2011/42 deels gegrond ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
drs. M. Kat, K. Ferwerda, E. Donk en W. Dankbaar
 
tegen
 
J. de Boer en de hoofdredacteuren van de Leeuwarder Courant, Dagblad van het Noorden, De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad
 
Bij brief, door de Raad ontvangen op 10 februari 2011, met drie bijlagen heeft drs. M. Kat te Schiedam een klacht ingediend tegen J. de Boer en de hoofdredacteuren van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Hierop heeft H. Snijder, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant bij brief van 4 maart 2011 medegedeeld dat hij niet inhoudelijk op de klacht zal ingaan en ook niet ter zitting van de Raad zal verschijnen, omdat hij door M. Kat over hetzelfde onderwerp in rechte is betrokken.
 
De zaak is vervolgens behandeld ter zitting van de Raad van 18 maart 2011. Namens Kat is daar A. Vergeer verschenen.
 
Hierna heeft Vergeer bij e-mail van 23 maart 2011 de Raad erop geattendeerd dat het gewraakte artikel ook is gepubliceerd door De Gooi- en Eemlander en dat raadslid Mathot – lid van de kamer van de Raad op de zitting van 18 maart 20011 – chef redactie is van diezelfde krant. Hierop heeft de secretaris van de Raad gereageerd in een brief van 24 maart 2011. In deze brief heeft de secretaris aan Kat meegedeeld dat Mathot – totdat zij kennisnam van de e-mail van Vergeer – niet op de hoogte was van de publicatie in De Gooi- en Eemlander, de auteur niet kent en geen bemoeienissen heeft met de twee dagbladtitels waartegen de klacht (oorspronkelijk) was gericht, zodat voor raadslid Mathot geen aanleiding bestond zich bij de behandeling van de klacht te verschonen.
Aangezien Vergeer in zijn e-mail de objectiviteit van raadslid Mathot ter discussie heeft gesteld en twijfels over de onpartijdigheid van de Raad dienen te worden vermeden, is de klacht vervolgens in overleg met klager geagendeerd voor een nieuwe mondelinge behandeling.
 
Bij brief van 28 maart 2011 met acht bijlagen heeft Vergeer namens Kat de klacht nader aangevuld en uitgebreid tegen alle dagbladen, die in navolging van de Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden, het gewraakte artikel van de hand van J. de Boer hebben geplaatst. Verder heeft Vergeer bij e-mail van 29 maart 2011 nog een bijlage overgelegd. Bij e-mailberichten van 31 maart en 1 april 2011 hebben K. Ferwerda, W. Dankbaar en E. Donk zich als klagers in de zaak gevoegd.
 
In een e-mailbericht van 1 april 2011 heeft de secretaris van de Raad klagers er onder meer op geattendeerd dat zij ten aanzien van de uitbreiding van hun klacht, de klacht nader dienen te concretiseren.
 
Vervolgens heeft Vergeer de klacht nader toegelicht bij schrijven van 3 april 2011 met acht bijlagen, waaronder kopieën van publicaties in De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad.
Bij brief van 12 april 2011 heeft G. ten Dam, hoofdredacteur dagbladen HDC Media – tot welke groep De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad behoren – meegedeeld dat Snijder ook namens HDC Media verweer zal voeren.

Ten overvloede heeft Ten Dam opgemerkt dat raadslid Mathot er niet van op de hoogte was dat het gewraakte artikel in de De Gooi- en Eemlander was gepubliceerd.
 
