2011/17 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting het Nederlands Bont Instituut
 
tegen
 
de hoofdredacteur van LINDA.Mode
 
Bij brief van 12 november 2010 met vijf bijlagen heeft mr. J.W. Fernhout, advocaat te Amsterdam, namens Stichting het Nederlands Bont Instituut te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van LINDA (hierna: verweerder). Mw. R. Kalkman, Juridische Zaken, Sanoma Uitgevers, heeft namens verweerder geantwoord in een brief van 8 december 2010 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 januari 2011. Namens klaagster zijn daar voornoemde mr. Fernhout, R. Haarman, directeur, W. Verhagen, bestuurslid, en C. Carstens verschenen. Mr. Fernhout heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnota. Van de zijde van verweerder zijn mw. J. van der Bijl, hoofdredacteur, mw. D. Maijoor, chef redactie LINDA.Specials, mw. P. van den Heuvel, freelance journaliste, en voornoemde mw. Kalkman verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 11 augustus 2010 is in het magazine LINDA.Mode een artikel verschenen onder de kop “Fashion Victims” met het chapeau “Heerlijk, zo’n jas met bontkraag. Jammer dat het beestje dat het vachtje heeft geleverd een rotleven heeft gehad.”
 
Over de nerts is onder de kop “Kijk eens in de vergaskist” onder meer gemeld:
“Nertsen zijn dol op water. En leven het liefst alleen. Met die voorkeuren kan op een nertsenfokkerij geen rekening worden gehouden. Daar zitten ze met 20.000 tot 30.000 soortgenoten in kleine draadstalen kooien. Van de spanning krijgen ze maagzweren en vergrote bijnieren. In november, als de wintervacht op haar mooist is, worden ze een voor een in een vergaskist geduwd waar ze stikken in de koolstofmonoxide. (…). Nog dit jaar besluit de Eerste Kamer of de nertsenfokkerijen in ons land moeten sluiten.”
 
Over de wasbeer is onder de kop “Een kogel maakt van die lelijke gaten” onder meer gemeld:
 “In China zijn speciale wasbeerfarms, maar in Noord-Amerika en Canada wordt het diertje in de vrije natuur gevangen met een wildklem. De pelsjager zet een groot aantal vallen en hoeft alleen maar te wachten tot de dieren erin lopen. Dat is makkelijker dan op ze te schieten en spaart de pels. Kogels maken lelijke gaten en dat is niet goed voor de handel. (…) Gek van angst, pijn en paniek probeert het wasbeertje zich los te wrikken. Het scheurt daarbij pezen en spieren. Soms knaagt hij zijn poot eraf en slaat verminkt op de vlucht. Een vriendje dat het niet lukt te ontsnappen, moet wachten tot de pelsjager het doodslaat of -trapt.”
 
Over de vos is onder de kop “Niet je eigen staart afbijten hoor” onder meer gemeld:
 “Zeven maanden oude babyvosjes hebben een prachtige dikke huid. Dat is een mooie leeftijd om ze te vermoorden. De fokker stopt een elektrode in de anus en laat het vosje in een tweede elektrode bijten. Vervolgens wordt er stroom door het lichaam geleid en sterft het dier. (…) De dieren zijn net zo schuw en bang voor mensen als hun familie die in het wild woont. Door de stress bijten ze in hun eigen staart of knagen ze hun poot tot op het bot kapot. Soms zijn ze zo over hun toeren van frustratie dat ze hun eigen jongen doden. Sinds 2008 geldt een vossenfokverbod in Nederland. (…).”
 
Over het konijn is onder de kop “Nog even trillen en dan ben je dood” onder meer gemeld:
 “Bijna net zo mooi als nerts, alleen een stuk goedkoper. (…) De dieren worden eerst met hun koppen in een stroomstootapparaat geduwd om ze te verdoven. Daarna worden ze ondersteboven aan een lopende rails gehangen. Vervolgens worden hun kelen doorgesneden. De meeste ontwaken daarbij uit hun verdoving en bloeden trillend en schokkend, met de ogen wijd open, dood. Konijnen worden gebruikt voor jassen, voeringen, stola’s, tassen, riemen, laarzen en schoenen. (…) Konijnen die worden gefokt om hun vlees worden met twaalf weken al geslacht. Dan is hun pels nog niet geschikt voor de bontindustrie. (…).”
 
