2011/46 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.G.H. Brekelmans en de Stichting World Initiative for Orphans
 
tegen
 
K. Demoed, L. Staats en de hoofdredacteur van EénVandaag (AVRO/TROS)
 
Bij brief van 14 februari 2011 met diverse bijlagen heeft M.G.H. Brekelmans te Winkel, in persoon en in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Stichting World Initiative for Orphans te Den Haag (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen K. Demoed, L. Staats en de hoofdredacteur van EénVandaag (hierna: verweerders). Hierop heeft J. Kriek, hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 14 maart 2011 met vier bijlagen. Ten slotte hebben verweerders nog een bijlage overgelegd bij e-mailbericht van 24 maart 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 mei 2011. Namens klagers is daar voornoemde Brekelmans verschenen. Aan de zijde van verweerders waren voornoemde Kriek en K. Demoed, redacteur, aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 18 augustus 2010 is in een uitzending van het televisieprogramma EénVandaag, in een reportage met de titel “Goedbedoeld, maar toch mislukt”, aandacht besteed aan de werkwijze en het faillissement van de Stichting World Initiative for Orphans (WIO). Presentatrice Staats leidt de reportage in als volgt:
“97 procent van particuliere hulpacties als Send a Tent is succesvol. Maar het gaat ook wel eens mis. Zoals in het geval van World Initiative for Orphans, het WIO. Oud-CDA Statenlid Maarten Brekelmans wil iets doen voor weeskinderen in de wereld en richt in 2006 het WIO op. Nu, 4 jaar later, is de Stichting failliet, hebben veel mensen nog geld tegoed en is er volgens betrokkenen geen cent terecht gekomen bij hulpprojecten voor wezen.”
De reportage start met een kort fragment uit een interview met S. Meuwese, voormalig directeur Defence for Children:
 “Je zegt dat je iets gaat doen voor kinderen met problemen, je doet het helemaal niet, je doet het helemaal niet.”
Hierna volgt een kort fragment uit een interview met S. Knuiman, voormalig personeelslid WIO:
“Je begint heel enthousiast en je hoort de doelen, je staat erachter. En gaandeweg kom je erachter dat het een en ander toch niet zo is als het lijkt.”
Aansluitend bericht de voice-over:
“Dit is het verhaal van een man vol goede bedoelingen. Maar die uiteindelijk iedereen teleurstelde: Maarten Brekelmans. Het verhaal begint met het gevoel dat veel mensen herkennen: dat je iets wil doen aan het leed in de wereld, zonder logge organisaties en trage besluitvorming. Maar het verhaal van Brekelmans laat zien dat het ook met idealistische en charismatische eenlingen die het verschil willen maken, heel erg mis kan gaan.”
Hierna volgt een fragment uit een interview met R. van de Ven-Gijsbers, Stichting Weeskinderen in Rwanda:
 “Het is nu drie jaar later en er is nooit geen ene euro gekomen en geen een geit in Rwanda. Dus ik heb nooit geen geld gezien. Dat is voor mij een enorme teleurstelling.”
Verderop de uitzending vervolgt de voice-over:
“(…) In 2005 richtte hij International Advocates for Children op, een dochteronderneming van het Amerikaanse adoptiebureau Amrex, dat in 2006 in opspraak raakt en failliet gaat. In oktober 2006 verandert Brekelmans de naam van IAC naar WIO: World Initiative for Orphans.”
Vervolgens komen achtereenvolgens Knuiman, Van de Ven-Gijsbers en Meuwese aan het woord. Later vervolgt de voice-over:
 “Brekelmans heeft haast en hij denkt gelijk groot. Niet alleen in Nederland, niet in Europa, maar over de hele wereld moet de Stichting WIO in korte tijd actief worden.”
Na een fragment van het interview met Knuiman vervolgt Meuwese:
“Hij voelt zich betrokken bij de maatschappij: prima. Maar wat ik niet kon ontdekken, was een bepaald soort deskundigheid. Dus de naam World Initiative for Orphans is al veel te prestigieus voor een Hollandse kleine organisatie. Al ga je hier en daar zo’n projectje beginnen, dan nog mag je niet de pretentie hebben dat jij de organisatie wordt die wereldwijd de thematiek van wezen op de agenda zet.”
