2010/53 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
R. Mulders en de hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad
 
Bij brief van 13 augustus 2010 met twee bijlagen heeft mr. C. Nierop, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Mulders en de hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Elshout, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 29 september 2010 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 oktober 2010. Namens klager is daar mr. Nierop verschenen. Van de kant van verweerders waren voornoemde Mulders en Elshout aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 19 februari 2010 is in Het Financieele Dagblad een artikel van de hand van Mulders verschenen onder de kop “Internetmiljonair wil met gratis vacaturesite nog één keer vlammen”. De lead van het artikel luidt:
“Hij streek € 28 mln op met de verkoop van Nationale Vacaturebank, startte een vakantieportal en komt nog voor de zomer met een nieuwe, gratis vacaturesite. Jan-Peter Cruiming (44) is na een reeks successen en een enkele uitglijder toe aan een volgende fase in zijn ondernemersbestaan. Want een heel groot bedrijf leiden, daar is hij de persoon niet voor.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Ondertussen is Cruiming al met een volgend bedrijf bezig. Holidot (uit te spreken als holliedot) moet een zoekmachine worden, waar de bezoeker alle hotels, campings, appartementen en B&B’s ter wereld kan vinden, vergelijken en boeken. (…) De website is nooit uit de testversie gekomen. Tientallen, veelal jonge, werknemers staan op straat.
Cruiming wijst met de beschuldigende vinger naar de ingehuurde webbouwer [X], die telkens weer bezweert dat de site op de deadline live zal gaan draaien zodat de eerste boekingen kunnen worden verwerkt. Achter deze 25-jarige serieondernemer gaat, zo blijkt uit de registers van de Kamer van Koophandel, een waaier aan bv’s schuil, deels gefinancierd door een Gronings-Turkse uitbater van gokkasten.”
en
“‘Dit concept was technisch moeilijk’, erkent Cruiming, ‘maar de webbouwer zei dat hij dat kon doen en had er ook zijn handtekening voor gezet.’ Na de teloorgang van Holidot, in december 2008, is van [X] weinig meer vernomen. Uit zijn LinkedIn-profiel blijkt dat hij zich tegenwoordig in Zwitserland ophoudt. Hij doet klussen voor DreamNex, het beursgenoteerde Franse pornositeconcern.”
 
Een nagenoeg gelijkluidend artikel is op de website www.fd.nl verschenen, waarbij tussen de hiervoor geciteerde passages de subkop “Vogel is naar Zwitserland gevlogen” is geplaatst.