Bij brief van 21 april 2011 heeft Snijder namens alle verweerders inhoudelijk op de klacht gereageerd. Vergeer heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 27 april 2011. Ten slotte heeft Dankbaar nog op het verweer gereageerd bij e-mailbericht van 28 april 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 april 2011. Aan de zijde van klagers zijn daar Vergeer en Donk verschenen. Naar aanleiding van het verzoek van klagers om tijdens de zitting opnamen te maken is hen reeds vóór deze zitting per e-mail het volgende meegedeeld:
“Zittingen van de Raad zijn in principe openbaar, maar vooralsnog is staand beleid dat het niet is toegestaan beeld- en/of geluidsopnamen te maken, omdat hiermee inbreuk kan worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van deelnemers aan de zitting. (zie ook ons bericht van 22 oktober 2010: http://www.rvdj.nl/katern/35).
Weliswaar beziet de Raad momenteel of dat beleid zal worden aangepast, maar alvorens dat gebeurt zal de Raad ter zake een regeling opstellen. Een en ander is nog in voorbereiding, hetgeen betekent dat het beleid zoals hiervoor uiteen is gezet, nog niet is gewijzigd.
Het verzoek van klagers tot het maken van opnamen wordt derhalve niet gehonoreerd.”
 
Toen Vergeer en Donk op 29 april 2011 met draaiende camera’s de zittingszaal betraden is hen verzocht de apparatuur uit te zetten. De voorzitter van de Raad heeft vervolgens nader toegelicht, waarom het verzoek tot het maken van opnamen niet werd gehonoreerd. Aangezien klagers hun klacht alleen mondeling wilden toelichten als zij ook opnamen mochten maken, is hen verzocht de zaal te verlaten, hetgeen zij hebben gedaan. De zaak is vervolgens buiten aanwezigheid van partijen door de Raad behandeld.
DE FEITEN
 
Op 29 januari 2011 is op de voorpagina van de Leeuwarder Courant een artikel verschenen van de hand van J. de Boer met de kop “Kollumse belaagd door Vaatstra-speurders”.
De intro van dit artikel luidt:
“Een Kollumse (25) heeft een klacht ingediend tegen internetjournalisten die beweren dat zij ‘supergetuige’ is in de Vaatstra-zaak.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
“De vrouw beschuldigt internetjournalisten Wim Dankbaar en Micha Kat van smaad en laster. Het duo beweert dat zij in 1999 heeft gezien hoe Marianne Vaatstra in een auto werd getrokken en ontvoerd.”
en
“De internetschrijvers stellen alles in het werk om de vrouw te breken. Ze willen, zoals zij het noemen, de waarheid boven water halen. De vrouw werd thuis opgezocht, haar moeder werd op haar werk ondervraagd en gefilmd, haar familie ontvangt ongewenste mail. Ze wordt inmiddels beveiligd door de politie.
Tot vorige week werden Dankbaar en Kat telkens te woord gestaan door justitie. Dat gebeurt nu niet meer. Persofficier Henk Mous over de aanpak van de mannen: ,,Als je wat zegt wordt het misbruikt, als je niks zegt ook.” De advocatenbroers Anker zijn inmiddels eveneens doelwit van de speurders. Micha Kat stapte vorige week onaangekondigd het kantoor van de broers binnen en maakte stiekem filmopnames van een gesprek met Wim Anker.”
 
