2011/15 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
mr. F. IJspeerd
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur
 
Bij brief van 29 november 2010 met diverse bijlagen heeft mr. F. IJspeerd te Gouda (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur (hierna: verweerder). Hierop heeft E. van Zwam, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 16 december 2010 met één bijlage. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 30 december 2010 met diverse bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 januari 2011. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 27 augustus 2010 is op de website www.binnenlandsbestuur.nl een artikel verschenen onder de kop “Gemeentemedewerker chanteert VNG met Wob”, waarvan de intro luidt:
“Stel je hebt als onderzoeker een rapport gemaakt over hoe gemeenten omgaan met fraude-statistieken. Maar de aanbevelingen worden door niemand opgepakt. Dan stuur je alle gemeenten in Nederland een Wob-verzoek, met als toevoeging dat je de procedure pas weer intrekt als de VNG en het Rijk serieus over je rapport gaan praten.”
Het artikel gaat over verzoeken die klager op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) heeft gedaan. In het artikel zijn de naam van klager en zijn woonplaats vermeld. Daarnaast is vermeld voor welke gemeente klager werkzaam is.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat naar aanleiding van zijn Wob-verzoeken een publicatie is verschenen op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waarin zijn naam is vermeld. Die publicatie was voor verweerder aanleiding om het gewraakte artikel te publiceren, waarnaar de VNG vervolgens met een link op haar website verwees. Naar aanleiding van een uitspraak van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft de VNG haar website geanonimiseerd voor zover het de vermelding van de naam van klager betrof en daarbij de link naar het gewraakte artikel verwijderd.
Klager heeft vervolgens contact opgenomen met verweerder met het verzoek om – gelet op de uitspraak van het CBP – het gewraakte artikel eveneens te anonimiseren dan wel te verwijderen. Dat verzoek heeft verweerder echter afgewezen.
Volgens klager wordt met het gewraakte artikel een inbreuk op zijn privacy gemaakt, die niet in een redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. In dat verband wijst klager erop dat in het artikel tevens wordt bericht over zijn werk(verleden).
Door het artikel op de website te handhaven toont verweerder aan dat hij geen respect heeft voor zowel de uitspraak van het CBP als voor de anonimisering door de VNG, aldus klager. Hij betoogt dat aldus sprake is van een overschrijding van de grenzen van zorgvuldige journalistiek.
Verder benadrukt klager dat hij met zijn Wob-verzoek heeft gehandeld als privépersoon. Hij heeft de indruk dat verweerder de bedoeling heeft gehad nieuws te creëren door het Wob-verzoek bewust te verbinden aan het feit dat klager gemeente-ambtenaar is.
Volgens klager heeft de berichtgeving ertoe geleid dat zijn huidige werkgever hem met onmiddellijke ingang met buitengewoon verlof heeft gestuurd en hij voor deze werkgever geen werkzaamheden meer mag verrichten. Daarbij komt dat het gewraakte artikel zijn mogelijkheden op het vinden van een nieuwe baan verkleint.
Naar aanleiding van het verweerschrift benadrukt klager dat hij vrij en bevoegd is tot het genot van zijn burgerlijke rechten. Dit brengt mee dat hij zelf mag bepalen of hij wel of niet zijn privacy prijsgeeft door te reageren op artikelen op websites.
Verder stelt klager dat hij in een telefoongesprek van 27 augustus 2010 contact heeft gehad met de redactie, waarbij hij niet heeft aangedrongen op anonimisering omdat hij toen onder grote druk stond in verband met perikelen op zijn werk.

