2011/38 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H.E. Kamperman, R. de Boer en C. Mijwaart
 
tegen
 
R. Vorkink
 
Bij brief van 21 maart 2011 met twee bijlagen heeft mr. J. Vlug, advocaat te Deventer, namens H.E. Kamperman, R. de Boer en C. Mijwaart (hierna: klagers), een klacht ingediend tegen R. Vorkink (hierna: verweerder). Vervolgens hebben klagers bij brief van 7 april 2011 met een bijlage hun klacht nader aangevuld. Mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, heeft namens verweerder op de klacht geantwoord in een brief van 26 april 2011 met drie bijlagen. Ten slotte heeft verweerder bij brief van 27 april 2011 nog twee bijlagen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 april 2011. Klagers zijn daar verschenen, vergezeld door voornoemde mr. Vlug die het standpunt van klagers heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota. Verweerder en voornoemde mr. Speijdel waren eveneens aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad opnamen van de gewraakte uitzendingen bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 30 november 2010 heeft RTV Oost een aflevering van het televisieprogramma ‘In de Wandelgangen’ uitgezonden. Daarin is aandacht besteed aan de aangifte van mr. Peters, advocaat te Amersfoort, namens R.J. Bakker, voormalig directeur van SE Fireworks, tegen onder meer klagers. In deze uitzending wordt verweerder, onderzoeksjournalist bij RTV Oost, door de presentator, Jan Medendorp, geïnterviewd. Verder komen mr. Peters, advocaat van voornoemde Bakker, en mr. Knoops, advocaat van André de Vries, aan het woord. De uitzending wordt door de voice-over ingeleid als volgt:
“Rechercheurs en een deel van de oude politietop Twente worden beschuldigd van het achterhouden van documenten en het plegen van valsheid in geschrifte. En oud-verdachte André de Vries vecht voor eerherstel. Topadvocaat Knoops staat hem bij.”
Hierna zegt Medendorp het volgende:
“Goedenavond, een Almelose rechter en een hoge politiefunctionaris van de politie Twente worden beschuldigd van verduistering van belangrijke documenten en van valsheid in geschrifte. Tegen hen is aangifte gedaan door oud-directeur Bakker van de ontplofte vuurwerkopslagplaats. Ook twee oud leidinggevenden van het politieteam dat onderzoek deed naar de vuurwerkramp die worden aangeklaagd. Hier in de studio is aangeschoven mijn collega Rob Vorkink die al jaren lang de vuurwerkramp onderzoekt.(…)”
Even later vraagt Medendorp aan verweerder:
“Maar Rob het is tien jaar geleden, welke stukken gaat het dan nu weer precies over?”
Verweerder antwoordt:
