2010/57 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
P. Veen en de hoofdredacteur van EénVandaag (AVRO/TROS)
 
Bij brief van 13 juli 2010 met vijf bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen P. Veen en de hoofdredacteur van EénVandaag (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. E. Beckx, AVRO juridische zaken, namens verweerders gereageerd in een brief van 15 oktober 2010 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 oktober 2010. Klager was daar aanwezig, vergezeld door zijn echtgenote en dochters. Aan de zijde van verweerders zijn verschenen voornoemde Veen (redacteur), J. Kriek (hoofdredacteur), S. ’t Sas (redacteur) en mr. F. Stoové (interim bedrijfsjurist).
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
FEITEN
 
Op 21 mei 2010 is in een uitzending van het televisieprogramma EénVandaag aandacht besteed aan de heropening van een justitieel onderzoek betreffende de dood van een 17-jarige jongen van tien jaar geleden. De presentatrice leidt het item in als volgt:
“Meer dan tien jaar geleden werd de 17-jarige (…) na een avondje stappen onder verdachte omstandigheden dood aangetroffen in een Friese sloot. Z’n schoenen lagen honderden meters van elkaar verwijderd in het land. Een ongeval, wisten politie en justitie zeker. Dat hij ernstig werd bedreigd, werd door de autoriteiten die ervan wisten, als niet relevant beschouwd. Maar nu pas, ruim tien jaar later, heeft de politie de zaak heropend.”
In de uitzending komt de moeder van de overleden jongen uitvoerig aan het woord. Zij vertelt dat de dood van haar zoon naar haar stellige overtuiging geen ongeluk is geweest. De voice-over bericht onder meer:
“[de moeder] waarschuwt al jaren dat zij en haar zoon bedreigd worden, maar de autoriteiten besluiten niets te doen.”
en
“Als er geen sprake is van een ongeval, wat of wie zit er dan achter? Het gezin (…) is geen doorsnee gezin. (…) De familie wordt al jaren geteisterd door een stalker, een familielid wiens identiteit we om privacyredenen niet kunnen prijsgeven. In een uitzending van het radioprogramma Damokles spreekt [de jongen] hier zelf over.”
 
De moeder van de jongen heeft direct na de uitzending op de website van EénVandaag tweemaal de volgende reactie geplaatst: “Wie meer over de zaak wil weten, of iets zou willen melden kan ook terecht op mijn website (…)”
Zowel in de uitzending als in de hiervoor bedoelde reactie op de website van EénVandaag is de achternaam van de overleden jongen en zijn moeder vermeld.
 
Op de website van de moeder is een dag na de uitzending de volgende reactie geplaatst:
“heb vanacht 2 vandaag gezien, hoop dat justitie snel alles oplost wat ik allemaal lees is de dader je broer??? (…)”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in de uitzending ten onrechte als vaststaand feit is gepresenteerd dat een familielid verantwoordelijk zou zijn voor bedreiging van de overleden jongen en zijn moeder. Daarbij wijst klager ter zitting met name op de inleidende tekst van de uitzending. Nergens blijkt uit dat het de perceptie van de moeder betreft, aldus klager. Voorafgaand aan de uitzending heeft hij de redactie voorzien van informatie, waaruit blijkt dat de zaak genuanceerder ligt. Ter zitting wijst klager erop dat de vermeende bedreiging door geen enkele instantie is bevestigd, ook niet ter zake een melding is gedaan bij de Tuchtraad.
Volgens klager is het geen correcte journalistiek om het standpunt van de andere partij in het geheel niet te vermelden. Indien verweerders de nalatigheden van justitie aan de kaak wilden stellen, dan hadden zij de vermeende bedreiging in een andere context moeten plaatsen en daarnaar meer onderzoek moeten doen, aldus klager ter zitting. Daaraan voegt hij toe dat hij vanwege de vragen die verweerders hem per e-mailbericht hebben gesteld ervan uit is gegaan dat hij gelegenheid zou krijgen voor wederhoor.
Klager realiseert zich dat de naam van het in de uitzending bedoelde familielid niet is vermeld. Hij is echter van mening dat, doordat de moeder van de jongen de gelegenheid heeft gekregen op de website van EénVandaag te verwijzen naar haar eigen website, direct bekend was dat hij het desbetreffende familielid is. Uit een reactie op de website van de moeder blijkt dat de gewraakte uitzending ertoe heeft geleid dat hij als dader wordt beschouwd, aldus klager. Voor zover verweerders stellen dat zijn naam in andere publicaties volledig is vermeld, wijst klager er ter zitting op dat hij met die publicaties geen problemen heeft omdat daarin duidelijk wordt gemaakt dat de vermeende bedreiging een mening betreft. Zijn naam mag dus vermeld worden, als dat maar in een juiste, open en eerlijke context gebeurt, aldus klager ter zitting.
Klager betoogt dat hij aldus door de uitzending in zijn belangen is geschaad. Hij heeft dit bij brief van 7 juni 2010 aan de redactie kenbaar gemaakt en om rectificatie verzocht. De redactie heeft daarop niet gereageerd, hetgeen klager niet correct acht. Ter zitting wijst hij er in dit verband nog op dat nu de vermeende bedreiging in de gewraakte uitzending als vaststaand feit is gepresenteerd, dit door andere media als vaststaand feit zal worden overgenomen.
 
