenoord slechts ‘beperkt tevreden’ te zijn. (…).”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat de berichtgeving inhoudelijk onjuist is en dat verweerders ten onrechte geen wederhoor hebben toegepast alvorens het artikel van 4 april 2011 op de website en op teletekst te publiceren. Klaagster meent dat met het bericht – gelet op de kop in samenhang met de inhoud – de indruk wordt gewekt dat ondanks de zware financiële problemen, de directie meent zich te kunnen permitteren om zichzelf een eenmalige toelage toe te kennen, althans deze te ontvangen. Zou wederhoor zijn toegepast, dan hadden verweerders kunnen weten dat van een eenmalige toelage geen sprake is geweest. Sterker, de directie ziet al enige jaren af van een bonus vanwege de financiële positie van klaagster.

Ten onrechte hebben verweerders uit de salarisadministratie van klaagster afgeleid dat een eenmalige toelage aan de directie wordt toegekend. Het betreft echter de reguliere, jaarlijkse toelage die de directie ontvangt in het kader van de bijdrage pensioenvoorziening/levensverzekering/ levensloopregeling. Deze voorwaarde maakt sinds jaren deel uit van de vaste beloningsstructuur van de directie. Klaagster benadrukt dat het haar er niet om gaat dat verweerders gebruik hebben gemaakt van de informatie uit de salarisadministratie, maar dat dat op onjuiste en tendentieuze wijze is gebeurd.
Klaagster stelt dat zij en haar directie daarmee zijn afgeschilderd als ‘graaiers’ en ‘zakkenvullers’. Klaagster wijst in dat verband onder meer op internetfora waaruit volgens haar blijkt dat het publiek de berichtgeving ook zo heeft opgevat. Bovendien hebben investeerders en aandeelhouders naar aanleiding van de berichtgeving om opheldering gevraagd. Voorts heeft personeel van Feyenoord zich afgevraagd waarom de directie zichzelf wel een bonus kan toe-eigenen, terwijl voor het personeel van Feyenoord een algehele loonstop geldt, aldus klaagster.
Nadat zij van de berichtgeving had kennisgenomen, heeft klaagster contact met verweerders opgenomen. Allereerst is toen aan verweerders verzocht het bericht van de website te verwijderen. Toen bleek dat verweerders aan dat verzoek niet wilden voldoen, is hen verzocht om onmiddellijke rectificatie. Uiteindelijk is onder het bericht van 4 april 2011 het commentaar van klaagster geplaatst. Daarnaast hebben verweerders, na moeizame onderhandelingen, anderhalve dag later een vervolgbericht op de website geplaatst. Dat bericht kan echter nauwelijks als een rectificatie worden aangemerkt, met name omdat in de kop de suggestie besloten ligt dat het allemaal nog veel erger is dan eerder gemeld. Ter zitting merkt klaagster op dat zij verschillende suggesties voor de kop heeft aangedragen, zoals “Geen eenmalige toelage” en “Toelage reguliere arbeidsvoorwaarde”. Verweerders hebben echter voor een andere kop gekozen, waardoor een nog ergere suggestie wordt gewekt. Klaagster wijst erop dat zij regelmatig – onder meer op haar website – duidelijk heeft gemaakt dat zij het bericht van 6 april 2011 te beperkt acht om als rectificatie aan te merken. Daarin wordt alleen vermeld dat het eenmalige karakter onjuist is, waardoor de suggestie ontstaat dat – in tegenstelling tot het eerdere bericht – ieder jaar ‘gegraaid wordt’.
Ter ondersteuning van haar standpunt wijst klaagster voorts op een aantal tweets van Stouten, waarin hij zich over de kwestie uitlaat, waaronder: “Wat denk je dat de reactie was geweest als wij dit hadden voorgelegd?” Volgens klaagster blijkt daaruit dat verweerders bewust van hoor en wederhoor hebben afgezien, omdat zij bevreesd waren dat het bericht dan niet in de gebruikte bewoordingen geplaatst had kunnen worden.  
