2011/23 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Profit for the World’s Children
 
tegen
 
W. Duk en de hoofdredacteur van Elsevier
 
Bij brief van 17 december 2010 met 5 bijlagen heeft F. van der Wal, directeur, namens de Stichting Profit for the World’s Children te Harderwijk (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen W. Duk en de hoofdredacteur van Elsevier (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 februari 2011, tezamen met een klacht die op 10 december 2010 is ingediend door mw. A. Clowting en I. Steenbrink en die betrekking heeft op dezelfde publicatie. (zie RvdJ 2011/22)
 
Op de zitting is namens klaagster voornoemde Van der Wal verschenen. Voorts was voornoemde Steenbrink aanwezig. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 23 oktober 2010 is in Elsevier een artikel van de hand van Duk verschenen onder de kop “Uit naam van Anna” en de onderkop “Achter het netwerk tegen kindermishandeling No Kidding gaat een voormalige sekte schuil die in de jaren negentig in opspraak raakte”. Het artikel opent met:
“Ze zeggen op te komen voor de rechten van kinderen. Maar de oprichters van No Kidding stonden eerder zelf onder verdenking van kindermishandeling. In hun sekte Paideia, van spiritueel leider Anna, werden hardhandige massagetechnieken toegepast op baby’s en kinderen. Zelfs de Tweede Kamer bemoeide zich er mee.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Ineens was No Kidding er. Met opvallende posters in abri’s en met vakkundig gemaakte tv-spotjes vestigde dit nieuwe ‘netwerk tegen kindermishandeling de afgelopen jaren de aandacht op zich.
No Kidding zocht van begin af aan bewust de confrontatie. (…) En No Kidding hekelt het gemak waarmee in Nederland aan drukke kinderen het medicijn ritalin zou worden voorgeschreven. In die mening staat No Kidding niet alleen, maar volgens directeur Friso van der Wal (67) is er sprake van een ADHD-hype en wordt ouders onder druk van de farmaceutische industrie wijsgemaakt dat hun kinderen medicatie nodig hebben.”
en
“Deskundigen die al langer ‘in het veld’ actief zijn, zoals Rudy Bonnet van VKM [Stichting Voorkoming Kindermishandeling], Justine Pardoen (van de populaire website Ouder Online) en kinder- en jeugdpsycholoog Marga Akkerman, oud-woordvoerder van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), stellen vragen bij de onderbouwing door No Kidding. (…)
Ook de Raad voor de Kinderbescherming, de Bureaus Jeugdzorg en de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling twijfelen aan de methodes en argumentaties van No Kidding.”
en
“De afwijkende standpunten van No Kidding wortelen in een gezamenlijk verleden van de medewerkers en in een gemeenschappelijke inspiratiebron: ‘meesteres Anna’, het voormalige fotomodel Anna Clowting (73). Van der Wal en diens naaste medewerkers, onder wie No Kidding-voorzitter Gerard ‘Indra’ Steenbrink en beleidsmedewerker Martine Vogel, kennen elkaar al tientallen jaren. Zij leefden lange tijd samen in woongemeenschappen in Haarlem en Ermelo. Hun belangrijkste inspiratie halen zij niet uit wetenschappelijke rapporten en onderzoeken, maar komt rechtstreeks van meesteres Anna.
Anna Clowting was in de jaren negentig de spil van een spirituele beweging – met alle kenmerken van een sekte – onder de naam Paideia, die behalve in Haarlem en Overveen ook actief was in de Franse Pyreneeën. (…) Clowting is als initiatiefnemer van No Kidding de stille kracht achter het netwerk.”
en
“Paideia kwam in de jaren negentig in het nieuws toen ‘uittreders’ zich beklaagden over afpersing, psychologische terreur en fysieke intimidatie. Een aantal van hen wil, ook twintig jaar later, alleen praten op voorwaarde van anonimiteit, uit angst voor nieuwe intimidaties. Aannemer Hans Gouwens, op wiens landgoed in de Pyreneeën het gezelschap rond Clowting in de jaren negentig verbleef, is een uitzondering. (…) Gouwens verloor zijn vrouw en veel geld aan Paideia. Toen hij eiste dat de sekte zijn landgoed zou verlaten, werd hij bedreigd. ‘Stonden ze me ’s avonds met een man of tien op te wachten tot in mijn slaapkamer. Van der Wal noemde mij een “vuile klootzak”. En Gerard Steenbrink dreigde: “Jij hebt straks een afgebrand huis”.’ Dat diezelfde groep mensen zich tegenwoordig inzet voor de strijd tegen kindermishandeling, beschouwt Gouwens als een perverse grap. ‘Hou toch op. No Kidding is niets anders dan een voorwendsel om zoveel mogelijk geld op te halen. Voor henzelf. Die mensen moeten zélf verpleegd worden.’ Friso van der Wal in een reactie: ‘Gouwens woont al twintig jaar in Frankrijk en kan geen oordeel hebben over No Kidding. De financiën zijn geheel transparant.’
