2011/11 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
drs. J.E.J.W. Sharpe
 
tegen
 
I. Lepelaars en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad
 
Bij brief van 3 december 2010 met diverse bijlagen heeft drs. J.E.J.W. Sharpe te Geldrop (hierna: klager) een klacht ingediend tegen I. Lepelaars en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad (hierna: verweerders). Daarbij heeft klager verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek toegewezen.
M. Bouwmans, adjunct-hoofdredacteur, heeft namens verweerders op de klacht geantwoord in een brief van 20 december 2010 met drie bijlagen. Klager heeft vervolgens nog aanvullende stukken overgelegd bij e-mailberichten van 31 december 2010, 3 januari 2011 en 10 januari 2011 alsmede bij begeleidend schrijven dat door de Raad is ontvangen op 4 januari 2011.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 januari 2011 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 17 november 2010 is op de website van het Eindhovens Dagblad een artikel van de hand van Lepelaars verschenen onder de kop “PVV'er Sharpe: zwendel en geweld”. Het artikel opent met:
“Het gisteren in opspraak geraakte PVV-Kamerlid en oud-atleet James Sharpe heeft zich in zijn tijd als lid van PSV Atletiek schuldig gemaakt aan bedreiging en mishandeling.”
Het artikel luidt verder:
“De oud-Eindhovenaar viel ex-topatleet Robert de Wit in het gezicht aan met een spike en bedreigde hem en een starter. Sharpe werd door PSV Atletiek – nu Eindhoven Atletiek – en de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) geschorst voor een half jaar. Kort daarna vertrok Sharpe naar Hongarije.
“Die vent is hartstikke gek”, aldus De Wit gisteravond over zijn voormalige trainingsmaatje. “”Als hij flipt is er geen houden aan. Na het incident met mij kwamen meer verhalen naar boven. Het bleek een tipje van de sluier. Zo'n vent hoort niet in de politiek thuis. Ik snap niet dat-ie niet gescreend is.”
Gisteren werd bekend dat een bedrijf in Hongarije waar Sharpe topman was in 2008 is veroordeeld voor misleiding van klanten en recent voor ‘oneerlijke commerciële activiteiten’. Sharpe is de vijfde PVV’er in korte tijd die in opspraak raakt. Een woordvoerder van de KNAU bevestigt de aanval met de spike. Hij noemt Sharpe een ‘halve crimineel’.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt voorop dat het artikel onwaarheden bevat en dat ten onrechte de indruk wordt gewekt dat hij een oplichter en crimineel is. Hij beweert dat het artikel zeer beschadigend voor hem is, omdat er in Eindhoven nog veel vrienden en familie van hem wonen.
Volgens klager is de kop van het artikel een combinatie van smaad en laster. Hij stelt dat hij persoonlijk nooit door de Hongaarse mededingingsautoriteit is veroordeeld en dat het bedrijf waarvoor hij werkzaam was nooit strafrechtelijk is vervolgd, hetgeen ten onrechte met de term ‘zwendel’ wordt gesuggereerd. De onderneming heeft een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het misleiden van klanten in advertenties. Overigens hebben diverse andere gerenommeerde bedrijven ook een dergelijke boete opgelegd gekregen, aldus klager. Ten aanzien van de kop stelt klager ten slotte dat hij nimmer schuldig is bevonden aan geweldpleging.
Verder stelt klager dat de inleiding van het artikel niet klopt, omdat hij zich nimmer schuldig heeft gemaakt of schuldig is bevonden aan bedreiging en mishandeling. Ter zitting voegt klager hieraan toe dat hij pas schuldig is, wanneer hij door de rechtbank schuldig is bevonden. Volgens klager is geen gebruik gemaakt van betrouwbare bronnen, nu die bronnen ook hebben aangegeven dat hij voor een half jaar zou zijn geschorst. Volgens klager is onvoldoende dat verweerders zich baseren op één zin in een amateursportblad van twintig jaar geleden. Het verhaal behelst volgens hem een (onjuiste) interpretatie van De Wit. Bedreiging en mishandeling waren echter niet aan de orde, het verhaal is enorm opgeblazen en een verzonnen mythe. Het feit dat De Wit zijn beschuldigingen uit, zegt meer over diens politieke en publicitaire beweegredenen dan over klagers integriteit.
Verder stelt klager dat ten onrechte is vermeld dat hij een half jaar zou zijn geschorst door de Atletiekunie. Volgens klager is dit argument uit de lucht gegrepen en is dit ook weersproken door de Atletiekunie.
Volgens klager is door verweerders nimmer wederhoor toegepast. Zij hebben geen contact met hem gezocht via zijn publieke e-mailadres van de Tweede Kamer.
Ten slotte acht klager het bijzonder kwalijk dat in het artikel wordt gesteld dat de woordvoerder van de Atletiekunie hem een ‘halve crimineel’ noemt. Klager wijst ter zake op een e-mailbericht aan hem van de woordvoerder van de Atletiekunie, waarin deze ontkent die uitspraak te hebben gedaan en laat weten dat hij zich na de publicatie realiseerde dat hij te maken had met een journaliste die het niet zo nauw neemt met de waarheid.
Ter onderbouwing van zijn standpunt dat verweerders op onzorgvuldige wijze over hem berichtten, heeft klager nog een publicatie overgelegd van 17 november 2010 met de kop ‘Sharpe stak atleet met spike in het gezicht’.
 
