2010/9 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
W. Koen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 14 oktober 2009 met elf bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen mw. W. Koen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Snijder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 november 2009 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 december 2009. Namens klager is daar Y verschenen, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 29 april 2009 is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van Koen verschenen onder de kop “Boekhoven is getreiter burger zat”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Burgemeester Hans Boekhoven van de gemeente Nijefurd heeft aangifte gedaan van bedreiging. De (…) X zou hem hebben toegebitst dat hij ,,niet lang meer burgemeester was.” Boekhoven is het getreiter zat. Het incident vond eind januari plaats na afloop van een gemeenteraadsvergadering. Boekhoven liep vanuit het gemeentehuis naar het erachter gelegen parkeerterrein. Plots dook daar de (…) uit de bosschages op. Er ontstond een woordenwisseling, waarna de gewraakte zin volgde. ,,De maat was vol”, aldus Boekhoven. Al menigmaal moest de burgemeester een intimiderende houding van X tolereren, zowel in werk- als huiselijke kring.”
en
“De (…) ligt al jaren met de gemeente in de clinch over de brandmeldinstallatie in zijn (…).”
 
Diezelfde dag is een vergelijkbaar artikel verschenen op www.leeuwardercourant.nl onder de kop “(…) bedreigt Nijefurder burgemeester”.
 
Voorts is op 22 augustus 2009 in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van Koen verschenen onder de kop “Burgemeester Nijefurd ‘akelig’ van bedreiging”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De rechter was duidelijk. Dit is getreiter. Wie al die brieven en e-mails aan bestuurders en ambtenaren van de gemeente Nijefurd leest, moet constateren dat ,,u zich opvallend gedraagt”, stelde rechter Carolien Telman gisterochtend. Daar stond de (…) X achter het hekje inzake bedreiging van burgemeester Hans Boekhoven van Nijefurd. X deed er de voorbije maanden alles aan om de burgemeester en wethouders te spreken te krijgen over de brandmeldinstallatie die hij onterecht zou hebben moeten plaatsen. Hij sneed onder meer met zijn auto een wethouder de pas af, hield hem staande in de supermarkt en bezocht burgemeester Hans Boekhoven ongevraagd op zijn thuisadres.”
en
“Druppel waren de woorden ‘U bent niet lang meer burgemeester’. Boekhoven kreeg de zin eind januari van dit jaar naar zijn hoofd geslingerd op het parkeerterrein achter het raadhuis na een raadsvergadering. Door vader of zoon X, daar wilde hij af wezen.”
en
“De (…) zag alles anders. Sterker nog, het feit dat de burgemeester met deze krant over de zogenaamde bedreiging had gesproken, deed hem besluiten aangifte tegen Boekhoven te doen.”
en
“De (…) vindt de aanklacht onterecht.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders te lichtvoetig zijn omgegaan met de informatie die tot hen is gekomen. Hierdoor is de waarheid geweld aangedaan en is klager in zijn privacy aangetast. Doordat bovendien zijn (…) is aangehaald, wordt ook zijn bedrijf ten onrechte belast met de journalistieke misslag van verweerders, aldus klager.
Ter toelichting stelt hij dat de inhoud van het artikel van 29 april 2009 fundamenteel afwijkt van de inhoud van de aangifte die Boekhoven in januari heeft gedaan. Zo heeft Boekhoven volgens de aangifte gezegd dat hij klager en diens vader tegenkwam bij de deur aan de achterzijde van het gemeentehuis. Daar zijn geen bosschages en dus kon daar ook niemand vanuit opduiken. Ook heeft Boekhoven volgens diens aangifte verklaard dat hij niet op de door hem gehoorde uitlatingen is ingegaan, zodat er aldus geen woordenwisseling is ontstaan. Voorts heeft Boekhoven volgens de aangifte verklaard dat hij niet weet wie de bedreiging heeft geuit, aldus klager.
Verder meent hij dat het artikel van 22 augustus 2009 inhoudelijk op cruciale punten afwijkt van het artikel van 29 april 2009 en dat het geen recht doet aan de feiten. Zo is de uitspraak ‘door vader of zoon, daar wilde hij af wezen’ in het tweede artikel in tegenspraak met hetgeen Koen in het eerste artikel heeft vermeld. Voorts heeft de rechter niet gezegd dat het zenden van brieven en e-mails getreiter is. Bovendien heeft klager niet ‘achter het hekje gestaan’, nu het een civiele zaak betrof. Tevens heeft klager sinds het najaar van 2008 geen poging meer gedaan om het college te spreken, heeft hij nooit iemand de pas afgesneden en niemand in de supermarkt staande gehouden. Klager heeft verder nimmer aangifte tegen de burgemeester gedaan.
Klager heeft over deze journalistieke misstap zijn beklag gedaan bij verweerders. De wijze waarop verweerders zijn klacht hebben afgehandeld, is echter verre van professioneel te noemen, aldus klager.
Ter zitting heeft Y hieraan toegevoegd dat de zaak moet worden bezien in de context van andere kwesties die in Nijefurd gaande zijn. Zo was de uitlating van klagers vader geen bedreiging, maar hield die verband met plannen voor de gemeentelijke herindeling, waardoor Boekhoven geen burgemeester meer zou zijn. Nijefurd is een kleine gemeenschap die veel emotionele aspecten kent. Door de gekleurde berichtgeving zingt nu ten onrechte de slechte naam van klager rond, aldus Visser.
 
