2010/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Nederlandse Chiropractoren Associatie
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Zembla’ (VARA/NPS)
 
Bij klaagschrift van 9 juli 2010 met acht bijlagen heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens de Nederlandse Chiropractoren Associatie te Joure (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Zembla’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. mr. B. den Ouden, bedrijfsjurist van Omroepvereniging VARA, namens verweerder geantwoord in een brief van 19 augustus 2010 met vier bijlagen. Ten slotte heeft mr. Kaaks namens klaagster bij brief van 1 september 2010 nog drie bijlagen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 september 2010. Namens klaagster zijn daar voornoemde mr. Kaaks, mw. S. Heesen (lid dagelijks bestuur van klaagster), mw. A. Boersma (manager bedrijfsvoering van klaagster) en R. Blaauw (chiropractor) verschenen. Namens verweerder zijn voornoemde mr. Den Ouden, Th. Blom (regisseur), mw. E. Verhey (research) en K. Driehuis (eindredacteur) verschenen. Mr. Kaaks heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 17 januari 2010 is in het televisieprogramma ‘Zembla’ een reportage uitgezonden met de titel “Levensgevaarlijke genezers”. In de uitzending wordt onder meer aandacht besteed aan behandelingen van de nek door chiropractoren. Daarbij wordt een ex-patiënt (Hugo) aan het woord gelaten, die blind is geworden door een beroerte na een nekmanipulatie. Verder komen aan het woord E. Ernst (hoogleraar alternatieve geneeskunde), F. van Kooten (neuroloog MC Erasmus), mw. E. Borst (oud-minister van Volksgezondheid), M. van Westerouen van Meeteren (oud-inspecteur Gezondheidszorg) en P. Brand (kinderarts Isala klinieken). De uitzending wordt door een voice-over ingeleid als volgt:
“Heeft u een huilbaby of een kind dat geen minuut stil kan zitten en kan de huisarts u niet helpen? Dan is er altijd nog de alternatieve therapeut. Behandelingen als osteopathie en chiropractie worden steeds populairder in Nederland. Ze bieden oplossingen aan voor kwalen waar de reguliere arts vaak geen simpel antwoord op weet. (…) Maar wie controleert deze therapeuten? Klopt het wel dat zij al deze kwalen kunnen genezen?”
De voice-over bericht verder:
“Hugo leed aan stresshoofdpijn. Uiteindelijk zocht hij zijn heil in het alternatieve circuit. Hij vertelt wat hem overkwam, maar wil niet volledig herkenbaar in beeld. (…) Hij krijgt van een collega een tip om naar de chiropractor te gaan. (…) Onderdeel van de behandeling van de chiropractor kan het kraken van de nek zijn. Dit wordt vaak toegepast tegen hoofdpijn.”
Na een filmpje over nekmanipulatie, afkomstig van Youtube, komt Ernst aan het woord, ondertiteld als volgt:
“Chiropractie helpt bij chronische rugpijn, maar meer niet. Er is geen reden om aan te nemen dat het ook tegen astma helpt. Dat is kenmerkend voor alle alternatieve geneeswijzen. Ze beweren zoveel meer te kunnen dan ze waarmaken.”
De voice-over meldt hierop:
“Op de websites wordt uitgebreid verteld waar het allemaal goed voor is. Maar zelden staat erbij dat het ook mis kan gaan.”
Waarna Ernst vervolgt (ondertiteld):
“Bij heftige manipulaties van de nekwervels kan een van de aderen die de hersenen van bloed voorziet kapotgaan. Als dat gebeurt krijg je een beroerte. Daar sterven wel mensen aan.”
Ex-patiënt Hugo wordt aan het woord gelaten:
“Hij ging achter mij staan, hij pakte me bij mijn hoofd. Hij bewoog mijn hoofd naar rechts en op het moment dat hij dat deed weet ik dat er een soort gordijn over mijn ogen werd getrokken en ik zag niks meer en verloor de controle over mijn lichaam en ik zakte van de stoel af. (…) Door het trekken aan mijn nek zijn de binnenaderen gescheurd en dat bloed spoot gedeeltelijk mijn hersenen in.”
Van Kooten laat zich over de kwestie uit als volgt:
