2011/2 deels gegrond

Bij brief van 23 november 2010 met twee bijlagen heeft drs. J.E.J.W. Sharpe te Geldrop (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD.nl (hierna: verweerder). Daarbij heeft klager verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek toegewezen.
Mw. mr. D.H. Bremmer-van Splunter, advocaat te Den Haag, heeft namens verweerder op de klacht gereageerd in een brief van 13 december 2010.
Klager heeft bij e-mailbericht van 13 december 2010 nog een bijlage overgelegd en verweerder heeft bij e-mailberichten van 15 december 2010 nog een aantal bijlagen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 2010, waar klager is verschenen. Namens verweerder waren B. Franssen, hoofdredacteur Ad.nl, mr. O.G. Trojan en voornoemde mw. mr. Bremmer-van Splunter aanwezig. Mw. mr. Bremmer-van Splunter heeft de standpunten van verweerder toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Op 17 november 2010 is op de website www.ad.nl een artikel verschenen met de kop “Seksbedrijf PVV'er Sharpe werd twee keer beboet”, waarvan de intro luidt:
“Het telecommunicatiebedrijf in Hongarije van PVV-Tweede-Kamerlid James Sharpe is voor een tweede keer veroordeeld voor het oplichten van klanten en oneerlijke zakenpraktijken. Dat blijkt uit documenten van de Hongaarse mededingingsautoriteit.”
Verder wordt in het artikel bericht als volgt:
“Het bedrijf kreeg in februari een boete van 40 miljoen forint. Een daarmee samenwerkende firma, Gold Sweet 2002, kreeg 8 miljoen forint boete. In totaal gaat het volgens de huidige koersen om omgerekend ruim 172.000 euro.
Volgens de mededingingsautoriteit heeft het bedrijf Digitania in 2008 op grote schaal klanten opgelicht met seksueel getinte sms-boodschappen. Het deed het voorkomen, alsof bepaalde vrouwen een sms-bericht stuurden naar mobiele telefoons. In werkelijkheid kwamen de berichten niet van deze vrouwen, aldus de autoriteit. Voor elke verstuurde boodschap betaalde de klant omgerekend ruim 1 euro per sms.
In 2008 was Digitania al veroordeeld voor ruim een kwart miljoen euro wegens een valse sms-campagne.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de kop van het artikel belastende onjuistheden bevat en dat in de tekst onwaarheden staan die leiden tot een onjuiste en beledigende beeldvorming omtrent zijn persoon.
Klager licht toe dat hij nooit een seksbedrijf heeft gehad noch bij een seksbedrijf heeft gewerkt. Ter zitting benadrukt hij dat het bedrijf Digitania meer dan 80% van zijn omzet behaalde uit ‘enterprise solutions’ voor de telecommunicatiesector. Slechts een klein gedeelte van de omzet van het bedrijf bestond uit ‘mobile entertainment’ zoals ringtones en spelletjes, aldus klager. Volgens hem werd slechts ongeveer 1% van de groepsomzet gehaald uit sms-datingdiensten. De kwalificatie ‘seksbedrijf’ is dan ook onjuist. Dat door de onderneming is geadverteerd voor sms-dating met het achterliggende idee om lustgevoelens op te wekken, is volgens klager onvoldoende om het gehele bedrijf als ‘seksbedrijf’ te kwalificeren.
Verder stelt klager dat hij geen eigenaar was van het telecommunicatiebedrijf, maar slechts bestuursvoorzitter.
Bovendien is volgens klager onjuist dat Digitania twee maal is veroordeeld voor oplichting van klanten en oneerlijke zakenpraktijken. Digitania heeft nooit klanten opgelicht met seksueel getinte sms-boodschappen en is niet veroordeeld wegens een valse sms-campagne. Digitania heeft in 2008 een administratieve boete opgelegd gekregen van de Hongaarse mededingingsautoriteit, omdat foto’s en teksten in advertenties niet overeenkwamen met de personen achter de non-erotische datingservice. Het ging daarbij niet om toezending van sms-berichten, maar om advertenties in kranten met foto’s van vrouwen en daarbij een nummer waarnaar de geïnteresseerde een sms kon sturen, zodat de desbetreffende vrouw daarop kon antwoorden. Per abuis is door een afdeling van de onderneming niet gecommuniceerd dat enkele foto’s in de advertentie slechts illustratief waren.
Ter zitting benadrukt klager dat de aangeboden sms-dienst legitiem was. Ten aanzien van de advertenties was sprake van ‘unfair manipulation of consumers choice’ (misleiding) en dus niet van ‘consumer fraude’ of wel oplichting in strafrechtelijke zin. Volgens klager heeft het bedrijf de fout destijds erkend en de service vervolgens stopgezet.
Verder licht klager toe dat de tweede boete is opgelegd wegens de diensten van een gateway klant, het in het artikel genoemde bedrijf Gold Sweet. Omdat de hoogte van dergelijke boetes altijd een percentage van de omzet betreft, lijkt het alsof Digitania in die zaak de hoofdverantwoordelijke zou zijn geweest. Klager meent dat Digitania contractueel niet verantwoordelijk en aansprakelijk kan worden gehouden van de zakelijke ethiek van haar klanten en ter zake ten onrechte is beboet. Tegen de boete is echter geen bezwaar aangetekend omdat het bedrijf reeds in december 2009 zijn faillissement heeft aangevraagd, terwijl de boete in 2010 is opgelegd.
