2011/54 ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van RTV Noord 
 
Bij brief van 26 april 2011 met diverse bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van RTV Noord (hierna: verweerder). Hierop heeft M. van den Berg, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 12 mei 2011. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 18 mei 2011. Ten slotte heeft verweerder nog gereageerd bij e-mailbericht van 31 mei 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 juni 2011. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 13 maart 2011 heeft RTV Noord in een uitzending aandacht besteed aan een rechtszaak die zou dienen op 14 maart 2011 inzake de vermeende fraude bij Stichting Zwembad Hoogkerk door klager. In de uitzending wordt X aangeduid met zijn voornaam, tussenvoegsel en de initiaal van zijn achternaam.
 
Het item opent met:
“Het bestuur van Stichting Openluchtbad Hoogkerk eist in een civiele procedure 100.000 euro van voormalig voorzitter en penningmeester X. X verduisterde in de periode tussen 2002 en 2009 grote sommen geld door met de boekhouding te knoeien.
Volgens huidig voorzitter Wina van der Hoeven gaat het om een bedrag van zo’n 300.000 euro.”
 
De voice-over meldt in de uitzending onder meer:
“X ging in het verleden al vaker in de fout. In de jaren ‘80 werd hij als medewerker van een bank in Groningen op staande voet ontslagen. Hij zou een bedrag van tenminste 40.000 euro hebben verduisterd.
Hetzelfde gebeurde niet veel later bij een reclamebureau. Ook daar heeft hij volgens de toenmalige eigenaar met de boeken geknoeid.”
 
Tijdens de uitzending wordt tweemaal een foto van klager getoond waarbij een balkje over de ogen van klager is geplaatst.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt neergezet te zijn als een draaideurfraudeur die het zwembad voor 300.000 euro heeft benadeeld. Hij heeft de gewraakte uitzending als schokkend en onnodig grievend ervaren.
In de berichtgeving is volgens klager ten onrechte geen wederhoor toegepast en is geen onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen.
Klager ontkent dat sprake is geweest van verduistering ten nadele van de bank. Als voorzitter van de centrale ondernemingsraad van die bank en belangenbehartiger van het personeel is klager kort na een fusie in een zakelijk conflict geraakt met de bankdirectie. Het conflict kreeg vervolgens een persoonlijke wending. Klager benadrukt dat de bank geen aangifte tegen hem heeft gedaan en hij nooit eerder voor enig strafbaar feit is veroordeeld.
De berichtgeving met betrekking tot het knoeien in de boeken bij een reclamebureau is volgens hem eveneens onjuist. Klager is door de eigenaar van het reclamebureau, diens vrouw, de accountant en latere zaakwaarnemers nooit aangesproken op het niet juist voeren van de administratie. Ook in deze kwestie is volgens klager geen aangifte gedaan.
Volgens klager is het onjuist dat bronnen dichtbij het Openbaar Ministerie de verdenkingen hebben bevestigd. Hij wijst erop dat een klacht over onjuiste uitlatingen van de officier van justitie door de hoofdofficier van justitie gegrond is verklaard.
Voorts stelt klager tijdens de gewraakte uitzending met een portretfoto onnodig en langdurig in beeld te zijn gebracht. Deze foto is gemaakt tijdens een privébezoek van klager aan vrienden in Noorwegen en door deze vrienden op een persoonlijk weblog geplaatst. Gezien de onjuistheid van de berichtgeving acht klager de vertoning van de foto een ernstige aantasting van zijn privacy en schadelijk voor zijn belangen. Klager stelt dat er ook in de toekomst schade kan ontstaan doordat de gewraakte uitzending op YouTube is geplaatst.
De bewering van verweerder dat klager op foto’s in de krant heeft gestaan naast de burgemeester van Groningen tijdens de uitreiking van de sportpenning is onjuist. Ook is er geen foto van klager tijdens de uitreiking van de prijs in de media verschenen. Voor zover verweerder aanvoert dat klager zijn schoonmoeder financieel heeft bedrogen, ontkent hij dat zijn schoonmoeder dementerend is. Klager benadrukt dat zij zelfstandig woont.
Klager heeft bij verweerder verzocht om een gesprek om zijn grieven te bespreken. Verweerder heeft hier volgens hem tweemaal afwijzend op gereageerd.
 
Verweerder stelt op een ethisch verantwoorde en professionele wijze te hebben gehandeld. Hij kwam in 2009 op het spoor van mogelijke zwendel met boeken van het zwembad in Hoogkerk. Met drie bronnen is daarover gesproken, waarbij er meer aan de hand bleek te zijn met klager. Zo zou klager zijn dementerende schoonmoeder financieel bedriegen. Verweerder stelt dat na grondige research dit verhaal door diverse bronnen en blijkens een gerechtelijke uitspraak is bevestigd.
Een van de bronnen bracht verweerder op het spoor van het ontslag bij een bank in de jaren ‘80. Dat verhaal is aan verweerder bevestigd waarbij via de geraadpleegde bronnen is duidelijk geworden dat het fraude betrof. Door het bronmateriaal is verweerder zeker van zijn zaak.
Tijdens het onderzoek is er een tip binnengekomen over mogelijke fraude bij een reclamebureau. Ook dit verhaal – knoeien met geld door klager – is door verschillende bronnen bevestigd. In de zaak is van het doen van aangifte afgezien. Het toont volgens verweerder wel aan dat klager eerder verdenkingen over zwendel over zich heeft afgeroepen.
Verweerder stelt dat betrokkenen hebben gemeld dat klager weliswaar charmant overkomt en een integere indruk wekt, maar er naar verloop van tijd verdenkingen rond zijn handelen ontstaan. In de berichtgeving zijn niet alle feiten naar voren gekomen die zijn gemeld door bronnen en is door verweerder voorzichtig gehandeld. Daarbij hebben bronnen bij het Openbaar Ministerie bepaalde verdenkingen aan het adres van klager bevestigd.