Diezelfde dag is op pagina 4 een vervolgartikel geplaatst, eveneens van de hand van De Boer, onder de kop “Vogelvrij”. De intro van dit artikel luidt:
“Internetspeurders claimen dat ze de moord op Marianne Vaatstra hebben opgelost. Justitie is corrupt, schrijven ze, en de oplossing van de zaak ligt nu in handen van ‘kroongetuige’ Stephanie. Dat zij niks met de moordzaak te maken heeft, geloven ze niet. En zo is Stephanie al een jaar hoofdpersoon in een krankzinnig verhaal.”
Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Het gist op internet. De moord op Marianne Vaatstra is opgelost, roepen amateur-speurders op de website Klokkenluideronline. Ze bombardeerden de 25-jarige Stephanie uit Kollum tot ‘supergetuige’, vallen mensen lastig, verzinnen complottheorieën en iedereen die hen niet gelooft is bang, achterlijk of beïnvloed door hogere pedofiele machten.”
en
“De speurders bedrijven ,,harde journalistiek”, erkennen ze, maar ze doen het voor de waarheidsvinding, zeggen ze.”
en
“Stephanie had de gruwelijke pech dat ze op de avond dat Marianne werd vermoord, werd verkracht door Feik, een van de mannen die door de speurders in verband met de moord wordt gebracht. (…) Ze kende Feik via een vriendinnetje dat gecharmeerd van hem was.”
en
“Betrokkenen vinden het moeilijk om nog langer weerwoord te geven. Verschillende mensen willen niet genoemd worden in dit verhaal, omdat dat ongetwijfeld ellende oplevert. Zwijgen helpt niet, antwoorden ook niet, alleen een aanklacht wegens smaad heeft mogelijk effect, al wordt ook daaraan getwijfeld.
Want Kat, die in februari voor de rechter moet verschijnen in een andere zaak, noemt die rechtsprocedure op zijn eigen site ‘De moeder aller strafzaken’. Kat en zijn collega’s zetten bij tegenstand gewoon een tandje bij.
Dat Stephanie een hartafwijking heeft, interesseert Wim Dankbaar naar eigen schrijven ‘NIETS’. ,,Je kunt paardrijden en kinderen krijgen. Dat heeft jouw hart ook overleefd. Weet je wiens hart niet meer klopt? Dat van Marianne.””
en
“Dat Kat en Dankbaar vrijwel meteen op de hoogte waren van de situatie, duidt erop dat aanhangers van de Klokkenluiders zich in haar nabijheid bevinden, denkt Stephanie. En dat is een angstig idee, vindt ze. (…)
Ze heeft lang gezwegen, omdat de samenzweringstheorie niks met de werkelijkheid van doen heeft. Ze ging ervan uit dat mensen daar vanzelf achter zouden komen. (...)
Ze krijgt politiebescherming en heeft voor kerst, toen de beschuldigingen op internet een voorlopig hoogtepunt bereikten, een aanklacht wegens smaad en laster tegen de Klokkenluiders ingediend.”
en
“Ondertussen is het de vraag wanneer de hetze stopt. Zeker als je weet wat Klaske Ferwerda, een van de Friese medestanders van de Klokkenluiders, vorige zomer antwoordde op een vraag van deze krant.
We vroegen wat ze zou doen als een blanke verdachte de moord zou bekennen en uit dna-testen onomstotelijk zou blijken dat hij de dader was. We wilden weten wat er zou gebeuren als al haar theorieën onderuit zouden worden gehaald.
,,O, dan geloof ik het niet”, zei Klaske. ,,Nooit en te nimmer. Dan is dat een complot van het openbaar ministerie.””
 
Gelijkluidende artikelen zijn op 5 en 12 februari 2011 geplaatst in Dagblad van het Noorden, De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad. Deze artikelen worden hierna samen met de hiervoor bedoelde publicatie in de Leeuwarder Courant aangeduid als ‘de gewraakte publicatie’.
 
