2011/41 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
P.W.F.M. Storms
 
tegen
 
mr. J.P.W. Kelder
 
Bij brief van 14 maart 2011 met zeven bijlagen heeft P.W.F.M. Storms te Monaco (hierna: klager) een klacht ingediend tegen mr. J.P.W. Kelder (hierna: verweerder). Verweerder heeft bij e-mailbericht van 21 april 2011 laten weten dat hij door werkgerelateerde omstandigheden geen verweerschrift heeft kunnen opstellen en niet ter zitting zal verschijnen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 april 2011 in aanwezigheid van klager.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 14 september 2011 heeft de VARA een aflevering van het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’ (DWDD) uitgezonden (hierna: de uitzending). Tijdens de uitzending vond een discussie plaats tussen klager, gast bij DWDD, en verweerder, tafelheer bij DWDD. Het item wordt door presentator Matthijs van Nieuwkerk aangekondigd als volgt:
“Hij schrijft op dit moment aan een essay waarin hij de noodklok zal luiden over de bedroevende staat van de Nederlandse journalistiek. En daarin gaat het, vindt hij, niet langer om de feiten, maar draait het steeds meer om amusement. Een exponent van die verloedering is volgens hem Jort Kelder. Pieter Storms, welkom.”
En even later zegt Van Nieuwkerk:
“Tegenover jou: Jort Kelder. Een van de oorzaken, heb ik begrepen, van de verloedering in de Nederlandse journalistiek.”
Klager zegt daarop:
“Jort heeft er in zijn carrière, die ooit zo mooi begon bij het blad Quote, inmiddels een handje van om anoniem mensen te laten praten en dat op te schrijven. En dat dan ook als een waarheid te verkondigen. Zo heeft hij in het verleden, is hij een van de promotors geweest van een afschuwelijk verhaal over mijn vrouw, Nina, waarin hij haar van SM-gedrag betichtte en dat heel groot uitdroeg.(…)”
Verweerder reageert als volgt:
“Pieter duidelijk punt, maar ik heb nu een moment van weerwoord. Dit verhaal is begonnen, jouw geliefde, wellicht aanstaande ex, heeft een bedrijf geleid (…)”
Vervolgens ontspint zich een discussie waarin klager en verweerder elkaar over en weer aanspreken op hun journalistiek handelen. Tijdens deze discussie wordt klagers echtgenote, Nina Storms, herhaaldelijk in beeld gebracht.
Klager zegt onder meer tegen verweerder:
“Waar het jou om te doen is, beste Jort, is toch niet om de feiten en daar gaat het in de journalistiek toevallig wel om. Waar het jou om gaat (…) Het gaat erom dat ik denk dat jij het interessanter vindt om te amuseren, vooral jezelf en je portemonnaie, dan dat je op de feiten afgaat. Een journalist, beste Jort, een journalist wordt niet rijk. Een journalist kan geen maatpakken kopen van 3000 euro of een Maserati rijden. Een journalist is als een ambtenaar, beste Jort. Een journalist is als een dorpsdokter, beste Jort. Een journalist, die kan nou eenmaal niet veel centjes verdienen. En dat is wel jouw ambitie, daar ben jij mee bezig.(…)”
Even later wijst verweerder op een vonnis in een procedure tegen klager. Verweerder zegt in dat verband tegen klager:
“Prutser, ik heb nog nooit een rechtszaak verloren en zeker niet van jou.”
Verderop in de uitzending wordt een item getoond waarin verweerder aankondigt dat 925.nl een nieuwe rubriek ‘Off the record’ begint, hetgeen door klager als ‘NSB-tv’ wordt bestempeld. Verweerder zegt daarop:
“Waar het om gaat is dit. Deze man is betrekkelijk gewetenloos hier aan tafel geschoven. En wat er nou eens moet gebeuren, jij moet eens uit je slachtofferschap weg. Je hebt het begrip ‘golddigger’ in Nederland een totaal nieuwe lading gegeven. Ga nou eens het volgende doen. (…) Jij eet van de creditcard van je geliefde, dat mag, dat is niet verboden. Maar doe nou eens het volgende. (…) Ja, jij bent een ‘golddigger’.”
Ten slotte wendt verweerder zich tot klagers echtgenote en vraagt haar om excuses aan te bieden, een gebaar te maken tegenover de honderdduizend gedupeerden van World Online.
 