“Meneer had infarcten gekregen en had hier forse neurologische uitval van, hij was eigenlijk blind. Hij kon niet zien dus en hij kon met moeite spreken, hij sprak met dubbele tong. (…) Bij onze patiënt is een scheur ontstaan in de vaatwand. In dit gebied, dat is in één van de slagaders die naar het hoofd loopt. En dat is eigenlijk een wat zwakkere plek van de vaatwand en als daar dan aan gedraaid wordt, bij een licht ongeluk, dan kan daar een scheur ontstaan in die vaatwand waardoor de problemen kunnen optreden. (…) De oorzaak was de scheur in de vaten en die is opgetreden tijdens de behandeling van de chiropractor. En omdat het aan twee kanten tegelijk is ontstaan, tijdens de behandeling, durf ik wel te zeggen dat het door die behandeling komt. (…) Nou een aantal van ons vonden dat [geval] natuurlijk ‘de zoveelste’ en die zijn daar toch min of meer boos over dat dat gebeurt.”
Hierna wordt Ernst aan het woord gelaten (ondertiteld):
“We kennen ongelooflijk veel gevallen uit de literatuur. Ongeveer 500 gevallen waar de zaak totaal is misgegaan. Ik weet zeker van wat ik heb gezien en onderzocht dat die 500 nog maar het topje van de ijsberg zijn. We kunnen er waarschijnlijk wel twee nullen achter zetten.”
Interviewer: “50.000 cases?”
Ernst (ondertiteld): “Inderdaad.”
Vervolgens meldt de voice-over:
“Omdat lang niet alle gevallen worden gemeld, schat hoogleraar Ernst het aantal werkelijke hersenbloedingen veel hoger in. Hugo is nog steeds gedeeltelijk blind, de verzekering van de chiropractor heeft de aansprakelijkheid erkend. Maar voor de therapeut is er ogenschijnlijk niks veranderd. Hij gaat gewoon door met deze behandelmethode.”
Interviewer:
“Wat vindt u ervan dat deze therapeut doorgaat met deze manier van behandelen?”
Ex-patiënt Hugo:
“Nou ja, in feite moet de hele beroepsgroep hier zich afvragen van willen zij nog verder met dit soort behandelingen waar aan nekken en dergelijke wordt gewerkt. Want je weet dus dat dit kan gebeuren. En dus vind ik eigenlijk dat ze daar gewoon vanaf moeten blijven.”
Interviewer: “Het is gevaarlijker dan wij allemaal denken?”
Ex-patiënt Hugo: “Ja, het is veel gevaarlijker dan we denken, ja.”
Van Kooten:
“Ik denk dat het probleem wel gebagatelliseerd wordt en dat heeft met name te maken met dat het in absolute getallen weinig voorkomt. En nogmaals, het komt weinig voor, maar het zijn hele ernstige bijwerkingen, waar je aan zou kunnen overlijden.”
Interviewer:
“When do you think it’s justified to take such a risk in order to cure from your headache?”
Ernst antwoordt daarop (ondertiteld):
“Het antwoord is simpel: nooit. Als er geen bewijs is dat ‘t helpt, is zelfs het geringste risico onacceptabel. Elk risico doet de balans in negatieve zin uitslaan. We weten dat er vrij grote risico’s aan kleven. Daarom is ‘nooit’ het juiste antwoord op uw vraag.”
Borst zegt over het vergoeden door zorgverzekeraars van alternatieve behandelingen het volgende:
“Er zijn natuurlijk medische adviseurs in dienst, die zouden zich eerst eens in de literatuur moeten verdiepen. En als die tot de conclusie komen; dat is een volstrekt onbewezen behandeling en het ook nog niet eens zonder risico is gezien de aard van de behandeling bijvoorbeeld – dat manipuleren van het skelet is ook nog eens een tikje riskant of heel erg riskant – ja, dan zouden ze het echt niet moeten vergoeden. (…) Gevaarlijk zijn natuurlijk diegene die artsen zijn of fysiotherapeuten, iemand die een erkend diploma heeft, een wettelijk erkend diploma en die dan daarnaast gaat kwakzalven, naast zijn reguliere werk. Dan denkt de patiënt: ‘die mensen die kan ik vertrouwen’. (…) Ik vind zo’n alt…zo’n bottenkraker noem ik het maar even, dat hij hoort te zeggen: ‘dit is een behandeling die bij een aantal mensen heel goed heeft gewerkt’. Want dat kan best het geval zijn. ‘Maar die is niet zonder risico, er kan een risico zijn dat u daar echt schade aan overhoudt.’”