Het standpunt dat klager geen weerwoord heeft kunnen geven is volgens verweerder onjuist. Tijdens de hele researchperiode en voor de uitzending in 2009 is klager bij herhaling om een wederwoord gevraagd.
Naast de ontwikkelingen betreffende de claim van het zwembadbestuur, zijn in de uitzending feiten gemeld die ook in 2009 gemeld zijn. Klager heeft toen niet gereageerd op verzoeken tot wederhoor en ook niet geklaagd over de toen gemelde feiten. Verweerder stelt dat klager tot op heden zijn verhaal mag doen.
Volgens verweerder heeft klager toegegeven een bekende verschijning te zijn in Hoogkerk. Nu klager min of meer reeds bij het publiek bekend was – zo staat hij bijvoorbeeld in 2009 tijdens een uitreiking van een sportpenning in de media met de burgemeester van Groningen op de foto – behoefde verweerder de foto (met balkje) van klager in de uitzending niet achterwege te laten.
Volgens verweerder betreft de zaak een waterdicht dossier. Het feit dat de journalistiek melding maakt van het handelen van klager, is gezien de aard van de zwendel geen discussie waard. Het is verweerder niet aan te rekenen dat daar vervelende gevolgen aan kleven voor de belangen van klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      in de uitzending is onjuist bericht over de kwestie bij de bank en het reclamebureau waarbij ten onrechte geen wederhoor is toegepast;
2.      met het in beeld brengen van een foto van klager is zijn privacy onevenredig aangetast.
 
Ad 1.
Verweerder heeft naar aanleiding van de strafrechtelijke procedure tegen klager ervoor gekozen om aandacht te besteden aan het verleden van klager. In de gewraakte uitzending worden ernstige beschuldigingen geuit over dit verleden waarbij wordt verwezen naar eerdere vermeende gevallen van fraude.
 
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar mogelijke eerdere onoorbare praktijken van klager. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. In dat verband overweegt de Raad verder dat de journalist die beschuldigingen, negatieve kwalificaties en beweringen put uit opnamen uit het archief, zich dient te houden aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij het publiceren van beschuldigingen. Hij mag er niet van uitgaan dat de eerder gepubliceerde uitspraken het karakter van onbetwiste feiten hebben aangenomen doordat zij niet zijn weersproken. (zie punten 2.2.5. en 2.3.2. van de Leidraad van de Raad)
 
Klager stelt dat in strijd met de waarheid is bericht over in het verleden gepleegde fraude bij een reclamebureau en een bank, terwijl verweerder ter zake heeft gesteld dat hij de beschuldigingen heeft gebaseerd op diverse betrouwbare bronnen.
Nu de standpunten van de partijen ter zake lijnrecht tegenover elkaar staan en geen materiaal voorhanden is op grond waarvan de Raad kan vaststellen welk standpunt juist is, kan de Raad zich daarover niet uitlaten.
 
Klager stelt verder dat geen wederhoor is toegepast. De Raad wijst erop dat een journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toepast bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
Klager stelt verder dat geen wederhoor is toegepast.Verweerder heeft niet alleen aangevoerd dat hij voor de uitzending van 2009 aan klager bij herhaling om wederhoor heeft gevraagd, maar ook dat hij dat tijdens de researchperiode van de gewraakte uitzending heeft gedaan. Klager heeft dit betwist.
Ook in dit geval lijken de standpunten van de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. Op grond van hetgeen door beide partijen naar voren is gebracht, kan de Raad niet vaststellen welk standpunt juist is en of er in de researchperiode van de gewraakte uitzending wederhoor is toegepast. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.
 
Ad 2.
Klager stelt dat met het in beeld brengen van zijn foto zijn privacy onevenredig is aangetast.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
De wijze waarop klager in de uitzending is aangeduid – met de vermelding van zijn voormalige functie, voornaam en de initiaal van zijn achternaam – en de wijze waarop zijn portret is afgebeeld – met een balkje over de ogen – zijn in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden geïdentificeerd. (vgl. RvdJ 2009/27)
 
In dat verband is relevant dat klager voorzitter is geweest van het bestuur van het zwembad en voor zijn inspanningen is onderscheiden met een sportpenning. In zoverre genoot klager enige bekendheid binnen de gemeenschap en was hij reeds kenbaar voor het publiek. De Raad acht het door de wijze van anonimiseren van de foto en de berichtgeving dan ook niet aannemelijk dat klager juist door deze berichtgeving zal worden herkend of hinder ondervindt.
 
Naar het oordeel van de Raad is derhalve geen sprake van een disproportionele aantasting van klagers privacy en is dit onderdeel van de klacht ongegrond.

BESLISSING
 
Voor zover de klacht betrekking heeft op het schenden van klagers privacy tijdens de uitzending door het in beeld brengen van zijn foto is de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de beschuldigingen van fraude en het niet toepassen van wederhoor onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 augustus 2011 door mr. V.G.H. Lebesque, voorzitter, mr. T.E. Klein, drs. G.J.P. Kloosterhuis, A. Mellink MPA en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.