Verderop bericht de voice-over:
“Brekelmans pakt uit tijdens de conferentie met galadiners in het Kurhaus en in het Krasnapolsky. Iedereen is enthousiast, maar er wordt veel te weinig geld opgehaald. De rekening van het Kurhaus wordt niet door hem voldaan.”
en voorts:
“Het lijkt het begin van de financiële problemen. Maar in plaats van het rustig aan te doen, gaat Brekelmans gewoon door met grote, dure acties.”
Iets later zegt Van de Ven-Gijsbers:
“En dat vind ik zo bedroevend. Dat volwassen mensen op die manier kinderen hier bedriegen; dat moeten eerlijke volwassenen worden, dat kan natuurlijk niet.”
Met betrekking tot het Comité van Aanbeveling bericht de voice-over:
 “En die professionaliteit blijkt ook uit het Comité van Aanbeveling. Volgens het WIO zitten daar grote namen in als bijvoorbeeld Jan Pronk. Maar navraag leert dat Pronk juist heeft geweigerd zitting te nemen in het Comité van Aanbeveling omdat hij de organisatie niet vertrouwt.”
De voice-over meldt verderop:
“Tussen 2007 en 2009 lopen de schulden van het WIO verder op. De fondsenwerving gaat ook door. Maar de inkomsten worden niet gebruikt voor hulpprojecten, maar om de vele schulden af te lossen. De nood is zo hoog dat zelfs het personeel geen salaris meer krijgt. Het Kurhaus en het Beatrix Theater laten beslag leggen op de kapitale villa van Brekelmans. In mei van dit jaar gaat de stichting failliet.”
Iets later sluit de presentatrice de reportage af als volgt:
“Uiteraard hebben wij Maarten Brekelmans gevraagd om te reageren op de kritiek. Hij wilde dat niet voor onze camera doen, maar liet schriftelijk het volgende weten:”
De voice-over leest voor, waarbij de tekst in beeld verschijnt:
“Uw programma heeft 5 jaar lang […] geen aandacht gegeven aan één van de beste concrete nieuwe gedachten waar het gaat om strategische, grootschalige en snelle verbeteringen van zowel de rechtspositie als de puur humanitaire situatie van 200 tot 400 miljoen weeskinderen in deze wereld.
Nu het alleen financieel tijdelijk tegen zit vinden wij het dan ook niet gepast nu wel […] aandacht besteden aan juist dat element.”
De presentatrice vervolgt:
“Zijn stichting is dus failliet, maar Brekelmans spreekt over het WIO alsof het nog bestaat.”
De voice-over leest voor, waarbij de tekst in beeld verschijnt:
 “Wat is opgebouwd in 6 jaar kan niet in één kort item, met een andere inzet, voldoende worden toegelicht.
De grote missie van WIO staat als een huis en gaat de wereld over. WIO werkt, conform statuten […] aan een zeer serieuze en weloverwogen wereldintroductie. Het is spijtig dat daar nu in Nederland een stevige negatieve drempel moet worden opgelost. De tijd dringt. Er komen per jaar wereldwijd 20 miljoen weeskinderen bij.”
Waarna de presentatrice tot slot meldt:
“En de volledige reactie van Maarten Brekelmans kunt u terugvinden op onze website: eenvandaag.nl.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat in de reportage onjuiste en grievende journalistiek wordt bedreven en dat het item schadelijk is voor zowel de Stichting World Initiative for Orphans (hierna: WIO) als haar medewerkers, vrijwilligers, donateurs en oprichter Brekelmans. In dat verband wijzen klagers erop dat de uitzending is gevolgd door andere perspublicaties en dat op internetfora negatief is gereageerd op de uitzending. Hierdoor hebben sponsoren zich teruggetrokken en is een verharding ontstaan in de houding van diverse schuldeisers van WIO, waardoor het lopende faillissement mogelijk niet kan worden beëindigd. Verder zal het onderwerp wereldwijd een achterstand oplopen, aldus klagers. Ter zitting voegt Brekelmans hieraan toe dat het inmiddels de goede kant opgaat en dat het faillissement waarschijnlijk zal worden beëindigd.