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt voorop dat zij de representatieve beroepsorganisatie is van chiropractoren in Nederland. Vanaf haar oprichting in 1975 streeft zij naar erkenning van de chiropractie in Nederland en maakt zij zich sterk voor de kwaliteit van de aangesloten chiropractoren. Klaagster meent dat zij door de uitzending rechtstreeks in haar belangen is geschaad. De uitzending heeft een rechtstreeks (schadelijk) gevolg voor de wijze waarop het publiek zich een oordeel vormt over chiropractie, alsmede voor de reputatie van de beroepsgroep en daarmee voor klaagster. De beroepsgroep die deze geneeswijze beoefent, is door de uitzending immers ernstig gediskwalificeerd. De in de uitzending geponeerde stelling ‘van chiropractie is al tientallen jaren bekend dat het tot hersenbloedingen kan leiden’, heeft ertoe geleid dat bij (potentiële) patiënten wantrouwen is ontstaan jegens klaagster.
Verder stelt klaagster dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. In de uitzending wordt een casus besproken waarbij een patiënt met chronische hoofdpijn na een chiropractische behandeling een hersenbloeding kreeg. Niet alleen wordt deze hersenbloeding aan de behandeling toegeschreven, ook wordt ten onrechte gesuggereerd dat deze complicatie bij een behandeling van de nek door een chiropractor vaak voorkomt en nekmanipulatie om die reden levensgevaarlijk is. Deze aanname is onzorgvuldig en vindt onvoldoende steun in de feiten. Voorts worden in de uitzending zonder enige toelichting en nadere onderbouwing aantallen genoemd: 500 zeer ernstige gevallen die zijn geregistreerd, waarbij mag worden uitgegaan van 50.000 geschatte gevallen.
Ter zijde merkt klaagster op dat in de aankondiging van de uitzending op een Belgische zender ten onrechte de suggestie is gewekt dat de dood van een baby moet worden toegeschreven aan een chiropractische behandeling. Daarbij wordt eveneens de onjuiste suggestie gewekt dat iedereen zich zonder enige scholing als chiropractor kan vestigen. Klaagster ziet echter toe op de kwaliteitsbewaking van de bij haar aangesloten chiropractoren, die (vaak) een universitaire opleiding in het buitenland hebben gevolgd.
Volgens klaagster heeft verweerder het onderwerp bewust eenzijdig behandeld. De waarschuwing voor de gevaren is uitsluitend gebaseerd op één incident en de mening van met name Ernst, die bekend staat als tegenstander van de chiropractie. Dat is onvoldoende om zulke verstrekkende conclusies te trekken, aldus klaagster. Hoewel één van de doelstellingen van klaagster is om kritisch naar de behandelmethodes en het functioneren van chiropractoren te kijken, is de wijze waarop verweerder hierover heeft bericht zodanig tendentieus en eenzijdig, dat de uitzending erop lijkt te zijn gericht het publiek afkerig te maken van chiropractie in het algemeen. Verweerder heeft de gehele beroepsgroep van chiropractoren in de titel van de uitzending aangeduid als levensgevaarlijke genezers. De boodschap van de uitzending is in feite: ‘ga niet naar een chiropractor’, hetgeen door verweerder volstrekt onvoldoende is onderbouwd.
Klaagster stelt voorts dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd in te gaan op het herhaalde aanbod van klaagster, voorafgaand aan de uitzending, om bij te dragen aan een evenwichtige berichtgeving over het onderwerp (de mogelijke risico’s van chiropractie). Klaagster heeft onder meer aangeboden om wetenschappers van de Vrije Universiteit te Amsterdam, waaronder dr. S. Rubinstein, in te laten gaan op de vraag of de behandeling van de nek door een kundig chiropractor tot complicaties kan leiden. Verweerder heeft dit aanbod echter van de hand gewezen. Voorts heeft verweerder het niet nodig geacht klaagster in het kader van hoor en wederhoor de gelegenheid te bieden om te reageren op de verstrekkende, diskwalificerende conclusie die verweerder heeft getrokken. Een objectieve weergave en verwerking van een reactie van klaagster zou hebben geleid tot een evenwichtiger en genuanceerder beeld. Verweerder heeft het belang dat met de uitzending was gediend onvoldoende afgewogen tegen de belangen van klaagster en de bij haar aangesloten chiropractoren die door de uitzending zijn geschaad.
 
