2011/18 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H. Hoornveld en Meditech Europe Ltd.
 
tegen
 
de hoofdredacteur van TROS Radar
 
Bij brief van 29 november 2010 met een bijlage heeft mw. mr. I.J.M. Willems, advocaat te Apeldoorn, namens H. Hoornveld en Meditech Europe Ltd. te Emmeloord (hierna: klagers), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Radar (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 januari 2011 waar voornoemde Hoornveld en mw. mr. Willems zijn verschenen. Verweerder is niet ter zitting verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad opnamen van de gewraakte uitzendingen bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 11 oktober 2010 is in een televisie-uitzending van TROS Radar aandacht besteed aan het middel MMS (Master Mineral Supplement). In de uitzending is onder meer gewaarschuwd voor de samenstelling en werking van het middel en is aandacht besteed aan de wijze waarop het middel wordt verkocht. De presentatrice leidt de uitzending in als volgt:
“Radar heeft door de jaren heen heel wat kwakzalvers ontmaskerd. Was het vroeger een kruidendokter diep in de provincie, tegenwoordig is het internet het werkterrein van de internationaal opererende kwakzalver. Het laatste wondermiddel is MMS, Miracle Mineral Supplement. Het zou zelfs AIDS, Lyme en kanker kunnen genezen.”
 
Verderop met betrekking tot klagers:
“En dan bezoeken we de groothandel. Een obscuur industrieterrein, een loods in Blokzijl, Friesland.”
(…)
“In Blokzijl maken ze dus MMS voor gevorderden. Deze producent is ook niet te beroerd om een behandelplan voor de ziekte van Lyme op te stellen.”
Klager:
“Strikt biologisch eten (…) En aan de MMS. MMS ’s ochtends en drie uur later kun je aan de Colloïdaal Zilver. (…) Daar hebben wij de beste resultaten mee.”
 
Verderop meldt de voice-over:
“We krijgen een medisch college. Producent Meditech uit Blokzijl is een grote speler in de markt, zo zeggen ze zelf.”
Klager:
“Je kunt het zo via internet bestellen, we sturen het zo op. We versturen naar heel Europa, over de hele wereld (…). We zitten in een klein pandje, maar we doen echt tonnen.”
 
Verderop zegt klager:
 “Zelfs voor kanker en alles wordt het gebruikt (…). En voor HIV en AIDS en al dat soort dingen.”
(…)
Voice-over:
“Voor veel mensen die ernstig ziek zijn, is het internet een belangrijke informatiebron. En als alle hoop is verdwenen, grijp je alles aan. En daar weet Meditech aardig op in te spelen.”
Klager:
“Als ik berichten krijg van mensen die met een been in het graf staan en er gewoon weer uit komen, ja…”
Journalist:
“Ook van jouw spul?”
Klager:
“Ja, tuurlijk. Dat mensen kanker hebben en de kanker dan weer weg is, bijvoorbeeld, dat soort dingen.”
 
Verderop in de uitzending meldt de voice-over:
“Dan nog even terug naar Blokzijl. Op de valreep krijgen we daar nog even een verhelderend inzicht over kanker.”
Klager:
“Er is geen oncoloog in Nederland die zijn eigen vrouw een chemokuur zou voorschrijven, tenzij hij er van af wil. Het staat vast dat je vijf keer meer kans hebt om te overleven als je geen chemo of bestraling doet. Dat staat statistisch vast.”
Journalist:
“Maar wat moet je dan doen?”
Klager:
“Heel simpel. Van kanker ga je niet dood. Aan de behandeling ga je dood.”
 