“Nou ja, ik kan me voorstellen dat de mensen zo langzamerhand een beetje vuurwerkrampmoe worden. Na tien jaar kwam het dan weer in een stroomversnelling, is er weer nieuw onderzoek gedaan. En ja, het komt er nu ook zo’n beetje uit…handelt deze meneer Bakker uit rancune, uit persoonlijke rancune, omdat die destijds wel gewoon is veroordeeld voor teveel en te zwaar vuurwerk, maar hij voelt zich ook slachtoffer, Jan. En dat komt omdat eigenlijk nooit duidelijk is geworden wat er nou op die bewuste dag, op die bewuste zaterdag voorafgaande aan de explosies is gebeurd. Want dat is nooit goed uitgezocht door het team en daarop is ook een deel van het onderzoek, of van deze aangifte gebaseerd. Want er wordt gewoon gezegd van er is teveel op André de Vries gerechercheerd, de verdachte en die inmiddels in 2003 is vrijgesproken, maar tegelijkertijd waren er zware verdenkingen tegen ex-directeur Pater, tegen de klusjesman en tegen enkele werknemers van SE Fireworks, dat liep tegelijkertijd met de arrestatie van André de Vries. Alleen dít belangrijke stuk, daar gaat het dan om, dit proces-verbaal, is nooit in het strafdossier toegevoegd, dus de rechters konden daar niet zeggen: “Maar wacht eens even, ho, u bent ook nog bezig met werknemers en een ex-directeur, hoezo is alleen De Vries hier de vermeende brandstichter?””
Medendorp:
“Ja, hoe dan ook, advocaat Peters van ex-directeur Bakker vertelt waar de aangifte precies over gaat.”
In het daarop volgende vraaggesprek meldt Peters onder meer:
“André de Vries kwam in beeld en er is niks meer gedaan met deze bevindingen, sterker nog het hele procesverbaal is niet toegevoegd aan het dossier.”
Verderop zegt Medendorp:
“Ja, u hoorde advocaat Peters van oud-directeur Bakker van SE Fireworks en het gaat nog steeds over die vuurwerkramp van tien jaar geleden. Want nu zou een van de huidige rechters in Almelo onderwerp van het geschut zijn van deze heren, omdat die documenten achter zou hebben gelaten. Dat heb ik toch goed samengevat Rob?”
Verweerder antwoordt:
“Ja, die rechter was destijds officier van Justitie die het onderzoek leidde samen met de leider van het onderzoeksteam van de politie, dat was dus Rik de Boer en daarnaast zijn er dus twee rechercheurs Kamperman en Mijwaart die ook”
Medendorp:
“Eh …die ook”
Verweerder:
“Die ook stukken zouden hebben weggemaakt in dat onderzoeksdossier.”
Medendorp:
“Eh, je hoorde onze collega Hans Bellert al zeggen tegen de advocaat: “Wat hebben die voor belang?” Daar kun jij natuurlijk ook geen antwoord op geven?”
Verweerder:
“Nee, daar kan ik niet direct op, eh, daar kan ik wel op speculeren. Maar dat heeft denk ik geen zin.”
Medendorp:
“Maar het is wel tricky als nu een huidige rechter ook onder vuur komt te liggen.”
Verweerder:
“Ik heb vanmiddag ook gebeld met de rechtbank, van wat de rechtbank hiervan vindt of wat zij hiermee doet. En de rechtbankpresident heeft gezegd: “Ik heb officieel nog niets gehoord van het Openbaar Ministerie.” Maar het Openbaar Ministerie heeft wel via een woordvoerder laten weten dat ze een aantal dagen hiervoor die aangifte zullen bestuderen en dan met een standpunt zullen komen, of ze wel of niet gaan vervolgen. En als dan bijvoorbeeld de huidige rechter strafrechtelijk wordt vervolgd, ja, dan krijgen we een heel ander verhaal. Want dan zou het zo kunnen zijn dat hij tijdelijk aan de kant wordt geschoven.”
 