Op 18 september 2010 heeft verweerder op zijn website 925.nl in de rubriek “Off the record” een artikel geplaatst met de kop “Anonieme bron onthult Nina Storms’ duistere intimidatietechnieken”. De intro van dit artikel luidt:
“Het goede nieuws van het tv-treffen met meneer en mevrouw Storms is niet alleen dat de natie ziet van welke intimidatietechnieken dit demonische duo zich bedient, maar beter nog: verse bronnen melden zich met nieuwe verhalen. Lees snel verder…”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Zo ontvingen wij vandaag een schrijven van een bron die van nabij – om niet te zeggen: aan den lijve – heeft ervaren hoe mensen kapot gemaakt worden die zakelijk of privé in aanvaring komen met Nina Aka/Brink//Storms-Vleeschrager. De bron is bij de 925-redactie bekend en deugt. Hij stelt over de methode-Nina: 'Geen middel wordt geschuwd, kort gedingen, repeterende beslagleggingen, bodemprocedures, strafrechtelijke aangiften, inbrengen van valse verklaringen, als ook het ‘bewerken’ van je privéomgeving en het gebruiken van niet-gerechtelijke middelen zoals het inzetten van privé-detectives, observanten, intimidatie, bedreiging, en andere ernstige inbreuken op de privacy (mobiele telefoon).'”
Hierna bevat het artikel onder de opeenvolgende subkoppen “Van: Anonymus”, “Aan: 925 redactie” en “Ik ben het meer dan zat!” onder meer de volgende passage:
“In het verleden heeft Pieter Storms in de pers al de ‘ernstige’ bedreiging geuit dat iedereen die nog iets over Nina zou uiten snoeihard zou worden aangepakt. Overigens geen wijziging van beleid van het duo, in ieder geval niet van het vrouwelijke deel daarvan.
“Het echtpaar terroriseert ook journalisten en hoofdredacteuren zodra een hen niet welgevallig stukje in de pers verschijnt. Nina en haar grote geld denken te regeren en Nina denkt zich voortdurend boven de wet te kunnen plaatsen. Nina procedeert iedereen die ook maar enige kritiek op haar heeft letterlijk kapot. (…)”
Deze passage wordt afgesloten als volgt:
“A.A. (Another Anonymous, bekend bij de redactie. U weet nu waarom!)”
Daaronder staat ten slotte:
 “P.S. Bericht van de redactie. Als gezegd, 925 weet wie deze briefschrijver is en beschermt diens anonimiteit. De reden daarvoor wordt hierboven genoegzaam omschreven. In weerwil van alle juridische quatsch die P. Storms te berde brengt, genieten anonieme bronnen wel degelijk bescherming. (…)
Andere feiten over het zakelijke doen en laten van het echtpaar Storms? 925 houdt een voorkeur voor openlijk opstaan tegen onrecht, maar als het echt niet anders kan…klokkenluiders aller landen, weescht welkom in onze rubriek Off the record.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt voorop dat verweerder naar zijn oordeel als journalist kan worden aangemerkt in de zin van artikel 2 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek.
Verder voert klager aan dat hij door de redactie van DWDD is uitgenodigd om te komen praten over de aantijging dat hij de journalistieke stiel verloochende. Klager heeft daarop te kennen gegeven dat hij niet in de bestaande polemiek tussen zijn echtgenote en journalist Eric Smit wilde treden, maar meer in het algemeen over de staat van de journalistiek wilde spreken en in het bijzonder over zijn waarneming dat de journalistieke grondregels steeds vaker worden genegeerd ten behoeve van de amusementswaarde van een verhaal. De redactie vond die invalshoek interessant genoeg om hem te vragen daarover in discussie te gaan met verweerder. Vervolgens heeft klager ten minste zes keer contact gehad met een redactrice van DWDD en met haar de voorwaarden besproken waaronder de discussie zou plaatsvinden. Volgens klager is daarbij afgesproken dat zijn echtgenote op geen enkele wijze in de discussie zou worden betrokken. Naar de mening van klager heeft verweerder de journalistieke grenzen overschreden door zich – in strijd met de gemaakte afspraken – in de uitzending rechtstreeks tot zijn echtgenote te richten. Als medewerker van DWDD wordt verweerder geacht de met de redactie gemaakte afspraken te kennen, aldus klager. Desgevraagd deelt hij ter zitting mee dat hij er niet zeker van is dat de redactie verweerder in kennis heeft gesteld van de met klager gemaakte afspraken. Verder deelt klager desgevraagd mee dat de afspraken mondeling zijn gemaakt en niet schriftelijk zijn bevestigd, hetgeen volgens klager te doen gebruikelijk is. Klager licht verder toe dat zijn echtgenote aanwezig was, omdat zij was uitgenodigd om – na de discussie tussen klager en verweerder – haar medewerking te verlenen aan een item over de Amerikaanse soulzanger Solomon Burke. Klager deelt verder mee dat hij geen klacht tegen de redactie van DWDD heeft ingediend, omdat hij een uitspraak van de Raad wenst over de journalistieke handelwijze van verweerder.
Verder stelt klager dat verweerder in de uitzending onwaarheden ter tafel heeft gebracht. Zo heeft verweerder in strijd met de werkelijkheid gesteld dat hij nooit een rechtszaak heeft verloren, aldus klager. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft klager een aantal gerechtelijke uitspraken overgelegd. Voorts zijn volgens klager de beweringen van verweerder onjuist dat het tijdschrift Quote de rectificatie inzake de SM-publicatie over klagers echtgenote zou herroepen, dat een rechter in de Verenigde Staten een uitspraak heeft gedaan waarin sprake is van een amoureuze verhouding tussen klagers echtgenote en Schulhoff en dat dit zou hebben geleid tot de hoogste ontslagvergoeding in de Nederlandse geschiedenis.
Klager stelt voorts dat verweerder zich in de uitzending onnodig grievend heeft uitgelaten door te spreken over ‘jouw geliefde, wellicht jouw aanstaande ex’ en klager te betitelen als ‘golddigger’.
Ten slotte stelt klager dat verweerder met de publicatie van het artikel op de website 925.nl zijn journalistieke zorgplicht heeft geschonden. Volgens klager zijn de aantijgingen in het artikel incriminerend en tendentieus. Het artikel komt van de hand van een anonieme bron. Verweerder is er kennelijk van op de hoogte dat de bron in conflict is met klagers echtgenote. Op de website blijkt geen enkel bewijs van het beweerde, noch is klagers echtgenote om commentaar gevraagd.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging onder meer verstaan: “een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep”.
 