Klaagster wijst voorts op de omstandigheid dat zij enige tijd geleden de exclusieve regionale live radiorechten heeft verkocht aan een concurrent van RTV Rijnmond. Als gevolg daarvan mogen verweerders geen live verslag meer doen van de wedstrijden van Feyenoord.  Wellicht houdt de handelwijze van verweerders hiermee verband, aldus klaagster.
Zij verwijst verder naar een brief van de directeur van RTV Rijnmond, waarin deze heeft erkend dat tot zijn spijt geen wederhoor is toegepast. Verder heeft de directeur in zijn brief vermeld dat naar zijn weten de berichtgeving is gerectificeerd. Op 6 april is echter op de website www.FR12.nl een bericht verschenen waarin wordt gemeld dat volgens RTV Rijnmond van rectificatie geen sprake is. Hieruit kan op z’n minst worden opgemaakt dat binnen de organisatie van verweerders geen eenduidig journalistiek beleid bestaat, aldus klaagster. Ter zitting wijst Knijff in dit verband ook nog op de publicatie van een interview met Den Hoed in Voetbal International en op een tv-uitzending van 8 april 2011 waarin is vermeld dat ‘verweerders achter hun berichtgeving blijven staan’.
Klaagster concludeert dat verweerders in de bestreden berichtgeving de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Verweerders erkennen dat voorafgaand aan de publicatie van 4 april 2011 ten onrechte geen wederhoor bij klaagster is toegepast. Dit is ook al diverse keren publiekelijk vermeld. Het bericht is op radio, TV en internet gecorrigeerd en er is een nieuw bericht geschreven met de juiste inhoud. Bovendien heeft de directeur van RTV Rijnmond in zijn brief aan klaagster niet alleen de fout erkend en excuses aangeboden, maar tevens laten weten dat de verantwoordelijken op de fouten zijn aangesproken. Verder wijzen verweerders op een artikel in het AD waarin door De Koster volmondig is erkend dat de sportredactie hier een fout heeft gemaakt. Ter zitting benadrukt Nieuwenhuis dat partijen het er over eens zijn dat de klacht met betrekking tot het achterwege laten van wederhoor gegrond is. Overigens ontkennen verweerders dat die fout te maken heeft met de kwestie aangaande de mediarechten. Dat betrof slechts een zakelijk geschil. Hij betwist verder dat op basis van de twitterberichten van Stouten kan worden geconcludeerd dat verweerders bewust geen wederhoor hebben toegepast.
Verweerders wijzen erop dat kort na de eerste berichtgeving het wederhoor van klaagster is geplaatst. Ter zitting voegt Nieuwenhuis hieraan toe dat die aanvulling binnen twee uur na de eerste publicatie heeft plaatsgevonden. Voor zover klaagster stelt dat dit nauwelijks een rectificatie kan worden genoemd, wijzen verweerders op een bericht van 6 april 2011 op de website van klaagster, waarin weldegelijk van een rectificatie wordt gesproken. Dit persbericht, waarvan de kop luidt “RTV Rijnmond rectificeert bericht over extra toelage directie Feyenoord”, is door diverse media overgenomen. In dit persbericht is het aangepaste internetbericht van RTV Rijnmond zonder overleg in gewijzigde vorm opgenomen.
Ten aanzien van de rectificatie merkt Nieuwenhuis ter zitting op dat het daarin moest gaan om een feitelijk bericht met een ruime reactie van klaagster. Volgens verweerders heeft klaagster zelf uitgelegd dat de toelage kán worden gebruikt voor pensioen en dergelijke. Uit gesprekken met accountants hebben verweerders opgemaakt dat het bedrag niet nader is omschreven en dus ook aan andere zaken kan worden besteed. Bovendien, zo stelt Den Hoed ter zitting, is bewust de term ‘bonus’ niet gebruikt, maar is in het artikel gesproken van een ‘toelage’. De rectificatie is feitelijk juist en van de door klaagster gestelde suggestie is volgens verweerders geen sprake. Voor zover klaagster heeft verwezen naar een bericht van de website FR12 waarin ‘een woordvoerder’ van RTV Rijnmond wordt geciteerd, merken verweerders op dat dit bericht bij hen onbekend is. Zowel de hoofdredactie als de afdeling communicatie is niet geraadpleegd door deze supporterssite. Bovendien achten verweerders zich niet verantwoordelijk voor een website van een aantal supporters en zij distantiëren zich dan ook van het bericht.