In de Leeuwarder Courant zijn verder de volgende artikelen verschenen:
-          op 31 januari 2011: “Justitie opent dossier onderzoek Vaatstra”
-          op 1 februari 2011: “Justitie over Vaatstrazaak: Dna van juiste Ali onderzocht”
-          op 12 februari 2011, pagina 1:“Kollumse stopt strijd tegen Vaatstra-speurders”, waarvan de intro luidt: “De makers van de internetsite Klokkenluideronline worden niet vervolgd voor smaad en laster.” Dit artikel bevat verder de volgende passages:
“De 25-jarige Stephanie uit Kollum zet de aanklacht niet door.”
en
“Ook advocaat Wim Anker doet geen aangifte tegen internetspeurder Micha Kat die vorige maand met een kompaan onaangekondigd zijn kantoor binnenkwam en hem stiekem filmde.”
-          op 12 februari 2011, pagina 9: “’Naam Marianne wordt misbruikt’”, waarvan de intro luidt:
“De zussen van Marianne Vaatstra vinden het ‘verschrikkelijk’ dat internetspeurders met de moord op hun zusje aan de haal gaan.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat Kat en zijn team in de gewraakte publicatie ten onrechte worden beschuldigd van belaging, stalking, lastigvallen van mensen, stiekem filmen en strafbaar handelen en dat op geen enkele wijze wederhoor is toegepast. Klagers menen dat met de kwalificaties ‘internetspeurders’ en ‘amateurspeurders’ wordt getracht hun geloofwaardigheid aan te tasten. Zij zijn bereid dergelijke kwalificaties door de vingers te zien op grond van de journalistieke vrijheid. Ten aanzien van de volgende – door klagers genummerde – punten geldt dat niet:
1.      De bewering dat Stephanie een aanklacht wegens smaad en laster zou hebben gedaan. Klagers is echter niets bekend van een aanklacht. Zij wijzen ter zake op een brief van 3 januari 2011 van het Arrondissementsparket Leeuwarden, waarin is meegedeeld dat op het moment van de publicatie nog geen sprake was van een aangifte in de zin van een ‘criminal charge’, maar dat daags na de publicatie een nieuwe, aanvullende aangifte zou zijn gedaan met de bedoeling te voldoen aan de eisen van een ‘criminal charge’. Volgens klagers is in de gewraakte publicatie ten onrechte de indruk gewekt dat op dat moment al sprake was van een volledige aangifte. Ten onrechte is op dit punt geen wederhoor toegepast.
2.      Verder is de bewering onjuist dat Stephanie door de politie wordt beveiligd tegen klagers. De bewering is onjuist omdat er geen enkele dreiging van klagers uitgaat. Nu niet is beschreven waaruit de beveiliging bestaat, blijft onduidelijk of de mededeling op waarheid berust. De bewering is stemmingmakend tegen klagers en had nooit op deze wijze mogen worden opgeschreven.
3.      Klagers betwisten dat Kat stiekem bij het kantoor van de gebroeders Anker heeft gefilmd. Kat was niet degene die opnamen heeft gemaakt en het filmen is niet stiekem gebeurd.
4.      De bewering dat Stephanie niks met de moord op Marianne Vaatstra heeft te maken, is onjuist en dient te worden gerectificeerd.
5.      De beweringen dat klagers ‘mensen lastigvallen’ en ‘complottheorieën verzinnen’ zijn op geen enkele wijze onderbouwd en evident onjuist. Bovendien had ter zake van deze beweringen wederhoor moeten worden toegepast. Deze beweringen moeten worden gerectificeerd, aldus klagers.
6.      Ten onrechte is beweerd dat Kat bij het bezoek aan de moeder van Stephanie stiekem doorfilmde. Kat was niet degene die opnamen maakte en de cameraman filmde in alle openheid. Ook hier had wederhoor toegepast moeten worden en de bewering moet worden gerectificeerd.
7.      Verweerders hebben miskend dat Stephanie en Feik geliefden waren, zoals uit tal van stukken en verklaringen blijkt. De verdraaiing van deze feiten is juist cruciaal voor de Vaatstra-zaak. De auteur zou de identiteit van de ‘vriendin’ bekend moeten maken, aldus klagers. Zij menen dat het opvoeren van anonimi met het doel onwaarheden te verspreiden journalistiek uiterst laakbaar is.
8.      Klagers stellen verder dat zij ten onrechte worden beschuldigd van het voeren van een ‘hetze’. Deze diffamerende beschrijving van standaard journalistieke activiteiten, die slechts waarheidsvinding tot doel hebben, is zwaar beschadigend, wordt op geen enkele wijze onderbouwd en dient te worden gerectificeerd.
9.      De bewering dat ‘de samenzweringstheorie van klagers niets met de werkelijkheid van doen heeft’ is evident onjuist, omdat de serie van klagers op internet overdadig is onderbouwd met bronnen en feiten. Ook op dit punt had wederhoor moeten plaatsvinden.
Verder hebben klagers gesteld dat de Leeuwarder Courant niets heeft gedaan met hun e-mails en hun verzoeken om informatie en rectificatie, en de publicatie ten onrechte ongewijzigd heeft doorgegeven aan de Gemeenschappelijke Pers Dienst (GPD). Daardoor hebben De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad door toedoen van de Leeuwarder Courant de achterhaalde leugens op 12 februari 2011 gepubliceerd. Bovendien heeft de Leeuwarder Courant de hetze voortgezet door de publicatie van nieuwe artikelen op 12 februari 2011, met nieuwe leugens en zonder toepassing van wederhoor. Klagers wijzen erop dat in de publicatie in Dagblad van het Noorden van 5 februari 2011 diverse passages – waaronder die betreffende de vermeende aangiften en vermeende politiebescherming van Stephanie – zijn geschrapt. Klagers concluderen dat sprake is geweest van samenspanning tussen de Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden enerzijds en het Openbaar Ministerie anderzijds, in een rechtstreekse poging tot demonisering en persoonsbeschadiging van klagers en het in standhouden van de aperte leugens.
 