Vervolgens is op 18 maart 2011 in een aflevering van het televisieprogramma ‘In de Wandelgangen’ aandacht besteed aan het feit dat klagers zowel tegen verweerder als tegen RTV Oost juridische procedures zijn gestart. Ook in deze uitzending wordt verweerder door de presentator, Hans Bellert, geïnterviewd. Verweerder zegt onder meer het volgende:
“Zowel de directie van RTV Oost als ik persoonlijk hebben een brief gekregen van de advocaat van Rik de Boer, Cees Mijwaart en Hans Kamperman, dat zijn de leidinggevenden van het toenmalige Tolteam, en daarin wordt richting mij persoonlijk gesteld dat ze een schadevergoeding willen van 10.000 euro naar aanleiding van eerdere uitlatingen waar we straks wat meer over zien in de uitzending van 30 november van ‘In de Wandelgangen.’ (…)”
In deze uitzending zijn portretten van klagers getoond.
 
De uitzendingen van 30 november 2010 en 18 maart 2011 zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als ‘de uitzendingen’.
 
Verder heeft verweerder tussen 30 november en 3 december 2010 onder meer de volgende twitterberichten verzonden:
“Sorry, maar tub laat weer oren hangen naar brigadier dog Kamperman. Stuurt vandaag zelfs digitaal dossiers naar NOS journaal. Paniek Hans?”
en
“Hans Kamperman stuurt alleen de verkeerde pv’s door. Die ontbreekt in het strafdossier …heeft ‘ie niet..na..na..nana.”
en
“Wordt zware dobber voor Herman Stam, Rick de Boer, Hans Kamperman en Cees Mijwaart.”
en
“Paniek oude leiding onderzoeksteam vuurwerkramp. Rechercheur Kamperman probeert media te misleiden. Volg berichtgeving RTV Oost.”
en
“Rechercheur Kamperman Tolteam heeft via z’n pv’s rechter misleid. Let op berichtgeving TV Oost komende dagen.”
In zijn twitter-profiel meldt verweerder het volgende:
“Onderzoeksjournalist RTV Oost. Dossiers: Affaire oud-neuroloog Jansen Steur, Nw onderzoek vuurwerkramp, fraude Windesheim, fraude hulpofficieren, humor, muziek
http://www.rtvoost.nl”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat verweerder zich onnodig grievend en derhalve in strijd met de journalistieke waardigheid over hen heeft uitgelaten. Verweerder heeft kritiekloos de aantijgingen van Bakker geventileerd, terwijl hij moest hebben geweten, althans had kunnen weten, dat de inhoud van diens aangifte volstrekt bezijden de waarheid is. Een onderdeel van de aangifte is dat klagers een belangrijk proces-verbaal niet aan het dossier hebben toegevoegd dan wel hebben verduisterd. Het vonnis van de rechtbank Almelo in de strafzaak tegen medeverdachte Pater bevat echter een duidelijke verwijzing naar het desbetreffende proces-verbaal, evenals de pleitnota van mr. Plasman (toenmalig advocaat van Bakker), het arrest van het Gerechtshof Arnhem en het requisitoir van de officier van Justitie. De aantijgingen van Bakker waren derhalve eenvoudig te checken door iemand die zich laat voorstaan op zijn kennis van de zaak.
Ter zitting voegen klagers hieraan toe dat in een door verweerder overgelegd proces-verbaal weliswaar wordt gemeld dat ‘de processen-verbaal m.b.t. de aanvragen van Bijzondere Opsporings Bevoegdheden (B.O.B.) en de daarbij behorende verkregen machtigingen, geen deel uitmaken van het totaal Dossier’, maar dat het hierbij niet gaat om het proces-verbaal dat is bedoeld in de aangifte van Bakker.
Verder wijzen klagers erop dat de aantijgingen al jaren geleden zijn onderzocht door de Rijksrecherche, waarbij geen onregelmatigheden zijn gevonden. Dit rapport is openbaar geworden en wordt derhalve bij verweerder bekend verondersteld.
Verweerder heeft noch in de bron van het bericht, noch in het ontbreken van enig motief voor het plegen van onoorbaarheden van klagers, noch in het feit dat zij al tientallen jaren volstrekt integere leden van de politie zijn, noch in de ernst van de ramp, aanleiding gezien de aangifte kritisch te bejegenen. Verweerder heeft volstrekt onvoldoende onderzoek gepleegd en heeft Bakker, die is veroordeeld wegens dood door schuld, een podium geboden drie politiemensen te beschimpen met de meest kwetsende aantijgingen die hun professionaliteit en integriteit raken.
Klagers stellen verder dat volledig nodeloos hun volledige namen zijn genoemd en hun portretten in beeld zijn gebracht. De aanduiding ‘drie leden van de leiding van het Tolteam’ zou hebben volstaan. Er is geen sprake van algemene bekendheid van klagers en geen gevaar voor verwarring. Voorts is geen sprake van opsporingsberichtgeving en klagers hebben niet zelf de openbaarheid gezocht. Ter zitting hebben klagers hieraan toegevoegd dat De Boer meestal degene is geweest die in deze zaak ‘qualitate qua’ naar buiten is getreden, ook min of meer recent. Echter, geen van de klagers is eerder in de publiciteit geweest als verdachte van een ambtsmisdrijf.
Klagers betogen dat verweerder met zijn handelwijze niet slechts het aanzien van de journalistiek heeft beschadigd, maar tevens drie volledig integere politiemensen, die worden blootgesteld aan onzinnige beschuldigingen uit verdachte hoek, met naam en toenaam in de openbaarheid gebracht. Ter zitting wijzen klagers er in dit verband nog op ook dat de uitlatingen van mr. Knoops partijdig zijn, nu deze zich ervoor inspant dat zijn cliënt (André de Vries) wordt vrijgepleit en gerehabiliteerd.
Ten slotte stellen klagers dat verweerder zich in zijn twitterberichten onnodig grievend over klagers, en met name Kamperman, heeft uitgelaten en daarin onnodig hun namen heeft vermeld. Ter zitting wijzen klagers erop dat verweerder inmiddels 873 volgers heeft en derhalve niet als ‘anoniem’ persoon heeft gehandeld.
 