Verderop meldt de presentatrice dat het tijd is voor een confrontatie. Er worden beelden getoond waarop te zien is dat met draaiende camera en open microfoon bij het bedrijfspand in Blokzijl wordt aangebeld, waarop journalist en klager elkaar ontmoeten en naar binnen lopen.
Journalist:
“Wanneer u een belletje doet naar de gemiddelde toxicoloog, naar het RIVM, dan zult u erachter komen dat iedereen meteen op zijn achterste poten staat, en er een beetje ongerust van wordt. En het een risicovol product noemt. Dat vindt u niet nodig.”
Klager:
“Met de informatie die ik niet heb, en ik zeg het je nogmaals, ik ben goed geïnformeerd.”
“Als je op mijn website ook kijkt, daar staan geen enkele berichten van mensen bij of ziektebeelden waar we naar verwijzen.”
“We zeggen alleen maar dat het middel beschikbaar is. En het meeste dat wij verkopen dat wordt gewoon door therapeuten en artsen voorgeschreven.”
Journalist:
“Dan laat u dat maar zien.”
Klager:
“Nou, nee dat hoef ik je niet te laten zien. Ik bied het aan en de mensen die zeker over het algemeen bij ons klant zijn, zijn goed ingelezen, zijn goed geïnformeerd. En als ze dan met een product aan de slag willen, nou, dan kunnen ze dat doen.”
Journalist:
“Ik zou dan wel graag de namen willen van de chemische deskundigen die u dan gesproken hebt.”
Klager:
“Je krijgt van mij geen enkele naam.”
(…)
Journalist:
“Bestaan ze dan?”
Klager:
“Ja, ze bestaan.”
(…)
Journalist:
“Dan wil ik u nog wat vragen. Bent u medicus?”
Klager:
“Nee, tuurlijk niet. Hoef ik ook niet te zijn.”
Journalist:
“Maar u vindt wel dat u advies kunt geven aan mensen die ernstig ziek zijn.”
Klager:
“Nee, nee, ik geef geen adviezen. Wij geven gewoon... op onze website staat gewoon informatie aan mensen en daar kunnen ze zelf uit halen wat ze wensen natuurlijk.”
Journalist:
“U vertelt ook doodleuk bijvoorbeeld dat mensen niet dood gaan van kanker.”
Klager:
“Dat vertel ik niet.”
Daarna wordt in de uitzending de met de verborgen camera opgenomen passage herhaald waarin klager zegt dat mensen niet doodgaan aan kanker maar aan de behandeling. Vervolgens stelt de journalist:
“Wij komen hier binnen met het verhaal dat iemand ernstig ziek is aan Lyme. Er zijn mensen die serieus die ziekte hebben. Er wordt ook gesteld dat MMS tegen kanker, HIV, malaria… aan dat soort mensen verkoopt u het ook. U loopt ook te koop met verhalen van mensen die daar denken door genezen te zijn.”
Klager:
“Hoe kom je daar bij.”
Journalist:
“Zo verkoopt u het.”
Klager:
”Nee natuurlijk niet. Wij bieden gewoon MMS aan, omdat ik dat een leuk product vind (…) ik heb er gewoon heel veel baat bij gehad. En dat bieden wij aan een ander gewoon aan. Omdat, ten eerste is het gewoon vrij. Naar mijn mening is er gewoon heel veel onderzoek naar geweest.”
Journalist:
“Het is een schoonmaakmiddel.”
Klager:
“Nou en!”
Vervolgens stelt de journalist dat klager zieke mensen toch hoop geeft, ondanks dat het een gevaarlijk product is.
Klager:
“Waar haal je die nonsens vandaan.”
(…)
Klager:
“Het komt er in principe op neer dat jij mij niet serieus neemt.”
Journalist:
“Nou, ik maak mij er ernstige zorgen om of u dat wel doet.”
Klager:
“Nou, ik maak mij zorgen omdat je op een dusdanige manier met de producten om gaat, waar dus een hele grote groep mensen dus anders over denken. En waar dus heel veel mensen ook baat bij hebben gehad.”
Journalist:
“Ja, maar dat zijn ernstig zieke mensen die alles aangrijpen.”
Klager:
“Waar haal je die totale nonsens vandaan.”
Journalist:
“Het zijn mensen die ernstig ziek zijn.”
Klager:
“Waar heb je het over, dat is helemaal niet waar.”
Journalist:
“Er zijn mensen die hier komen met Lyme.”
Klager:
“Nou en, so what.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGERS
 