Ter toelichting stellen klagers dat in de uitzending geen waarheidsgetrouw beeld is neergezet. Een deel van de informatie is onjuist, terwijl relevante informatie is weggelaten, waardoor kijkers zich geen volledig en controleerbaar beeld hebben kunnen vormen. In dit verband wijzen klagers er onder meer op dat WIO geen deel heeft uitgemaakt van een in de Verenigde Staten gefailleerde organisatie genaamd Amrex en dat Brekelmans niet in het bestuur van Amrex heeft gezeten. WIO heeft de kans waargemaakt een van de meest innovatieve nieuwe goede doelen ter wereld te worden voor strategische hulp aan weeskinderen, aldus klagers. Zij stellen dat veel landen op regeringsniveau verheugd zijn over de samenwerking met de stichting en dat wereldwijd successen worden geboekt. Klagers benadrukken dat geen sprake is van subsidiëring van WIO en dat nauwelijks publiek geld is verworven. Daarnaast werkt de stichting voor een fractie van de kosten vergeleken met andere goede doelen. Klagers stellen ter zitting dat zij een e-mailbericht van Pronk hebben ontvangen waarin hij erkent wel in het Comité van Aanbeveling te hebben gezeten. De stichting werkt hard aan het oplossen van haar faillissement, aldus klagers. Zij brengen naar voren dat WIO nog niet is opgeheven en dat nog altijd wordt gewerkt aan de missie en het verwerven van fondsen. Ter zitting benadrukt Brekelmans dat ten onrechte niet is vermeld dat klagers veel hebben bereikt; zij hebben belangrijke successen geboekt, onder meer bij de Verenigde Naties en de Raad van Europa.
Verder wijst hij erop dat klagers veel werk ‘achter de schermen’ hebben verricht, hetgeen niet in de uitzending aan bod is geweest. Desgevraagd wijst Brekelmans erop dat volgens de statuten WIO niet als doelstelling heeft directe hulp te verlenen.
Klagers stellen verder dat in de uitzending personen aan het woord zijn gelaten, die geen belang hebben bij de uitzending, maar ook geen betrokkenen (meer) zijn en zeker geen deskundigen. In dat verband merkt Brekelmans ter zitting op dat de geïnterviewden niet op de hoogte zijn van de recente ontwikkelingen bij WIO. Klagers vragen zich af welk belang met de uitspraken van deze personen wordt gediend. De aantijgingen zijn versterkt door suggestief gebruik van beeld en geluid, aldus klagers. Ter zitting voegt Brekelmans hieraan toe dat klagers met name de beelden van kapotgeslagen spaarpotten als kwetsend hebben ervaren.
Klagers menen dat de hele berichtgeving bijzonder tendentieus en eenzijdig is, omdat verweerders geen nader onderzoek hebben gedaan naar de juistheid van de opmerkingen en aantijgingen. De uitzending is een aaneenschakeling van insinuaties, beschuldigingen en aannames zonder voldoende grondslag. Klagers merken op dat zij na afloop van de uitzending goed contact hebben gehad met Van de Ven-Gijsbers en dat zij door verweerders ‘erin is geluisd’. Verder wijzen klagers erop dat Meuwese slechts eenmaal, in 2005, contact heeft gehad met WIO en niets van WIO weet. Hij was niet op de conferentie en kent geen cijfers van WIO. Knuiman is in 2007 slechts zeer korte tijd in dienst geweest bij de organisatie. Klagers achten het verder opmerkelijk dat in de uitzending de curator of schuldeisers niet aan het woord zijn gelaten. Brekelmans benadrukt ter zitting dat ten onrechte een beeld is geschetst als zou hij een ‘boef’ zijn die zich schuldig heeft gemaakt aan een soort ‘witte-boorden-criminaliteit’. Verweerders hebben een grof beeld neergezet, waarbij de vorm en inhoud geen recht doen aan klagers.
Verder is volgens klagers onvoldoende wederhoor toegepast. Brekelmans is slechts kort voor de uitzending uitgenodigd voor wederhoor. Het leek hem en WIO echter beter om daaraan niet mee te werken, omdat in de uitzending slechts een fractie zou worden vrijgemaakt voor de reactie van klagers. Ter zitting merkt Brekelmans desgevraagd op dat ook de curator vond dat meewerken niet in het belang was van de schuldeisers. Bij klagers was ten tijde van het verzoek duidelijk geworden dat het een item zou worden met een negatieve insteek, waarin personen zouden worden geïnterviewd die voor WIO onbelangrijk zijn. Het leek klagers niet goed mogelijk om in een beperkt aantal minuten voldoende tegenwicht te geven aan die negatieve teneur. Daarom is ervoor gekozen om uitsluitend een schriftelijke reactie te geven, die deels in de uitzending is verwerkt. Volgens klagers was het onderwerp te breed en is er te veel bereikt om goed te kunnen toelichten.
