2011/34 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de gemeente Haarlemmermeer, drs. M.J. Bezuijen, J.J. Nobel en mr. A.Th.H. van Dijk
 
tegen
 
S. Smakman en de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad
 
Bij brief van 21 februari 2011 met één bijlage heeft mr. B.P. van Overeem, advocaat te Haarlem, namens de Gemeente Haarlemmermeer, drs. M.J. Bezuijen, J.J. Nobel en mr. A.Th.H. van Dijk (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de heer S. Smakman en de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft de heer F. Hoogendoorn, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 18 maart 2011 met vijf bijlagen. Ten slotte heeft mr. B.P. van Overeem bij e-mail van 31 maart 2011 nog diverse bijlagen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 april 2011. Namens klagers zijn daar voornoemde mr. Van Overeem en Bezuijen verschenen, vergezeld door W. Koevoet (voorlichter) en mw. mr. M. van Duijnhoven (jurist). Namens verweerders waren voornoemde Hoogendoorn en Smakman aanwezig. Mr. Van Overeem heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
In het Haarlems Dagblad van 31 december 2010 is een artikel verschenen van de hand van Smakman onder de kop “Rinus Beusenberg heeft maar één lucifer nodig” met het chapeau “’Ik ben tegen een groep mensen aan het knokken die helemaal ontspoord is’”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Dat Rinus Beusenberg sinds zijn aantreden in de gemeenteraad die ene lucifer brandend houdt, staat buiten kijf. Nee, zegt hij aan zijn keukentafel aan de Oude Kruisweg in Cruquius, het gaat hem er inmiddels niet eens meer zozeer om of hij ooit zijn City of Love zal zien verrijzen in de polder. Natuurlijk, dat zou hij best willen. Maar hij wil voor alles zijn verkiezingsbelofte waar maken dat hij de volgens hem welig tierende cultuur van fraude en corruptie in en rond het gemeentehuis aan de kaak zal stellen en daaraan een einde zal maken.”
en
“Nog iets dat hij recht wil zetten: ,,Het beeld is dat ik tegen de gemeente aan het vechten ben. Dat is niet zo, en dat gevoel heb ik ook niet. Ik ben tegen een groep mensen aan het knokken die helemaal ontspoord is. Ik zie in het gemeentebestuur een aantal mensen – Michel Bezuijen, Arthur van Dijk, Jeroen Nobel – die voor geen dubbeltje deugen. Die zorgen ervoor dat de cultuur op het gemeentehuis verziekt is geraakt”.”
en
“,,Je moet in deze raad ontstellend sterk in je schoenen staan. Er worden spelletjes gespeeld die niets met politiek te maken hebben. Er is nog altijd een meerderheid die uit alle macht probeert de deksel op de put te houden. Dat is de zwakte van de raad. De VVD is dan wel de grootste partij, maar uiteindelijk wordt die vooral sterk gemaakt door de steun van andere partijen. Ik hoop dat we kunnen bereiken dat de VVD buitenspel wordt gezet en dat we een college kunnen vormen zonder hen. Dat kan dan schoon schip maken. En ik kan je verzekeren: als dat gebeurt, dan leggen we de grootse fraudezaak ooit in de geschiedenis van Haarlemmermeer bloot.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat het artikel een onjuist en ongenuanceerd beeld geeft over de kwestie. In het artikel wordt Beusenberg aan het woord gelaten. Tussen hem en de gemeente Haarlemmermeer lopen gedurende vele jaren al diverse procedures. De inzet daarvan is de door Beusenberg gewenste ontwikkeling van een groot erotisch centrum, City4Love genaamd. Naar het oordeel van Beusenberg werkt de gemeente hem bij zijn plannen tegen en komt zij gedane toezeggingen niet na. Inmiddels is de reikwijdte van de procedure uitgebreid, in die zin dat Beusenberg van oordeel is dat er gefraudeerd wordt bij diverse grondtransacties. Sinds 2010 is Beusenberg ook gemeenteraadslid in de gemeente Haarlemmermeer. Volgens klagers is in diverse gerechtelijke procedures telkenmale vastgesteld dat voor de aantijgingen van Beusenberg jegens de gemeente geen grond bestaat. Beusenberg heeft tot op heden alle procedures verloren. Verweerders hebben in de afgelopen jaren veel over Beusenberg en diens procedures gepubliceerd. Naar het oordeel van klagers wordt in de diverse publicaties een onjuist beeld geschetst, maar tot op heden hebben klagers zich nog niet daarover bij de Raad beklaagd.
In het onderhavige geval worden echter – voor het eerst – ernstige verwijten gemaakt aan het adres van de drie genoemde wethouders. Klagers menen dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Hun standpunt wordt in het geheel niet belicht en ook het feit dat het gaat om ongefundeerde beschuldigingen wordt niet naar voren gebracht. Bovendien hebben verweerders op geen enkele wijze onderzocht of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Juist nu sprake is van een conflict tussen Beusenberg en de gemeente had Smakman bijzondere zorgvuldigheid in acht moeten nemen. Daarbij komt dat noch de gemeente noch de wethouders in de gelegenheid zijn gesteld om op de aantijgingen te reageren.
Ter zitting hebben klagers hieraan nog toegevoegd dat in het verleden niet is gereageerd op artikelen van verweerders, omdat veel van de besproken onderwerpen nog in behandeling waren bij de rechtbank. Klagers achtten het niet verstandig om lopende een rechtszaak te reageren. Het gewraakte artikel bevat echter persoonlijke diskwalificaties en zware aantijgingen aan het adres van de drie genoemde wethouders. Daarom menen klagers dat zij voor wederhoor benaderd hadden moeten worden.
Klagers hebben van het aanbod van verweerders om alsnog in een interview hun visie op de kwestie te geven, geen gebruik gemaakt omdat zij gezien de eerdere opstelling van verweerders daartoe geen behoefte hadden. Zij hebben in plaats daarvan ervoor gekozen in de lokale krant, de Hoofddorpse Courant, hun visie uiteen te zetten.
Overigens heeft al eerder een gesprek plaatsgevonden tussen de burgemeester en de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad, hetgeen echter niet heeft geleid tot een verbetering van de onderlinge relatie.
 