Verweerder stelt voorop dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen, nu niet vaststaat dat zij dé representatieve organisatie is voor de beroepsgroep van chiropractoren. Er zijn immers ook andere beroepsorganisaties actief, zodat niet valt te beoordelen of klaagster wel spreekt namens het collectief van de gezamenlijke chiropractoren. Bovendien, indien en voor zover de klacht van klaagster de bespreking van de casus van Hugo, een ex-patiënt van Blaauw, betreft, geldt dat niet het belang van klaagster als wel dat van Blaauw in het geding is. Blaauw heeft echter de verantwoordelijkheid voor de bij zijn patiënt opgetreden hersenbloeding erkend althans niet ontkend.
Verder stelt verweerder dat van tendentieuze, eenzijdige berichtgeving geen sprake is. De geïnterviewden zeggen verschillende malen en in verschillende bewoordingen dat alternatieve geneeswijzen, en in het bijzonder ook chiropractie, een positief effect voor de patiënt kunnen hebben. Die positieve effecten zijn in de uitzending voldoende naar voren gebracht. Daarnaast is een aantal andere, voor klaagster kennelijk onwelgevallige, aspecten van bepaalde alternatieve geneeswijzen onder de aandacht gebracht. Zo hebben alternatieve geneeswijzers soms volstrekt irreële pretenties. Zij beweren dat hun therapieën een scala van uiteenlopende klachten kunnen verhelpen, zonder dat daar een wetenschappelijke onderbouwing voor is. Voorts worden behandelingen uitgevoerd, waarvan de effectiviteit niet is gebleken en die bovendien gezondheidsrisico’s met zich kunnen brengen. Dit laatste is aantoonbaar het geval bij manuele therapie van de nekwervels. In de uitzending wordt dan ook terecht de vraag gesteld of het geen tijd wordt dat de ziektekostenverzekeraars zich kritischer gaan opstellen ten aanzien van de vergoeding van dit soort behandelingen en of de uitvoerders van deze niet-ongevaarlijke behandelingen aan overheidstoezicht moeten worden onderworpen. Verweerder heeft zich bij het (laten) doen van de uitspraken van het oorzakelijk verband tussen hersenbloedingen en de manipulatie van nekwervels gebaseerd op een groot aantal wetenschappelijke onderzoeken, diverse publicaties van en interviews met wetenschappers en constateringen van de behandelend artsen. Het onderzoek voor de uitzending is zeer omvangrijk geweest en de redactie heeft zich uitsluitend willen baseren op ‘evidence based’ onderzoek. In de uitzending komt als concreet voorbeeld de casus-Blaauw aan de orde. In deze casus stelt niet alleen de ex-patiënt (Hugo) dat zijn hersenbloeding het gevolg is van de behandeling, dit wordt daarnaast bevestigd door zijn behandelend arts, neuroloog Van Kooten. Daarnaast is de aansprakelijkheid erkend door de verzekeraar van Blaauw. Niet valt in te zien, aldus verweerder, hoe klaagster de causaliteit in dit geval in twijfel durft te trekken. Gelet op het wetenschappelijk onderzoek (van onder anderen Van Kooten, Singh en Ernst) heeft verweerder de verderstrekkende conclusie mogen trekken dat van chiropractie bekend is dat het tot hersenbloedingen kan leiden. In dat kader merkt verweerder op dat de casus Blaauw, gelet ook op het wetenschappelijk onderzoek, niet op zichzelf staat. Verschillende wetenschappelijk onderzoekers stellen zich op het standpunt dat het nemen van enig risico nooit verantwoord is, wanneer niet is vastgesteld dat de risicodragende behandeling effectief is.
Met betrekking tot het verwijt dat in de aankondiging van de uitzending op de Belgische zender ten onrechte is vermeld dat het overlijden van een baby het gevolg was van een behandeling door een chiropractor in plaats van door een cranio sacraal therapeut, wordt opgemerkt dat de verantwoordelijkheid voor deze aankondiging niet bij verweerder berust, maar bij de Belgische uitzender.
Verweerder stelt verder dat hij vrij is in de selectie van nieuws. ‘Zembla’ is een onderzoeksprogramma, geen debatprogramma. Hij heeft geen enkele aanleiding gezien om voor de uitzending Rubinstein te benaderen, laat staan deze in de uitzending te betrekken. Rubinstein is immers een chiropractor en daarmee een niet-objectief belanghebbende. Het door hem uitgevoerde onderzoek en zijn conclusies zijn zeer omstreden en doen op geen enkele wijze afbreuk aan de bevindingen van veel breder opgezet onderzoek door andere onderzoekers.
Nu in de uitzending geen beschuldigingen jegens klaagster zijn geuit, behoefde haar geen wederhoor te worden geboden, aldus verweerder. De uitspraken over chiropractie zijn beperkt tot een feitelijke weergave van vaststaande feiten, inhoudende dat bepaalde behandelingen niet effectief zijn, terwijl zij niet ongevaarlijk zijn. Indien verweerder op wetenschappelijke conclusies wederhoor zou moeten hebben toepassen, dan zou hij alle belangenorganisaties om commentaar hebben moeten vragen. Verweerder is daarom bewust niet ingegaan op het verzoek van klaagster. 

