2010/48 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
W. Gomes
 
tegen
 
M. Eijkman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant
 
Bij brief van 1 augustus 2010 met diverse bijlagen heeft W. Gomes te Heiloo (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Eijkman en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 3 september 2010.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 september 2010, waar klager is verschenen. Van de zijde van verweerders zijn verschenen P. Kersten, redactiechef, en P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur NHD/HDC Media. Klager heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Op 17 februari 2010 is in de Alkmaarsche Courant een artikel van de hand van Eijkman verschenen onder de kop “NCPN-kandidaat geeft zetel op”, waarvan de intro luidt:
“Mirjam Cnossen staat nog wel als vierde op de kieslijst van de Nieuwe Communistische Partij Nederland in Heiloo, maar geeft haar zetel op in het geval ze gekozen wordt. Cnossen meent dat ze te weinig inbreng heeft gehad bij het opstellen van het verkiezingsprogramma.”
Vermeld wordt uit welke 5 kandidaten de kieslijst voor de NCPN bestaat en dat klager lijsttrekker is. Het artikel bevat vervolgens de volgende passage:
“Cnossen zegt zich van meet af aan buitengesloten te hebben gevoeld. ,,De anderen kenden elkaar al, ik was een vreemde eend in de bijt.” Van samenwerking of overleg over het programma was volgens haar nauwelijks sprake. ,,Ik mocht wel punten inbrengen, maar uiteindelijk lag daar gewoon het programma van Gomes, met heel beknopt wat van mijn inbreng erin opgenomen. Mijn modernere versie met de inbreng van alle kandidaten werd door hem van tafel geveegd.”
Uiteindelijk liepen de gemoederen zo hoog op, dat Cnossen naar het gemeentehuis toog om zich van de lijst te laten verwijderen. ,,Maar dat kon niet meer, de lijst was definitief. En solo verder gaan is voor mij niet haalbaar. Daarom heb ik besloten mijn raadszetel op te geven, als ik gekozen word. Ik loop kennelijk niet in Gomes’ pas mee.”
Een nare situatie, reageert Gomes. ,, Ik heb haar erbij gevraagd vanwege haar goede inzet voor het aanpassen van de snelheidslimiet op de Beliëslaan. Maar we kwamen er met het programma niet uit. De anderen gingen akkoord, maar zij bleef trammelant maken en heeft besloten er uit te stappen. Er staan dus wel vijf namen op de lijst, maar we moeten met zijn vieren verder.””
 
