2011/4 ongegrond

Bij brief van 25 november 2010 met 8 bijlagen hebben J.J.M. Becker Hoff, directeur, en mr. P.E. Buisman, hoofd team belangenbehartiging, namens de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen te Utrecht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen A. Reerink en de hoofdredacteur van NRC.Next (hierna: verweerders). Daarbij heeft klaagster verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek toegewezen.
Bij brief van 13 december 2010 heeft H. Steketee, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 2010. Namens klaagster zijn daar voornoemde Becker Hoff en mr. Buisman verschenen. Becker Hoff heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een notitie. Van de zijde van verweerders zijn voornoemde Reerink en Steketee verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 3 november 2010 is op de voorpagina van NRC.Next een artikel aangekondigd met de publicatie van een foto van een bevalling en de tekst “Don’t try this at home – In Nederland gaan relatief veel baby’s dood bij de geboorte. Nu blijkt waarom: dat ligt aan ons verloskundig systeem.”
 
Het gewraakte artikel, van de hand van Reerink, maakt onderdeel uit van een aantal publicaties op de dubbele pagina’s 4 en 5 – een zogeheten spread – dat betrekking heeft op een onderzoek dat is gepubliceerd in het British Medical Journal (hierna: BMJ). Het gewraakte artikel is gepubliceerd onder de kop “Als er een dokter bij is, gaan er minder kinderen dood” en de onderkop “En dat terwijl verloskundigen al de ‘makkelijke’ gevallen krijgen”. Het opent als volgt:
“     >Thuis bevallen blijkt riskanter dan gedacht.
>Vaak moeten vrouwen alsnog naar het ziekenhuis en dan gaat het mis.
Bevallingen met een verloskundige, die meestal thuis plaatsvinden, zijn heel wat riskanter dan tot nu toe werd aangenomen. Dat is één. En twee: de hoge babysterfte in Nederland is wel degelijk te wijten aan het verloskundige systeem van Nederland. Tot deze ,,onverwachte” conclusies komen elf Nederlandse onderzoekers vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal (BMJ).
Vrouwen die thuis proberen te bevallen maar alsnog naar het ziekenhuis moeten, hebben bijna vier keer meer kans dat hun baby overlijdt dan vrouwen die direct bij de gynaecoloog bevallen. Dit is slecht nieuws, zeker als je bedenkt dat de helft van alle vrouwen die thuis beginnen te bevallen van hun eerste kind, de baring in het ziekenhuis moet afmaken.
Wie kijkt naar alle vrouwen die met een verloskundige bevallen – thuis of in het ziekenhuis – ziet dat zij 2,5 keer meer kans hebben op een dood kindje dan vrouwen die meteen onder toezicht staan van de gynaecoloog in het ziekenhuis. Dat is opzienbarend. Zeker omdat vrouwen die onder leiding van een gynaecoloog bevallen een gecompliceerde zwangerschap kennen. Je zou verwachten dat doodgeboren kinderen bij hen meer voorkomen. Dat is dus niet zo.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“,,Het is niet zo dat het thuis fout gaat, maar de keten van zorg levert vertraging op”, aldus Kwee. Zij wijt de problemen vooral aan de overdracht. Het is een kwestie van communicatie. ,,Gynaecologen zijn onvoldoende alert om deze vrouwen als risicovol te zien”, zegt mede-auteur en kinderarts Hens Brouwers van het UMCU.”
en
“Nederland heeft bijna de hoogste babysterfte in Europa. Een grote studie uit 2009 wees nog uit dat deze hoge babysterfte niets te maken had met de thuisbevalling. (…) Een van de onderzoekers zei destijds dat de discussie over de thuisbevalling daarmee eindelijk gesloten kon worden. Niets blijkt nu minder waar.”
Het artikel eindigt met:
“Het werkterrein van de verloskundige neemt al langzaam af. Minder vrouwen bevallen nog thuis. Door de vandaag verschenen studie, zal de thuisbevalling nog meer onder druk komen te staan.
Moeten we geen afscheid nemen van de thuisbevalling? Niet voor een gezonde slanke vrouw van 25 jaar bij wie de hele zwangerschap goed is verlopen en die op steenworp afstand van het ziekenhuis woont”, zegt Kwee die er tegen zou zijn om gynaecologen alle bevallingen te laten doen. De onderzoekers vinden vooral een beter besef van de risico’s bij de overdracht aan de gynaecoloog nodig. Maar ze willen vrouwen ook niet bang maken: het gaat uiteindelijk om een verschil van 0,6 versus 1,4 dode baby per jaar.”
 