Over het karakul-lam is onder de kop “Drie dagen is een mooie leeftijd” onder meer gemeld:
 “Het bont van het karakul-lam is vijf tot vijftien dagen vóór de geboorte licht golvend en als de baby maximaal drie dagen oud is lekker gekruld. Wil de fokker de licht golvende variant, dan hangt hij de aanstaande moeder ondersteboven, snijdt haar keel door en rijt haar buik open als het lammetje is gestopt met trappelen. In Namibië, Oezbekistan en Afghanistan worden jaarlijks zo’n vijf miljoen karakul-lammeren gedood. Hun gevilde lichaampjes worden weggegooid omdat ze te mager zijn om op te eten.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt voorop dat zij door de journaliste is benaderd namens verweerder met de vraag om een interview. Klaagster heeft zich buitengewoon ingespannen om de redactie te voorzien van alle beschikbare en objectief juiste informatie over bont en pelsdierhouderijen. Daarnaast is volgens haar informatie aangeleverd via derden om verweerder een uitputtend en volledig beeld over het onderwerp te geven. Klaagster merkt ter zitting op dat het haar er niet om gaat dat het artikel een positief beeld over het gebruik van bont had moeten schetsen. Zij veronderstelde echter dat het een feitelijk, objectief en juist artikel over bont zou zijn, waarna de lezer zelf een oordeel over de morele aanvaardbaarheid van het gebruik van bont zou kunnen vellen. Klaagster benadrukt dat bij ieder verzoek om informatie vanuit de media door haar zorgvuldig de insteek van de publicatie wordt nagegaan. De door verweerder genoemde insteek was voor klaagster de hoofdoverweging om aan het interview mee te werken. Indien klaagster zou hebben geweten dat het artikel dusdanig subjectief en negatief van toon zou zijn over de bontindustrie, dan zou klaagster zich niet op deze manier hebben ingespannen. De informatie die door haar is aangedragen is volgens klaagster willens en wetens in zijn geheel niet gebruikt, waardoor de doelstelling van het artikel niet is gerealiseerd.
Volgens klaagster is de informatie die aan de lezer wordt gepresenteerd selectief, eenzijdig, tendentieus en gedeeltelijk onjuist. Daarbij merkt klaagster ter zitting op dat de standpunten van Bont voor Dieren in de publicatie één op één zijn overgenomen. Klaagster stelt dat de gekleurde mening van verweerder wordt gepresenteerd, waardoor verweerder misbruik maakt van zijn positie.
Volgens klaagster is het artikel, in strijd met telefonisch gemaakte afspraken, niet voor publicatie ter accreditatie aan klaagster voorgelegd. Klaagster benadrukt dat een dergelijke afspraak altijd door haar wordt gemaakt. Zij stelt dat niet relevant is waarom verweerder meende zijn afspraak niet te hoeven nakomen, omdat er sprake was van wilsovereenstemming. Daarnaast zijn er volgens haar diverse items uitgeleend aan verweerder, die niet zijn gebruikt en slechts na lang aandringen door verweerder zijn geretourneerd.
Inhoudelijk meent klaagster dat in het gewraakte artikel onvoldoende naar voren komt dat het welzijn van nertsen op farms de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Volgens haar is de wetenschappelijke discussie over het welzijn van pelsdieren op farms dan ook achterhaald. In dat kader wijst klaagster erop dat het rapport van het Scientific Committee on Animal Health and Animal Welfare, waar verweerder naar verwijst, een omstreden onderzoek betreft. Zij benadrukt ter zitting dat verweerder feitelijk onjuist en uiterst selectief gebruik heeft gemaakt van wetenschappelijke rapporten. Uit de verschillende onderzoeken blijkt volgens klaagster dat nertsen prima op nertsenhouderijen kunnen worden gehouden. Nertsen op houderijen kunnen volgens haar niet met wilde nertsen worden vergeleken. Klaagster stelt dat nertsen op nertsenfarms geen maagzweren noch vergrote bijnieren ontwikkelen als gevolg van onvoldoende welzijn. In tegenstelling tot hetgeen verweerder meldt, stikken de dieren niet, maar slapen ze binnen enkele seconden in zonder het te merken, aldus klaagster.
Ten aanzien van de beschrijving van de vangmethoden van de wasbeer merkt klaagster op dat deze methoden al zeker tien jaar niet meer worden gebruikt in de Verenigde Staten en Canada. Bovendien worden wasberen in het wild vrijwel uitsluitend gevangen in het kader van plaagbestrijding en niet vanwege de pels. Ook wijst klaagster er ter zitting op dat een eventueel gat als gevolg van schoten aan de leerkant makkelijk is dicht te naaien, zodat aan de vachtkant er niets meer van te zien is.
Over de vos brengt klaagster naar voren dat de vossen op vossenfarms in niets meer lijken op hun wilde soortgenoten en dat daardoor infanticide, knagen en bijten zeldzame verschijnselen zijn. Volgens klaagster blijkt uit wetenschappelijke publicaties dat de informatie in het artikel tendentieus, verouderd en feitelijk onjuist is. Zo blijkt uit recent onderzoek dat vossen op tamheid kunnen worden geselecteerd, aldus klaagster.