Verweerder meent dat klager in het onderhavige geval geen recht heeft op bescherming van zijn privacy en hij schetst in dat verband de achtergrond van de kwestie. Klager heeft als ambtenaar een rapport geschreven hoe gemeenten om moeten gaan met fraudestatistieken. Als de VNG dit rapport niet wil bespreken met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, doet klager een Wob-verzoek aan alle gemeenten in Nederland met vragen over fraudestatistieken. Klager laat weten dat deze Wob-verzoeken worden ingetrokken als de VNG zijn rapport bespreekt met het ministerie. Volgens verweerder verwisselt klager zijn rollen als ambtenaar en privépersoon naar gelang het hem uitkomt en zet hij daarmee de VNG, gemeenten en het rijk onder druk. Bezien in dit licht verzet het maatschappelijk belang zich tegen het anonimiseren van de naam van klager, aldus verweerder.
Verder stelt hij dat klager om een tweede reden geen recht heeft op bescherming van zijn privacy, nu hij diverse keren onder eigen naam op het gewraakte artikel heeft gereageerd en ook op andere fora onder zijn eigen naam reacties plaatst.
Bovendien is er enkele uren na de publicatie contact geweest tussen de chef van de webredactie en klager. In dit contact heeft klager meegedeeld dat hij zijn Wob-verzoeken heeft gedaan als burger en niet als ambtenaar. Daarop heeft de chef van de webredactie klager erop gewezen dat hij zijn visie in een reactie onder het artikel kon publiceren. In dat telefoongesprek heeft klager op geen enkele wijze laten weten dat hij moeite had met de vermelding van zijn naam.
Verweerder meent dat het verzoek van klager om anonimisering van het artikel een beetje ridicuul is. Klager eist zijn privacy op en geeft tegelijkertijd zijn privacy weg in dezelfde zaak.
Ten slotte benadrukt verweerder dat het zeer nieuwswaardig is als een ambtenaar wil afdwingen dat een door hem geschreven rapport door de VNG wordt meegenomen in overleg met een ministerie en dit wil realiseren via – al dan niet als privépersoon gevoerde – Wob-procedures.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door het verzoek van klager om anonimisering van de publicatie niet te honoreren.
 
In het gewraakte artikel wordt aandacht besteed aan een groot aantal Wob-verzoeken dat door klager is ingediend en de daaruit voortvloeiende reactie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het staat een journalist vrij over een dergelijk onderwerp te berichten en daarbij de achtergrond van de kwestie te schetsen. De journalist behoeft immers geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert.
Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)
 
In dit geval is van belang dat uit de door verweerder overgelegde stukken is gebleken dat klager met het plaatsen van diverse berichten op het internet over dezelfde kwestie – zowel voor als na de gewraakte publicatie – bewust de openbaarheid heeft gezocht.
De Raad is voorts van oordeel dat het vermelden van de persoonlijke gegevens van klager, mede gezien de achtergrond van de kwestie, journalistiek relevant kan worden geacht.
 
Aldus bestaat in dit geval geen grond voor het oordeel dat verweerder de belangen van klager bij de bescherming van diens privacy onvoldoende heeft afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend, door klagers verzoek om anonimisering van het artikel af te wijzen. Niet kan worden geconcludeerd dat de privacy van klager door de instandhouding van de publicatie disproportioneel is geschaad. Dat dit klager niet welgevallig is, kan daaraan niet afdoen. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
Klager heeft nog gewezen op de uitspraak van het College Bescherming Persoonsgegevens inzake de publicatie door de VNG. De Raad overweegt in dat verband dat die uitspraak geen betrekking heeft op de berichtgeving van verweerder en dat verweerder ter zake een eigen verantwoordelijkheid heeft. Overigens beoordeelt de Raad niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging. Een dergelijke toetsing is voorbehouden aan de rechter. Het is dan ook niet aan de Raad om te beoordelen of sprake is van schending van de Wet bescherming persoonsgegevens.
 
Verder heeft klager gesteld dat hij het rapport over hoe gemeenten omgaan met fraudestatistieken heeft geschreven als gemeente-ambtenaar en dat zijn handelen na weigering van de VNG om het rapport te bespreken met het ministerie van Sociale Zaken – het indienen van Wob-verzoeken – een zuivere privé-aangelegenheid was. Klager heeft betoogd dat verweerder op onheuse wijze heeft getracht nieuws te creërendoor het Wob-verzoek bewust te verbinden aan het feit dat klager gemeente-ambtenaar is.
In dat verband overweegt de Raad dat er een dusdanig verband bestaat tussen beide acties dat niet gesproken kan worden van het acteren in verschillende kwaliteiten; bij het eerste als ambtenaar, bij het tweede als burger. Aldus bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder op dit punt journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 4 maart 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. M.G.N. Mathot, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.
 
Bij uitspraak van 29 juli 2011 is het verzoek van klager tot herziening van deze uitspraak toegewezen, maar is de beslissing - dat de klacht ongegrond is - gehandhaafd (RvdJ 2011/50).