Klagers stellen dat de wijze waarop verweerder te werk is gegaan en hen in beeld heeft gebracht niet overeenstemt met de uitgangspunten van professionele en onafhankelijke journalistiek. Klagers zijn tweemaal bezocht door verweerder. De eerste keer zijn met een verborgen camera opnamen gemaakt. De tweede keer was een afspraak voor een interview gemaakt; verweerder heeft toen met draaiende camera en open microfoon het bedrijfspand betreden. Volgens klagers heeft verweerder bij deze bezoeken ontoelaatbaar gebruik gemaakt van een verborgen camera en is ten onrechte overvaljournalistiek toegepast. In dit kader wijzen klagers erop dat zij altijd bereid zijn geweest verweerder normaal te woord te staan en bereid waren mee te werken aan een open interview. Verweerder had daarom volgens klagers geen reden om een verborgen camera te gebruiken en had evenmin een reden het pand met openstaande microfoon te betreden. Het gebruikte middel was niet noodzakelijk en de toepassing van overvaljournalistiek was onnodig intimiderend, aldus klagers.
Voorts stellen klagers dat de gewraakte uitzending tendentieus en eenzijdig is, waardoor een onjuist beeld van hen is ontstaan en het publiek is misleid. De getoonde beelden zijn volgens hen zodanig dat er voor het publiek geen andere conclusie mogelijk lijkt dan dat klagers als kwakzalvers moeten worden gezien.
Klagers wijzen erop dat zij gevestigd zijn op een normaal en regulier bedrijventerrein. De kort getoonde beelden van de rommel van een naburig terrein achten zij onnodig denigrerend. Daarbij ligt het terrein in Overijssel en niet in Friesland, aldus klagers.
Volgens klagers is het citaat “Van kanker ga je niet dood, aan de behandeling ga je dood” in de onjuiste context geplaatst, omdat niet naar voren komt dat die opmerking is gemaakt nadat Hoornveld had verteld dat hij een en ander in een boek van A. Moritz had gelezen. Ook bij het deel van de uitzending waarin klagers met hun uitspraken worden geconfronteerd worden de uitspraken verdraaid. Volgens klagers wordt ten onrechte gesuggereerd dat hun klanten alles aangrijpen omdat ze ziek zijn en dat zij daar aardig op in weten te spelen.
De opmerking hoeveel wordt verdiend met de verkoop van MMS is volgens klagers eveneens buiten de context geplaatst, nu zij hier antwoord geven op de vraag hoeveel klagers omzetten met de verkoop van MMS.
Ten slotte stellen klagers dat zij niet in de gelegenheid zijn gesteld om rustig en zonder tijdsdruk op de opmerkingen van verweerders te reageren. Klagers kregen niet de gelegenheid uit te leggen dat zij geen namen van klanten wilden geven vanwege een strikt privacybeleid. Aldus ontstaat volgens klagers ten onrechte de suggestie dat zij niet wilden meewerken aan het scheppen van een helder beeld. Klagers hebben na de opnamen verweerder per e-mail en middels een open brief benaderd om hun visie kenbaar te maken. Op dat aanbod is verweerder niet ingegaan, aldus klagers. Klagers wijzen er bovendien op dat zij achteraf diverse klanten bereid hebben gevonden te verklaren dat het middel door hen wordt voorgeschreven en zij hebben verweerder in dit kader ook zelf benaderd. Ook hier heeft verweerder niet op gereageerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. klagers zijn ten onrechte overvallen met draaiende camera en openstaande microfoon;
  2. de uitzending bevat tendentieuze en eenzijdige berichtgeving, waarbij onvoldoende gelegenheid is geboden tot wederhoor;
  3. verweerder heeft ten onrechte gebruik gemaakt van een verborgen camera.
 
Ad 1.
Onbetwist is dat verweerder na het eerste bezoek een afspraak met klagers heeft gemaakt voor een interview. Dat interview heeft volgens afspraak plaatsgevonden in het bedrijfspand van klagers. In die context kan de enkele omstandigheid dat verweerder aldaar is verschenen met draaiende camera en openstaande microfoon, niet meebrengen dat sprake zou zijn van overvaljournalistiek als bedoeld in punt 2.1.6. van de Leidraad van de Raad. Nu klagers voorbereid waren op de komst van verweerder en het doel daarvan, is het verschijnen van verweerder met openstaande microfoon en draaiende camera, hoewel zulks op zichzelf geen redelijk doel diende, onvoldoende ernstig om te kunnen spreken van een ‘overval’ of onbehoorlijke journalistiek.
 