Onder de koppen “Alleen in Frankrijk en Letland is de babysterfte hoger dan in Nederland” en “Verloskundige of arts” is een aantal feiten over babysterfte en bevallingen opgesomd.
 
Verder zijn in een artikel onder de kop “Het onderzoek is anti-verloskundige” en de onderkop “Zeggen verloskundigen uit Utrecht, die artsen niet goed vinden samenwerken” twee verloskundigen van een praktijk in de provincie Utrecht aan het woord gelaten.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat verweerders niet waarheidsgetrouw hebben bericht en daarmee suggestief en schadelijk voor de eerstelijns verloskunde hebben gehandeld. Volgens klaagster kunnen zwangeren zich op grond van de publicatie geen volledig beeld vormen van hetgeen in de BMJ-publicatie staat.
Volgens klaagster heeft de voorpagina als boodschap dat een thuisbevalling niet veilig is, terwijl deze conclusie niet voorkomt in de BMJ-publicatie en evenmin op basis van die publicatie valt te trekken. De boodschap is zelfs in strijd met de opvatting van de auteurs van de BMJ-publicatie, aldus klaagster. Volgens haar is de combinatie van beeld en woord op de voorpagina misleidend en tendentieus.
Zij stelt verder dat het artikel met de kop “Als er een dokter bij is, gaan er minder kinderen dood” niet waarheidsgetrouw is en dat een diskwalificerende ondertoon jegens eerstelijns verloskundigen wordt gehanteerd. Volgens klaagster wordt in het artikel onvoldoende onderscheid gemaakt tussen vermijdbare en onvermijdbare babysterfte. Daarnaast is in het artikel onvoldoende gekeken naar de feitelijke cijfers van babysterfte.
De zinsnede dat ‘verloskundigen reeds de makkelijke gevallen krijgen’ en de passage waarin het standpunt wordt ingenomen dat de thuisbevalling nog meer onder druk komt te staan, getuigen volgens klaagster van vooringenomenheid van de journalist. Het artikel berust volgens haar dan ook niet op waarheid, is eenzijdig en misleidend en daarmee tendentieus.
Verder stelt klaagster dat in het artikel onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Volgens klaagster hebben verweerders conclusies voor eigen rekening genomen en onvoldoende afstand gehouden. Ter zitting wijst zij in dit verband op in het artikel gehanteerde formuleringen als ‘dat is slecht nieuws’, ‘dat is opzienbarend’, ‘dat is niet zo’ en ‘door de vandaag verschenen studie zal de thuisbevalling nog meer onder druk komen te staan’.
Klaagster meent dat het opmerkelijk is dat verweerders geen vervolgartikel hebben gepubliceerd rondom de babysterfte om het misleidende en tendentieuze beeld na de gewraakte publicatie te corrigeren. Verweerders hebben volgens klaagster ten onrechte nagelaten de BMJ-publicatie kritisch te benaderen. Na enige studie van de cijfers van de BMJ-publicatie of bij het toepassen van hoor en wederhoor had geconcludeerd moeten worden dat de cijfers van het beschreven onderzoek niet kloppen. Daarnaast hadden verweerders ook moeten signaleren dat de onderzoekers vaag waren over de consequenties van de studie. Nu er diverse andere oorzaken van de problemen mogelijk waren, zijn zij niet scherp genoeg geweest in de berichtgeving.
Daarbij komt dat verweerders onvoldoende hebben belicht dat de resultaten van het onderzoek haaks staan op drie recente grootschalige onderzoeken, waaruit blijkt dat de thuisbevalling veilig is. Deze recente onderzoeken staan expliciet genoemd in het BMJ-onderzoek. Wanneer verweerders rekening hadden gehouden met deze onderzoeken en alert waren geweest op de mogelijkheid dat rondom het onderzoek een bepaalde vertekening zou ontstaan, dan was de berichtgeving niet zo onjuist geweest.  
Zij meent voorts dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen. Volgens klaagster was toepassing van wederhoor noodzakelijk, omdat in de publicatie eerstelijns verloskundigen worden gediskwalificeerd. Verweerders hadden in dezelfde publicatie de eerstelijns verloskundigen de gelegenheid moeten geven om te reageren op de aantijgingen. Het artikel “Het onderzoek is anti-verloskundige” doet hieraan niet af, omdat het de plicht van een journalist is om zo waarheidsgetrouw als mogelijk te publiceren, aldus klaagster. Zij acht het evenmin voldoende dat verweerders achteraf contact met haar hebben opgenomen.
 