Verweerders stellen dat zij naar aanleiding van de heropening van het onderzoek naar de dood van de bewuste jongen zijn overgegaan tot het maken van een reportage. Het betreft hier een bijzonder nieuwsfeit en het is een journalistieke taak om mogelijke misstanden aan de kaak te stellen, zeker daar waar het de overheid betreft. Ook in een eerdere uitzending van EénVandaag, vijf jaar geleden, is kritische aandacht besteed aan de handelwijze van politie en justitie in deze kwestie.
Verweerders benadrukken dat de reportage niet tot doel had een dader te ontmaskeren en/of aan te wijzen, maar het optreden van politie en justitie in deze zaak kritisch te beschouwen. Met het item is de vraag gesteld of de zaak toentertijd niet te snel als een ongeluk is afgedaan, waarbij de omstandigheden niet konden worden opgehelderd. In de uitzending zijn allerlei zaken rondom het vinden van de jongen de revue gepasseerd. Daardoor zijn verweerders tot de conclusie gekomen dat het op z’n minst vreemd is dat politie en justitie toentertijd de zaak niet veel diepgaander hebben onderzocht. Ter zitting voegen verweerders hieraan toe dat de uitzending een opsomming van losse eindjes in het onderzoek van politie en justitie bevat, waarop nader wordt ingezoomd.
De zin “Dat hij bovendien ernstig bedreigd werd” is gebruikt in de context van de presentatietekst aan het begin van het item, waarbij het gebruikelijk is dat in een paar zinnen de kern van een onderwerp wordt neergezet. In dit geval is de kern een kritische beschouwing ten aanzien van de handelwijze van politie en justitie met betrekking tot deze zaak. De zin is derhalve niet geplaatst in een context betreffende het aanwijzen van een mogelijke dader. Volgens verweerders blijkt uit de uitzending bovendien, dat in ieder geval de jongen, zijn moeder en naaste vrienden van mening waren dat sprake was van ernstige bedreiging, en dat het Openbaar Ministerie van die bewering officieel op de hoogte was. Verweerders zien niet hoe klager door de gewraakte zin, binnen de context, in zijn belang wordt geschaad. Er wordt op geen enkele manier een verwijzing gemaakt naar de identiteit van klager, aldus verweerders.
Dat in de uitzending wordt gemeld dat het om een familielid zou gaan, leidt volgens verweerders evenmin tot identificeerbaarheid van klager. Die vermelding achtten verweerders relevant, omdat de omstandigheid dat het om een familielid zou gaan tot extra alertheid bij de politie had moeten leiden. Ter zitting voegen verweerders hieraan toe dat de bedreiging en de omstandigheid dat het OM hiervan op de hoogte was, als hiervoor bedoelde losse eindjes kunnen worden aangemerkt. Politie en justitie hadden in ieder geval iets met de aangifte van bedreiging moeten doen. Ook van dit punt wilden verweerders melding maken in de uitzending, zo stellen zij ter zitting.
Verweerders hebben bewust ervoor gekozen de naam van klager niet te vermelden, waar andere media dat wel hebben gedaan. Die vermelding was, gelet op de insteek en het doel van de uitzending, niet relevant. Aangezien klager identificeerbaar noch herkenbaar is in de uitzending, achtten verweerders het ook niet relevant om te vermelden dat klager ter zake van de vermeende bedreiging een andere mening is toegedaan dan de moeder van de jongen. Om die reden is dan ook geen wederhoor toegepast. Wel is klager om nadere informatie gevraagd, net als andere personen die door de redactie zijn benaderd. Nu bewust is gekozen voor een insteek waarbij de handelwijze van de politie de kern vormde, achtten verweerders het niet nodig om klager in de uitzending aan het woord te laten, zo stellen zij ter zitting.
Verweerders betwisten voorts dat het hen te verwijten valt dat klager identificeerbaar is in de passage op de website van de moeder van de jongen, waarnaar door haar is verwezen op de website van verweerders. Verweerders menen dat zij niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor gevolgtrekkingen van derden of voor hetgeen derden stellen op websites waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn. Verweerders hebben zelf geen hyperlink naar de website van de moeder aangebracht. Volgens verweerders hebben zij zich gehouden aan de eisen van journalistieke zorgvuldigheid met betrekking tot privacy en hebben zij klager niet identificeerbaar in de uitzending of op de site vermeld.
Ten aanzien van klagers verzoek over te gaan tot rectificatie melden verweerders dat zij de brief van klager nooit hebben gezien. Het was geen opzet om de klacht van klager te negeren. Indien verweerders van de brief kennis hadden genomen, hadden zij uiteraard een reactie gestuurd. Verweerders betreuren deze gang van zaken dan ook.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de privacy van klager is geschaad, dat ten onrechte als feit is gepresenteerd dat een familielid verantwoordelijk zou zijn voor bedreiging van de overleden jongen en zijn moeder, en dat de redactie niet heeft gereageerd op klagers brief.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het stond verweerders dan ook vrij om aandacht te besteden aan de heropening van de zaak betreffende de dood van de bewuste jongen en daarbij de handelwijze van de politie en justitie in die zaak aan de kaak te stellen. Naar het oordeel van de Raad blijkt die insteek duidelijk uit de uitzending. De reportage bevat verschillende kritische kanttekeningen betreffende onderdelen van het justitieel onderzoek, conclusies die daarin zijn getrokken en handelingen van politie en justitie.
 