Op 27 februari 2010 is in het Financieele Dagblad een column van hoofdredacteur U. Jonker verschenen met de kop “Beeldvorming en wederhoor”. Deze column bevat onder meer de volgende passage:
“Soms ligt het wat ingewikkelder. Zo verscheen onlangs op de pagina Entrepreneur van de krant een artikel over het nieuwe project van internetmiljonair Jan-Peter Cruiming (Nationale Vacaturebank) die het trucje nog een keer wil doen, met een nieuwe banensite. Hij verhaalt daarbij over een eerder, mislukt project: Holidot, dat een allesomvattende reisportal moest worden. De mislukking wordt door Cruiming geweten aan de ingehuurde webbouwer, [X].
Onze verslaggever gaat op zoek naar wederhoor, maar kan [X] niet traceren. Hij vindt wel allerlei interessante sporen en vermeldt die ook. Hij laat echter na om expliciet te melden dat [X] zelf niet te vinden was voor commentaar op de uitlatingen van Cruiming. Ongelukkigerwijs wordt in de internetversie van het artikel ook nog eens zonder overleg met de auteur de tendentieuze tussenkop ‘Vogel is naar Zwitserland gevlogen’ toegevoegd, die niet in de krant staat. [X] is inmiddels gevonden. En zijn advocaat heeft zich gemeld. Dat was niet nodig geweest. Onze kolommen staan gewoon open voor het verweer van [X].”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de publicatie onjuist en tendentieus is, waardoor hij ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld. Zo had hij de website tijdig aan Cruiming kunnen leveren, indien Cruiming niet te elfder ure aanpassingen had gewild. In strijd met de waarheid wordt de schuld voor het mislukken van het project Holidot bij klager neergelegd. De samenwerking tussen Cruiming en klager is in onderling overleg beëindigd, waarbij is overeengekomen dat geen van de partijen blaam treft voor het mislukken van het project. Bovendien heeft klager tot mei 2009 contact gehad met Cruiming. De stellingen ‘dat van klager na december 2008 niks meer is vernomen’ en ‘de vogel is gevlogen’ zijn derhalve eveneens in strijd met de waarheid. Cruiming had eenvoudig de contactgegevens van X aan verweerders kunnen verstrekken. Klager benadrukt dat hij niet naar Zwitserland is ‘gevlucht’, maar daar op dit moment werkt. Hij wordt bovendien ten onrechte afgeschilderd als ongure ondernemer, onder meer door de vermelding dat DreamNex een pornositeconcern is. Voorts heeft hij ter spreiding van risico’s aandelen in drie B.V.’s, hetgeen een gangbare praktijk is in de Nederlandse economie. De mededeling dat er een ‘waaier van B.V.’s’ achter klager schuilgaat, is dan ook suggestief en brengt het beeld naar voren van een louche ondernemer.
De fouten in het artikel zijn ontstaan, doordat klager niet in de gelegenheid is gesteld zijn versie van het verhaal te geven en verweerders onvoldoende onderzoek hebben verricht. Volgens klager was hij eenvoudig te traceren geweest via LinkedIn.
Verder stelt klager dat zijn privacy is geschaad door de publicatie van zijn naam, verblijfplaats en huidige werkgever. Klagers goede naam is door de publicatie ernstig aangetast en hij heeft daardoor schade ondervonden. In dat verband merkt klager op dat het artikel ook op de websites van Z24 en Hyped is te vinden.
Ten slotte stelt klager dat hij verweerders op 22 februari 2010 schriftelijk heeft verzocht tot rectificatie over te gaan, maar dat verweerders een passende en ruimhartige rechtzetting hebben geweigerd. Het aanbod van verweerders een ingezonden brief van klager te plaatsen is volstrekt ontoereikend en de column van de hoofdredacteur kan evenmin als deugdelijke rectificatie worden aangemerkt, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat zij voorafgaand aan de publicatie onderzoek hebben gedaan en hebben getracht de contactgegevens van klager te achterhalen. Cruiming toonde tijdens het interview met Mulders geen enkele bereidheid om de contactgegevens van klager te verschaffen. Mulders is op het internet op zoek gegaan naar contactgegevens van Pure Hosting, het bedrijf van klager. De website van dit bedrijf meldt dat Pure Hosting per 1 januari 2010 is overgegaan naar Happy Hosting. Mulders heeft vervolgens gesproken met de directeur van Happy Hosting, die hem evenmin contactgegevens van klager verstrekte. Bovendien heeft Mulders via de registers van de Kamer van Koophandel tevergeefs gezocht naar mogelijke aanknopingspunten ter zake van contactgegevens van klager. Verweerders merken verder op dat zij alleen via LinkedIn het adres en e-mailadres van klager hadden kunnen achterhalen indien zij met klager gelinked waren, hetgeen niet het geval was.
Het betoog van klager dat sprake is van tendentieuze berichtgeving, wordt door verweerders tegengesproken. De verwijten aan het adres van klager zijn voor rekening van Cruiming. Het verslag van de zoektocht van Mulders in de registers van de Kamer van Koophandel is feitelijk juist. Nergens wordt gesuggereerd dat klager naar Zwitserland is gevlucht, alleen dat hij nu werkt voor DreamNex. Dat dit Euronext-fonds actief is in pornosites is geen geheim. De suggestieve tussenkop op internet is niet van de hand van Mulders en staat niet in het krantenartikel. Deze tussenkop is trouwens zo snel mogelijk door verweerders verwijderd.
Ten aanzien van de door klager gewenste rectificatie merken verweerders nog op dat zij de door klager geëiste rechtzetting hebben geplaatst, te weten middels de column van de hoofdredacteur van 27 februari 2010. Bovendien is klager het aanbod gedaan in een ingezonden brief op het artikel te reageren, van welke gelegenheid hij geen gebruik heeft gemaakt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. verweerders hebben ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan het adres van klager geuit, zonder klager voldoende gelegenheid tot wederhoor te bieden;
  2. de privacy van klager is ongerechtvaardigd aangetast;
  3. de door klager ingediende klacht is door verweerders niet op juiste wijze afgehandeld.
Ad 1.
Naar het oordeel van de Raad laat de vormgeving van het artikel – de wijze van presenteren van feiten en meningen – de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van klager niet deugt. Daarbij is de berichtgeving zodanig toegespitst op de persoon van klager dat de gemiddelde lezer zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de in het artikel aan de orde gestelde mislukking van het project Holidot voornamelijk klager te verwijten is.
 
Aldus is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag en behoorlijke toepassing van wederhoor hadden mogen publiceren. (zie punten  2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
Klager heeft de aantijgingen aan zijn adres gemotiveerd betwist, terwijl verweerders niet aannemelijk hebben gemaakt dat voor de berichtgeving voldoende grondslag aanwezig is. Voorts dient aan verweerders te worden toegerekend, dat niet voorafgaand aan de publicatie wederhoor bij klager is toegepast. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verweerders via LinkedIn – indien nodig, met behulp van een nieuw profiel – eenvoudig de contactgegevens van klager hadden kunnen achterhalen dan wel een bericht aan klager hadden kunnen sturen.
Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.
 
Ad 2.
Klager is herhaaldelijk in het artikel genoemd. Weliswaar dient een publicatie zoveel mogelijk de gegevens te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen, maar daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)  
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2008/32)
In dit geval is niet gebleken dat met de vermelding van de volledige naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van het artikel. Niet is gebleken dat door het weglaten van diens volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. De Raad komt dan ook tot de slotsom dat de vermelding van klagers naam een ongerechtvaardigde aantasting vormt van diens privéleven. Ook op dit punt is de klacht gegrond.
 
Ad 3.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen had het op de weg van verweerders gelegen over te gaan tot een passende en ruimhartige rechtzetting, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie op onvolledige informatie was gebaseerd. (zie punt 6.1. van de Leidraad) Dit hebben verweerders ten onrechte nagelaten.
 
Dat de hoofdredacteur in zijn column van 27 februari 2010 aandacht aan de kwestie heeft besteed, kan hieraan niet afdoen. In de column is niet ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de gewraakte berichtgeving niet juist was. De Raad is van oordeel dat die column de nadelen die klager van de gewraakte publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende heeft kunnen herstellen.
Het aanbod van verweerders om een ingezonden brief van klager te publiceren, kan evenmin als een deugdelijke rectificatie worden beschouwd en ontslaat de journalist niet van zijn verplichting de onjuistheden c.q. onvolledigheden eigener beweging recht te zetten. Ook dit onderdeel van de klacht slaagt daarom.

Conclusie
Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, hebben verweerders derhalve de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Financieele Dagblad en op de website www.fd.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2010 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. E.J.M. Lamers, A. Mellink MPA en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.