Voorts stellen klagers dat de privacy van Brekelmans is aangetast en dat hij zeer negatief wordt weggezet. In de uitzending komt ten onrechte niet naar voren dat het faillissement ook persoonlijke gevolgen heeft voor Brekelmans. Zo komt niet aan de orde dat Brekelmans reeds zes jaar onbetaald leiding geeft aan de stichting. Daarnaast is Brekelmans zelf de grootste schuldeiser in het faillissement. Hij heeft zijn eigen huis ingebracht als oplossing van de financiële problemen. Volgens klagers wordt in de uitzending ten onrechte een verband gelegd tussen de betrokkenheid en schuldvraag van Brekelmans, en de oorzaak van het faillissement. Door de grote koppen in de media, foto’s en de vermelding van zijn naam is de reputatie van Brekelmans – zowel nationaal als internationaal – alsmede die van zijn familie ernstig beschadigd. Er is zeer onzorgvuldig over Brekelmans bericht en hij is maandenlang onheus bejegend en bedreigd. Klagers verwachten dat het voor hem onmogelijk zal zijn om een nieuwe baan te vinden in het verzekeringswezen, de politiek of op het internationale humanitaire terrein. Brekelmans heeft daarnaast zijn kandidatuur voor het landelijke voorzitterschap van het CDA moeten parkeren. Het is voor klagers overigens onduidelijk waarom in de uitzending aandacht is besteed aan de CDA-achtergrond van Brekelmans.
Klagers stellen ten slotte dat na de uitzending een gesprek heeft plaatsgevonden tussen Brekelmans, Kriek en Demoed. Daarbij is afgesproken dat Brekelmans alle concrete bezwaren en opmerkingen zou aanleveren. Gezien de hoeveelheid onjuistheden en suggestieve toespelingen hebben klagers besloten hieraan niet mee te werken. Volgens klagers zal rectificatie niet eenvoudig tot volledig eerherstel van Brekelmans of de stichting leiden. Ter zitting melden klagers nog dat verweerders tijdens het gesprek ten onrechte ontkenden dat zij over het onderwerp contact hebben gehad met een freelance journalist uit Brabant en het Brabants Dagblad.
 
Verweerders stellen dat in de uitzending op integere wijze is aangetoond hoe goede bedoelingen zonder duidelijke visie tot veel teleurstellingen kunnen leiden. Verschillende bronnen hebben bevestigd dat Brekelmans veel beloofde, maar uiteindelijk weinig tot niets nakwam. Het op 25 mei 2010 uitgesproken faillissement van WIO spreekt wat dat betreft boekdelen. Verweerders menen dat klagers de uitzending helaas met andere ogen hebben bekeken. Zij kunnen zich in het geheel niet vinden in de door klagers ingebrachte standpunten.
Vanzelfsprekend hebben verweerders wederhoor willen toepassen, maar klagers hebben van de geboden mogelijkheden geen adequaat gebruik gemaakt. Dit is een keuze die verweerders niet kan worden aangerekend. Ter zitting benadrukken verweerders dat er op diverse momenten contact is geweest met klagers, zowel rechtstreeks als via de curator. De insinuatie dat klagers pas kort voor de uitzending zijn uitgenodigd om het item van repliek te dienen is in strijd met de werkelijkheid. Ter zitting benadrukt Demoed dat het schriftelijke wederhoor van klagers in de uitzending is weergegeven. De omstandigheid dat klagers naar aanleiding van een gesprek met Demoed en Kriek het wederom niet nodig vonden hun bezwaren te onderbouwen, kan verweerders evenmin worden tegengeworpen. Klagers hebben zes maanden na dato nog altijd hun stellingnamen niet nader onderbouwd, aldus verweerders.
Zij benadrukken dat zij het Brabants Dagblad niet hebben benaderd, maar dat zij zijn gebeld door de krant om informatie over de zaak te verstrekken. Het is volgens hen overigens gebruikelijk dat een item wordt gecommuniceerd naar andere media om de nodige aandacht te genereren. Verweerders voelen zich niet verantwoordelijk voor de inhoud van een aantal publicaties in het Brabants Dagblad.
