2011/44 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 24 maart 2011 met een bijlage heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 mei 2011. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 19 maart 2011 is in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Moord als enige mogelijkheid” met het chapeau “Telegraaf Cold Case Team onderzoekt mysterieuze verdwijning Farida Zargar (22)”. De intro van het artikel luidt:
“In de verdwijningszaak van Farida Zargar uit Spijkenisse hield de politie vorige week in een bos bij haar woonplaats een zoekactie. Niet omdat de politie een misdrijf vermoedt. ,,Er is evenveel kans dat ze vrijwillig vertrok, is ontvoerd of zelfmoord pleegde”, is de uitleg. Het Cold Case Team van De Telegraaf nam deze zaak afgelopen maand in onderzoek om tot een andere, huiveringwekkende slotsom te komen. Er is geen andere mogelijkheid dan moord.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Pas in de herfst volgen wat zoekacties en bevraagt de recherche getuigen. Niet lang erna hoort Farida’s familie van justitie dat het onderzoek is gestopt. ,,Pas bij nieuwe aanwijzingen gaan we verder”, is de boodschap. De politie spreekt nog steeds holle frases. Zoals: ,,We houden alle opties open.” Het Cold Case Team van De Telegraaf nam deze zaak de afgelopen maand intensief onder de loep. Het team sprak tal van getuigen, verrichtte buurtonderzoek en nam op diverse plekken poolshoogte. En dan blijkt dat er absoluut geen sprake is van ‘allerlei openstaande opties’. Voor zelfmoord bestaat geen enkele aanwijzing. (…) Dat ze wegliep naar een nieuw bestaan – zelfs Rusland en Afghanistan noemt de politie daarbij – is even onwaarschijnlijk. (…) Een volgende geopperde mogelijkheid – een ontvoering door haar vader – snijdt evenmin hout. (…) Wat resteert, is een misdrijf. Iemand moet Farida hebben omgebracht. ,,Dat de politie die conclusie niet trekt en geen onderzoek op die basis doet, is onbegrijpelijk”, vinden oud-rechercheurs Dick Gosewehr en Willem Schouwenburg van het Telegraafteam.”
en
“Deze dader nam de tijd om het lichaam, mogelijk pas ’s nachts, te verbergen. En dat duidt op een bekende, die bang is dat de vondst van Farida naar hem leidt.”
en
“Niemand heeft geschreeuw gehoord of een worsteling waargenomen. Ook dat geeft aan dat de moordenaar hoogstwaarschijnlijk een bekende is bij wie Farida bijvoorbeeld voor een praatje in de auto stapte.”
Een kader bevat de volgende tekst:
“Dader moet een bekende zijn geweest, welke rol speelt haar vriend [X]?”
Verder wordt over klager onder meer vermeld:
“Er zijn meer opvallende zaken. In eerdere interviews zei Farida’s vaste vriend [X] dat hun relatie zó goed was, dat het stel zou gaan samenwonen. Maar boezemvriend Richard vertelt iets anders en ook Farida’s sms’jes spreken andere taal. Bovendien viel het Farida’s moeder op dat het koppel de laatste tijd opmerkelijk vaak woorden had. [X] ontkent dat. Hij zegt Farida zondag 1 augustus voor ’t laatst te hebben gezien. (…) Geen onvertogen woord viel volgens hem. Ook dat is vreemd. Want Katja hoorde haar dochter de avond voor de vermissing over de telefoon op verheven toon ruzie met hem maken. Op donderdag 5 augustus was [X] vrij, zegt hij. ,,(…) Voor het tijdstip waarop Farida verdween, heb ik geen alibi.”
Het slot van het artikel luidt:
“Tijdens een tweede ontmoeting met het Cold Case Team van deze krant kon of wilde [X] afgelopen week geen verklaring voor alle tegenstrijdigheden geven. Boos en voortijdig verliet hij het gesprek.”
 
Blijkens een kader bij het artikel bestaat het Cold Case Team uit misdaadjournaliste Jolande van der Graaf en oud-rechercheurs Dick Gosewehr en Willem Schouwenburg.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat in het artikel de indruk wordt gewekt dat hij de moordenaar is van zijn vriendin. Het uitgebreide onderzoek van de recherchepolitie heeft, aldus klager, echter uitgewezen dat hij geen verdachte is in de zaak. Volgens hem heeft het Cold Case Team met voorbedachte rade gesprekken gevoerd met familie en vrienden van Farida Zargar en niet reëel naar de aanwezige feiten en bewijsstukken gekeken.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In het artikel wordt bericht dat Farida Zargar volgens het Cold Case Team van De Telegraaf om het leven moet zijn gebracht. Daarbij is de berichtgeving zodanig toegespitst op klager dat de lezer zich moeilijk aan de indruk zal kunnen onttrekken dat klager wel betrokken moet zijn bij die (vermeende) moord. De publicatie bevat aldus een zéér ernstige beschuldiging aan het adres van klager.
 
Niet is gebleken dat die beschuldiging is gebaseerd op voldoende deugdelijke, onafhankelijke bronnen. In dat verband overweegt de Raad dat de in de publicatie geciteerde oud-rechercheurs Gosewehr en Schouwenburg niet als bronnen kunnen worden beschouwd, nu zij deel uitmaken van het Cold Case Team van verweerder.
 
Klager heeft gesteld dat hij inzake de verdwijning van Farida door de politie niet als verdachte wordt aangemerkt, hetgeen door verweerder niet is weersproken. Uit het artikel kan voorts niet worden opgemaakt dat het standpunt van klager onjuist is.
 
Aldus kan de Raad niet anders dan constateren dat verweerder c.q. diens Cold Case Team over de (vermeende) moord op Farida heeft gespeculeerd en als vaststaand feit heeft gepubliceerd, dat moord de enig mogelijke oorzaak is van de verdwijning en dat klager de waarschijnlijke dader is. Het stond verweerder niet vrij een volgens hem ondeugdelijk politieonderzoek met eigen suggesties, gedachten dan wel speculaties nader in te vullen op de wijze zoals hier is gedaan. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het voor een betrokkene bijna ondoenlijk is zich adequaat te verdedigen tegen ernstige verdachtmakingen die als speculatie worden gebracht.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (zie punten 2.2.4. en 2.2.5. van de Leidraad van de Raad en vgl. RvdJ 2007/55)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 juli 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. J.R. van Ooijen, mw. M.J. Rietkerk en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.