Verweerder stelt dat hij slechts verslag heeft gedaan over de omstandigheid dat advocaat Peters namens Bakker aangifte heeft gedaan van het niet toevoegen van een proces-verbaal aan het dossier. Het betreft een ongedateerd proces-verbaal waarin door de politie wordt vermeld dat andere personen dan Bakker mogelijk wetenschap hebben van het ontstaan van de vuurwerkramp en mogelijk zelfs een aandeel daarin hebben en waarin voorts wordt verzocht om afluisterapparatuur in de privéwoning van die personen te mogen plaatsen. Dit proces-verbaal had voor de verdediging van Bakker uiteraard grote waarde. Verweerder en zijn collega Medendorp hebben (dat onderdeel van) de aangifte enkel genoemd en geduid.
Volgens verweerder betrof het een feit met bijzondere nieuwswaarde voor de regio Twente. Hij wijst erop dat ook het televisieprogramma ‘EénVandaag’ op 30 november 2010 aan de aangifte aandacht heeft besteed. In de gewraakte uitzendingen zijn tevens kritische vragen opgeworpen. Verweerder heeft zelf geen standpunt ingenomen.
Verweerder acht het niet aan hem, maar aan de rechter, om de juistheid van de aangifte te controleren. Slechts ingeval het op het eerste gezicht duidelijk is dat er een ernstig mankement aan de aangifte kleeft, dient er nader onderzoek plaats te vinden. Dat was hier niet het geval. Ter zitting voegt verweerder hieraan toe dat het er nu niet om gaat of de aangifte klopt, maar of hij er zo over mocht berichten zoals hij heeft gedaan. Kernvragen zijn daarbij in hoeverre hij de juistheid heeft kúnnen controleren en in hoeverre hij dat heeft moéten doen. In dat verband merkt hij op dat hij de zaak niet volgt vanaf het eerste uur. Hij is sinds twee jaar onderzoeksjournalist bij RTV Oost, waarbij hij ook andere zaken behandelt. Hij is dus niet op de hoogte van alle details.
Verder stelt verweerder dat hij voorafgaand aan de uitzending van 30 november 2010 wederhoor heeft toegepast. Hij heeft gebeld met de politie, die niets wilde meedelen en verwees naar Justitie. Ook Justitie en de rechtbank wilden geen inhoudelijk commentaar geven. Ter zitting voegt verweerder hieraan toe dat hij vorig jaar in een ander verband Kamperman heeft willen spreken en toen van het korps te horen kreeg dat deze daar geen prijs op stelt. Volgens verweerder wordt het contact met klagers afgeschermd en gaat alles via de afdeling woordvoering.
Uit het proces-verbaal van 7 maart 2001 blijkt volgens verweerder voldoende dat het in de aangifte bedoelde proces-verbaal niet aan het dossier is toegevoegd. Kennelijk is de regel dat het procesdossier alle stukken dient te bevatten, door politie/Justitie geschonden.
De uitzending van 18 maart 2011 is volgens verweerder ontstaan door het optreden van klagers tegen verweerder en RTV Oost. Klagers wilden een uitzending tegenhouden. Verweerder acht het overigens opmerkelijk dat hij op zijn privéadres een brief van de advocaat van klagers heeft ontvangen, terwijl zijn adres niet via het telefoonboek is terug te vinden. Hij vermoedt dat klagers mogelijk van politiesystemen gebruik hebben gemaakt voor privédoeleinden.
Ook voor de uitzending van 18 maart 2011 heeft verweerder wederhoor toegepast, zonder enige inhoudelijke reactie van de politie te hebben gekregen.
Verder stelt verweerder dat de namen van klagers zijn vermeld en dat hun portretten zijn getoond teneinde verwarring te voorkomen met andere leidinggevenden tegen wie geen aangifte is gedaan. Daarnaast zijn klagers allen al eerder herhaaldelijk in de openbaarheid getreden in het kader van deze zaak en zijn zij publieke figuren geworden. Bovendien bekleden zij allen een hoge ambtelijke functie en dienen zij ermee rekening te houden dat zij op enig moment in de openbaarheid worden genoemd.
Ten aanzien van de twitterberichten stelt verweerder dat hij die als privépersoon in alle emotie naar buiten heeft gebracht. Hij erkent dat hij een aantal van deze berichten niet had moeten schrijven, heeft daar spijt van en biedt daarvoor zijn excuses aan. Verweerder heeft de bedoelde twitterberichten onleesbaar gemaakt en verzendt inmiddels geen twitterberichten meer.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Uitzendingen
De Raad overweegt dat in de uitzendingen de indruk wordt gewekt dat klagers een belangrijk proces-verbaal niet aan het dossier hebben toegevoegd dan wel dit proces-verbaal hebben verduisterd. Aldus kan worden geconcludeerd dat klagers door de uitzendingen in zeer ernstige mate zijn gediskwalificeerd.
Daarbij komt dat verweerder zijn uitlatingen grotendeels heeft gebaseerd op slechts één bron, te weten mr. Peters die optrad namens Bakker, belanghebbende in de aangifte tegen klagers. Het had daarom op de weg van verweerder gelegen om meer evenwichtig over de kwestie te berichten en nader te onderzoeken of er voor de aangifte van Bakker – en daarbij voor de beschuldigingen aan het adres van klagers – enige grondslag bestond. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad van de Raad)
 