Verweerders stellen dat de kern van het verhaal is dat klager zijn PSV-collega Robert de Wit heeft aangevallen met een spike en deze heeft bedreigd. Klager ontkent weliswaar dat hij zich schuldig heeft gemaakt c.q. schuldig is bevonden aan bedreiging en mishandeling, maar het incident is door diverse betrouwbare bronnen bevestigd. Volgens verweerders blijven de door hen geraadpleegde bronnen ook na de publicatie bij hun verhaal. Het incident is daarnaast ook destijds beschreven in het magazine van PSV Atletiek en op dat moment niet door klager bestreden.
Verweerders erkennen dat zij ten onrechte hebben vermeld dat klager geschorst is geweest door de Atletiekunie. Hoewel diverse bronnen in de veronderstelling verkeerden dat klager inderdaad geschorst was, bleek daags na de publicatie dat niet de Atletiekunie maar sportclub PSV-Atletiek disciplinaire maatregelen tegen klager had genomen. Verweerders hebben dit vervolgens eigenhandig op 18 november 2010 in een nieuw artikel rechtgezet onder de kop “PSV hield Sharpe aan de kant na ‘incident De Wit’”.
Verder stellen verweerders dat de kwalificatie ‘halve crimineel’ uitzonderlijk is. Weinig woordvoerders van officiële instanties zullen een dergelijke kwalificatie bezigen. Verweerders stellen dat het Eindhovens Dagblad geen krant is die lichtvaardig dit soort termen hanteert. De verslaggeefster heeft een tweetal gesprekken gevoerd met de woordvoerder van de Atletiekunie. Tijdens het eerste gesprek noteerde de verslaggeefster uit de mond van de woordvoerder dat klager volgens hem ‘half crimineel’ is, hetgeen de eindredactie van de krant heeft aangepast tot ‘halve crimineel’. Verweerders zullen een dergelijke term niet verzinnen en hebben ter adstructie een kopie van de aantekeningen van het telefoongesprek overgelegd. Volgens hen is de term een afsluiting van een citaat waarin de woordvoerder aangeeft dat hij “wel wist dat het een keer zou komen, maar wie zijn wij om het in de openbaarheid te brengen? Wij zijn er voor de sport, niet voor de politiek.” Verweerders waren zich bewust van de zwaarte van de uitspraak, maar hebben de woordvoerder – gezien zijn professionaliteit – niet in bescherming genomen. De volgende ochtend heeft de woordvoerder verweerders gebeld met de opmerking dat hij ‘zich niet meer kon herinneren dat hij het gezegd had’, hetgeen minder stellig is dan hetgeen hij stelt in zijn e-mail aan klager.
Verweerders stellen dat zij op diverse manieren wederhoor hebben toegepast, maar dat klager van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Klager is benaderd via sociale netwerken, persoonlijke relaties en via de woordvoerder van de PVV. Deze laatste bron is benaderd door verslaggevers van de GPD, die vervolgens geen reactie van klager hebben ontvangen. Volgens verweerders is de onderhavige klacht het eerste signaal van klager aan hun adres.
Ten slotte brengen verweerders naar voren dat het van groot maatschappelijk belang is om de verzwegen achtergronden van een volksvertegenwoordiger in de openbaarheid te brengen. Het had volgens verweerders in de rede gelegen dat klager gebruik had gemaakt van de uitnodiging tot wederhoor, hetgeen hij niet heeft gedaan. Verweerders twijfelen geenszins aan de juistheid van de berichtgeving.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. de kop van het artikel is onjuist en tendentieus;
  2. de inleiding van het artikel is onjuist en tendentieus;
  3. ten onrechte is vermeld dat klager een half jaar is geschorst door de KNAU;
  4. ten onrechte is vermeld dat de woordvoerder van de KNAU klager een ‘halve crimineel’ noemt.
Ad 1. en 2.
De Raad overweegt dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden echter de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel of de feiten. (vgl. RvdJ 2008/61)
 
