2011/20 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X, Y en Z
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Peel en Maas
 
Bij brieven van 15 december 2010, 17 december 2010 en 21 december 2010 met 2 bijlagen hebben respectievelijk X, Y en Z (hierna: klagers) een vergelijkbare klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Peel en Maas (hierna: verweerder). C.H.W. van den Munckhof, hoofdredacteur, heeft op de klachten geantwoord in gelijkluidende brieven van 5 en 10 januari 2011 met 4 bijlagen. Ten slotte hebben klagers nog een bijlage overgelegd bij brief van 20 januari 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 februari 2011, waar klagers zijn verschenen. Verweerder is niet ter zitting verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 2 december 2010 is in het nieuwsblad Peel en Maas een artikel verschenen onder de kop “Drie onderwijskrachten weg bij [naam school]”. Het artikel opent met:
“De ouders van de 180 leerlingen van openbare basisschool [naam school] hebben eind vorige week een brief gekregen. Hierin meldt directeur […] dat drie onderwijskrachten tussentijds afscheid nemen van de school. [naam school]  zit midden in een veranderingsproces. “We zijn bezig met een hervorming. Dan is het ook logisch dat er een verandering komt in de personele bezetting”, licht [naam directeur] toe.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Leerkracht X en leerlingenbegeleider Y verlaten op korte termijn de school. Z, leerkracht van groep 4 en coördinator van de onderbouw, gaat eveneens vertrekken. Y en Z behoren tot het managementteam. [naam directeur] treedt na de herfstvakantie van 2008 aan als directeur. (…) Eerder in dat jaar constateert de onderwijsinspectie dat de kwaliteit van het onderwijs op een behoorlijk aantal punten onvoldoende is. Het gaat om zorg en begeleiding van leerlingen, leerstofaanbod, onderdelen van pedagogisch-didactisch handelen en kwaliteitszorg.”
en
“Er loopt een klachtenprocedure van ouders tegen de school bij [naam schoolbestuur] en de onderwijsinspectie. Een voormalige leerling is volgens de ouders verkeerd behandeld en beoordeeld, waarbij de begeleiding ernstig tekort zou zijn geschoten. [naam directeur] wil niet diep op het individuele geval ingaan. “Vervelend en jammer dat het zo gelopen is. Maar ik vind niet dat de school steken heeft laten vallen. Het staat ook helemaal los van het veranderingsproces waar we nu inzitten.(…)””
en
 “Drie jaar geleden telt [naam school] nog 280 leerlingen. Het zijn er nu nog 180. In de wijk […] zijn tot voor kort drie scholen. Terwijl het aantal kinderen dalende is, komt in augustus 2009 de montessorischool erbij. (…) De toenemende concurrentie stelt hogere eisen. “We hadden met drie scholen in deze wijk al een overcapaciteit. (…)””
Het artikel eindigt met:
“Het rapport van de onderwijsinspectie is de leidraad om zaken beter aan te pakken. (…) Eerst is geprobeerd intern het team op een lijn te krijgen. Omdat het niet vlotte, is vanaf begin dit jaar externe begeleiding ingeschakeld. “Het is niet altijd prettig, maar het betekent ook dat we van sommige mensen afscheid moeten nemen”, aldus [naam directeur]. “Ouders willen een stabiele situatie op school. In deze periode is het soms lastig. Maar het onderwijs gaat altijd voor, de kinderen mogen er geen last van hebben.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat door de vermelding van hun volledige namen hun privacy is geschaad en zij in hun goede naam zijn aangetast. Volgens klagers wordt de suggestie gewekt dat er een verband zou zijn tussen de onvoldoende kwaliteit van de basisschool en hun eigen functioneren, terwijl daarvoor ieder bewijs ontbreekt. Klagers stellen dat met het vermelden van hun namen geen enkel maatschappelijk belang is gediend. Het artikel had ook gepubliceerd kunnen worden zonder dat daarin hun namen waren vermeld, aldus klagers.
Zij wijzen erop dat de geïnterviewde directeur de journalist expliciet heeft gevraagd discreet om te gaan met de zaak. Dat vindt zijn oorzaak in de omstandigheid dat één van de ouders een ‘kruistocht’ tegen de school is gestart. Een journalist zou zich niet moeten laten misbruiken voor een dergelijke ‘kruistocht’, zeker niet wanneer de belangen van derden daardoor worden geschaad. Klagers verwijzen in dit verband nog naar een e-mail van 3 december 2010 gericht aan verweerder, waarin de schooldirecteur protest heeft aangetekend tegen de wijze waarop klagers in het artikel zijn genoemd. Zij hebben overigens van de directeur een excuusbrief ontvangen in verband met de publicatie.
Ter zitting benadrukken klagers dat zij door hun omgeving op de berichtgeving zijn aangesproken. Volgens klagers zal de gemiddelde lezer de indruk krijgen dat zij zijn ontslagen, hetgeen niet het geval is. Zij zijn allen om hen moverende redenen vrijwillig vertrokken. Daarbij komt dat zij binnen de scholengroep, waarvan de basisschool waarover is bericht deel uitmaakt, een andere werkplek hebben gevonden c.q. daarnaar zal worden gezocht. Dit is ook duidelijk gemaakt in de brief die de school heeft verzonden aan de ouders van de leerlingen. De desbetreffende passage in die brief is ten onrechte niet in het artikel opgenomen, aldus klagers. Zij wijzen erop dat die brief in verband met de gewraakte berichtgeving is gepubliceerd op de website van de school, maar daarvan inmiddels is verwijderd. Volgens klagers is het logisch dat de ouders van de school ervan op de hoogte worden gesteld welke docenten er vertrekken, maar dat daarmee niet de vermelding van hun namen in een regionale krant is gerechtvaardigd.
Klagers vrezen dat zij in de toekomst hinder zullen ondervinden van de berichtgeving, met name bij sollicitaties, omdat het artikel nog op de website van verweerder is gepubliceerd en via Google eenvoudig kan worden gevonden. Desgevraagd delen zij ter zitting mee dat zij geen klacht zouden hebben ingediend, als hun namen niet in het artikel zouden zijn vermeld.
 