Het voorgaande in aanmerking genomen bestaat tevens grond voor het oordeel dat de privacy van klagers door het vermelden van hun volledige namen en het tonen van hun portretten disproportioneel is geschaad. Aangezien verweerder ervoor heeft gekozen ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers te publiceren, die zijn gebaseerd op slechts één – en ook nog belanghebbende – bron, zonder daarbij een reactie van klagers op te nemen, had hij de namen van klagers niet behoren te vermelden en het tonen van hun beelden achterwege dienen te laten.
Daarbij overweegt de Raad dat klagers weliswaar als leden van de leiding van het Tolteam in de lokale gemeenschap als min of meer publieke figuren kunnen worden aangemerkt, maar dat de vermelding van hun namen in dit geval – in hoedanigheid van ‘verdachten’ van een ambtsmisdrijf – journalistiek niet noodzakelijk was. Niet aannemelijk is geworden dat bij de kijkers door het achterwege laten van de namen en beelden van klagers verwarring zou zijn ontstaan. Klagers hadden ook kunnen worden aangeduid als ‘drie leden van de leiding van het Tolteam’ zonder dat afbreuk was gedaan aan de inhoud van de berichtgeving. (zie punten 2.4.1. e.v. van de Leidraad)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door in de gewraakte uitzendingen over klagers te berichten op de wijze zoals hij heeft gedaan.
 
Twitterberichten
De Raad overweegt allereerst dat verweerder op dit punt moet worden geacht te hebben gehandeld in zijn hoedanigheid van journalist en niet als een willekeurige particulier. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verweerder in zijn twitter-profiel heeft gemeld dat hij onderzoeksjournalist is bij RTV Oost en daarbij onder meer het dossier vuurwerkramp behandelt, dat hij in zijn profiel een link naar de website van RTV Oost heeft opgenomen en in de gewraakte twitterberichten – die hij daags na de uitzending van 30 november 2010 heeft verstuurd – herhaaldelijk heeft gewezen op de berichtgeving van RTV Oost over deze kwestie.
Het verzenden van de gewraakte twitterberichten moet daarom worden beschouwd als een handelen van verweerder in de uitoefening van zijn beroep en derhalve als ‘journalistieke gedraging’ als bedoeld in artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek. De Raad acht zich daarom bevoegd over dit onderdeel van de klacht te oordelen.
 
Ook in de twitterberichten worden klagers – en met name Kamperman – in verband gebracht met onoorbare praktijken, terwijl niet is gebleken dat daarvoor een deugdelijke grondslag bestaat. Bovendien heeft verweerder daarbij de namen van klagers vermeld.
Hoewel het verweerder siert dat hij ter zake zijn excuses aan klagers heeft gemaakt en de berichten onleesbaar heeft gemaakt, heeft verweerder met het verspreiden van de gewraakte berichten journalistiek onzorgvuldig jegens klagers gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is eveneens gegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te (laten) besteden in een uitzending van ‘In de Wandelgangen’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van RTV Oost dan wel in een ander daartoe geëigend medium te (laten) publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 mei 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.