Verweerders menen dat er geen noodzaak is vast te stellen dat zij journalistieke grenzen hebben overschreden, nu zij dit met betrekking tot het bericht over de toelage al vele malen hebben erkend. De hoofdredactie heeft dit op duidelijke wijze besproken met de sportredactie. Daarbij zijn de afspraken herbevestigd dat bij alle berichtgeving, zoals te doen gebruikelijk, hoor en wederhoor plaatsvindt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. Ten onrechte hebben verweerders voorafgaand aan de publicatie van 4 april 2011 geen wederhoor toegepast.
  2. Het artikel van 6 april 2011 kan niet worden aangemerkt als rectificatie.
Ad 1.
Tussen partijen is niet in geschil dat verweerders voorafgaand aan de berichtgeving van 4 april 2011 wederhoor bij klaagster hadden moeten toepassen. In hetgeen is aangevoerd noch anderszins ziet de Raad aanleiding voor een ander oordeel. Door de berichtgeving niettemin zonder toepassing van wederhoor te publiceren, hebben verweerders derhalve journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Ad 2.
De Raad stelt voorop dat de journalist van wie blijkt dat hij onjuist dan wel op een wezenlijk punt onvolledig heeft bericht – zo mogelijk op eigen initiatief – op zo kort mogelijke termijn behoort over te gaan tot een passende en ruimhartige rechtzetting, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie of uitzending niet juist was. Indien een betrokkene die zich door de berichtgeving in redelijkheid tekortgedaan voelt, zelf reageert, neemt de redactie de vereiste zorgvuldigheid in acht bij de beslissing of – en zo ja, op welke wijze – de reactie van de betrokkene wordt gepubliceerd. (zie punt 6.1. van de Leidraad van de Raad)
 
In de berichtgeving van 4 april 2011 is de indruk gewekt dat de directie van klaagster zich met een eenmalige toelage heeft verrijkt, ondanks de financiële situatie waar Feyenoord zich thans in bevindt, en dat de directie aldus maatschappelijk verwerpelijk heeft gehandeld. Klaagster heeft aangevoerd dat zij dit beeld had willen en kunnen rechtzetten, indien vooraf wederhoor was toegepast.

Gelet op het – voor klaagster uiterst negatieve – effect dat de eerste berichtgeving teweeg heeft gebracht, had het op de weg van verweerders gelegen een ruimhartige rectificatie tot stand te brengen. Volgens de Raad is het artikel van 6 april 2011 – met name door de kop – voor meerdere interpretatie vatbaar. Het bericht kan ook zó worden uitgelegd, dat de directie van klaagster zich niet éénmalig, maar stelselmatig op een maatschappelijk verwerpelijke wijze heeft verrijkt. Hierdoor is de onrust over de toelage, die na het artikel van 4 april 2011 is ontstaan, niet weggenomen. Daarbij komt dat vanuit de zijde van verweerders wisselende signalen zijn gegeven over het karakter van dit artikel en met name de vraag of daarmee al dan niet sprake was van een rectificatie.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders de berichtgeving van 4 april 2011 niet op voldoende deugdelijke wijze hebben rechtgezet.
 
Conclusie
Gelet op het voorgaande hebben verweerders zowel ten aanzien van de publicatie van 4 april 2011 als betreffende het bericht van 6 april 2011 grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.    
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren op de website www.rijnmond.nl en bij voorkeur tevens aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het televisieprogramma ‘Sportclub Rijnmond’.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 augustus 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.