Verweerders reageren puntsgewijs als volgt:
1.      Persofficier Mous heeft vóór de gewraakte publicatie bevestigd dat er een klacht door een inwoonster van Kollum tegen Kat en Dankbaar was ingediend. Dat feit is bovendien bevestigd door de politie. Het gaat hierbij om een zogenoemd klachtdelict, waarbij het slachtoffer bedenktijd krijgt om te besluiten of hij wenst dat daadwerkelijk wordt vervolgd. Pas daarna wordt de tegenpartij op de hoogte gebracht. Het gegeven van deze aanklacht is gecheckt. Uiteindelijk heeft de Kollumse besloten om de zaak niet door te zetten en daar is op 12 februari 2011 in de Leeuwarder Courant over bericht.
2.      De bewering dat Stephanie werd beveiligd, is gecheckt en door justitie bevestigd.
3.      Wim Anker heeft verklaard dat hij door een medewerker van Kat is gefilmd, zonder dat hij het wist. Hij noemde het optreden van Kat en zijn cameraman in een brief aan de Leeuwarder Courant ‘brutaal, onbeschoft, onrechtmatig en strafbaar’.
4.      Stephanie, de betrokken politiemensen en het Openbaar Ministerie zeggen allen dat Stephanie niks met de moord te maken heeft. In de gewraakte publicatie komt nadrukkelijk aan de orde dat klagers hier anders over denken. In de publicatie staan ook de theorieën van klagers hieromtrent. Ter onderbouwing is ruim gebruik gemaakt van de openbare Klokkenluiderssite.
5.      Verweerders stellen dat zowel Wim Anker als de moeder van Stephanie de mening is toegedaan dat zij door Kat/klagers zijn lastig gevallen. Ook anderen uit de omgeving van de moeder en Stephanie hebben verweerders meegedeeld dat ze er zo over denken. Bovendien is het een feit dat het Openbaar Ministerie klagers niet meer te woord wilde staan.
6.      De moeder van Stephanie heeft verweerders meegedeeld dat zij niet wist dat ze werd gefilmd.
7.      Stephanie heeft tegenover verweerders verklaard dat zij Feik niet kende. Politie en justitie hebben bij navraag meegedeeld dat zij dit verhaal onderstreepten. Het betreft dus geen verdraaiing van feiten, maar een uitspraak die is gecheckt.
8.      Ten aanzien van het gebruik van de term ‘hetze’ verzoeken verweerders de Raad om de Klokkenluiderssite te bekijken. Zij wijzen in het bijzonder op de geschreven stukken over Stephanie, de foto’s van haar en haar moeder, en de filmpjes en geluidsopnamen.
9.      De bewering dat de samenzweringstheorie van klagers niks met de werkelijkheid van doen heeft, is bij verschillende bronnen – waaronder politie en justitie – gecheckt.
Verder merken verweerders op dat hen vooral de machteloosheid van de betrokkenen tegen de publicaties van klagers op internet is opgevallen. De psychische druk die blijkbaar van die publicaties uitgaat, was voor de Leeuwarder Courant aanleiding om erover te schrijven.
Ten aanzien van de aanvullende klacht stellen verweerders dat de Leeuwarder Courant geen ‘hetze’ heeft voortgezet maar op 12 februari 2011 heeft bericht dat betrokkenen hun klacht niet doorzetten. Ook in dit artikel is wederhoor toegepast.
De naar de GPD ‘doorgezette’ verhalen zijn vergezeld van de toevoeging dat het hier gevoelige materie betreft en dat het artikel bij de Leeuwarder Courant zo zorgvuldig mogelijk tot stand is gekomen. Verweerders delen niet het standpunt van klagers dat zij hebben gehandeld ‘in een rechtstreekse poging tot demonisering’ dan wel om klagers ‘kapot te schrijven’.
Verweerders benadrukken dat gebruik is gemaakt van gegevens van de Klokkenluiderssite. Bovendien is Dankbaar, die destijds nauw samenwerkte met Kat en op de site publiceerde, voor de eerste en tweede publicatie benaderd voor wederhoor.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat hij niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging beoordeelt. Een dergelijke toetsing is voorbehouden aan de rechter. Dit laat echter onverlet dat de Raad zich in zaken die zijn c.q. zouden kunnen worden onderworpen aan een juridische toets, kan uitspreken over de vraag of met een bepaalde journalistieke gedraging beroepsethische normen zijn overschreden.
 
