2011/30 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F. Otten
 
tegen
 
 
Bij brief van 8 januari 2011 met een bijlage heeft F. Otten te Halmont-Achel, België (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Boere, M. Guillet en de hoofdredacteur van AD (hierna: verweerders).
Hierop heeft P. de Jonge, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 februari 2011 met een bijlage. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 25 februari 2011, waarbij hij verschillende e-mailberichten als bijlage heeft gevoegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 maart 2011, waar van de zijde van verweerders voornoemde De Jonge is verschenen. Klager is niet ter zitting verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 16 oktober 2010 is in AD een artikel verschenen onder de kop “Nederlands gezin zwerft door Turkije”. De intro luidt als volgt:
“Istanboel. Twee Nederlandse kinderen leiden met hun ouders sinds vorige zomer een zwervend bestaan in Turkije. Het gezin zou er financieel aan de grond zijn geraakt nadat het losgeld voor een ontvoerd kind moest betalen. Maar in Nederland is er niemand meer die daarin gelooft en groeien de zorgen over het lot van de kinderen. „Die zijn hiervan de dupe.””
Het artikel bevat verder de volgende passages:
“BROODJES KIP - Ed Tichelaar en Nathalie Otten uit Geldrop reizen met hun kinderen al een jaar van Turks hotel naar hotel en zijn naar eigen zeggen afhankelijk van de gastvrijheid van anderen. „We hebben al heel wat dagen van broodjes kip geleefd.””
(…)
“Het klinkt als een schrijnend verhaal. Maar in Nederland zijn nog maar weinig mensen die dat willen geloven. De kinderen worden hier op een schandalige manier misbruikt en zijn hier de dupe van,” zegt vader Frans Otten van Nathalie die zich bekommert om het lot van de kinderen.”
Verderop vervolgt het artikel:
“Ook weigeren ze concrete hulp te aanvaarden. Vader Frans en zijn zoon hebben Nathalie aangeboden om met de kinderen per vliegtuig naar Nederland te komen. Ze gingen er niet op in. Het programma TROS Vermist spande zich eveneens in, het Nederlands consulaat in Turkije en ook het Internationaal Centrum Kindontvoering wilde ze helpen. Maar deze hulppogingen mislukten keer op keer.”
en
 “Moeder Nathalie weigert haar man achter te laten in Turkije en alleen met de kinderen terug te keren. Ook niet als ze daarmee haar kinderen een betere toekomst kan geven. Dat ze mensen zouden oplichten alleen maar om aan geld te komen, ontkennen ze. „De ex van Nathalie en haar vader maken ons zwart en noemen ons leugenaars. Iedereen in Nederland gelooft hen nu, maar zij liegen en ze bedreigen ons regelmatig met de dood.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders met het artikel onzorgvuldig hebben gehandeld en dat sprake is van onzorgvuldige journalistiek.
Klager merkt op dat hij door verweerders is benaderd, waarna een lang telefoongesprek heeft plaatsgevonden en veel informatie door hem naar voren is gebracht. Hij heeft daarbij verzocht om te wachten met de publicatie omdat hij in het buitenland verbleef. Ook heeft klager verweerders gevraagd contact op te nemen met zijn ex-vrouw. Volgens klager hebben verweerders toen laten weten dat dit contact reeds had plaatsgevonden. Hij acht dit zeer verwonderlijk, omdat zijn ex-vrouw over een geheim telefoonnummer beschikt en zij later ook heeft laten weten dat niemand van het AD met haar contact heeft opgenomen.
Ook trekt klager het contact tussen verweerders en een Nederlander die zijn dochter in Istanbul hulp zou hebben geboden in twijfel. Hieromtrent heeft hij telefonisch contact opgenomen met Guillet, nadat die zijn e-mailberichten niet had beantwoord.
Volgens klager beschikten verweerders daarnaast over informatie betreffende de criminele activiteiten van één van de betrokkenen. Klager stelt dat verweerders daar geen aandacht aan wilden besteden en zich wilden beperken tot de toestand waarin de kinderen verkeerden. Verweerders hadden echter een einde kunnen maken aan het misbruiken van de onschuldige kinderen, aldus klager. Door dit niet te doen, wordt volgens hem aan een betrokkene de kans geboden om verder te gaan met zijn criminele activiteiten.
Klager stelt dat verweerders moeten worden overtuigd om aan verdere verslaggeving mee te werken, omdat andere verslaggevers van mening zijn dat het gras voor hun voeten is weggemaaid door Boere.
 