Verweerder stelt voorop dat het artikel is gebaseerd op een brief die door de basisschool is verspreid. In die brief wordt informatie verstrekt over de ontwikkelingen binnen de school en wordt gemeld dat klagers op korte termijn de school zullen verlaten. Naar aanleiding van de brief heeft één van de redacteuren contact opgenomen met de schooldirecteur, hetgeen heeft geresulteerd in de gewraakte publicatie.
Verder stelt verweerder dat het artikel geen onjuistheden bevat en dat wederhoor is toegepast. Verweerder betwist dat de suggestie wordt gewekt dat er een verband zou zijn tussen het functioneren van klagers en de onvoldoende kwaliteit van de school. Er wordt slechts gemeld dat de school in een veranderingsproces zit en dat dit gevolgen heeft voor de organisatie. De schooldirecteur heeft ook aan verweerder laten weten dat het artikel zorgvuldig en juist is opgebouwd.
Voorts meent verweerder dat de privacy van klagers niet is aangetast, omdat de namen door de school zelf naar buiten zijn gebracht. Bovendien vormen de namen van klagers een essentieel onderdeel van het artikel. De school heeft met het publiceren van de namen zelf gekozen voor duidelijkheid. Verweerder betwist dat de schooldirecteur heeft verzocht de namen van het vertrekkend personeel niet te vermelden. Met de publicatie is een maatschappelijk doel gediend, nu de school wordt betaald van belastinggeld, een belangrijke sociale en maatschappelijke functie heeft, en een hechte binding heeft met de wijk.
Volgens verweerder is er verder geen sprake van dat de journalist zich heeft laten misbruiken door een ouder van een ex-leerling. Dit blijkt ook nergens uit de publicatie.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat ten onrechte is gesuggereerd dat er een verband zou zijn tussen het functioneren van klagers en de onvoldoende kwaliteit van de basisschool en dat de privacy van klagers is geschaad.
 
Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat de publicatie klagers niet welgevallig is, is hij van oordeel dat in het artikel – objectief bezien – niet de indruk wordt gewekt dat het vertrek van klagers bij de basisschool c.q. de onvoldoende kwaliteit van de basisschool de oorsprong vindt in het functioneren van klagers op deze school.
Ten behoeve van een zo volledig mogelijke berichtgeving zou het beter zijn geweest, indien in het artikel de passage uit de brief van de directeur was opgenomen, waarin wordt vermeld dat klagers binnen de scholengroep een nieuwe werkomgeving zullen krijgen. Dat verweerder zulks heeft nagelaten, maakt echter niet dat kan worden geconcludeerd dat klagers door de berichtgeving zijn gediskwalificeerd. (zie punten 1.1. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)
 
Mede gezien het voorgaande bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de privacy van klagers door de vermelding van hun namen disproportioneel is geschaad. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat klagers als docenten van een basisschool in de lokale gemeenschap als min of meer publieke figuren kunnen worden aangemerkt en dat de vermelding van hun namen in dit geval journalistiek relevant kan worden geacht. (zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klagers te berichten op de wijze zoals hij heeft gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 maart 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, H. Blanken, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.