Klager heeft gemotiveerd gesteld dat het bedrijf waarvoor hij heeft gewerkt een administratieve boete heeft gekregen voor het misleiden van consumenten. Dit is door verweerders in het artikel verwoord als ‘misleiding van klanten’ en ‘oneerlijke commerciële activiteiten’. Naar het oordeel van de Raad biedt dit onvoldoende grond om in de kop te stellen dat sprake is van ‘zwendel’ die wordt toegeschreven aan klager persoonlijk.
 
Verder is klager in de kop van het artikel in verband gebracht met ‘geweld’, hetgeen in de inleiding van het artikel nader is uitgewerkt. Daarin is als feit gepresenteerd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging en mishandeling. Klagers integriteit wordt hierdoor in ernstige mate aangetast. Naar het oordeel van de Raad is sprake van zodanig diffamerende beschuldigingen, dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren.
Verweerders hebben ter zake allereerst gewezen op de verklaring van De Wit, die in dit geval echter niet als onafhankelijke bron kan worden beschouwd, en naar andere ‘diverse betrouwbare bronnen’, doch zonder nadere aanduiding van de kwaliteit van deze bronnen en zonder overlegging van schriftelijke verklaringen.
Verder hebben verweerders verwezen naar een eerdere publicatie over het incident, te weten een bericht in het magazine van PSV Atletiek van ongeveer twintig jaar geleden. In dat verband overweegt de Raad dat een journalist die in een ander medium geuite beschuldigingen, negatieve kwalificaties en beweringen aan iemands adres overneemt, dan wel deze beweringen put uit artikelen of opnamen uit het archief, zich dient te houden aan de zorgvuldigheidseisen die gelden bij het publiceren van beschuldigingen. Hij mag er niet van uit gaan dat de eerder gepubliceerde uitspraken het karakter van onbetwiste feiten hebben aangenomen doordat zij niet zijn weersproken. (zie punt 2.3.2. van de Leidraad van de Raad)
Klager heeft de aantijgingen aan zijn adres echter gemotiveerd betwist en ter zake diverse verklaringen overgelegd van personen die de beschuldigingen weerspreken.
De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is, maar is van oordeel dat – gezien het voorgaande – onvoldoende grondslag bestaat voor de als feit gepresenteerde bewering dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging en mishandeling, hetgeen in de kop is samengevat met de term ‘geweld’.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders met de publicatie van de kop en inleiding van het artikel journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld.
 
Ad 3.
Klager heeft aangevoerd dat in het artikel ten onrechte is vermeld dat hij een half jaar zou zijn geschorst door de Atletiekunie. Verweerders hebben erkend dat zij op dit punt onjuist hebben bericht. Naar het oordeel van de Raad is deze omissie van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat verweerders ook op dit punt hebben verwezen naar ‘diverse bronnen’ zonder nadere aanduiding van de kwaliteit van deze bronnen en zonder overlegging van schriftelijke verklaringen. Ook dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.
Verweerders hebben verder nog aangevoerd dat zij de onzorgvuldigheid hebben rechtgezet in een publicatie van 18 november 2010. De Raad is echter van oordeel dat die publicatie de nadelen die klager van het gewraakte artikel moet hebben ondervonden, onvoldoende heeft kunnen herstellen, nu de rechtzetting slechts bestond uit één zin in een bericht dat overigens geheel ging over de achtergronden van het vermeende spikes-incident.
 
Ad 4.
Klager heeft gesteld dat het citaat van de woordvoerder van de Atletiekunie – te weten dat deze klager een ‘halve crimineel’ heeft genoemd – onjuist is, hetgeen verweerders gemotiveerd hebben betwist. Hoewel beide partijen ter staving van hun standpunt een schriftelijk document hebben overgelegd, kan de Raad op grond daarvan niet vaststellen welk standpunt juist is. De Raad onthoudt zich daarom van een inhoudelijk oordeel ter zake.

BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de publicatie van de kop, de inleiding van het artikel en de vermelding dat klager een half jaar zou zijn geschorst door de Atletiekunie, is deze gegrond. Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Eindhovens Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 februari 2011 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, ir. B.L. Hooghoudt en mw. drs. M.G.N. Mathot, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.