Bij de beoordeling van de klacht zal de Raad de nummering van klagers volgen.
 
Ad 1.
Klagers hebben allereerst aangevoerd dat ten onrechte is vermeld dat Stephanie een aanklacht tegen hen (althans tegen Kat en Dankbaar) heeft ingediend. Gelet op hetgeen verweerders ter zake hebben aangevoerd alsmede gezien de door klagers overgelegde brief van het Arrondissementsparket Leeuwarden, acht de Raad het voldoende aannemelijk dat Stephanie voorafgaand aan de gewraakte publicatie een aangifte tegen klagers heeft gedaan. Voor zover al onjuist zou zijn dat de aangifte is gedaan vóór de kerst – hetgeen de Raad niet kan vaststellen – betreft zulks geen zodanige omissie dat verweerders daarmee journalistiek ontoelaatbaar zouden hebben gehandeld.
Nu het hier slechts de vaststelling van een feit betrof, behoefden verweerders op dit punt geen wederhoor toe te passen. Dat ten tijde van de publicatie in de Leeuwarder Courant kennelijk nog geen sprake was van een ‘criminal charge’ en derhalve nog niet van een ‘daad van vervolging’, kan daaraan niet afdoen.
Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.
 

Ad 2., 3. en 6.
Verder hebben klagers gesteld dat onjuist is bericht over de beveiliging van Stephanie, alsmede over het maken van filmopnamen op het kantoor van de gebroeders Anker en op het werk van de moeder van Stephanie. De Raad is van oordeel dat hij – gezien de complexiteit van de materie en de tegenstrijdigheid in de lezingen hierover – ten aanzien van deze kwesties geen oordeel kan geven zonder diepgaand feitenonderzoek. De procedure bij de Raad leent zich echter niet voor een dergelijk onderzoek. De klacht gaat dan ook op dit punt de toetsing van het journalistieke fatsoen te boven.
Het voorgaande geldt ook ten aanzien van de film- en geluidsopnamen waarvan de Raad via de website Klokkenluideronline.nl heeft kennis kunnen nemen, nu de Raad op basis daarvan niet heeft kunnen vaststellen of het standpunt van klagers ter zake – inhoudend dat de opnamen openlijk zijn gemaakt – juist is. De Raad merkt in dit verband ten overvloede op dat het ook Kat zou kunnen worden aangerekend, indien zijn cameraman heimelijk opnamen heeft gemaakt. Immers, nu die opnamen (mede) op verzoek van Kat zijn gemaakt, dienen zij ook voor diens rekening en risico te komen.
Ten aanzien van deze klachtonderdelen onthoudt de Raad zich derhalve van een oordeel.
 