Ad 2.
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. In zoverre stond het verweerder vrij om in de uitzending de verkoop van het middel MMS kritisch te belichten.
 
Het voorgaande neemt echter niet weg dat de journalist eenzijdige en tendentieuze berichtgeving dient te vermijden (zie punt 1.5. van de Leidraad). Dit brengt mee dat op de journalist de verantwoordelijkheid rust om – zeker in een consumentenprogramma als ‘Radar’ – zoveel mogelijk een gebalanceerd beeld te schetsen. Uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving dient dan ook bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking te komen dat met betrekking tot negatieve kwalificaties die de belanghebbende raken, wederhoor is toegepast.
 
Nu klagers door middel van een vooraf afgesproken interview uitgebreid aan het woord zijn gekomen, ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat verweerder hen onvoldoende gelegenheid voor wederhoor heeft geboden. Verweerder behoefde dan ook niet in te gaan op het aanbod van klagers om (nogmaals) hun visie over MMS aan verweerder kenbaar te maken.
 
Met betrekking tot het uitgezonden citaat “Van kanker ga je niet dood, aan de behandeling ga je dood” is de Raad van oordeel dat de beelden geen andere conclusie toelaten dan dat Hoornveld – ook als hij deze uitspraak zou hebben gedaan nadat hij verteld heeft dit aan een door hem gelezen boek te ontlenen – zelf inhoudelijk achter de inhoud van die uitspraak staat. Ter zitting is deze passage samen met klagers bekeken, en Hoornveld heeft toen erkend dat hij achter deze uitspraak staat. Aldus is het verwijt dat verweerder het citaat uit zijn context heeft gelicht ongegrond, nu de strekking van de uitspraak geen geweld is aangedaan.
 
De omstandigheid dat Hoornveld in de introductie van de uitzending (indirect) als ‘kwakzalver’ wordt afgeschilderd, moet inderdaad aangemerkt worden als een negatieve kwalificatie. Voorts ademt de uitzending als geheel genomen duidelijk een kritische toon. Daar staat evenwel tegenover dat verweerder in de uitzending voldoende grond daarvoor heeft aangedragen door vermelding van de mening van medici en van Amerikaanse en Nederlandse overheidsinstanties, dat inname van het middel MMS gezondheidsrisico’s meebrengt, terwijl geen objectief medisch bewijs bestaat voor de beweerde heilzame werking ervan. Voorts hebben niet alleen klagers de gelegenheid gehad hun visie op het middel te geven, maar is in de uitzending ook getoond hoe de Amerikaanse uitvinder het middel aanprijst. Al met al kan niet gezegd worden dat de berichtgeving van verweerder eenzijdig en tendentieus was.
 
In zoverre heeft verweerder naar het oordeel van de Raad derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 3.
De Raad overweegt dat het gebruik van verborgen opname-apparatuur in beginsel niet toelaatbaar is. Hiervan kan de journalist alleen afwijken als hem geen andere weg open staat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten, mits de werkwijze geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy en de veiligheid van betrokkenen. (zie punt 2.1.6. van de Leidraad)
 
De Raad maakt uit het beschikbare materiaal op dat verweerder met de uitzending kennelijk heeft beoogd zijn kijkers te informeren over de verkoop van MMS op internet en daarbij te wijzen op de gezondheidsrisico’s die volgens overheidsinstanties en deskundigen bestaan bij gebruik van het middel. De Raad acht het aannemelijk dat verweerder ook zonder toepassing van de gevolgde werkwijze met een verborgen camera de door hem aan de kaak gestelde verkoop van MMS en de daarmee gepaarde risico’s aan het licht had kunnen brengen. Daarbij komt dat klagers voorafgaand aan de uitzending direct hebben aangegeven mee te willen werken aan een interview, dat ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
 
Door toch (bij hun eerste bezoek) gebruik te maken van een verborgen camera en de beelden daarvan uit te zenden, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze het gebruik van een verborgen camera betreft. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TROS Radar en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 maart 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. J.R. van Ooijen, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, adjunct-secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.