In de aantijging dat WIO in haar voortbestaan wordt bedreigd door onjuiste of ongenuanceerde berichtgeving kunnen verweerders zich niet vinden. Alle uitlatingen zijn door meerdere onafhankelijk van elkaar opererende bronnen onderbouwd. Het onderwerp is na grondig en zorgvuldig journalistiek onderzoek uitgezonden. Klagers geven niet te kennen welke delen van de berichtgeving onjuist zouden zijn, zodat geen inhoudelijk verweer kan worden gevoerd, aldus verweerders.
Zij merken verder op dat zij niet begrijpen hoe WIO door de uitzending ernstig wordt bedreigd in haar voortbestaan, omdat reeds maanden daarvoor het faillissement van de stichting is uitgesproken. Volgens verweerders zijn klagers gespeend van enige vorm van realiteitszin door in het klaagschrift te stellen dat WIO ‘de enige wereldspeler in dit onderwerp is geworden’. Klagers hebben nooit enige hulp aan weeskinderen kunnen bieden en zijn nooit een serieuze speler op dit gebied geweest. Het waren deze vormen van grootspraak die Jan Pronk heeft doen besluiten om niet in een commissie van aanbeveling van WIO plaats te nemen. Desondanks hebben klagers Pronk toch op de ledenlijst van de commissie geplaatst.
Voorts betwisten verweerders dat relevante informatie is weggelaten en dat geen volledig en controleerbaar beeld is gepresenteerd. Zij signaleerden een maatschappelijke misstand – een initiatief dat wellicht goed is bedoeld maar daardoor niet minder schadelijk is – en hebben daarover op zeer zorgvuldige wijze bericht. Daarbij is voldoende rekening gehouden met de belangen van de betrokkenen. Volgens verweerders pogen klagers eigen handelen en de daardoor ontstane schade op anderen af te wentelen. De informatie die is gebruikt is niet onjuist, maar wordt onderbouwd door bronnen. Het standpunt van klagers dat de drie geïnterviewden geen betrokkenen zijn, is bezijden de waarheid. Dit standpunt maakt het klaagschrift er niet geloofwaardiger op en is kwetsend voor de betrokkenen, aldus verweerders. Zij wijzen erop dat Knuiman als werkneemster Brekelmans van dichtbij mee maakte en de uitbetaling van haar salaris moest afdwingen via de rechter. Meuwese is een autoriteit op het gebied van weeskinderen en hun rechten, en is lid van de Raad van Adviseurs van de Jeugdraad. Van de Ven-Gijsbers is voorzitter van de Stichting Weeskinderen in Rwanda, terwijl in de uitzending uiteen wordt gezet welke niet nagekomen beloften klagers aan Van de Ven-Gijsbers en haar stichting hebben gedaan.
Verder merken verweerders op dat uit de citaten blijkt dat niet de hele uitzending betrekking heeft op het faillissement van WIO. Dat WIO geen onderdeel is geweest van de Amerikaanse organisatie voor weeskinderen is juist, maar haar voorganger was dit wel.
Verweerders volgen de klacht niet voor zover deze is gericht tegen het koppelen van de kritiek aan Brekelmans. Zij wijzen erop dat Brekelmans de woordvoerder, initiatiefnemer en voorzitter is van WIO en de stichting als entiteit geen beslissingen neemt. Ter zitting merken verweerders op dat Brekelmans weliswaar goede intenties had, maar dat die niet tot veel goeds hebben geleid.
Voor zover klagers stellen dat Van de Ven-Gijsbers ‘erin zou zijn geluisd’, betreft dit een valse beschuldiging, aldus verweerders. Zij verwijzen ter zake naar het e-mailbericht dat Van de Ven-Gijsbers naar aanleiding van de uitzending aan hen heeft gestuurd. Daarin komt onder meer naar voren dat klagers mooie praatjes hebben, maar uiteindelijk alleen maar schade veroorzaken.
Daarnaast stellen verweerders dat er door het faillissement beslag ligt op alle middelen van WIO. Het standpunt van klagers dat zij nog druk zijn met het werven van fondsen kan volgens verweerders naar het rijk der fabelen worden verwezen, omdat de stichting geen rechtshandelingen meer mag verrichten.