Met betrekking tot het konijn stelt klaagster dat vrijwel alle konijnenbont een bijproduct is van de vleesproductie. Wereldwijd worden er maar twee soorten konijnen speciaal voor bont gehouden, aldus klaagster ter zitting. De in het artikel vermelde slachtmethode wordt ook niet bij dit konijn gebruikt, maar is alleen gebruikelijk bij het slachten van konijnen voor de vleesproductie. Verweerder heeft deze informatie bewust door elkaar gehaald en daardoor de lezer op het verkeerde been gezet, aldus klaagster ter zitting.
Over het karakul-lam merkt klaagster ten slotte op dat de meeste vacht uit Namibië komt en dat het daar expliciet is verboden om ongeboren lammeren te aborteren. Verweerder baseert zich op een filmpje, maar volgens klaagster is de authenticiteit daarvan niet vast te stellen. Volgens klaagster manipuleert verweerder de waarheid en is hij alleen uit op effectbejag.
Volgens klaagster is de informatie gebaseerd op een selectief gebruik van wetenschappelijke rapporten en op vele punten onjuist. Dit klemt volgens klaagster te meer nu verweerder niet de afspraak is nagekomen om het artikel vooraf aan klaagster voor te leggen en ervoor heeft gekozen de door klaagster overgelegde informatie niet te gebruiken. Volgens klaagster heeft verweerder aldus journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Verweerder stelt dat met klaagster niet is afgesproken dat het stuk voor publicatie ter accreditatie, maar slechts ter inzage aan klaagster zou worden voorgelegd. Omdat uiteindelijk in het artikel geen citaten uit interviews met klaagster zijn opgenomen, is ervoor gekozen de tekst niet aan haar voor te leggen. Ter zitting benadrukt verweerder dat klaagster niet wordt genoemd in het artikel.
Met betrekking tot het oogmerk van de gevraagde informatie brengt verweerder naar voren dat voor het onderwerp bont is gekozen omdat de discussie, gezien de modetrend deze winter, actueel is. Ter zitting wijst verweerder erop dat in het magazine veel aandacht is besteed aan bont. Zo is ook Linda de Mol in nep-bont op de voorpagina afgedrukt. Naast het gewraakte artikel komen ook couturiers aan het woord die juist graag met bont werken, aldus verweerder ter zitting. Met deze uitgave wenst verweerder lezers zelf te laten bepalen of ze al dan niet van bont gecharmeerd zijn. Op de dag van het verschijnen van het magazine werd daarbij over het gebruik van bont een discussie geopend op de website van verweerder.
De invalshoek van het artikel was om van zes veelgebruikte diersoorten voor bontproductie te achterhalen hoe het dier wordt gefokt en gedood, waar het dier voor wordt gebruikt, van hoeveel vachten een jas wordt gemaakt en hoe duur de desbetreffende bontsoort is. Ter zitting brengt verweerder naar voren dat hij zich heeft gerealiseerd dat het onderwerp controversieel is. Het artikel is echter op uitgebreid onderzoek gebaseerd en er zijn diverse interviews gehouden met onder meer klaagster en Bont voor Dieren. Verweerder benadrukt dat het oogmerk niet was om voor- en tegenstanders van bont te citeren, maar om de slachtoffers van bont te laten zien. Dit is ook aan klaagster gemeld, aldus verweerder ter zitting. Verweerder wijst erop dat zowel klaagster als Bont voor Dieren in de interviews diverse vergelijkbare feiten hebben genoemd. Er is dan ook geen sprake van de weergave van slechts één visie, aldus verweerder.
Voorts geeft verweerder aan dat, zoals het een journalist betaamt, hij niet ervan uit is gegaan dat de verstrekte informatie per definitie objectief is. In dit kader wordt ter zitting opgemerkt dat de auteur ook zelf informatie van internet heeft gehaald, waaronder een aantal wetenschappelijke publicaties. Verweerder stelt daarom dat voor het artikel een deugdelijke grondslag bestaat en op uitgebreid onderzoek is gebaseerd. In dit kader wijst verweerder onder meer op verschillende onderzoeken van het Scientific Committee on Animal Health and Animal Welfare, en de Animal Science Group van de Universiteit van Wageningen, verslagen van de Europese Parlementaire Commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid en een rapport van de Humane Society of the United States. Volgens verweerder is het artikel dan ook zorgvuldig tot stand gekomen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat – samengevat weergegeven – de volgende onderdelen:
  1. verweerder heeft ten onterechte het artikel niet voorafgaand aan publicatie aan klaagster voorgelegd;
  2. er is sprake van eenzijdige, tendentieuze en onjuiste berichtgeving.
 
