2011/16 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stoer2010 B.V.
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de IJmuider Courant
 
Bij brief van 29 oktober 2010 hebben R.P. Hoekema en R.J. van Loon, namens Stoer2010 B.V. te Velsen-Zuid (hierna: klaagster), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de IJmuider Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft P. Hovestad, adjunct-hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, namens verweerder geantwoord in een brief van 8 december 2010 met een bijlage. Klaagster heeft bij e-mailberichten van 12 november 2010 en 17 november 2010 haar klacht aangevuld.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 januari 2011. Van de zijde van klaagster zijn daar voorgenoemde Hoekema en Van Loon verschenen, vergezeld van H. Kwak, gemachtigde. Namens verweerder zijn daar voornoemde Hovestad, F. Zaagsma, redacteur, en F. Bos, redacteur verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 1 oktober 2010 is op de website van de IJmuider Courant een artikel verschenen onder de kop “Ontslagen personeel naar Spaarnwoude Resort om loon op te eisen”. Het artikel opent met:
“Personeel van Spaarnwoude Resort in Velsen-Zuid dat is ontslagen, is vrijdagochtend naar Spaarnwoude Resort gegaan om achterstallig loon op te eisen. Ze zijn kwaad op re-integratiebedrijf Stoer2010, exploitant van Spaarnwoude Resort.”
Vervolgens:
“In anderhalve week tijd is door Stoer2010 dertien man personeel van Spaarnwoude Resort ontslagen en zijn twee personen op non-actief gesteld.
Vrijdag vielen elf van hen Spaarnwoude Resort binnen om achterstallig loon op te eisen. Ze zeggen dat geen van de 42 personeelsleden in Spaarnwoude Resort deze maand is uitbetaald. Diverse medewerkers bevestigen dat.
Voor het re-integratiebedrijf Stoer2010 uit Zaandam is het faillissement aangevraagd door een aannemer die zegt dat Stoer2010 niet betaalt.
Stoer2010 startte 1 september met een ‘werkschool’ in Spaarnwoude Resort. Daarin zijn een brasserie, hotel, vergadercentrum en schoonheidssalon gevestigd. Het personeel verwijt de directie slecht beleid. Wie kritiek had, zou daarom zijn ontslagen.
De directie van Stoer2010 wil niet reageren. Een directeur wil alleen kwijt dat het gaat om ‘leugens en bedrog’.”
 
Op 2 oktober 2010 is in de zaterdageditie van de IJmuider Courant een uitgebreider artikel verschenen onder de kop “Aanvraag faillissement van Stoer2010”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Voor het re-integratiebedrijf Stoer2010 uit Zaandam is het faillissement aangevraagd. Het bedrijf startte 1 september met een ‘werkschool’ in Spaarnwoude Resort in Velsen-Zuid.”
(…)
“In anderhalve week tijd is door Stoer2010 dertien man personeel van Spaarnwoude Resort ontslagen en zijn twee personen op non-actief gesteld. Gisteren vielen elf van hen Spaarnwoude Resort binnen om achterstallig loon op te eisen.
(…)
Het faillissement is aangevraagd door bouwbedrijf Brilman Constructions uit Zaandam. Dat zegt 112.000 euro tegoed te hebben voor werkzaamheden bij Spaarnwoude Resort (…).”
(…)
“De aannemer heeft aangifte gedaan bij de politie vanwege valsheid in geschrifte en oplichting. Gisteren hebben ook de ontslagen boekhouder bij Spaarnwoude Resort en personal-assistant Claartje van der Ven van de Stoer2010-directeur daar aangifte van gedaan. Volgens Van de Ven zijn er mensen ontslagen omdat ze kritiek hadden op de zeer slechte bedrijfsvoering.”
Het artikel eindigt vervolgens met de volgende passage:
“Directeur René van Loon van Stoer2010 gaf gisteren alsnog vier loonstroken voor ontslagen medewerkers. Hij zegt dat er helemaal geen faillissementsaanvraag is. Als de IJmuider Courant zegt daar over te beschikken, zegt Van Loon dat het slechts gaat om ‘knip- en plakwerk’. De aanvraag is opgesteld door DBV Advocaten uit Zaandam. ‘Het gaat om leugens en bedrog’, aldus Van Loon.”
 