De Raad stelt voorop dat de (hoofd)redactie van DWDD in eerste instantie verantwoordelijk is voor de gehele inhoud van de uitzending. De klacht is echter niet gericht tegen de (hoofd)redactie van het programma, maar tegen verweerder die in de gewraakte uitzending als tafelheer optrad.
 
Het voorgaande werpt de vraag op of de klacht betrekking heeft op een ‘journalistieke gedraging’ als bedoeld in artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek en de Raad bevoegd is over de klacht te oordelen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.
De Raad overweegt hierbij het volgende. Hoewel ervan mag worden uitgegaan dat verweerders deelname aan het programma DWDD als tafelheer doorgaans voornamelijk ten doel heeft de amusementswaarde van de uitzending te vergroten, is de Raad van mening dat het gewraakte optreden van verweerder in de uitzending van 14 september 2011 wel degelijk is te kwalificeren als een journalistieke gedraging. Immers, verweerder was uitgenodigd om tijdens de uitzending een discussie te voeren met klager over journalistieke betamelijkheid, het thema van het essay dat van klagers hand stond te verschijnen. Op dit punt trad verweerder aldus nadrukkelijk op in zijn rol van journalist en derhalve in de uitoefening van zijn beroep. Dit brengt mee dat zijn optreden moet worden beschouwd als een ‘handelen van een journalist in de uitoefening van zijn beroep’ en derhalve als ‘journalistieke gedraging’ in de zin van de Statuten. (vgl. RvdJ 2011/13)
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte journalistieke gedraging direct is betrokken en hij daardoor persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
De klacht heeft deels betrekking op uitlatingen van verweerder in diens discussie met klager. Verder heeft klager ter zake aangevoerd dat hij degene is geweest die duidelijke afspraken heeft gemaakt over de voorwaarden waaronder de discussie tussen hem en verweerder zou plaatsvinden in de uitzending van DWDD. Voorts wordt klager verschillende keren in het gewraakte artikel op de website 925.nl genoemd.
Aldus kan worden geconcludeerd dat de belangen van klager bij de gewraakte journalistieke gedragingen rechtstreeks zijn betrokken en dat klager daardoor persoonlijk in zijn belang is geraakt. Klager is derhalve ontvankelijk in zijn klacht.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. verweerder heeft journalistieke grenzen overschreden en in strijd gehandeld met de punten 2.1.2. en 2.7.1. van de Leidraad van de Raad door zich in de uitzending van DWDD rechtstreeks tot klagers echtgenote te richten;
  2. verweerder heeft in de uitzending van DWDD niet waarheidsgetrouw bericht en daarmee in strijd gehandeld met punt 1.1. van de Leidraad van de Raad;
  3. verweerder heeft zich in de uitzending van DWDD onnodig grievend uitgelaten jegens klager en aldus in strijd gehandeld met punt 2.4.1. van de Leidraad va de Raad;
  4. verweerder heeft met de plaatsing van de anonieme reactie op zijn website 925.nl in strijd gehandeld met punt 5.3. van de Leidraad van de Raad.
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij afspraken heeft gemaakt met de (hoofd)redactie van DWDD ten aanzien van de voorwaarden waaronder de discussie tussen klager en verweerder zou plaatsvinden. Het (vermeende) niet nakomen van deze afspraken raakt derhalve allereerst de integriteit van de (hoofd)redactie van het programma. De klacht richt zich echter niet tegen de (hoofd)redactie van DWDD, maar tegen verweerder.
Er is echter geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kennis kan nemen van de precieze inhoud van de afspraken. Bovendien kan de Raad niet vaststellen dat verweerder van de afspraken met klager op de hoogte was en aldus geacht kon worden daaraan gebonden te zijn. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een oordeel.
 
