2011/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.W. ter Keurs en G.J. ter Keurs-Wevers
 
tegen
 
J. Ankoné en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
 
Bij brief van 22 februari 2011 met vijf bijlagen hebben J.W. ter Keurs en G.J. ter Keurs-Wevers te Hertme (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen J. Ankoné en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Vis, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 17 maart 2011 met drie bijlagen. Ten slotte hebben klagers nog acht bijlagen overgelegd bij brief van 3 april 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 april 2011. J.W. ter Keurs is daar verschenen, vergezeld door zijn dochter, en heeft zijn standpunt aan de hand van een pleitnotitie toegelicht. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Vis en Ankoné verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 10 september 2010 is in De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van Ankoné verschenen in de rubriek “Commentaar” onder de kop “Ter Keurs”. Het commentaar opent met:
“CDA-raadslid Willem ter Keurs heeft zich als politicus volstrekt ongeloofwaardig gemaakt. Tot twee keer toe heeft hij de voorschriften in de bouwvergunning voor een schuur bij zijn boerenbedrijf in Hertme aan zijn laars gelapt door er illegaal caravans en campers te stallen.”
Verder bevat het artikel de volgende passage:
“Recidivisme heet dat in juridisch jargon. Ter Keurs kan zich niet verschuilen achter onwetendheid. Hij loopt al twintig jaar mee in de gemeentepolitiek, was van 2000 tot 2006 zelfs wethouder, nota bene van ruimtelijke ordening. Hij weet dus als geen ander hoe het hoort. Raadsleden hebben een voorbeeldfunctie. Maar Ter Keurs heeft daar kennelijk geen boodschap aan. Zijn reactie in deze krant is ronduit stuitend. In plaats van het boetekleed aan te trekken speelt hij de vermoorde onschuld. Hij beweert te goeder trouw te hebben gehandeld. Een gotspe. Hij volhardt daarmee in zijn foute gedrag. Dat maakt zijn positie als raadslid onhoudbaar. Zijn integriteit is aangetast, daar is hij zelf schuld aan. Hij zou zichzelf, zijn partij en de politiek in het algemeen een goede dienst bewijzen door op te stappen. Maar vooralsnog maakt hij daartoe geen aanstalten.”
Klager J.W. ter Keurs is de in het artikel bedoelde Ter Keurs.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat aan hun conflict met de gemeente meerdere publicaties zijn gewijd, die onder meer zijn gebaseerd op anonieme brieven. Van deze publicaties hebben klagers met name het gewraakte commentaar als uitermate kwetsend en grievend ervaren. Daarnaast bevat het commentaar volgens hen onwaarheden.
Klagers stellen dat geen sprake was van fout gedrag ten aanzien van het stallen van caravans en campers in de schuur. Het stallen was volgens hen namelijk niet in strijd met de geldende regels. Klagers benadrukken dat in het bestemmingsplan caravanstalling expliciet is toegestaan. Volgens klagers heeft het college daarom niet de bevoegdheid om op dit gebied nadere regels te stellen. Ter zitting geven zij aan dat de bepaling in de bouwvergunning daarom nietig was.
Volgens klagers suggereert het commentaar ten onrechte dat de bouwvergunning geldend is. Zij menen dat verweerders kennis hadden kunnen nemen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 12 augustus 2010. In dit besluit staat volgens klagers dat volgens het bestemmingsplan formeel juridische grondslag bestaat voor het stallen van caravans en campers in de schuur. Omdat het collegebesluit op de persconferentie van 8 september 2010 is uitgereikt, had dit volgens klagers verwerkt kunnen worden in het commentaar. Klagers menen dat in het commentaar de vraag gesteld had moeten worden hoe het kan dat de gemeente een vergunning heeft afgegeven die in strijd is met het bestemmingsplan. De gemeente heeft volgens klagers miskend dat het bestemmingsplan leidend is in de kwestie en niet de bouwvergunning. Ter zitting delen klagers mee dat ook de burgemeester in een gesprek heeft toegegeven dat door de gemeente te hoog is ingezet en fouten zijn gemaakt. Daarnaast had volgens hen aan de orde moeten komen waarom de gemeente de regels onjuist handhaaft. Ten slotte hadden verweerders kritisch moeten staan tegenover het zich verschuilen door de gemeente achter onwetendheid, aldus klagers. Zij stellen geen schuld te hebben aan de kwestie, maar geconfronteerd te zijn met een overheid die haar taken niet goed uitvoerde. Klagers menen dat door hun handelen hun integriteit dan ook niet is aangetast. Deze conclusie had volgens klagers ook niet mogen worden getrokken.
Volgens klagers was slechts sprake van de stalling van een vijftal campers en vormde het stallen daarvan een uitvloeisel van activiteiten die zij ontplooien op hun pleister- en camperplaats. Ter zitting delen klagers desgevraagd mee dat zij in de veronderstelling verkeerden dat het stallen van campers en caravans in de schuur niet was toegestaan, omdat dit in een bepaling in de bouwvergunning was opgenomen. Zij waren daarbij niet op de hoogte van het bestemmingsplan. Na raadpleging van een jurist kwamen zij erachter dat in het bestemmingsplan was bepaald dat beperkt stallen wel mogelijk was.
Klagers stellen dat door de publicatie de publieke opinie enorm is beïnvloed in negatieve zin. Ter zitting delen zij mee dat de berichtgeving een grote impact heeft gehad. Zij stellen dat zij hebben overlegd met verweerders en daarop te horen hebben gekregen dat het niet gaat om het bestemmingsplan, maar om de bouwvergunning. Volgens klagers is het interessant dat een journalist meent dat de bouwvergunning prevaleert boven het bestemmingsplan, terwijl geen enkele jurist dit zal beamen.
Volgens klagers is sprake van tunnelvisie bij verweerders. Zij stellen dat de krant vraagtekens had mogen zetten bij de bestuurlijke integriteit van de gemeente Borne. Verweerders houden volgens klagers slechts vast aan een eenzijdige en vooringenomen stelling. Volgens hen is het een taak van de pers om alle kanten van de zaak te belichten. Zij menen dat een zorgvuldige afweging van feiten de basis dient te zijn voor opinie.
 
