2010/49 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. Eijkman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant
 
Bij brief van 10 augustus 2010 met negen bijlagen heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Eijkman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 3 september 2010.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 september 2010, waar klaagster is verschenen. Van de zijde van verweerders zijn verschenen P. Kersten, redactiechef, en P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur NHD/HDC Media. Klaagster heeft haar klacht toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Op 20 februari 2010 is in de Alkmaarsche Courant een artikel verschenen onder de kop ‘Wietplantage in woning NCPN’er. Het artikel bevat de volgende passages:
“Naar nu bekend is geworden bevond de hennepkwekerij, die in november 2009 in Heiloo werd aangetroffen, zich in de woning van (X). Zij is tweede op de kieslijst voor de Nieuwe Communistische Partij Nederland in Heiloo.”
en
“(X) zegt niet betrokken te zijn geweest bij de wietplantage. ,,Ik ben geen partij in deze zaak en ben ook niet als zodanig gedagvaard of veroordeeld. Het betrof een familielid. Ik heb hier niet om gevraagd en wilde dit ook niet. Ik heb mij hier van gedistantieerd.””
 
Vervolgens is op 3 augustus 2010 een artikel in de Alkmaarsche Courant verschenen onder de kop “Hennepteelt in woning Heiloo van kandidaat-raadslid”. Het artikel bevat de volgende passage:
“Volgens advocaat R. Pardijs wordt het langzamerhand de standaardprocedure bij hennepteelt; mensen in financiële problemen worden benaderd door professionele telers om tegen vergoeding ruimte ter beschikking te stellen. De aanleg en het onderhoud komen voor rekening van de telers. Dat was ook gebeurd bij het echtpaar T.T. (56) en M.V. (52) uit Heiloo.”
Na een weergave van de rechtszaak luidt de slotpassage als volgt:
“De Heiloose was ten tijde van de ontdekking van de kwekerij kandidaat-gemeenteraadslid. Haar personalia waren via de krant naar buiten gekomen. Het echtpaar heeft zijn woning in Heiloo inmiddels verkocht om in het oosten van het land met schone lei een nieuwe start te kunnen maken.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat zij als privépersoon en als kandidaat-raadslid, haar familie en de NCPN aantoonbaar negatief in het daglicht worden gezet in de artikelen. Wat de wietplantage betreft wijst zij erop dat in november 2009 in haar woning een wietplantage is verwijderd en dat twee familieleden zijn aangehouden. De dag erna heeft klaagster vrijwillig op het politiebureau een verklaring afgelegd. Klaagster benadrukt dat zij op dat moment geen verdachte was, niet was gedagvaard en dus ook geen partij was. Over de zaak is twee dagen later in de Alkmaarsche Courant bericht, waarbij de straatnaam en de woonplaats zijn vermeld.
Volgens klaagster heeft verslaggeefster Eijkman in februari contact opgenomen met de fractievoorzitter van de NCPN, de heer Gomes, en hem gevraagd of hij op de hoogte is dat klaagster, kandidaat voor de NCPN, betrokken zou zijn bij het houden van een wietplantage. Daarbij zou Eijkman hebben vermeld dat zij deze informatie uit anonieme en politieke bron heeft ontvangen. Klaagster heeft later die dag zelf contact met Eijkman gezocht om te benadrukken dat zij geen verdachte en geen partij is bij de zaak. Daarop heeft Eijkman een concept van het artikel dat zij zou publiceren voorgelegd, maar klaagster ging daarmee niet akkoord. Zij wijst erop dat in het artikel haar naam en voornaam en de NCPN zijn vermeld als ook een verwijzing naar het eerdere artikel, waarin het adres was opgenomen. En kennelijk werd het van groot belang gevonden om het artikel de dag erna, in de zaterdageditie, te publiceren. De avond voor publicatie heeft klaagster via zijn voice-mail de heer Kersten dringend verzocht contact met haar op te nemen. Daaraan heeft hij geen gehoor gegeven, aldus klaagster ter zitting.
Klaagster benadrukt de impact van een dergelijk artikel en zij stelt dat zij en haar familie door dat artikel publiekelijk aan de schandpaal zijn genageld. Dit klemt volgens haar te meer nu het artikel ook langs andere weg op internet terecht is gekomen, met nare reacties richting haar en de heer Gomes als gevolg. Klaagster acht haar privacy dan ook geschonden. Volgens haar is sprake van een aanval jegens haar, de NCPN en Gomes en ondervindt zij veel schade van de artikelen. Zo werd zij met de artikelen geconfronteerd door kennissen, maar ook door de nieuwe eigenaren van hun huis. Ter zitting wijst zij er voorts op dat een en ander zich afspeelde vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het artikel kwam dus voor sommige politici als een geschenk uit de hemel, aldus klaagster.
Voor de volledigheid wijst klaagster erop dat tot haar grote verbazing haar man en zijzelf toch werden gedagvaard, waarna de rechter haar medeplichtig achtte. Ook daarna kon de lezer alle smeuïge details vernemen uit de krant, zo stelt klaagster. In de inleiding van het tweede artikel worden slechts een paar regels gewijd aan het feit dat steeds vaker mensen in financiële problemen worden benaderd, maar uiteindelijk ging het artikel op buitenproportionele wijze over haar problemen, aldus klaagster ter zitting. Dat in het artikel wordt vermeld dat zij en haar man met een schone lei beginnen, benadrukt volgens klaagster de ernst van de overtreding, alsof zij misdadigers zijn. En wordt bovendien geïnsinueerd dat klaagster volledig heeft gefaald. En niet alleen de initialen worden vermeld, maar ook de leeftijd. Klaagster voelt dit als een trap na. Bovendien bevat een artikel een onjuistheid, nu zij ten tijde van het ontdekken van de wietplantage nog geen kandidaat-gemeenteraadslid was.
Klaagster voelt zich door beide artikelen in haar goede eer en naam aangetast.
 