Ad 2.
Klager heeft gesteld dat verweerder betreffende een aantal aan de orde gestelde zaken niet waarheidsgetrouw heeft bericht. Specifiek heeft klager aangevoerd dat de volgende beweringen van verweerder onjuist zijn:
  1. dat het tijdschrift Quote de rectificatie inzake het SM-artikel over klagers echtgenote zou heroverwegen en terugtrekken;
  2. dat een rechter in de Verenigde Staten een uitspraak heeft gedaan waarin sprake is van een amoureuze verhouding tussen klagers echtgenote en Schulhoff en dit zou hebben geleid tot de hoogste ontslagvergoeding in de Nederlandse geschiedenis;
  3. dat hij (verweerder) nooit een rechtszaak heeft verloren.
De Raad is van oordeel dat hij ten aanzien van de kwesties genoemd onder a. en b. geen oordeel kan geven zonder diepgaand feitenonderzoek. De procedure bij de Raad leent zich echter niet voor een dergelijk onderzoek. Ter zake van deze beweringen onthoudt de Raad zich daarom van een oordeel.
 
Ten aanzien van de bewering genoemd onder c. heeft klager echter met de door hem overgelegde jurisprudentie – een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 mei 2007 en een uitspraak van de Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht van 11 januari 2008 – genoegzaam aangetoond dat de bewering van verweerder niet juist is. Voor zover de klacht betrekking heeft op deze bewering, is de klacht derhalve gegrond. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Ad 3.
De Raad overweegt dat de gewraakte uitlatingen van verweerder – ‘jouw geliefde, wellicht aanstaande ex’ en ‘golddigger’ – mogelijk pijnlijk zijn voor klager. Klager zal zich echter – gelet op het feit dat hij zelf de publiciteit niet schuwt en in aanmerking genomen zijn positie in de onderhavige discussie – een zekere mate van kritische en polemische bejegening moeten laten welgevallen.
In dat licht bezien is de Raad van oordeel dat geen sprake is van een disproportionele aantasting van klagers privacy. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. (zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad van de Raad en vgl. onder meer RvdJ 2009/53 en 2004/61)
 
Ad 4.
De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van ingezonden brieven en van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Voordat de redactie besluit tot plaatsing van een bijdrage die een ernstige beschuldiging bevat, dient zij te onderzoeken of voor de beschuldiging een feitelijke grond bestaat. Bovendien dient de beschuldigde de gelegenheid te krijgen tot een weerwoord. (zie punten 5.1. en 5.3. van de Leidraad van de Raad)
 
In dit geval is sprake van de publicatie van een artikel van een anonieme bron, waarin harde woorden zijn gebruikt die (tevens) tot klager zijn gericht. Uit het artikel blijkt genoegzaam dat verweerder ervan op de hoogte was dat de anonieme bron nog ‘een appeltje had te schillen’ met klager en diens echtgenote. In dat verband overweegt de Raad dat bijzondere zorgvuldigheid is geboden in het geval van publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de verstrekking van de informatie in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad van de Raad)
Hoewel de in het artikel geuite beschuldigingen voor een belangrijk deel kennelijk de mening van de brievenschrijver betreffen, stond het verweerder niet vrij deze beschuldigingen klakkeloos te publiceren zonder daarbij ten minste klager de mogelijkheid te bieden tot het geven van een weerwoord.
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder met de gewraakte publicatie op zijn website 925.nl de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de verklaring van verweerder dat hij nooit een rechtszaak heeft verloren (onderdeel 2.c. van de klacht) alsmede voor zover de klacht betrekking heeft op de publicatie op de website 925.nl (onderdeel 4 van de klacht).
De klacht is ongegrond voor zover deze betrekking heeft op het schenden van klagers privacy tijdens de uitzending (onderdeel 3 van de klacht).
Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel (onderdelen 1., 2a. en 2b. van de klacht).
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 juni 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.