Tevens zijn op de website van de IJmuider Courant follow-up publicaties verschenen onder de koppen “UWV verbreekt banden met Stoer2010”, “Stoer2010 betaalt achterstallig salaris”, “Politie onderzoekt oplichting door Stoer2010”, “Stoer2010 failliet verklaard” en “Ik heb me laten inpalmen”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat verweerder met de gewraakte publicatie ernstige schade heeft toegebracht aan haar onderneming, personeel en directie. Ter zitting stelt klaagster dat haar klacht zich beperkt tot de berichtgeving in de krant van 2 oktober 2010, omdat deze eerste publicatie de aanzet is geweest tot vernietiging van haar onderneming. Daarbij wijst klaagster erop dat het gewraakte artikel onder meer aanleiding was voor een uitzending van TROS Opgelicht en de honorering van de faillissementsaanvraag met 40.000 euro schade als gevolg. Klaagster wijst erop dat zij in beroep is gegaan tegen de faillissementsuitspraak, maar het vertrouwen van veel klanten kwijt is geraakt.
Klaagster acht verweerder verantwoordelijk voor het faillissement. Volgens klaagster heeft verweerder ten onrechte nagelaten zich te verdiepen in de achtergrond van de zaak. Er is sprake van beschadigd vertrouwen, respect en een groot gevoel van verontwaardiging, aldus klaagster ter zitting. Ook na de faillissementszitting was klaagster bereid tot een open gesprek. Maar klaagster benadrukt dat het dan om een objectieve beoordeling van de zaak moet gaan. Met betrekking tot het gewraakte artikel lijkt verweerder zich evenwel op subjectieve wijze vast te hebben gebeten in de zaak. Daarmee zijn volgens klaagster grenzen van fatsoen en eerlijkheid overschreden. Klaagster stelt dat snelle berichtgeving kennelijk belangrijker is dan waarheidsvinding.
Ter zitting wijst klaagster erop dat Van Loon en Hoekema niet aanwezig waren op de dag dat voormalige personeelsleden bij het Spaarnwoude Resort hun loon opeisten. Volgens klaagster had verweerder telefonisch contact met Van Loon of Hoekema moeten opnemen om gelegenheid tot wederhoor te bieden. Hoekema en Van Loon waren pas op de hoogte van de publicatie toen een medewerker hen de volgende dag hierover informeerde. Klaagster geeft aan dat het eerste contact met verweerder plaatsvond op 3 oktober 2010. Volgens klaagster is er geen enkele reactie gegeven door Van Loon voorafgaand aan de publicatie op 2 oktober en is hij in strijd met de waarheid geciteerd. Klaagster stelt dat er onvoldoende gelegenheid is geboden tot wederhoor.
Ter zitting bevestigt Van Loon echter desgevraagd dat hij voorafgaand aan de publicatie op 2 oktober 2010 in een telefoongesprek met de journalist heeft gezegd dat de uitlatingen van voormalige personeelsleden leugens en bedrog zijn. Ook heeft hij in dit gesprek de faillissementsaanvraag ontkend, omdat daar op dat moment geen sprake van was. Klaagster stelt dat zij pas op 12 oktober 2010 de faillissementsaanvraag heeft ontvangen.
Klaagster stelt dat op 3 oktober aan verweerder ten aanzien van verschillende personen is uitgelegd waarom zij ontslagen zijn. Deze informatie was niet voor publicatie bestemd, maar klaagster ging er van uit dat deze informatie verweerder duidelijk zou maken dat de verhalen van voormalige personeelsleden in een ander daglicht geplaatst moesten worden, aldus klaagster ter zitting.
 
Verweerder stelt dat het gewraakte artikel en de daaropvolgende artikelen op betrouwbare informatie zijn gebaseerd. Verweerder brengt ter zitting naar voren dat het artikel volgt uit een fax die hij van het advocatenkantoor dat de faillissementsaanvraag heeft ingediend heeft ontvangen. Vervolgens is door verweerder contact met de rechtbank opgenomen, die de faillissementsaanvraag eveneens bevestigde. Verweerder benadrukt dat klaagster zelf bevestigt dat contact met haar heeft plaatsgevonden. Die reactie is opgenomen in het artikel. Hij stelt niet achteraf verantwoordelijk te zijn voor het niveau van die reactie.
Met betrekking tot de aanwezigheid van verweerder op de dag dat voormalige medewerkers naar het Spaarnwoude Resort togen, wijst verweerder er ter zitting op dat Zaagsma daar aanwezig was en zich als journalist kenbaar heeft gemaakt. Hij was bovendien ook degene die de bij het artikel gepubliceerde foto heeft gemaakt. Dat klaagster suggereert dat zij niet de gelegenheid heeft gekregen om te reageren, acht verweerder verbijsterend. Verweerder heeft meerdere malen aangeboden ook het verhaal van klaagster op te nemen. Maar klaagster koos ervoor geen verder commentaar te leveren of aan te geven dat de verstrekte informatie niet mocht worden gepubliceerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerder onjuist over het faillissement van klaagster heeft bericht en haar onvoldoende gelegenheid heeft geboden tot wederhoor.
 
Naar het oordeel van de Raad beschikte verweerder over voldoende gecontroleerd bewijs voor het feit dat het faillissement van Stoer2010 bij de rechtbank was aangevraagd. Het feit dat een faillissementsaanvraag bij de rechtbank was ingediend, is bovendien later ook bevestigd door klaagster. De omstandigheid dat klaagster pas op 12 oktober van die aanvraag kennis heeft genomen (kennelijk nadat de aanvraag door de rechtbank aan haar was doorgestuurd), maakt de in het artikel opgenomen informatie niet onjuist. Ook overigens heeft klaagster niet aannemelijk gemaakt dat het artikel op onjuistheden of onwaarheden is gebaseerd.
 
Tussen partijen is omstreden wanneer het eerste contact tussen verweerder en klaagster met betrekking tot het faillissement en de klachten van voormalige personeelsleden heeft plaatsgevonden. Desgevraagd heeft Van Loon evenwel ter zitting bevestigd dat hij in een telefoongesprek met Zaagsma, voorafgaand aan de publicatie van 2 oktober 2010, de faillissementsaanvraag heeft ontkend en evenzeer heeft opgemerkt dat de beweringen van de voormalige personeelsleden leugens en bedrog betreffen. Naar het oordeel van de Raad is er dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat klaagster met betrekking tot het gewraakte artikel geen of onvoldoende gelegenheid is geboden tot wederhoor of dat er onjuist zou zijn geciteerd.
 
Gezien het voorgaande, heeft verweerder dan ook geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 maart 2011 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. J.R. van Ooijen, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Osinga, adjunct-secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.