2011/48 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.J. Lustig
 
tegen
 
H. Talens en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
 
Bij brief van 15 september 2010 met een bijlage heeft mw. mr. A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem, namens R.J. Lustig (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Talens en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Vis, hoofdredacteur, mede namens H. Talens geantwoord in een brief van 29 september 2010.
 
Ten einde te bezien of partijen via bemiddeling tot een oplossing van de kwestie konden komen is de behandeling van de klacht vervolgens op verzoek van de raadsvrouwe van klager uitgesteld. In het voorjaar van 2011 heeft de raadsvrouwe van klager aan de Raad laten weten dat klager geen prijs meer stelde op bemiddeling en zijn klacht wenste te handhaven.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 mei 2011. Klager is daar verschenen, vergezeld door mw. mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Vis en Talens, verslaggever, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 31 juli 2010 is in De Twentsche Courant Tubantia in het katern ‘Spectrum’ een artikel van de hand van Talens verschenen onder de kop “Over de rug van de gewone man” met het chapeau “De hebzucht van Rob L.”. De intro van het artikel luidt:
“Justitie denkt dat Hengeloër Rob L. kunststof kozijnen heeft verkocht terwijl hij moet hebben geweten dat hij ze nooit zou leveren. En passant smeerde hij klanten ook nog een lening, een dikke hypotheek of een renterekening aan die niet uitkeert. Er is zeker 700.000 euro zoek van goedgelovige consumenten. Wie doet zoiets?”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Op 28 juni werd de Hengeloër Rob L. met Boekeloër Rene de V. en de Hengelose [X] opgepakt. Het trio wordt behalve van oplichting ook verdacht van valsheid in geschrifte, witwassen en verduistering. Rob L. (56) wordt door gedupeerden aangewezen als de kwade genius. Hij palmt mensen in, charmeert en wekt vertrouwen. In die sfeer slaat hij genadeloos toe.
Met Boekeloër Rene de V. wist hij zelfs een klant binnen twee jaar drie keer een hogere hypotheek aan te smeren waarvan 80.000 euro werd gebruikt voor een renterekening die na amper een half jaar al niet meer uitkeerde. En het geld is verdwenen.”
en
“Vanuit het niets bouwden de twee neven VSN op, Verzekerd Spaarplan Nederland. (…) Rob had een neus voor het vinden van simpele zielen en rekende hen uitkeringspercentages van wel 19 procent voor. (…) Rob zat totaal niet met de onkunde van de klanten die hun financiële lot in zijn handen legden. ,,Ze hebben toch zelf getekend”, zei hij. L. sloot lustig contracten af, verkocht er nog een verzekeringetje of wat bij en VSN streek de lucratieve torenhoge provisies op. Klanten waren geen mensen maar objecten waaraan je geld kon verdienen.”
en