De melding van bedreiging van de jongen en diens moeder komt in de uitzending als één van de onderdelen in het justitieel onderzoek naar voren. De vermelding dat het daarbij zou gaan om een familielid, had naar het oordeel van de Raad weggelaten kunnen worden. Dat verweerders dat niet hebben gedaan, leidt echter niet tot de conclusie dat zij daarmee journalistiek ontoelaatbaar jegens klager hebben gehandeld.
 
In dat verband acht de Raad relevant dat de naam van klager niet is vermeld en dat ook anderszins niet zodanig over hem is bericht dat hij in de uitzending of in de reactie op de website van EénVandaag algemeen herkenbaar is. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat klager – objectief bezien – door de uitzending of die reactie wordt gediskwalificeerd.
De omstandigheid dat de moeder in een reactie op de website van verweerders heeft verwezen naar haar eigen website, als gevolg waarvan klager mogelijk wel herkenbaar is, maakt dit niet anders. Hoewel verweerders verantwoordelijk zijn voor de inhoud van reacties die worden geplaatst op hun website, kan niet worden geconcludeerd dat op dit punt sprake is van journalistiek onzorgvuldig handelen, nu de geplaatste reactie geen beschuldiging aan het adres van klager bevat.
Voorts is voor de gemiddelde kijker voldoende duidelijk dat de moeder van de overleden jongen aan de autoriteiten heeft laten weten dat zij zou zijn bedreigd en dat de (vermeende) dader een familielid is, maar dat de juistheid van die beschuldiging (nog) niet door justitie is vastgesteld.
 
Het standpunt van klager dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld door niet op zijn brief te reageren, deelt de Raad evenmin, nu verweerders gemotiveerd hebben aangevoerd dat zij die brief niet hebben gezien en de klacht niet bewust hebben willen negeren.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 december 2010 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, H. Blanken, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. J.R. van Ooijen en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.