Ad 1.
Niet in geschil is dat door verweerder is toegezegd het artikel voorafgaand aan publicatie aan klaagster toe te zenden. Evenmin is in geschil dat verweerder deze afspraak met klaagster niet is nagekomen en klaagster hiervan niet op de hoogte is gesteld.
De Raad stelt voorop dat indien een journalist een dergelijke afspraak maakt, ook als toezending slechts ‘ter inzage’ zou geschieden, hij deze behoort na te komen. Zou verweerder het artikel vooraf aan klaagster hebben toegestuurd, dan had klaagster daarop commentaar kunnen geven en om correcties kunnen verzoeken (ook al zou verweerder vervolgens vrij zijn geweest te bepalen hoe hij die reactie zou verwerken, zie punt 2.8. van de Leidraad van de Raad). Deze mogelijkheid is klaagster nu onthouden. De omstandigheid dat slechts feitelijke informatie afkomstig van klaagster in de gewraakte publicatie is gebruikt en dat klaagster niet is geciteerd, doet daar niet aan af.
Niet is gebleken van omstandigheden die de handelwijze van verweerder zouden kunnen rechtvaardigen. Op dit punt is de klacht derhalve gegrond.
 
Ad 2.
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers, en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het feit waarover wordt bericht. Bovendien maakt de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punten 1.1. en 1.4. van de Leidraad)
De journalist en zijn redactie zijn echter vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (vgl. RvdJ 2010/24)
 
In dit geval heeft verweerder met het gewraakte artikel beoogd een beeld te schetsen van de wijze waarop dieren ten behoeve van bont worden gehouden en gedood, in samenhang met de vermelding van feiten als de kosten van bont. Daarbij heeft verweerder de lezers kennelijk ook willen laten zien dat de bontproductie negatieve gevolgen kan hebben voor het dierenwelzijn. Het stond verweerder vrij om daarvoor aandacht te vragen. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de stukken en het verhandelde ter zitting dat verweerder zich daarbij op uitgebreid onderzoek en meerdere bronnen heeft gebaseerd. De omstandigheid dat klaagster eveneens op verschillende onderzoeken heeft gewezen met afwijkende standpunten met betrekking tot dierenwelzijn, maakt dit niet anders. Over de juistheid van die onderzoeksresultaten en standpunten kan de Raad geen oordeel uitspreken.
 
Naar het oordeel van de Raad is niet aannemelijk geworden dat verweerder dusdanig selectief heeft gehandeld dat sprake is van eenzijdige of tendentieuze berichtgeving. In dit kader acht de Raad van belang dat het artikel deel uitmaakt van een uitgave van LINDA.Mode waarin meerdere artikelen betrekking hebben op bont en dat in die uitgave ook foto’s en bijdragen staan die een positief beeld van het gebruik van bont geven, waaronder een aantal interviews met couturiers die werken met bont. Aldus biedt de uitgave van LINDA.Mode aan voor- en tegenstanders van bont voer voor de (actuele) discussie daarover, zoals verweerder ook beoogde.
 
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerder met de weergave van de door hem geselecteerde informatie in het artikel geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond, voor zover deze betrekking heeft op het niet-nakomen van de afspraak om het artikel vooraf aan klaagster toe te sturen. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in LINDA.Mode te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 maart 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. J.R. van Ooijen, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, adjunct-secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.