“Ondertussen kwamen allerlei rekeningen binnen van leasemaatschappijen en van feestlokaties waar Rob en een paar maten de bloemetjes flink buiten had(den) gezet. Ook mocht VSN nota's voldoen van sieraden die Rob cadeau deed aan het speeltje van de week, een van de vrouwelijke personeelsleden die hij gunstig wilde stemmen.”
en
“Rob zette VSN alleen voort en ruim een jaar later ging de onderneming failliet. Daarna werd het korte tijd VSN Select, maar ook dat ging op de fles. In zijn tijd bij VSN legde Rob ook contacten met de kozijnbranche. Hij sloot leningen af waarmee consumenten de kunststof kozijnen betaalden.
Die wereld lokte hem kennelijk want hij kwam een kleine drie jaar geleden bij [onderneming A] terecht, de kozijnhandel die op het laatst nog wel kozijnen verkocht, deze vooruit liet betalen maar ze niet meer leverde.
Dat ging een stap verder dan de slimme praatjes van eertijds om iemand een leninkje door de strot te duwen. Consumenten gingen met hem in zee omdat hij betrouwbaar en deskundig overkomt. Hij praat verzorgd met een vertrouwenwekkend timbre a la Ivo Opstelten. Hij oogt als een gezettere Jan des Bouvrie, nonchalanter gekleed. Tijdens gesprekken flitsen zijn ogen onrustig van links naar rechts. Hij is altijd gehaast. Hij vindt zichzelf een keiharde werker die wel 60 uur per week maakt.”
en
“Nadat [onderneming A] failliet was verkochten Rob en zijn sister-in-crime [X] kozijnen onder de firmanaam [onderneming B] uit Hengelo die ze volgens beproefd succesrecept vooruit lieten betalen, terwijl levering uitbleef.
Nadat de deals waren gesloten hielden Rob en Breitlingbabe [X] zich voor vragen en klachten telefonisch niet of nauwelijks bereikbaar. Rob maakte zijn reputatie als smoezenkoning helemaal waar toen hij in mei brieven stuurde aan de gedupeerden die soms al een half jaar op hun kozijnen zaten te wachten.
Het strenge winterweer en zelfs de IJslandse aswolk hadden volgens hem roet in het eten gegooid. Tot een week voordat hij werd opgepakt hield hij nog vol dat alles goed zou komen. Hij kletst zich overal onderuit. Zelfs als hij met de hand in de koekjestrommel wordt betrapt, zal hij nog ontkennen dat hij een versnapering wilde pakken.
Aan de andere kant is hij ook een vat vol verhalen. Het ene nog sterker dan het andere. In gezelschap trekt hij daarmee de aandacht. Hij hangt graag de grote jongen uit, heeft lef en bravoure. Is listig en creatief in het omzeilen van wetten, regels en procedures. Volgens een legendarisch verhaal heeft hij zelfs een huurhuis als eigen woning verkocht.”
Het artikel sluit af met:
“L. is door Justitie voorlopig tot staan gebracht. Dat is voor iedereen beter, ook voor hemzelf. Misschien dat hij te genezen is van zijn geldverslindende exhibitionistische levenshouding. Zes jaar na de eerste aangifte gebeurt er wat. Te laat voor de gedupeerden, maar precies op tijd om nieuwe goedgelovige consumenten te beschermen.”
 