Desgevraagd deelt klager ter zitting mee dat de kern van zijn klacht betrekking heeft op de kop van het artikel, waarin het bedrijf als ‘seksbedrijf’ is aangeduid. Verder benadrukt klager dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de boete in 2008 – betreffende advertenties voor een niet-erotische dienst van Digitania die vervolgens is stopgezet – en de boete in 2010, die betrekking heeft op een door Gold Sweet aangeboden dienst, waarvoor Digitania slechts provider was.
 
Verweerder stelt voorop dat de publicatie integraal afkomstig is van persbureau ANP en dat alleen de kop van hem afkomstig is.
Volgens verweerder is Digitania veroordeeld voor haar rol in sms-diensten, waarbij klanten werden misleid en verleid met foto’s en prikkelende boodschappen als “non-independant woman living in the country is looking for a discreet friend”. Volgens verweerder was het doel van de sms-dienst in te spelen op de lustgevoelens van de ontvanger en deze over te halen tot het versturen van een sms-bericht tegen hoge tarieven. Achter de gepubliceerde foto’s en begeleidende teksten gingen echter niet altijd bestaande vrouwen schuil.
Verweerder stelt dat de Hongaarse mededingingsautoriteit heeft vastgesteld dat “the operation of the service was strongly manipulated by the provider. The undertaking could not prove that the women in question agreed to publish another picture in the ads instead of their own in deed. Nevertheless, proving this would not have changed the fact that both the introductory texts and the pictures were false, thus Digitania deceived consumers.” Uiteindelijk heeft de mededingingsautoriteit aan Digitania de hoogst mogelijke boete opgelegd van tien procent van de omzet, omdat de advertenties gedurende lange tijd een significant aantal klanten bereikten en “in addition to this the whole business policy of the dating service ‘SMS magic’ was based on the unlawful practice”.
Verweerder meent dat Digitania wel degelijk als seksbedrijf kan worden getypeerd. Het standpunt van klager dat de sms-dienst een non-erotische sms-datingservice betrof treft geen doel, omdat conform Hongaarse wetgeving het niet is toegestaan om in advertenties expliciet te verwijzen naar seks en bloot. Volgens verweerder worden bij reguliere dating-diensten geen prikkelende berichten per sms toegezonden. Het is volgens verweerder duidelijk dat de sms-boodschappen een erotische en lustopwekkende connotatie hadden.
Ten aanzien van de boete uit 2010 stelt verweerder dat het ook hier gaat om een erotische sms-service. Dit blijkt onder meer uit de algemene voorwaarden van Digitania, waarin is vermeld: “The SMSmagic service of Digitania Kommunikúciós Zrt. contains all the erotic and live chat services and the chat services on its webpages.” Bovendien bood het bedrijf Digitania onder meer een sekshoroscoop per sms aan. Daarnaast blijkt uit de uitspraak van de Hongaarse mededingingsautoriteit dat werd geadverteerd met teksten als “getrouwde vrouw op zoek naar exotische nieuwigheid” en “(mega) jonge meisjes in verschillende poses”. Een bedrijf dat zich bezig houdt met dergelijke diensten wordt volgens hem in de volksmond een ‘seksbedrijf’ genoemd. Die term is niet onjuist, nu het bedrijf erotische producten c.q. diensten aanbood.
Ter zitting wijst verweerder erop dat uit de klacht blijkt dat ook klager meent dat de dienst een twijfelachtig, erotisch, karakter had. Verweerder benadrukt dat de aanduiding is opgenomen in de kop van het artikel. Een kop mag een kernachtige aanduiding betreffen, die minder genuanceerd behoeft te zijn dan de inhoud van een artikel, aldus verweerder. Daarbij wordt uit de intro voldoende duidelijk dat het bedrijf van klager een telecommunicatiebedrijf betreft en de kwalificatie ‘seksbedrijf’ slaat op de verzending van seksueel getinte sms-boodschappen.
Verweerder betwist dat met de kop tot uitdrukking wordt gebracht dat klager eigenaar is van de onderneming. De kop illustreert slechts dat klager aan Digitania is verbonden, hetgeen het geval is. Bovendien is de bestuursvoorzitter degene die voor het publiek met het bedrijf wordt verbonden, en niet de aandeelhouder. Een bestuursvoorzitter is ook degene die rechtstreekse verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop een vennootschap haar onderneming drijft, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat de handelwijze van Digitania zich als oplichting laat kwalificeren. Het bedrijf heeft consumenten bedrogen doordat deze geen contact konden leggen met de afgebeelde vrouwen. En ook de tweede veroordeling betreft het oplichten van klanten.
Dat het bedrijf is veroordeeld wegens de diensten van een gateway-klant, doet daaraan niet af nu Digitania betrokkenheid had bij de verweten gedragingen, aldus verweerder.