Destijds ontstond beroering over de alternatieve opvoedpraktijken van Paideia. Om ‘blokkades en spanningen’, overgenomen uit ‘vorige levens’, weg te nemen, werden niet alleen volwassenen, maar ook baby’s en kleine kinderen ‘gemasseerd’. Door Indra Steenbrink, op aanwijzing van meesteres Anna. Dit deed de gymnastiek leraar zo hardhandig dat kinderen het uitschreeuwden van de pijn.”
en
“Critici mogen beweren dat No Kidding de meest recente poging is van Paideia om mensen geld uit de zak te kloppen, vooralsnog zijn er nog steeds officiële instanties die het netwerk als gesprekspartner serieus nemen.”
en
“De leiding van No Kidding zegt dat zij uitsluitend de belangen dient van mishandelde kinderen. Geconfronteerd met alle kritiek, reageert Friso van der Wal strijdlustig: ‘Paideia was een lifestylebeweging. Destijds werd mediteren nog gezien als iets raars, en kijk nu eens: het is gemeengoed geworden.’ Zo zal het ook gaan met No Kiddings opvattingen over kindermishandeling, denkt Van der Wal.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat in het artikel een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven. Daardoor is de indruk gewekt dat No Kidding zou zijn betrokken bij kindermishandeling, in plaats van dat zij met open vizier daartegen strijdt. In een gevoelig werkveld, waarin integriteit en betrouwbaarheid leidend zijn, is No Kidding willens en wetens verdacht gemaakt.
Volgens klaagster heeft Duk onder valse motieven gepoogd inlichtingen in te winnen. Hij heeft met het kantoor gebeld en direct aan een stagiaire allerlei vragen gesteld. Daarbij heeft hij zich niet voorgesteld als journalist van Elsevier. Ook toen het telefoongesprek werd overgenomen door Martine Vogel, heeft Duk niet kenbaar gemaakt wat het werkelijke doel was van het artikel: ‘iets schrijven over kindermishandeling’. Duk is bovendien niet ingegaan op een uitnodiging om een presentatie van No Kidding bij te wonen. De volgende dag tijdens het telefonisch interview met directeur Van der Wal bleek vervolgens dat het artikel geen betrekking zou hebben op No Kidding anno 2010, maar op het verleden van personen betrokken bij de organisatie. Van der Wal had de indruk dat Duk op dat moment zijn verhaal reeds klaar had. Hij heeft ervoor gekozen zoveel mogelijk vragen en opmerkingen uit het verleden over erelid Anna Clowting en bestuurslid Indra Steenbrink te plaatsen binnen de huidige tijd. Ter zitting erkent Van der Wal dat hij naïef heeft gehandeld. Zo heeft hij Duk meegedeeld inzage in het artikel te wensen om feitelijke onjuistheden te corrigeren. Ondanks dat vervolgens drie maal telefonisch contact heeft plaatsgevonden, is in feite een onveranderd concept gepubliceerd.
Voorts stelt klaagster dat verweerders meningen en opinies als feiten hebben gepresenteerd en gebruik hebben gemaakt van onbetrouwbare bronnen uit een ver verleden. Uitspraken van personen uit begin jaren ’90 worden als serieus en recent gepresenteerd, terwijl deze zegslieden geen kennis hebben van het huidige No Kidding. Zo wordt in de inleiding onterecht beweerd dat achter No Kidding een voormalige sekte schuil gaat, terwijl dit nergens in het artikel wordt aangetoond. De passage ‘ze zeggen op te komen voor de rechten van kinderen’ is volgens klaagster tendentieus. Het artikel bevat geen informatie over wat No Kidding feitelijk doet. Verder wordt in de publicatie gesuggereerd dat de oprichters van No Kidding eerder zelf onder verdenking van kindermishandeling stonden, hetgeen feitelijk onjuist is.