Ad 4.
Voorts hebben klagers aangevoerd dat de bewering dat ‘Stephanie niets met de moordzaak heeft te maken’ onjuist is. De Raad kan zich (uiteraard) niet uitspreken over de strafrechtelijke aspecten van deze bewering. Gelet op de context waarin de bewering is geplaatst, is de Raad echter van oordeel dat de bewering moet worden gelezen als pendant voor de theorie van klagers en dat zulks voor de lezer ook voldoende duidelijk is. Met de publicatie van deze bewering hebben verweerders dan ook niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.
 
Ad 5.
Voorts hebben klagers aangevoerd dat zij ten onrechte zijn beschuldigd van het ‘lastigvallen van mensen’ en het ‘verzinnen van complottheorieën’. Volgens klagers had ter zake wederhoor moeten plaatsvinden.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond verweerders dan ook vrij om in de publicatie de handelwijze van klagers kritisch te belichten.
In dit kader acht de Raad voorts van belang dat klagers met de website Klokkenluideronline.nl zelf de publiciteit hebben gezocht en zich kwetsbaar hebben gemaakt voor kritiek op hun handelwijze. Klagers lijken uit het oog te verliezen dat over (de effecten van) hun publicaties nu eenmaal zeer verschillend kan worden gedacht. Daarbij hebben klagers kennelijk zelf erkend dat ze ‘harde journalistiek’ bedrijven.
 
Naar het oordeel van de Raad laten de beweringen ‘vallen mensen lastig’ en ‘verzinnen complottheorieën’ de lezers weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van klagers niet deugt. Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat voor deze beweringen voldoende grondslag bestond, maar zij hadden deze specifieke beweringen alvorens te publiceren met het verzoek om een reactie aan klagers dienen voor te leggen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 

In hun verweerschrift hebben verweerders gesteld dat zij Dankbaar gelegenheid tot wederhoor hebben geboden, echter zonder dit nader te specificeren. Dankbaar heeft in zijn e-mailbericht van 28 april 2011 gesteld dat De Boer hem twee dagen vóór de publicatie van 29 januari 2011 heeft gebeld, maar hem daarbij alleen heeft gevraagd of hij niet ook vond dat hij ‘harde journalistiek’ bedreef ten opzichte van Stephanie en of zijn stijl en aanpak niet te ver gingen.
Hieruit meent de Raad te kunnen opmaken dat ten aanzien van de hiervoor bedoelde beweringen geen wederhoor is toegepast. Bovendien stelt de Raad vast dat ook uit het gepubliceerde artikel niet blijkt dat betreffende deze beweringen wederhoor heeft plaatsgevonden. Klachtonderdeel 5. is dan ook op dit punt gegrond.
 
Ad 7.
Verweerders hebben aangevoerd dat Stephanie tegenover hen heeft verklaard dat zij Feik kende via een vriendin die gecharmeerd van hem was en dat zij die verklaring hebben gecheckt bij politie en justitie. Aldus kan de Raad niet constateren dat ter zake sprake is van verdraaiing van de feiten, zoals klagers hebben gesteld, zodat dit onderdeel van de klacht eveneens ongegrond is.
 