Ten aanzien van de bewering dat in 2008 sprake was van een ‘valse sms-campagne’ wijst verweerder erop dat de Hongaarse mededingingsautoriteit hierover in de Engelstalige samenvatting geen misverstand laat bestaan. Digitania zou zich hebben schuldig gemaakt aan het bedriegen van consumenten met een sms-dienst die ‘strongly manipulated’ was. De in de advertenties gepubliceerde foto’s zijn in de uitspraak van de mededingingsautoriteit gekwalificeerd als ‘false’. De term ‘valse sms-campagne’ is dan ook gerechtvaardigd.
Verweerder benadrukt dat in het artikel niet staat dat klager in persoon is beboet, maar dat het bedrijf Digitania boetes heeft ontvangen. Het betreft feitelijke berichtgeving over de boetes, die geen onjuistheden bevat.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. het bedrijf Digitania is ten onrechte in de kop van het artikel aangeduid als ‘seksbedrijf’;
  2. het bedrijf Digitania is ten onrechte aangeduid als bedrijf van klager;
  3. ten onrechte is beweerd dat sprake is geweest van oplichting en een valse sms-campagne.
Ad 1.
De Raad overweegt dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden echter de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel of de feiten.
Klager heeft gemotiveerd gesteld dat de bedrijfsvoering van Digitania primair bestond uit het bieden van zogenaamde ‘enterprise solutions’ voor de telecommunicatiesector en slechts marginaal bestond uit het aanbieden van entertainment-diensten, al dan niet erotisch van aard. Dit is door verweerder niet betwist. Daargelaten of een aanbieder van een dergelijke dienstencategorie als ‘seksbedrijf’ kan worden gekwalificeerd, bestaat – gezien het dienstenspectrum van de bewuste onderneming – onvoldoende grondslag voor de kwalificatie ‘seksbedrijf’. Die kwalificatie impliceert dat het bedrijf zich primair bezig hield met erotisch getinte dienstverlening, hetgeen niet het geval is. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder aldus op dit punt de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
In het artikel wordt het bedrijf Digitania omschreven als bedrijf van klager. Door klager is niet betwist dat hij ten tijde van de veroordeling door de Hongaarse mededingingsautoriteit als bestuursvoorzitter aan de onderneming was verbonden. Bovendien blijkt uit de publicatie duidelijk dat het bedrijf, en niet klager persoonlijk, is beboet. Daarbij komt dat voor mensen met publieke c.q. openbare functies een zekere mate van ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. Gezien de publieke functie van klager en diens (toenmalige) positie in de bewuste onderneming, is het begrijpelijk en niet journalistiek onaanvaardbaar dat verweerder het bedrijf en klager met elkaar heeft vereenzelvigd op de wijze zoals hij heeft gedaan. (vgl. onder meer RvdJ 2009/64 en RvdJ 2009/32)

Overigens heeft klager ter zitting meegedeeld dat zijn bezwaar op dit punt voortvloeit uit zijn bezwaar ten aanzien van de kwalificatie ‘seksbedrijf’. Indien die kwalificatie achterwege zou zijn gebleven, zou hij waarschijnlijk geen bezwaar hebben gemaakt tegen de aanduiding ‘bedrijf PVV’er Sharpe’.
 
Ad 3.
In de publicatie wordt melding gemaakt van de omstandigheid dat het bedrijf Digitania in 2008 op grote schaal klanten heeft opgelicht met seksueel getinte sms-boodschappen. Daarnaast zou de onderneming een boete hebben gekregen wegens een valse sms-campagne. Naar het oordeel van de Raad hoeft een journalist zich bij het hanteren van de kwalificatie ‘oplichting’ niet te beperken tot gedragingen waarbij sprake is van oplichting in strafrechtelijke zin (vgl. RvdJ 2003/48 en RvdJ 2002/48).
Klager heeft erkend dat Digitania is veroordeeld wegens het misleiden van consumenten. Het ging daarbij kennelijk om een reclame-campagne met het doel consumenten sms-berichten te laten sturen naar in advertenties afgebeelde vrouwen, terwijl niet in alle gevallen de afbeelding overeenstemde met de desbetreffende vrouw. In dat verband heeft de Hongaarse mededingingsautoriteit overwogen dat “the operation of the service was strongly manipulated by the provider. The undertaking could not prove that the women in question agreed to publish another picture in the ads instead of their own in deed. Nevertheless, proving this would not have changed the fact that both the introductory texts and the pictures were false, thus Digitania deceived consumers.”
De Raad acht het aannemelijk dat een dergelijke handelwijze door consumenten als ‘oplichting’ en ‘valse campagne’ wordt beschouwd. Uit het artikel blijkt bovendien voldoende duidelijk dat het een veroordeling door de Hongaarse mededingingsautoriteit betreft en niet door een strafrechter.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen heeft verweerder naar het oordeel van de Raad op dit punt evenmin journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze is gericht tegen de kwalificatie van Digitania als ‘seksbedrijf’. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 januari 2011 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, mr. B. Geersing, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. H. Osinga, adjunct-secretaris.