Volgens klaagster is voorts informatie niet of suggestief gebruikt. Gezien de beschuldigingen was nader onderzoek noodzakelijk. Zo wordt ten onrechte gesuggereerd dat Clowting de initiatiefneemster van en stille kracht achter No Kidding is. Tevens wordt ten onrechte beweerd dat er twijfels bestaan over de door No Kidding in de publiekscampagne gepresenteerde cijfers betreffende kindermishandeling en eveneens over de methodes van No Kidding ter bestrijding van kindermishandeling. De cijfers zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, het gaat om de vraag hoe de cijfers worden gehanteerd, aldus klaagster. Zij meent dat verweerders zaken door elkaar halen en vervolgens suggereren dat No Kidding de ernst en omvang van kindermishandeling overdrijft, terwijl de cijfers het tegendeel bewijzen. Verder wordt ten onrechte gesuggereerd dat de inspiratie niet wordt gehaald uit wetenschappelijke rapporten, maar rechtstreeks bij Clowting, aldus klaagster. Hierdoor wordt de betrouwbaarheid van de organisatie aangetast, terwijl kindermishandeling een maatschappelijk en structureel probleem is. No Kidding baseert zich wel degelijk op wetenschappelijk onderzoek, onder meer van de Universiteit Maastricht.
Klaagster meent dat citaten suggestief zijn gebruikt en niet zijn gebaseerd op feiten. Zij verwijst in dit verband naar een e-mail van Rudy Bonnet van de Stichting Voorkoming Kindermishandeling.
Verder hebben verweerders over de Raad voor de Kinderbescherming, Bureaus Jeugdzorg en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling geschreven als één orgaan dat unaniem twijfelt over de methodes en argumentaties van No Kidding. Elke provincie opereert echter op haar eigen manier en heeft eigen persvoorlichters, aldus klaagster. Hoogstwaarschijnlijk betreft het hier een uitspraak van één medewerker van een Advies- en Meldpunt, aldus klaagster, die benadrukt dat deze ene mening niet staat voor de mening van een heel (overheids)apparaat.
Klaagster meent dat het zowel privé als zakelijk onaanvaardbaar is te beweren dat No Kidding ‘niets meer is dan een voorwendsel om zoveel mogelijk geld op te halen voor zichzelf’. Klaagster wijst erop dat haar jaarverslagen openbaar zijn en worden gecontroleerd door een onafhankelijk accountantskantoor. Tevens heeft een adviesorganisatie in 2009 de interne organisatie van No Kidding doorgelicht.
Volgens klaagster is sprake van onvoldoende wederhoor, nu Steenbrink en Clowting zelf niet zijn geïnterviewd. Van der Wal heeft in een van zijn latere gesprekken met Duk ook uitdrukkelijk laten weten dat hij niet namens Steenbrink en Clowting sprak. Verder is de naam van Vogel gebruikt in de context van het verleden, terwijl zij daarover niet is gehoord. Volgens klaagster hebben verweerders zich willens en wetens beperkt tot het interviewen van Van der Wal, directeur van No Kidding. No Kidding is echter een platform met veel verschillende geledingen, waarbij het gaat om een kleine duizend mensen. Daarbij komt dat Van der Wal niet was betrokken bij de activiteiten van Paideia. Ook het toegepaste wederhoor bij professor Willems is slechts zeer beperkt gebruikt in het artikel.
Klaagster meent dat Duk zich bij zijn onderzoek met name heeft gebaseerd op bronnen die verdachtmakingen en karaktermoord als motief hebben. Personen die positieve ervaringen hebben met No Kidding en No Kidding dankbaar zijn, zijn niet aan het woord gelaten.
Klaagster betoogt dat zij aldus in een hoek is gezet waar zij niet hoort. Zij meent dat de integriteit van de organisatie door de publicatie is aangetast. Dit heeft grote gevolgen voor fondsenwerving en het aantrekken van nieuwe vrijwilligers. Ter zitting deelt Van der Wal mee dat naar aanleiding van de publicatie een uitnodiging voor een bijeenkomst op een ministerie is ingetrokken. Ook zijn diverse grote sponsoren afgehaakt. Klaagster meent dat hierdoor 350.000 mishandelde kinderen in Nederland hun ‘stem’ dreigen te verliezen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders onjuist en tendentieus over klaagster hebben bericht en onvoldoende wederhoor hebben toegepast.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. (zie punten 1.1. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Naar het oordeel van de Raad laat de wijze van presenteren van feiten en meningen de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de werkwijze en achtergrond van klaagster niet deugen. Zo wordt onder meer in de inleiding van de publicatie gesuggereerd dat de oprichters van Profit for the World’s Children zelf onder verdenking stonden van kindermishandeling. Verderop wordt onder meer beweerd dat No Kidding ‘niets anders is dan een voorwendsel om zoveel mogelijk geld op te halen voor persoonlijke doeleinden’.

Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd en uit de door haar overgelegde stukken is voldoende aannemelijk geworden dat deze aantijgingen feitelijk onjuist zijn.
 
Voorts hebben verweerders een verband gelegd tussen klaagster en gebeurtenissen van vijftien jaar geleden, door onder meer in de subkop te vermelden dat achter No Kidding ‘een voormalige sekte schuil gaat die in de jaren negentig in opspraak raakte’. Naar het oordeel van de Raad is onvoldoende gebleken dat de gebeurtenissen in het verleden een negatieve invloed hebben op de organisatie van klaagster. Aldus is onnodig negatief en tendentieus over klaagster bericht.
 
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat sprake is van onjuiste, tendentieuze berichtgeving over klaagster, terwijl verweerders niet aannemelijk hebben gemaakt dat daarvoor voldoende grondslag aanwezig is. Verweerders hebben op dit punt de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ten aanzien van het gebruikte en toegepaste wederhoor staat niet ter discussie dat Duk een telefonisch interview heeft gehad met Van der Wal, de directeur van klaagster. In dat gesprek is kennelijk kenbaar gemaakt dat de publicatie (tevens) betrekking zou hebben op het verleden van Clowting en Steenbrink, die op enigerlei wijze bij de organisatie van klaagster zijn betrokken. Niet is gebleken dat de weergave van de reactie van Van der Wal onjuist is. Evenmin staat ter discussie dat verweerders het artikel voorafgaand aan de publicatie ter controle op feitelijke onjuistheden aan klaagster hebben voorgelegd.
 
Voor zover het gaat om de publicatie van aantijgingen aan het adres van klaagster kan – gezien het voorgaande – niet worden geconcludeerd dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door het wederhoor te beperken tot de directeur van klaagster. Gezien diens positie binnen de organisatie is het begrijpelijk en niet journalistiek onaanvaardbaar dat verweerders uitsluitend hem om commentaar hebben gevraagd. Op dit punt is de klacht derhalve ongegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Voor zover de klacht betrekking heeft op onvoldoende toepassing van wederhoor is deze ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Elsevier te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 22 maart 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.