Verweerders stellen dat het artikel van 20 februari niet lichtvaardig tot stand is gekomen. De bezwaren van klaagster tegen de publicatie zijn zorgvuldig gewogen en uiteindelijk is besloten een en ander in deze vorm te publiceren met vermelding van de volledige naam van klaagster. Daarbij is betrokken dat klaagster een hoge plek op de kieslijst van haar partij heeft aanvaard, als gevolg waarvan klaagster volgens verweerders een publiek figuur is geworden. Waar het om publieke functies gaat, hanteert de krant een eigen privacyrichtlijn. Daarin staat onder meer vermeld: “Voor aantijgingen van zakelijke of juridische aard gelden uiteraard alle journalistieke principes als hoor en wederhoor onverkort. Wel mag de naam van betrokkene genoemd worden: het gaat hier immers om een rolmodel of iemand die een zelf verkozen publieke functie vervult.” Van een persoonlijke aanval jegens klaagster is geenszins sprake, zo stellen verweerders ter zitting. Het artikel is aantoonbaar objectief. Bovendien is het artikel niet op slechts één bron, de tipgever, gebaseerd, maar is de informatie daarna gecheckt en onder andere door de politie bevestigd, aldus verweerders ter zitting.
Het tweede artikel is voorts een evenwichtig rechtbankverslag, aldus verweerders, waarin aan de hand van de individuele zaak ook een breder probleem wordt aangekaart. Dat in dit artikel slechts de initialen zijn vermeld, is omdat klaagster op dat moment – geruime tijd na de verkiezingen – niet meer werd aangemerkt als publiek figuur, zo brengen verweerders ter zitting naar voren. Het vermelden van de leeftijden is volgens verweerders voorts standaard gebruik bij hun krant. De lengte van een rechtbankverslag kan overigens verschillen, evenals de plaats waar het wordt gepubliceerd.

Het is aan de redactie om te oordelen waarover en waar wordt gepubliceerd, zo stellen verweerders ter zitting.
Tot slot wijzen verweerders er nog op dat het aanbod is gedaan tot een persoonlijk gesprek. Klaagster is hier echter niet op ingegaan, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat met de artikelen de privacy van klaagster onevenredig is geschonden.
 
Het artikel van 20 februari 2010
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad) Het stond verweerders derhalve vrij te beslissen aandacht te besteden aan de informatie over de in het huis van klaagster aangetroffen wietplantage die hen ter ore was gekomen.
 
De Raad overweegt voorts dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Hun privégedrag en gedrag in besloten en privé-omgeving hebben recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren. (zie punten 2.4.1. en 2.4.2. van de Leidraad)
 
De Raad stelt vast dat klaagster ten tijde van het verschijnen van de publicatie van 20 februari als kandidaat stond vermeld op de kieslijst van de NCPN ten behoeve van de gemeenteraadsverkiezingen. Naar het oordeel van de Raad diende zij zich bij het aanvaarden van een voor de gemeenteraad verkiesbare plaats te realiseren dat daarbij haar naam openbaar zal worden gemaakt. Voorts is niet betwist dat de vermelding in het artikel dat een wietplantage in het huis van klaagster is aangetroffen, juist is. Hoewel het mogelijk pijnlijk is voor klaagster dat dergelijke informatie over haar wordt gepubliceerd, is dit naar het oordeel van de Raad een risico dat het kandidaat stellen voor een publieke functie als gemeenteraadslid met zich brengt. De Raad overweegt dan ook dat het vermelden van de volledige naam van klaagster in de context van het artikel over de in haar woning aangetroffen wietplantage geen onevenredige aantasting van het privéleven van klaagster betreft. Nu de publieke functie verband houdt met de NCPN hebben verweerders evenzeer in redelijkheid de naam van de partij daarbij kunnen vermelden.
 
Het artikel van 3 augustus 2010
In het verlengde van het bovenstaande bevat naar het oordeel van de Raad het artikel van 3 augustus evenmin een onevenredige aantasting van het privéleven van klaagster. Daarbij overweegt de Raad dat klaagster in dat artikel met initialen is aangeduid. Weliswaar is tevens de leeftijd van klaagster vermeld en is een verwijzing opgenomen naar haar kandidaat-lidmaatschap voor de NCPN ten tijde van de ontdekking van de wietplantage. Dit maakt echter niet dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking hetgeen ten aanzien van het artikel van 20 februari 2010 is overwogen.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 november 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.