Verweerders stellen dat Reerink de hoofdpunten van een complexe studie in een toegankelijk artikel uitstekend heeft samengevat. De publicatie bevat bijna een woordelijke overeenkomst van de essentie van het onderzoek: aan een thuisbevalling kleeft een verhoogd risico. Wie dit verhoogde risico wil ontlopen, kan volgens verweerders beter niet aan de thuisbevalling beginnen.
De kop op de voorpagina “Don’t try this at home” is hiervan een pregnante maar juiste samenvatting. In het artikel is een genuanceerd beeld geschetst van een verloskundig systeem, waarin alle betrokken partijen zichzelf de vraag moeten stellen waar het hoge sterftecijfer bij thuisbevallingen en poliklinische bevallingen vandaan komt. Deze kop is van origine een waarschuwing om stunts of experimenten die sensationeel ogen niet zelf na te bootsen. Inmiddels is de uitdrukking een algemeen bekend cliché geworden, aldus verweerders. Daarbij merken zij op dat de krant eigenwijze keuzes maakt in het nieuws en daaraan op de voorpagina op een pakkende wijze aandacht besteedt. Het is de kunst om een ingewikkelde en genuanceerde kwestie terug te brengen tot een korte samenvatting in een prikkelende uitdrukking. De kop op de voorpagina is ongenuanceerd, maar niet onwaar, terwijl de nuance in het aangekondigde artikel is terug te vinden. Het is volgens verweerders niet zo dat de eerstelijns verloskundigen het volledig moeten ontgelden. Verweerders delen mee dat intern over de kop is gediscussieerd. Zij menen dat zij met de kop niet te ver zijn gegaan.
Verder stellen verweerders dat het artikel een weergave behelst van feiten uit het onderzoek, aangevuld met diverse toelichtingen en interpretaties. Dit is een geaccepteerde journalistieke praktijk. Zij hebben geen conclusies voor eigen rekening genomen, maar hebben de informatie geduid, waarbij zij kritische vragen hebben gesteld over de impact van het onderzoek. Daarbij komt dat het stuk niet op zichzelf staat. In het artikel “Het onderzoek is anti-verloskundige” wordt door verloskundigen ingegaan op kritische vragen naar aanleiding van het onderzoek.
Verweerders bestrijden dan ook dat er in de gewraakte publicatie onvoldoende wederhoor is toegepast. Zij hebben alle relevante stemgeluiden op de dag van publicatie ruimschoots aan het woord gelaten, waardoor de publicatie onmogelijk eenzijdig of tendentieus is te noemen.
Verweerders wijzen erop dat zij de BMJ-publicatie onder embargo hebben ontvangen. Dat embargo verviel in de nacht van 2 op 3 november 2010, waarna direct diezelfde ochtend in NRC.Next daarover is gepubliceerd. Vervolgens hebben verweerders contact opgenomen met klaagster, die echter niet heeft willen reageren, maar verweerders heeft doorverwezen naar het College Perinatale Zorg.
De reactie van dit College kwam volledig overeen met de conclusie van de onderzoekers en bevatte geen tegengeluid. Die reactie voegde derhalve onvoldoende toe om daaraan op een later tijdstip een aparte publicatie te wijden.
Verder wijzen verweerders erop dat de artikelen ook in NRC Handelsblad zijn verschenen en dat in de editie van zaterdag 13 november 2010 een kritisch opiniestuk over het onderzoek is gepubliceerd.
Voor zover klaagster bezwaar maakt tegen de degelijkheid van het onderzoek, benadrukken verweerders dat het BMJ een strenge toetsing van de onderzoeken hanteert. Het is niet de taak van de journalist om die toetsing over te doen. Verweerders hebben niet onvoldoende geïnformeerd naar de risico’s van het transport naar het ziekenhuis. In het artikel is vermeld dat uit het onderzoek blijkt, dat er geen hogere risico’s zijn die aan het transport zijn toe te schrijven. Transport speelt volgens de onderzoekers juist geen rol van betekenis. Verder is onjuist dat verweerders eerdere onderzoeken onderbelicht hebben gelaten, nu in het artikel is verwezen naar een grote studie uit 2009 die tot andere uitkomsten kwam. Verweerders wijzen erop dat dit onderzoek anders was van aard, zodat de resultaten onvergelijkbaar zijn.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de koppen “Don’t try this at home” en “Als er een dokter bij is, gaan er minder kinderen dood - En dat terwijl verloskundigen al de ‘makkelijke’ gevallen krijgen” onjuist en misplaatst zijn. Daarnaast hebben verweerders volgens klaagster onvoldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, en ten onrechte nagelaten wederhoor toe te passen.
 