Ten slotte benadrukken verweerders dat een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen het maatschappelijk belang van de uitzending en de privacyrechten van klagers. Verweerders kunnen zich niet vinden in de aantijgingen van klagers en stellen dat zij klagers als publieke figuren – met een zelfgestelde kandidatuur voor het landelijk voorzitterschap CDA – niet onnodig in hun privacy hebben aangetast. Voor zover klagers verwijzen naar de artikelen 2.3.2., 5.3. en 6. van de Leidraad van de Raad zien verweerders niet goed in hoe deze artikelen van toepassing zijn op de casus.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze en onjuiste berichtgeving, waarbij de privacy van Brekelmans onevenredig is aangetast. De Raad zal zich tot deze kern beperken.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Er bestaat evenmin een journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een uitzending over een bepaald onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten. Dit neemt niet weg dat de journalist waarheidsgetrouw dient te berichten en eenzijdige c.q. tendentieuze berichtgeving behoort te vermijden. (zie punten 1.1., 1.2. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)
 
Gelet op het voorgaande stond het verweerders vrij in de uitzending de handelwijze van klagers kritisch te belichten aan de hand van interviews met een aantal personen die – in meer of mindere mate – rechtstreeks contact met klagers hebben gehad en/of als deskundigen in de sector kunnen worden aangemerkt. Verweerders hebben voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat aan de uitzending deugdelijk journalistiek onderzoek ten grondslag ligt. Dat de keuze van verweerders om bepaalde bronnen te raadplegen, klagers niet welgevallig is, kan daaraan niet afdoen.
 
Naar het oordeel van de Raad hebben klagers niet aannemelijk gemaakt dat de uitzending – bezien vanuit de hiervoor bedoelde invalshoek – onzorgvuldigheden bevat of een vertekend beeld van de werkelijkheid oplevert. De Raad deelt het standpunt van klagers niet, dat zij in de uitzending als ‘boeven’ zijn afgeschilderd. Voor de gemiddelde kijker is voldoende duidelijk dat klagers met hun initiatief goede bedoelingen hadden, maar dat dat initiatief – gezien het faillissement van WIO – in ieder geval op dit moment als ‘mislukt’ kan worden aangeduid. De omstandigheid dat klagers alles in het werk stellen om het faillissement tot een goed einde te brengen zodat de stichting haar werk kan voortzetten, doet hieraan niet af.
 
Voorts is niet gebleken dat sprake is van relevante onjuistheden. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verweerders mochten uitgaan van de door Pronk verstrekte informatie, zoals die aan hen ten tijde van de uitzending bekend was.
 
Voor zover de klacht zich richt tegen het schenden van de privacy van Brekelmans, overweegt de Raad dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
Gezien de positie van Brekelmans binnen WIO – als voorzitter, woordvoerder en oprichter – konden klagers met elkaar vereenzelvigd worden. Dat er juridisch een onderscheid tussen hen is te maken, doet daaraan niet af. Het is dan ook niet onbegrijpelijk of journalistiek onaanvaardbaar dat verweerders tevens aandacht hebben besteed aan (het handelen van) Brekelmans in persoon op de wijze zoals zij hebben gedaan. (vgl. RvdJ 2010/54)
Anders dan klagers (impliciet) hebben gesteld, wordt naar het oordeel van de Raad in de uitzending niet de indruk gewekt dat sprake is van onbehoorlijk bestuur door Brekelmans op grond waarvan hij persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor het faillissement.
 
Ten slotte overweegt de Raad dat klagers voorafgaand aan de uitzending voldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Dat klagers ervoor hebben gekozen slechts een beperkte geschreven reactie te geven en van de gelegenheid tot wederhoor mogelijk niet adequaat gebruik hebben gemaakt, kan verweerders niet worden tegengeworpen. Niet is gebleken dat de door klagers verstrekte reactie op journalistiek onzorgvuldige wijze in de uitzending is verwerkt. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat de gewraakte uitzending een voldoende genuanceerd beeld geeft van het handelen van klagers en dat de kijker voldoende de ruimte wordt geboden de verschafte informatie te wegen. Er bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 juli 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mr. T.E. Klein, mw. drs. F. Santing en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.