Verweerders stellen ten aanzien van de privacy van klager dat er al lange tijd een moeizame relatie tussen klager en de gemeente Nijefurd bestaat. Klagers uitingen van ongenoegen over de gemeente worden door hem in het openbaar gebezigd. Die uitingen zijn opgetekend in brieven aan de gemeenteraad, die als ingekomen stukken op de raadsagenda voor een ieder ter inzage liggen. In de geregelde contacten met verweerders is klager altijd bereid geweest om met zijn volledige naam te worden genoemd. Nooit heeft klager geopperd dat zijn privacy moest worden gerespecteerd, hij wilde juist graag publiciteit. Voorts menen verweerders dat in de artikelen geen feitelijke onjuistheden zijn vermeld.
Verweerders stellen ten slotte dat zij voldoende aandacht aan de klacht van klager hebben geschonken. Naar aanleiding van de klacht heeft een afdelingschef van de Leeuwarder Courant telefonisch contact met klager gehad. Zij heeft aan klager medegedeeld dat er geen behoefte is aan een uitvoerige mailwisseling, nu geen sprake is van feitelijke onjuistheden. Wel is tegenover klager aangegeven dat het rechtbankverslag selectief is ingekort. De oorspronkelijke versie van Koen was uitvoeriger. Bij het inkorten van de tekst heeft een rol gespeeld dat daarvoor een uitvoerig interview met klager is geplaatst over zijn moeilijkheden met de burgemeester, waarin klager royaal de gelegenheid heeft gekregen zijn standpunt uit te dragen.
In het telefoongesprek met klager is verder voorgesteld om nog eenmaal op de kwestie terug te komen, en wel op het moment dat de rechtbank uitspraak zou hebben gedaan in kort geding. Hier was klager het mee eens. Dat artikel is geplaatst in de Leeuwarder Courant van 3 september 2009. De conversaties tussen klager en de plaatsvervangend hoofdredacteur waren niet meer dan een herhaling van zetten, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving, dat klager in zijn privacy is geschaad en dat verweerders de klacht van klager onvoldoende zorgvuldig hebben afgehandeld.
 
Klager heeft niet ontkend op enigerlei wijze betrokken te zijn geweest bij de door de burgemeester van Nijefurd gestelde bedreiging, waarover is bericht. Hij heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat – anders dan vermeld – hij niet ‘achter het hekje stond’ en geen aangifte tegen de burgemeester heeft gedaan, maar deze omissies zijn niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat.
 
Gelet op het voorgaande acht de Raad voorts geen grond aanwezig voor de conclusie dat verweerders zonder deugdelijke grondslag beschuldigingen aan het adres van klager hebben gepubliceerd c.q. ter zake tendentieus over klager hebben bericht. Daarbij komt dat in de artikelen ook het standpunt van klager over de kwestie is weergegeven. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Verder overweegt de Raad nog dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van de artikelen – geen sprake. (vgl. onder meer RvdJ 2008/53)
 
Voorts dient een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.
In het algemeen bestaat geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure. Toch kan het belang van een partij om zoveel mogelijk onherkenbaar te blijven zo zwaar wegen dat van het vermelden van de (volledige) naam moet worden afgezien. (zie punten 2.4.1. en 2.4.8. van de Leidraad en vgl. onder meer: RvdJ 2005/7)
 
Van een dermate zwaarwegend belang aan de zijde van klager, waardoor van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt had moeten worden afgeweken, is echter niet gebleken. Gezien de achtergrond van de kwestie waarnaar in de publicaties is verwezen – het plaatsen van een brandmeldinstallatie in de (…) van klager – zijn de vermelding van klagers naam en de verwijzing naar zijn (…) in dit geval journalistiek relevant. Niet is gebleken dat de vermelding van die gegevens voor klager onevenredig veel nadeel brengt. Daarbij komt dat verweerders gemotiveerd hebben aangevoerd dat klager zelf publiciteit wenste en dat diens gegevens op eenvoudige wijze voor een ieder terug zijn te vinden, hetgeen klager niet heeft betwist. 
 
Ten slotte overweegt de Raad dat verweerders – gelet op het contact dat tussen hen en klager heeft plaatsgevonden – voldoende zorg hebben besteed aan de behandeling van de klacht van klager.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 februari 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks, M. Ülgeren mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.