Op 20 februari 2010 verschijnt in de Alkmaarsche Courant een artikel onder de kop “Wietplantage in woning NCPN’er”. Het artikel bevat de volgende passages:
Naar nu bekend is geworden bevond de hennepkwekerij, die in november 2009 in Heiloo werd aangetroffen, zich in de woning van (X). Zij is tweede op de kieslijst voor de Nieuwe Communistische Partij Nederland in Heiloo.”
en
“(X) zegt niet betrokken te zijn geweest bij de wietplantage. ,,Ik ben geen partij in deze zaak en ben ook niet als zodanig gedagvaard of veroordeeld. Het betrof een familielid. Ik heb hier niet om gevraagd en wilde dit ook niet. Ik heb mij hier van gedistantieerd.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders met de artikelen hem als fractievoorzitter, de NCPN als partij en ook mevrouw X aantoonbaar negatief hebben belicht. Dat begon volgens klager met het eerste artikel, dat centraal op de voorpagina van de Alkmaarsche Courant (Stad en Streek) werd geplaatst. Met grote zwarte letters wordt daarin gewag gemaakt van het feit dat mevrouw Cnossen heeft besloten om haar kandidatuur terug te trekken. Klager benadrukt dat Cnossen aantoonbaar inspraak heeft gehad bij het samenstellen van het verkiezingsprogramma. Met haar geringe kennis van de plaatselijke politiek wilde zij echter haar wil inzake de beeldvorming en de presentatie van de NCPN richting de burgers doordrammen, aldus klager. Waarbij zij, volgens klager, luid schreeuwend haar onvermogen om in te stemmen met een democratisch meerderheidsbesluit ten gehore bracht. Dit heeft Cnossen ook bevestigd tegenover mevrouw Eijkman, zo stelt klager.
Klager wijst er voorts op dat het artikel kennelijk zo nieuwswaardig werd gevonden dat het prominent centraal op de voorpagina werd geplaatst. Volgens klager heeft Eijkman hieromtrent laten weten dat zij het artikel liever onder aan de pagina had gezien, maar dat haar chef anders heeft besloten. Klager verdenkt verweerders er van het interne NCPN-probleem bewust op te blazen tot genoemde en bewezen schadelijke proporties. Ter zitting voegt hij hier aan toe dat in zijn ogen het artikel een provocatie is om de NCPN verkiezingsschade toe te brengen. In het verlengde hiervan wijst klager erop dat een CDA-lid met voorkeurstemmen was gekozen, maar haar recht op een plaats als raadslid niet accepteerde. Volgens klager was daar sprake van kiezersbedrog. Maar aan die vorm van kiezersbedrog hebben verweerders geen enkele publiciteit geschonken, aldus klager. Klager maakt hier uit op dat bij verweerders sprake is van journalistieke partijdigheid.
Met betrekking tot het tweede artikel brengt klager naar voren dat Eijkman de dag voor de publicatie met hem contact op heeft genomen en hem heeft gevraagd of hij op de hoogte is dat mevrouw X, een kandidaat voor de NCPN, betrokken zou zijn bij het houden van een wietplantage. Klager heeft Eijkman vervolgens geadviseerd contact met X op te nemen. Na intensief contact bleek dat Eijkman de dag daarna, zaterdag 20 februari, het artikel wilde publiceren. Tevens bleek dat zowel de voor- als achternaam van X zou worden genoemd, als ook de NCPN. Tevergeefs hebben klager en X vervolgens geprobeerd de publicatie te voorkomen. Klager stelt dat Eijkman hem heeft gemeld dat zij deze informatie uit anonieme en politieke bron heeft ontvangen. Klager maakt daaruit op dat de informatie uit anti-NCPN-bron is ontvangen. Ter zitting brengt hij in dit kader naar voren dat hij heeft achterhaald dat de informatie afkomstig is van een huidig VVD-raadslid. Klager acht het een kwalijke zaak dat informatie uit een dergelijke bron reden is geweest voor publicatie. Voorts wijst klager erop dat de versie van het gepubliceerde artikel afwijkt van de versie die Eijkman de dag voor publicatie aan X heeft gezonden. Zo is de kop “NCPN-kandidaat distantieert zich van wietplantage” gewijzigd in “Wietplantage in woning NCPN’er”. Ook is in de gepubliceerde versie “Van onze verslaggeefster” vervangen door “Heiloo” en eindigde de toegezonden versie met twee vraagtekens. Voor zover verweerders deze aanpassing toeschrijven aan het feit dat het een 1-kolomsbericht is, wijst klager ter zitting op verschillende 1-kolomsberichten waarbij de verslaggever wel is vermeld.
Klager brengt naar voren dat de artikelen hem veel verdriet hebben bezorgd en ziet de artikelen als een hetze tegen personen van de NCPN. Volgens hem hebben meerdere inwoners van Heiloo het schandalig geacht dat X met naam en toenaam werd genoemd. In dit kader wijst klager op verschillende voorbeelden van artikelen waarbij niemand met volledige naam wordt vermeld. Ter zitting wijst hij bovendien op een aantal artikelen over onder meer artsen, politieagenten en psychiaters, waarbij de volledige naam ook niet is vermeld. Ook uit uitspraken van onder meer Peter R. de Vries en advocaat Hans Anker blijkt dat zelfs verdachten en veroordeelden niet herkenbaar met naam en toenaam in de pers worden vermeld.
Klager stelt dat verweerders tevergeefs dringend is verzocht het artikel van 20 februari 2010 niet te plaatsen. Daarnaast wijst hij erop dat dat artikel ook is geplaatst op Heiloo-online, hetgeen tot een nog groter verspreiding van het artikel heeft geleid en tot zeer negatieve opmerkingen naar X en hemzelf. Ter zitting voegt klager hier aan toe dat naar zijn mening verweerders met het artikel een duidelijk oordeel over X uitspreken.
Tot slot wijst klager erop dat hij sinds maart 2002 enig raadslid is voor de NCPN en dat hij als politicus een zeer goede naam in Heiloo heeft opgebouwd, vanwege onder meer zijn niet aflatende strijd voor rechtvaardigheid en waarheidsvinding. Met de gewraakte artikelen hebben hij en X grote persoonlijke en politieke schade opgelopen en is de goede naam van Heiloo in diskrediet gebracht.
 