Verweerders stellen dat het niet nodig was om klagers te horen. Het gaat hier om een interview, waarbij een terugblik op het jaar 2010 werd geboden. De controverse tussen Beusenberg en het gemeentebestuur is een lang slepende kwestie, waarover verweerders vaak hebben geschreven en waarover het gemeentebestuur met regelmaat aan het woord is gekomen dan wel bij herhaling weigerde een reactie te geven.
Bovendien staat in het gewraakte artikel weinig nieuws. Verweerders hebben in dit verband diverse publicaties over de kwestie overgelegd. Desgevraagd heeft Smakman ter zitting meegedeeld dat in eerdere artikelen ook aandacht is besteed aan de uitspraken in de juridische procedures met een voor Beusenberg negatieve uitkomst.
Voorts wordt Beusenberg geïnterviewd in zijn hoedanigheid als publiek persoon, te weten gemeenteraadslid van Haarlemmermeer. Dan is het logisch dat het verhaal een politieke tint krijgt, waarbij conflicten en tegenstellingen binnen het gemeentebestuur aan de orde komen. Volgens verweerders moet het tot op zekere hoogte mogelijk zijn dat bewindslieden en bestuurders zich in interviews over elkaar uitlaten, ook negatief. Daar zit een grens aan, maar die is in dit geval niet overschreden.
Ten slotte wijzen verweerders erop dat zij klagers – nadat dezen zich tot de redactie hadden gewend – hebben aangeboden hun zienswijze te publiceren middels een interview, maar dat klagers daarvan geen gebruik hebben gemaakt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Naar het oordeel van de Raad bevat de kern van de klacht de volgende onderdelen:
1.      het artikel is eenzijdig en tendentieus;
2.      verweerders hebben ten onrechte geen wederhoor toegepast.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders bij publicaties over de procedures en conflicten tussen Beusenberg en klagers, aan de visie van beide partijen altijd evenveel aandacht behoren te geven. Overigens is bij verslaggeving over rechtszaken niet ontoelaatbaar dat de standpunten van de betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt.
Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het artikel de visie van Beusenberg op de kwestie behelst. Bovendien hebben verweerders voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in eerdere publicaties ook de visie van de gemeente hebben weergegeven en aandacht hebben besteed aan – voor Beusenberg negatieve – uitspraken in de juridische procedures.
 
Het voorgaande in aanmerking genomen stond het verweerders vrij om in het gewraakte artikel het veel beschreven – en bij de lezers bekende – dispuut voornamelijk van één kant te belichten aan de hand van een interview met Beusenberg. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders in dit opzicht niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Ad 2.
Het voorgaande neemt niet weg dat de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor behoort toe te passen bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Het stond verweerders weliswaar vrij om het dispuut van één kant te belichten in het kader van een interview met Beusenberg. Het artikel behelst echter ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers, die hen als bestuurders persoonlijk diskwalificeren en waardoor zij in hun integriteit zijn aangetast.
Hoewel de beschuldigingen in verband staan met een geschiedenis waarop de gemeente in het verleden niet wenste te reageren, hadden verweerders die persoonlijke aantijgingen niet zonder behoorlijke toepassing van wederhoor mogen publiceren. Daarbij is mede van belang dat de betrokken wethouders met naam zijn aangeduid en de beschuldigingen afkomstig zijn van een gemeenteraadslid.
 
Niet ter discussie staat dat verweerders voorafgaand aan de publicatie geen wederhoor bij klagers hebben toegepast. Van zwaarwegende redenen van algemeen belang die dat kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Aldus hebben verweerders op dit punt de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is. Dat verweerders ná de publicatie aan klagers hebben aangeboden hun visie alsnog in een interview uit een te zetten, kan daaraan niet afdoen.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het onvoldoende toepassen van wederhoor. Voor zover de klacht eenzijdige en tendentieuze berichtgeving betreft, is deze ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Haarlems Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 29 april 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, ir. B.L. Hooghoudt, mw. M.J. Rietkerk en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.