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad dient een zaak aanhangig te worden gemaakt door een ter beoordeling van de Raad rechtstreeks belanghebbende, als hoedanig tevens wordt beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang.
 
Klaagster maakt bezwaar tegen een uitzending met de titel “Levensgevaarlijke genezers”, die onder meer gaat over de behandeling van de nek door chiropractoren en daaraan verbonden risico’s. Als beroepsorganisatie van chiropractoren in Nederland komt klaagster op voor de belangen van haar leden. De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling en dat de door haar behartigde belangen door de uitzending geraakt kunnen zijn. Zij is daarom ontvankelijk in haar klacht.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Verweerder heeft aangevoerd dat hij heeft beoogd aan de orde te stellen dat hoewel een chiropractische behandeling voor bepaalde klachten positief zou kunnen zijn, zo een behandeling van de nek risico’s met zich kan brengen. Daarbij is mede aan de orde gesteld dat een gebrek aan toezicht van de overheid bestaat op deze behandelingen.
De Raad acht het maatschappelijk relevant dat over een dergelijk onderwerp wordt bericht. Voorts is de Raad van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat voor de mogelijke risico’s van een nekmanipulatie als zodanig voldoende wetenschappelijke onderbouwing bestaat en dat derhalve voor de uitzending een deugdelijke grondslag aanwezig was. Het stond verweerder vrij om daarbij een kritische benadering te kiezen.
 
Het voorgaande laat onverlet dat de journalist waarheidsgetrouw behoort te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien dient de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen, en behoort hij eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.1., 1.4. en 1.5. van de Leidraad van de Raad)
 
De Raad is van oordeel dat in dit geval bovenstaande uitgangspunten onvoldoende in acht zijn genomen. Daarbij overweegt de Raad dat verweerder bij het maken van een reportage als de onderhavige niet volstrekt neutraal te werk hoeft te gaan. Verweerder heeft echter de verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld de betrokken belangen – in dit geval die van klaagster c.q. haar leden – niet onevenredig schaadt. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding een bijzondere zorgvuldigheid in acht te nemen ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten.
 
De mogelijke risico’s van een nekmanipulatie door een chiropractor zijn door verweerder slechts van één kant belicht. Verweerder heeft er bewust voor gekozen alleen tegenstanders van nekbehandelingen door chiropractoren aan het woord te laten. Daarbij is geen aandacht geschonken aan tevens aanwezige wetenschappelijke onderzoeken die de risico’s van nekmanipulatie door chiropractoren gering en aanvaardbaar noemen. Aldus is in de uitzending een onvolledig beeld van het desbetreffende onderwerp gegeven en onvoldoende onderscheid gemaakt tussen (al dan niet wetenschappelijk onderbouwde) feiten en meningen. Hoewel de visies van de geïnterviewden voor rekening van de betrokkenen zijn gelaten, is het algemene beeld dat de uitzending oproept – mede door de duiding door de voice-over – dat nekmanipulatie door chiropractoren onaanvaardbare risico’s meebrengt, terwijl de titel van de uitzending bovendien de gehele beroepsgroep aanduidt als ‘levensgevaarlijke genezers’.
 
Hoewel verweerder kennelijk in het kader van zijn onderzoek voorafgaand aan de uitzending navraag heeft gedaan bij Blaauw en van klaagster het aanbod heeft ontvangen om bij te dragen aan een evenwichtige berichtgeving over het onderwerp, heeft verweerder noch de reactie van Blaauw in de uitzending verwerkt noch klaagster aan het woord gelaten. Het standpunt van chiropractoren over ernst en aanvaardbaarheid van de risico’s van nekmanipulatie wordt evenmin door anderen in de uitzending verwoord.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat de gewraakte uitzending geen evenwichtig beeld geeft van het vraagstuk en dat de kijker onvoldoende de ruimte wordt geboden de verschafte informatie te wegen.
 
Aldus bestaat grond voor de conclusie dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over het onderwerp te berichten op de wijze zoals hij heeft gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Zembla’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 3 november 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.