Verweerders stellen dat geen sprake is van een gebrek aan zorgvuldigheid. Daarbij vragen zij zich af of een opinie in de krant aangevochten kan worden, omdat dan de vrijheid van meningsuiting onder druk komt te staan.
Volgens hen hebben klagers tweemaal de bouwvergunning overtreden. Zij stellen dat een vergunning niet voor niets wordt uitgegeven. Een overtreding van regels is volgens hen voldoende aanleiding om de integriteit erbij te betrekken.
Verweerders stellen dat het niet relevant is voor de klacht waarom de krant niet schrijft over het gemeentelijk beleid en gemeentelijke missers. Volgens hen dienen slechts de feiten te worden beoordeeld die betrekking hebben op het gepubliceerde commentaar. Het stond de krant vrij om een commentaar over klagers te schrijven, zonder daarbij de fouten van de gemeente te belichten.
Volgens verweerders is onduidelijk waarom de krant niet de conclusie had mogen trekken dat de integriteit van klagers is aangetast. Zij menen dat klagers tweemaal bewust de bouwvergunning hebben geschonden. Deze overtreding was voor verweerders aanleiding om de integriteit aan de orde te stellen.
Verweerders stellen dat de opmerkingen van Ankoné niet suggereren dat een bouwvergunning prevaleert boven een bestemmingsplan. Ter zitting delen zij mee dat klagers wellicht juridisch in hun recht staan. De bouwvergunning is volgens hen slechts de basis voor het aan de orde stellen van de integriteit van klagers. Verweerders benadrukken ter zitting dat het gaat om het feit dat klagers dachten en op schrift hadden staan dat zij geen caravans mochten stallen, maar dit toch deden. Zij stellen dat integriteit los kan staan van de juridische grondslag van de zaak en wijzen erop dat tal van politici zijn opgestapt als gevolg van een aangetaste integriteit. Volgens verweerders staat daarnaast de eigen verantwoordelijkheid van J.W. ter Keurs als ondernemer en gemeenteraadslid los van de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Uit de stukken blijkt volgens verweerders dat tussen de 40 en 50 caravans stonden gestald in de schuur. Daarmee blijkt volgens hen duidelijk dat klagers de voorschriften royaal hebben overschreden.
Voorts blijkt volgens verweerders uit de stukken dat klagers hebben aangegeven dat zij in de veronderstelling waren dat het niet was toegestaan om de caravans te stallen. Klagers hebben volgens hen eerder zelf aangegeven de bouwvergunning te hebben overtreden en de fouten te zullen herstellen. Zij hebben daarop volgens verweerders de caravans en campers laten verwijderen. Omdat klagers in eerdere documenten hun fout erkennen, verschillen zij daarin niet van mening met het gewraakte commentaar.
Volgens verweerders hebben klagers dan ook slechts met juridische ondersteuning het element van het bestemmingsplan in de strijd geworpen. Verweerders benadrukken zorgvuldig te werk te zijn gegaan. Ter zitting delen zij mee dat er geen feitelijke onjuistheden staan in het commentaar. Verweerders laten desgevraagd weten dat zij met de kennis van nu het artikel alsnog hadden geschreven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is – samengevat weergegeven – dat in het commentaar onwaarheden staan en dat ten onrechte wordt beweerd dat de integriteit van J.W. ter Keurs is aangetast. Klagers stellen dat ook het handelen van de gemeente in het commentaar aan bod had moeten komen.
 
Niet in geding is dat klagers in hun schuur caravans hebben gestald. Klagers hebben aangevoerd dat zij ten tijde van het aanbieden van de stalling in de veronderstelling leefden dat het stallen niet was toegestaan, maar dat later bleek dat dit wel het geval was. De Raad overweegt dat deze omstandigheid en de publieke functie van (tenminste een van de) klagers aanleiding zijn geweest voor verweerders om in het gewraakte commentaar te stellen dat J.W. ter Keurs derhalve niet integer heeft gehandeld.
Dat verweerders deze opvatting in het artikel niet hadden mogen uiten nu klagers achteraf kunnen aantonen dat formeel geen sprake was van een overtreding, valt naar het oordeel van de Raad niet in te zien.
 
Verder overweegt de Raad dat een journalist in een redactioneel commentaar, dat zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp behelst, niet alle aspecten over het door hem besproken onderwerp hoeft te behandelen (vgl. RvdJ 2004/58). Dat de gemeente procedurele fouten heeft gemaakt zou weliswaar relevant kunnen zijn in een bestuursrechtelijke beoordeling van het handelen van klagers, maar dit gegeven behoeft niet noodzakelijkerwijs te worden betrokken in de oordeelsvorming door verweerders in het redactionele commentaar.
 
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klagers te berichten op de wijze als zij hebben gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 mei 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, mr. T.E. Klein, A. Mellink MPA en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.