Verweerders stellen voorop dat hun inziens klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Daartoe wijzen zij erop dat de gronden van de klacht onduidelijk zijn. Daarnaast heeft klager geen rechtstreeks belang nu het de dochter is van klager die verantwoordelijk is voor de kinderen.
Verweerders wijzen erop dat klager slechts één maal in het artikel wordt genoemd, als grootvader van de kinderen die met moeder en een man rondtrekken door Turkije. Ten behoeve van het artikel hebben verweerders het gezin opgespoord, hun verhaal opgetekend en ook andere partijen, onder wie klager, aan het woord gelaten. Verweerders wijzen erop dat klager op de weergave van zijn woorden in het artikel geen kritiek heeft.
Volgens verweerders is in dit contact nimmer afgesproken tot wanneer met de publicatie zou moeten worden gewacht. Klager heeft evenmin overtuigend aangetoond dat hij over materiaal beschikt dat een ander licht op de zaak zou werpen, aldus verweerders. Zij stellen daarbij dat wel degelijk contact heeft plaatsgevonden met de ex-partner van klager.
Dat Guillet niet heeft geantwoord op vragen van klager, is omdat dit volgens Guillet op de weg lag van Boere die in vaste dienst is bij verweerders.
Voor de beschuldiging dat verweerders, door niet verder of anders te publiceren over deze zaak, meewerken aan de voortzetting van criminele activiteiten ontbreekt volgens verweerders iedere onderbouwing.
Bovendien blijkt uit het artikel dat zelfs de minister van Buitenlandse Zaken geen actie kan ondernemen om de kinderen naar Nederland te halen. Het is volgens verweerders niet geloofwaardig dat zij hier een grotere rol hadden kunnen spelen. Voorts wijzen verweerders erop dat het hen vrij staat om te beslissen of er verder aandacht aan de zaak wordt besteed. Volgens hen zijn er geen feiten aangediend die tot een nieuwe publicatie leiden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
De Raad stelt vast dat klager in het artikel wordt geciteerd en daarnaast in een citaat wordt genoemd. Gelet hierop is de Raad van oordeel dat het belang van klager direct bij de publicatie is betrokken en klager ontvankelijk is in zijn klacht.
 
Kern van de klacht is dat verweerders onvoldoende aandacht hebben besteed aan de situatie van de kleinkinderen van klager, dit met name in relatie tot de door klager gestelde criminele activiteiten van de partner van zijn dochter.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Wel dient de journalist waarheidsgetrouw te berichten en op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punten 1.1. en 1.2. van de Leidraad van de Raad)
 
De Raad overweegt dat verweerders in dit geval er voor hebben gekozen aandacht te besteden aan de wijze waarop het gezin in Nederland in opspraak was gekomen en aan de situatie van de kinderen in Turkije.
Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat het artikel vanuit die invalshoek bezien onzorgvuldigheden bevat of een vertekend beeld van de werkelijkheid oplevert. Evenmin is aannemelijk gemaakt waarom verweerders in een vervolgpublicatie het onderwerp verder hadden moeten belichten.
 
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders op dit punt niet journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
 
BESLISSING
           
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 april 2011 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. drs. R.T. Kervezee, mw. E.J.M. Lamers en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, adjunct-secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.