Verweerders stellen met betrekking tot het eerste bericht dat daarmee het nieuws wordt gebracht dat een kandidaat-raadslid zich van de lijst wilde schrappen. Volgens hen schetst het artikel keurig wat er aan de hand is, waarbij klager het laatste woord heeft. Het artikel achten verweerders dan ook beschaafd, onpartijdig en objectief. Zij stellen tevens dat niet lijsttrekkers, maar de redactie beslist of een bericht nieuwswaardig is. Voorts wijzen zij erop dat het artikel niet op de voorpagina maar op de eerste pagina van het streekkatern is geplaatst.
Het bericht van 20 februari 2010 is volgens verweerders een feitelijk bericht, waarbij zij constateren dat mevrouw X de gelegenheid heeft gekregen te reageren. Over haar wordt geen oordeel uitgesproken, aldus verweerders. In dit kader wijzen verweerders erop dat X inmiddels wel een werkstraf is opgelegd.
Wat het wegvallen van “Van onze verslaggeefster” betreft wijzen verweerders erop dat het tot de basisregels van hun vormgeving behoort geen bronvermelding te plaatsen bij 1-kolomsberichten. De kop is gewijzigd, omdat de aanvankelijke kop niet boven een 1-kolomsbericht paste en omdat de nieuwe kop inhoudelijk beter is. Wat het vermelden van de volledige naam van X betreft, menen verweerders dat zij correct hebben gehandeld. Daarbij is betrokken dat X een hoge plek op de kieslijst van haar partij heeft aanvaard. Daarmee is X volgens verweerders een publiek figuur geworden. Waar het om publieke functies gaat, hanteert de krant een eigen privacyrichtlijn. Daarin staat onder meer vermeld: “Voor aantijgingen van zakelijke of juridische aard gelden uiteraard alle journalistieke principes als hoor en wederhoor onverkort. Wel mag de naam van betrokkene genoemd worden: het gaat hier immers om een rolmodel of iemand die een zelf verkozen publieke functie vervult.” Van een persoonlijke aanval jegens X of de NCPN is geenszins sprake, zo stellen verweerders ter zitting. Het artikel is aantoonbaar objectief. Bovendien is het artikel niet op slechts één bron, de tipgever, gebaseerd, maar is de informatie daarna gecheckt en onder andere door de politie bevestigd, aldus verweerders ter zitting.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID voor zover de klacht is gericht tegen het vermelden van de volledige naam van mevrouw X in het artikel van 20 februari 2010
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
De klacht heeft deels betrekking op de omstandigheid dat de volledige naam van X is vermeld in het artikel van 20 februari 2010. Dit deel van de klacht heeft betrekking op de privacy en de eer en de goede naam van X. Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken van omstandigheden die grond bieden voor het oordeel dat klager een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad hieromtrent. De Raad acht klager dan ook in dit onderdeel van zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover gericht tegen het artikel van 17 februari 2010 en het noemen van de NCPN in het artikel van 20 februari 2010
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws (zie punt 1.2. van de Leidraad). Het stond verweerders derhalve vrij om in het artikel van 17 februari 2010 aandacht te besteden aan de omstandigheid dat een kandidaat voor de NCPN voor de gemeenteraadsverkiezingen uit onvrede haar zetel op zou geven in geval ze gekozen zou worden. Eveneens stond het verweerders vrij in het artikel van 20 februari 2010 aandacht te besteden aan de hun ter ore gekomen en gecheckte informatie dat de woning waarin eerder een wietplantage werd aangetroffen, de woning van een NCPN-kandidate voor de gemeenteraadsverkiezingen betrof.
 
Uit de artikelen noch anderszins is gebleken dat de artikelen zijn gebaseerd op een bewuste poging om de NCPN of klager schade te berokkenen. Daarbij overweegt de Raad dat op 16 februari 2010, derhalve een dag voor de eerste gewraakte publicatie, in de Alkmaarsche Courant een uitgebreid interview met klager is verschenen, waarin onder meer de bijdragen van klager aan de Heiloose gemeenschap positief worden belicht. Bovendien wordt in het artikel van 17 februari 2010 klager de gelegenheid geboden zijn zijde van het verhaal te belichten. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders dan ook geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht voor zover deze betrekking heeft op het vermelden van de volledige naam van X in het artikel van 20 februari 2010. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 november 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.