De Raad overweegt dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van de artikelen – geen sprake. (vgl. onder meer RvdJ 2010/31)
De Raad acht het aannemelijk dat de gemiddelde lezer van NRC.Next de kop “Don’t try this at home” – gezien de achtergrond van deze uitdrukking – niet letterlijk zal opvatten, maar zal beschouwen als (min of meer satirische) beeldspraak. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij met grote regelmaat dergelijke scherpe, ongenuanceerde koppen op de voorpagina gebruiken. De gemiddelde lezer van NRC.Next zal daarmee bekend zijn en die koppen op waarde weten te schatten.
Verweerders hebben gemotiveerd aangevoerd dat de koppen dienen ter illustratie van de hogere kans op babysterfte bij een thuisbevalling. Volgens de Raad zijn de koppen voldoende duidelijk genuanceerd in de bijbehorende artikelen. Daarin wordt duidelijk vermeld dat geen afscheid moet worden genomen van de thuisbevalling en dat vrouwen niet bang gemaakt moeten worden, omdat het verschil in cijfers tussen babysterfte thuis en in het ziekenhuis slechts zeer klein is.
 
Haar standpunt dat verweerders onvoldoende onderscheid hebben gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, heeft klaagster toegelicht met een verwijzing naar de zinsneden ‘dit is slecht nieuws’, ‘dat is opzienbarend’, ‘dat is niet zo’, ‘niets blijkt minder waar’ en ‘door de vandaag verschenen studie zal de thuisbevalling nog meer onder druk komen te staan’. De Raad deelt echter het standpunt van verweerders dat het hier gaat om toelaatbare duidingen van de informatie, waarbij de mening van verweerders voldoende is onderscheiden van de in het artikel weergegeven feiten.
 
Ten slotte overweegt de Raad dat een embargo geen afbreuk doet aan het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van de onder embargo verstrekte informatie. (zie de ambtshalve uitspraak van de Raad inzake embargo’s, RvdJ 2003/50)

In de onderhavige publicatie is echter op dezelfde dubbele pagina’s (spread) het artikel “Het onderzoek is anti-verloskundige” verschenen. In deze publicatie bekritiseren verloskundigen de wetenschappelijke publicatie. Aldus hebben verweerders voldoende evenwichtig over het onderwerp bericht en kan het standpunt dat onvoldoende wederhoor is toegepast, niet worden gevolgd.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 januari 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, mr. B. Geersing, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.