Ad 8.
Het gebruik van de kwalificatie ‘hetze’ acht de Raad – bezien in de context – niet journalistiek ontoelaatbaar. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat uit de gewraakte publicatie volgt dat Stephanie thuis is bezocht, haar moeder op het werk is ondervraagd en gefilmd, en dat haar familie ongewenste e-mails van klagers heeft ontvangen. Niet is gebleken dat een en ander onjuist is. Dit onderdeel van de klacht wordt daarom eveneens afgewezen.
 
Ad 9.
Volgens klagers is de bewering dat ‘de samenzweringstheorieën van klagers niks met de werkelijkheid van doen hebben’ evident onjuist en had op dit punt wederhoor moeten plaatsvinden.
Naar het oordeel van de Raad betreft deze bewering – bezien in de context – kennelijk de perceptie van Stephanie, hetgeen voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is. Het stond verweerders vrij de ideeën van Stephanie aldus te parafraseren, nu niet is gebleken dat zij dat op onjuiste wijze hebben gedaan. Aangezien uit hetgeen partijen hebben aangevoerd valt op te maken dat klagers in de zaak-Vaatstra zelf ook uitgaan van een theorie die kan worden aangeduid als ‘samenzweringstheorie’, bestaat geen grondslag voor het oordeel dat op dit punt wederhoor had moeten worden toegepast. Klachtonderdeel 9. is dan ook ongegrond.
 
Aanvulling
a)      Gelet op hetgeen de Raad hiervoor heeft overwogen ten aanzien van (vermeende) onjuistheden in de publicatie in de Leeuwarder Courant van 29 januari 2011 – waarbij de Raad zich op een aantal punten van een oordeel heeft onthouden – kan de Raad niet vaststellen of de Leeuwarder Courant genoodzaakt was tot rectificatie alvorens die publicatie ongewijzigd door te geven aan de Gemeenschappelijke Pers Dienst (GPD). Op dit punt onthoudt de Raad zich dan ook van een oordeel.
 
b)      Mede gelet op hetgeen verweerders ter zake hebben aangevoerd acht de Raad het in ieder geval voldoende aannemelijk dat geen sprake is van een samenspanning tussen verweerders en het Openbaar Ministerie in een rechtstreekse poging tot demonisering en persoonsbeschadiging van klagers en het in stand houden van aperte leugens. Dit onderdeel van de aanvullende klacht is dan ook ongegrond.
 

Ten aanzien van het artikel op 12 februari 2011 op pagina 9 in de Leeuwarder Courant merkt de Raad ten overvloede nog op dat daarin slechts de meningen van de zussen van Stephanie[1] zijn weergegeven, waarbij geen journalistieke grenzen zijn overschreden.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het onvoldoende toepassen van wederhoor ten aanzien van de beweringen dat klagers ‘mensen lastigvallen’ en ‘complottheorieën verzinnen’. (onderdeel 5.)
 
De klacht is ongegrond voor zover deze betrekking heeft op:
-          de bewering betreffende de aangifte van Stephanie (onderdeel 1.);
-          de bewering dat Stephanie niets met de moordzaak te maken heeft (onderdeel 4.);
-          de bewering dat Stephanie Feik kende via een vriendin die gecharmeerd van hem was (onderdeel 7.);
-          het gebruik van de term ‘hetze’ (onderdeel 8.);
-          de bewering dat ‘samenzweringstheorieën niks met de werkelijkheid van doen hebben’ (onderdeel 9.);
-          een samenspanning tussen verweerders en het Openbaar Ministerie in een rechtstreekse poging tot demonisering en persoonsbeschadiging van klagers en het in standhouden van de aperte leugens. (aanvulling sub b)
 
Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel. (onderdelen 2., 3., 6. en aanvulling sub a)
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant, Dagblad van het Noorden, De Gooi- en Eemlander en Haarlems Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juni 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.
 

[1] Dit betreft een kennelijke verschijving, bedoeld wordt: “de zussen van Marianne Vaatstra”