Bij het artikel is de volgende tekst geplaatst:
“Dit profiel is gebaseerd op gesprekken met familie en oud-werknemers, verklaringen en aangiften van gedupeerden, faillissementsverslagen, e-mailbrieven van betrokkenen, persoonlijke ontmoetingen, persbericht justitie en krantenartikelen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt allereerst dat geen sprake is van waarheidsgetrouwe berichtgeving; de lezer kan zich geen volledig beeld vormen van het nieuwsfeit. Bovendien wordt een subjectief, negatief beeld van hem geschetst. Dit blijkt onder meer uit de kop van de publicatie en het gebruik van termen met een negatieve lading zoals ‘aansmeren’, ‘wanbeleid’, ‘spilzucht’ en ‘geldverslindende exhibitionistische levenshouding’. Klager wijst erop dat Talens meerdere artikelen over hem heeft gepubliceerd, zodat het lijkt dat Talens een heksenjacht op hem heeft geopend. Volgens klager is onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat hij ten tijde van de publicatie in voorlopige hechtenis verbleef. Vanwege de negatieve toonzetting en beeldvorming zijn zijn belangen geschaad. Klager ziet niet in welke belangen met de publicatie worden gediend.
Voorts meent klager dat onvoldoende onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Daarnaast hebben verweerders zich schuldig gemaakt aan eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Dit wordt benadrukt door het gebruik van woorden als ‘Breitlingbabe’ en zinsneden als ‘Klanten waren geen mensen maar objecten waaraan je geld kon verdienen.’ Ter zitting wijst klager erop dat de uitdrukking ‘een man met lef en bravoure’ in een negatieve context is geplaatst. De gesuggereerde negatieve eigenschappen van hem worden alleen maar versterkt door de zogenaamde ‘positieve kanten’. Verder merkt klager op dat wanneer verweerders hun persoonlijke mening hadden willen geven, zij dit via een column of opiniërend stuk hadden moeten doen.
Volgens klager is het artikel een aaneenschakeling van beschuldigingen aan zijn adres, die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de publicatie met hem in conflict waren, zoals oud-werknemers en gedupeerden. Het is niet verantwoord geweest om het artikel te publiceren, omdat door verschillende belangen en emoties het niet mogelijk was een objectief beeld te schetsen. Ter zitting merkt klager nog op dat bij berichtgeving betreffende oplichting vaak per definitie met modder wordt gegooid en dat de journalist in zo een geval prudent moet omgaan met de bronnen en wederhoor dient toe te passen.
Verder wijst klager er ter zitting op dat het artikel een gerucht bevat, te weten dat hij een huurhuis als eigen woning zou hebben verkocht. Het ontbreekt aan enige onderbouwing dat het gerucht daadwerkelijk circuleert of welk maatschappelijk doel het vermelden dient. Klager ervaart dit als zwartmakerij.
Klager stelt voorts dat hij ten onrechte geen gelegenheid heeft gekregen zijn visie te geven op de beschuldigingen aan zijn adres. Klager meent dat het voor de hand had gelegen om met hem persoonlijk te spreken. Volgens hem zijn er geen omstandigheden die rechtvaardigen dat van wederhoor is afgezien. Ten tijde van de publicatie verbleef hij in voorlopige hechtenis met beperkingen, maar verweerders hadden kunnen wachten met publiceren totdat die beperkingen waren opgeheven zodat wederhoor toegepast had kunnen worden. Ter zitting wijst klager erop dat vier dagen ná de publicatie de beperkingen zijn opgeheven, hetgeen ook te verwachten viel. Ten aanzien van eerder contact met verweerders, in de zomer van 2009, merkt klager op dat Talens toen geen oren had naar zijn verhaal.
Ten slotte stelt klager dat zijn privacy door de berichtgeving ernstig wordt aangetast. Hoewel zijn achternaam niet is vermeld, zijn de namen van zijn ondernemingen onnodig genoemd. Voor vrijwel iedereen in de omgeving van Twente is duidelijk over wie het artikel gaat. Klager stelt dat onduidelijk is waarom verweerders kennelijk hebben gedacht dat aantasting van de privacy noodzakelijk was. Omdat klager ten tijde van de publicatie in beperkingen verkeerde, was het voor hem onmogelijk zich te verweren tegen de aantijgingen. Nu klager verdachte is, is het voor hem nog altijd niet verstandig om de publiciteit te zoeken. Ter zitting voegt klager hieraan toe dat voorts ten onrechte is bericht over zijn levensstijl.
Klager concludeert dat het portret dat van hem is geschetst, niet is gebaseerd op een overdaad aan objectieve bronnen, maar bijna geheel op zeer subjectieve bronnen. Door de vormgeving van het artikel zal de lezer zich moeilijk aan de indruk kunnen onttrekken dat de handelwijze van klager niet deugt. Klager betoogt dat hij zodanig is gediskwalificeerd, dat verweerders het artikel niet zonder deugdelijke grondslag en zonder behoorlijke toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren. Dat sprake is van een portret maakt dat niet anders, aldus klager.
 
