2010/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. Boonstra en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 13 oktober 2009 met acht bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Boonstra en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft S. van der Meulen, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 5 november 2009. Klager heeft zijn klacht verder toegelicht bij e-mailberichten van 10 en 30 november 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 december 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 29 augustus 2009 is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van Boonstra verschenen onder de kop “Wat is er mis met macaroni?”. De intro van het artikel luidt:
“De volmaakte opvoeding bestaat niet. Iedere ouder weet dat, zegt advocaat Marjan van den Bosch. ,,Maar in de Nederlandse jeugdzorg wordt daar anders over gedacht. Daar werken gezinsvoogden die geloven dat de optimale opvoeding voor iedereen haalbaar en maakbaar is. Als ouders de aanwijzingen maar opvolgen. Maar zo simpel ligt het niet.””
De publicatie behelst een vraaggesprek met advocaat Van den Bosch over haar specialisme jeugdzorg. Onder het artikel is onder de kop “’Niet geschikt om een kind op te voeden’” een bloemlezing van reacties geplaatst. De intro daarvan luidt:
“Wanhopige, boze en aangeslagen ouders hebben gereageerd op berichten in deze krant over de jeugdzorg van het Leger des Heils, Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering (LJ&R). Het zijn soms schokkende verhalen, maar het blijft bij één kant van de medaille. In zo’n geval vraagt de krant om een reactie van de tegenpartij. LJ&R heeft echter als stelregel niet naar buiten toe te reageren op verhalen van cliënten, uit privacy-overwegingen. Omdat kritiek op de jeugdzorg op deze manier nooit naar buiten kan komen, kiezen we voor deze geanonimiseerde bloemlezing.”
De bloemlezing bevat onder meer, onder de subkop “Berisping”, de volgende reactie van een ‘moeder/oma’ (hierna: de reactie):
“,,Na een huwelijk met voornamelijk verbaal maar ook fysiek geweld heeft de ex van onze dochter door het ontvoeren van hun kind een ondertoezichtstelling gekregen. Hij was al enige tijd bezig zijn vrouw gestoord te laten verklaren. De rechter wilde een psychiatrisch rapport. Er bleek niets aan de hand te zijn. LJ&R deed er niets mee, maar wilde een psychologisch rapport van beide ouders. De psycholoog kreeg negatieve informatie over onze dochter en schreef in een verslag van 36 kantjes dat onze dochter zichzelf dan wel haar kind zou kunnen doden. Hij kreeg er een berisping voor van zijn beroepsgroep.”

Een tweede psychiater zei: ,,Jullie hebben een gezond kind van een gezonde moeder afgepakt, dit moet stoppen. Maar LJ&R doet niets. Onze dochter mag haar zoon alleen onder toezicht zien. Tegen het kind wordt gezegd dat zijn moeder ziek is.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager meent in de reactie het verhaal van zijn ex-partner te herkennen. Klager stelt dat hij door plaatsing van de reactie in zijn goede naam is aangetast. Hij meent dat verweerders journalistiek onverantwoordelijk hebben gehandeld door deze reactie te plaatsen zonder enig onderzoek te plegen of navraag te doen. Het verhaal van zijn ex-partner, de moeder van zijn zoon, was voor zijn directe omgeving zeer herkenbaar en daardoor belastend voor zijn zoon. Bovendien is LJ&R als een boosdoener neergezet, terwijl de medewerkers van LJ&R met gedrevenheid in het belang van kinderen werken. Volgens klager is geen sprake van objectieve journalistiek.
Verder stelt klager dat hij naar aanleiding van een oproep in de Leeuwarder Courant een reactie heeft gestuurd. Daarop hebben verweerders echter niet gereageerd, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat het vraaggesprek met Van den Bosch een toelichtend vervolg was op een reeks artikelen over een gezin in Friesland dat naar buiten trad met privéproblemen met jeugdzorg van het Leger des Heils. Dit gezin ontving brede maatschappelijke steun bij de rechtsgang en deze specifieke zaak kon de redactie van de Leeuwarder Courant zorgvuldig toetsen op basis van de toelichtingen en rapporten van genoemd maatschappelijk ‘Umfeld’. Doel van de redactie was een exemplarisch verhaal te bieden over het moeilijk inzichtelijke terrein van de jeugdzorg. Deze publicaties resulteerden in zeer veel reacties van lezers die ieder voor zich verwikkeld waren in jeugdzorgzaken. Nochtans hebben verweerders een geanonimiseerde bloemlezing uit de vele reacties gepubliceerd met daarbij de mededeling dat deze korte voorbeelden ‘één kant van de medaille’ beschreven, dus ongecontroleerd waren, en dat de voorbeelden anoniem doorgegeven werden in de krant. Op deze publicaties heeft klager gereageerd. Daarop heeft hij op 31 augustus 2009 per e-mail een reactie van de redactie ontvangen, dat de redactie niet verder zou ingaan op individuele gevallen en dus ook niet op klagers vermeende voorbeeld.
Verweerders wijzen er verder op dat klager niet in de krant is genoemd en dat niet naar klager is verwezen op een wijze die lezers naar hem toe zouden kunnen leiden.
Volgens verweerders is sprake van zorgvuldige journalistiek, waarbij Boonstra erin is geslaagd een helder en afgewogen beeld te geven van belangrijke aspecten van de jeugdzorg.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad heeft de klacht aldus opgevat, dat klager is geschaad door de publicatie van de onder de hiervoor onder ‘De Feiten’ geciteerde reactie en dat verweerders niet hebben gereageerd op klagers reactie.
 
In de bloemlezing hebben verweerders ingezonden reacties gepubliceerd. Of dergelijke reacties worden geplaatst, staat ter beoordeling van de redactie. Plaatsing kan onder bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
De Raad kan zich voorstellen dat klager – nu hij zichzelf in de reactie meent te herkennen – de publicatie als grievend heeft ervaren. De reactie is echter geanonimiseerd; klager is niet met naam genoemd en verder ook niet direct identificeerbaar. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat klager – objectief bezien – door de publicatie wordt gediskwalificeerd.
Onder deze omstandigheden bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat verweerders nader onderzoek naar de juistheid van de reactie hadden behoren te verrichten of wederhoor bij klager hadden moeten toepassen, alvorens tot plaatsing van de reactie over te gaan. (zie punt 5.3. van de Leidraad van de Raad)
Daarbij komt dat voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat in de bloemlezing kwesties zijn beschreven uitsluitend vanuit het perspectief van degenen die de reacties hebben ingezonden. In de intro is expliciet vermeld dat de reacties slechts ‘één kant van de medaille’ behelzen.
 
Gelet op het voorgaande waren verweerders niet gehouden een nadere reactie van klager te plaatsen. Naar aanleiding van een e-mail van klager van 29 augustus 2009 – waarin hij verzocht om een gesprek – heeft Boonstra klager in een e-mail van 31 augustus 2009 bericht dat zij geen aanleiding zag tot een vervolg. Dat verweerders daarna niet meer hebben gereageerd op een e-mail van klager van 2 september 2009, is niet journalistiek ontoelaatbaar. Van een onfatsoenlijke behandeling van klager is geen sprake.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 februari 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks, M. Ülgeren mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.