Verweerders stellen voorop dat uit de publicatie duidelijk blijkt welke bronnen zijn gebruikt. Dit varieert van gesprekken met familie en oud-werknemers tot faillissementsverslagen en aangiften. Verder wijzen zij erop dat er een journalistieke aanleiding voor de publicatie bestond: met de arrestatie van klager was een nieuwe ontwikkeling ontstaan in een affaire die in de regio vele (mogelijke) gedupeerden heeft beziggehouden. Verweerders ontkennen dat sprake is van een heksenjacht of van publicatie van lichtvaardige verdenkingen. Ter zitting merken zij op dat het weliswaar een smeuïg verhaal betreft, maar dat daarin geen onjuistheden staan.
Volgens verweerders is de waarheidsgetrouwheid voldoende gewaarborgd door de veelheid en verscheidenheid aan bronnen. Klager doet voorkomen alsof alleen hijzelf de waarheid spreekt, maar die stelling is niet houdbaar.
Verder stellen verweerders dat niet het doel was een negatief beeld te schetsen, maar een portret van klager te maken. Het beeld dat in de berichtgeving naar voren komt, is het beeld dat is ontstaan uit de geraadpleegde bronnen. Er zijn bronnen geraadpleegd die zich negatief over klager hebben uitgelaten, maar ook bronnen die positief over klager hebben gesproken. Het is de taak van de journalist om op basis van bronnen het verhaal te kleuren en hij mag daarbij metaforen gebruiken. Het gewraakte artikel geeft er geen blijk van dat de journalist in zijn vrijheid is doorgeschoten.
Verweerders menen voorts dat meningen en feiten bij een portret door elkaar kunnen lopen. De lezer zal echter goed in staat zijn de feiten en meningen in de publicatie te onderscheiden, aldus verweerders. Volgens hen is van tendentieuze berichtgeving geen sprake. Ook de positieve kanten van klager worden belicht. Zo komt volgens verweerders in de berichtgeving naar voren dat hij wordt beschreven als man die in gezelschap mooie verhalen vertelt en een gezellig figuur is. Daarnaast wordt hij omschreven als een man met lef en bravoure en met een onmiskenbaar verkooptalent. Verweerders kan dan ook niet worden tegengeworpen dat zij enkel het oogmerk hebben gehad om de negatieve kanten van klager te belichten.
Verweerders betwisten dat de berichtgeving enkel is gebaseerd op beschuldigingen van personen die met klager in conflict waren. Er is ook gebruik gemaakt van faillissementsverslagen en een persbericht van Justitie over de arrestatie van klager. Ter zitting benadrukken verweerders dat zoveel mogelijk publieke bronnen zijn gebruikt en dat de feiten voldoende zijn geverifieerd.
Voorts stellen verweerders dat zij – gezien de situatie waarin klager verkeerde – niet in staat waren wederhoor bij klager toe te passen. Van hen kan niet worden verwacht dat zij in een situatie als hier aan de orde was, wachten met publiceren totdat de betrokkene in staat is zich over de inhoud uit te laten. Daarbij komt dat het artikel een portret van klager behelst, dat is afgedrukt in het achtergrondkatern. Het artikel onderscheidt zich daarom van een nieuwsbericht, zodat andere eisen van wederhoor gelden. Overigens hebben verweerders in de zomer van 2009 geprobeerd contact te hebben met klager, die toen het contact heeft verbroken.
Het standpunt van klager dat hij ten tijde van de publicatie in beperkingen verkeerde, waardoor het voor hem niet mogelijk was zich te verweren, is volgens verweerders onjuist. Zij wijzen erop dat klager via tussenkomst van zijn raadsvrouw zijn opvatting had kunnen laten blijken. Klager heeft van deze mogelijkheid echter geen gebruik gemaakt.
Verweerders stellen dat persoonlijke zaken betreffende de leeftijd, relaties of gezondheid van klager niet zijn genoemd. Zij wijzen erop dat de namen van de ondernemingen van klager publiekelijk bekend zijn geworden vanwege de teloorgang waarin deze bedrijven zijn geraakt. De naam van VSN is genoemd om duidelijk te maken welke financieringsinstelling het betreft, om verwarring met andere ondernemingen te voorkomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. er is een onnodig negatief beeld van klager geschetst, waarbij ten onrechte geen wederhoor is toegepast;
  2. de privacy van klager is geschonden.
De Raad zal zich tot deze kern beperken.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat een journalist bij het schrijven van een portret niet neutraal te werk hoeft te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. (vgl. RvdJ 2008/26)
 
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat zij het portret hebben gebaseerd op een groot aantal bronnen rondom klager en daarbij voldoende zorgvuldigheid in acht hebben genomen. Verweerders hebben daarbij mede gebruik gemaakt van diverse feitelijke objectieve bronnen, waaronder een persbericht van Justitie en een faillissementsverslag. Verweerders mochten van de betrouwbaarheid van die bronnen uitgaan. Niet is gebleken dat verweerders een onzorgvuldige of eenzijdige selectie hebben gemaakt van bronnen of de feiten onvoldoende onderzocht hebben.
 
De Raad overweegt verder dat het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat het artikel een schets betreft van de handelwijze van klager en dat de beschuldigende beweringen met name de perceptie van de bronnen betreffen. Het stond verweerders vrij de meningen van de bronnen te parafraseren en daarbij metaforen te gebruiken op de wijze zoals zij hebben gedaan, nu niet is gebleken dat dat op journalistiek onzorgvuldige wijze is geschied. (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad)
 
De hiervoor bedoelde bijzondere zorgvuldigheid kan meebrengen dat bij de betrokkene wederhoor moet worden toegepast. Dat dat in het onderhavige geval niet is gebeurd, acht de Raad echter niet ontoelaatbaar. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de publicatie op een groot aantal bronnen is gebaseerd – waaronder tevens, zoals hiervoor overwogen, feitelijke objectieve bronnen – en dat het portret hoofdzakelijk een inzicht in de levensloop van klager behelst. Voorts is niet in geschil dat klager ten tijde van de publicatie in voorlopige hechtenis verbleef waarbij hem beperkende maatregelen waren opgelegd. Hierdoor was het voor verweerders feitelijk niet mogelijk (direct of indirect) bij klager wederhoor toe te passen. Verweerders hebben voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat voor hen journalistieke aanleiding bestond tot publicatie van het artikel over te gaan. Zij behoefden niet te voorzien dat de beperkende maatregelen ten aanzien van klager kort na de publicatie zouden worden opgeheven. Dat verweerders derhalve niet hebben gewacht met publiceren totdat klager beschikbaar was voor wederhoor, kan hen in dit geval dan ook niet worden aangerekend. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Aangezien voorts niet is gebleken dat de publicatie relevante onjuistheden bevat, bestaat geen grond voor het oordeel dat de klacht op dit punt gegrond is.
 
Ad 2.
Ten aanzien van de privacy van klager overweegt de Raad dat de vermelding van initialen, leeftijd en woonplaats van verdachten en veroordeelden gebruikelijk en niet journalistiek onzorgvuldig is. (zie punt 2.4.6. van de Leidraad)
 
Het is derhalve de vraag of verweerders met de naamsvermelding van de ondernemingen van klager ontoelaatbaar hebben gehandeld.
 
De Raad heeft eerder overwogen dat het niet zonder meer journalistiek onzorgvuldig is indien in een publicatie over een strafzaak de naam van een onderneming wordt vermeld. Indien de desbetreffende onderneming een essentiële rol speelt in de strafzaak kan het van zodanig maatschappelijk belang zijn om de gegevens van die onderneming in de berichtgeving te vermelden, dat het privacybelang van de daardoor eenvoudig te identificeren ondernemer daarvoor moet wijken. (vgl. RvdJ 2007/65)
 
De in het artikel genoemde bedrijven spelen kennelijk een belangrijke rol in de strafzaak tegen klager. Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat er redenen bestonden om aan te nemen dat de feiten in het strafproces op deze ondernemingen (mede) betrekking hadden. Het is maatschappelijk en journalistiek relevant daarover te berichten op de wijze zoals verweerders hebben gedaan. De Raad is van oordeel dat verweerders het belang van een volledige berichtgeving op een verantwoorde wijze hebben gediend en dat van een disproportionele aantasting van het privéleven van klager geen sprake is.
 
Conclusie
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juli 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mr. T.E. Klein,M. Ülger en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.