2010/45 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN)
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (AVRO/TROS)
 
Bij brief van 5 juli 2010 met drie bijlagen heeft drs. F. Azarkan, voorzitter, namens de Stichting Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders te Utrecht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (hierna: verweerder). Hierop heeft J. Kriek, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 27 augustus 2010.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 september 2010. Namens klaagster is daar voornoemde Azarkan verschenen, vergezeld door L. Euser. Van de zijde van verweerder waren voornoemde Kriek en H. Zaalberg, redacteur/verslaggever, aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 1 maart 2010 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘EénVandaag’ in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 een lijsttrekkersdebat gehouden. Het derde onderdeel van het debat wordt door presentator Kurpershoek aangekondigd als volgt:
“Het derde thema in dit debat is het belangrijkste onderwerp volgens de leden van het EénVandaag-opiniepanel bij deze gemeenteraadsverkiezingen, dat is veiligheid en alle daarmee samenhangende problemen.”
Vervolgens wordt een filmpje getoond met beelden van Marokkaanse jongeren. De voice-over meldt:
“Problemen tussen Marokkanen en Molukkers in Culemborg begin dit jaar. Ze haalden de landelijke pers, omdat het er volledig uit de hand liep. Maar ook problemen in Gouda, Ede en Utrecht. Voorbeelden van gemeenten waar ze worstelen met Marokkaanse jongeren. Hoe dit op te lossen? ‘Een harde aanpak’, roept de een. ‘Help ze een baan te vinden’, zegt de ander.”
Hierna zegt een jongen van Marokkaanse afkomst uit Ede:
“Maar kijk, het is ook een soort kettingreactie. Ik bedoel als je mensen steeds gaat onderdrukken, dan kan hij niet meer naar school, dan kan hij niet meer werken. En hier blijven ze maar boetes geven.”
Waarop de voice-over bericht:
“Samenscholingsverboden, buurtvaders, survivaltrips. Niets lijkt echt te helpen. Hoe komt het dat deze jongens zich zo misdragen? Wat botst er hier? Is het de achtergrond, de cultuur of de religie?”
Vervolgens wordt een fragment getoond van Geert Wilders, die spreekt in de Tweede Kamer:
“Het is een Islamitische Intifada.”
De voice-over meldt hierna:
“Geen vraag dus voor Wilders. Volgens hem ligt de oorzaak van de problematiek in de Islam. De stelling is dan ook: ‘de Islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse samenleving’.”
Hierna gaan Geert Wilders en Wouter Bos met elkaar in debat over deze stelling.
 
Vanaf 4 maart 2010 is op de website van ‘EénVandaag’ als toelichting op de uitzending onder meer het volgende vermeld:
“EénVandaag heeft veel reacties gekregen op het verkiezingsdebat, heel veel positieve maar ook kritische. Wij stellen die reacties zeer op prijs omdat ze aangeven dat kijkers betrokken zijn bij ons programma en daar ook een mening over willen geven. Omdat heel veel mensen dezelfde vragen stellen, willen we als redactie in dit geval graag een toelichting geven op een aantal keuzes die we gemaakt hebben.”
en verder onder het subkopje ‘De filmpjes’:
“Om tot een helder en levendig debat te komen hebben we de thema’s en stellingen geïntroduceerd met een filmpje. Dat filmpje beoogt niet meer dan ingrediënten aan te leveren voor het debat. Bij het laatste filmpje zijn we uitgegaan van het door het Opiniepanel aangewezen thema ‘veiligheid en criminaliteit’. Dat thema is in het debat verbreed tot het thema veiligheid en integratie, want daarover wilden PVV en PvdA debatteren. Rond dat thema kwam een stelling waarover zowel de heer Bos als de heer Wilders het als stelling voor een debat eens waren.
Het filmpje begon met beelden van nieuwsuitzendingen waarin sprake was van overlast door groepen jongeren. Die overlast is nauw verbonden met het onveiligheidsgevoel van veel mensen. Vervolgens is de vraag opgeroepen: Wat botst hier? Is het de achtergrond, de cultuur of de religie? Daarna kwam een citaat van Geert Wilders waaruit blijkt dat hij de Islam ziet als de wortel van het probleem. Hij – en niemand anders – noemt deze overlast van jongeren een ‘islamitische intifadah’.
En zo kwamen we bij de stelling: ‘De Islam vormt een bedreiging voor de samenleving’. Dat was immers de stelling waarover de heer Wilders en de heer Bos overeen waren gekomen dat ze het startpunt zou vormen voor hun debat.
Uit vele reacties is ons gebleken dat de twee verbindingen die in het filmpje gemaakt worden, namelijk van het thema veiligheid, naar groepen Marokkaanse jongeren en vervolgens naar de Islam, erg kort door de bocht zijn gemaakt. Door de snelheid, en de keuze van de beelden in het filmpje, ontstond het beeld dat wij zelf deze thema’s een logisch of causaal verband mee wilden geven. Dat is niet de bedoeling van het filmpje geweest. Wij begrijpen dat dat vragen oproept, en dat kijkers dit hebben kunnen interpreteren als een stellingname. Als die suggestie is gewekt, dan betreuren wij dat, want we zijn in dit debat alleen organisator, podium en scheidsrechter. We zijn geen partij en willen dat ook niet zijn.
Ter verdediging willen we aanvoeren dat wie het in detail analyseert vast kan stellen dat er in het filmpje wel degelijk een onderscheid gemaakt wordt tussen het standpunt van Geert Wilders en de boodschap van het filmpje.
Wie het hele debat heeft bekeken heeft kunnen vaststellen dat er gedebatteerd werd over stellingen. Er was volop ruimte voor het bespreken, nuanceren en bestrijden van de stellingen zoals dat in een debat hoort.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster heeft tot doel de belangen te behartigen van Marokkaanse Nederlanders, in de meest brede zin van het woord, onder meer door deelname aan het Landelijk Overleg Minderheden, zoals omschreven in de Wet overleg minderhedenbeleid. Het is onder andere de taak van klaagster te waken voor onjuiste, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving over Marokkanen in Nederland, omdat hierbij hun collectief belang in het geding is. Klaagster meent dat door de gewraakte uitzending het collectief van belang van Marokkaanse Nederlanders is geschaad.
Klaagster heeft op zichzelf geen problemen met de in het filmpje getoonde beelden, noch met de geponeerde debatstelling. Klaagster is echter van mening dat verweerder journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld door de beelden van de Marokkaanse jongeren en de debatstelling in het filmpje met elkaar te verbinden. De debatstelling sluit op geen enkele wijze aan op de beelden, aldus klaagster. Volgens haar wordt er een volstrekt uit de lucht gegrepen en insinuerend verband gelegd tussen overlast door (Marokkaanse) jongeren en de Islam. Klaagster heeft naar aanleiding van de uitzending verschillende reacties ontvangen van Marokkaanse Nederlanders die zich ernstig hebben gestoord aan de manier waarop verweerder de inleiding van de debatstelling heeft weergegeven. Klaagster heeft hierop contact opgenomen met de redactie van EénVandaag. Tijdens deze gesprekken heeft verweerder aangegeven uit journalistiek oogpunt niet juist te hebben gehandeld en hij heeft zich bereid verklaard om een toelichting te plaatsen op de website van EénVandaag. Die toelichting is op 4 maart 2010 op de website verschenen.
Klaagster vindt het spijtig dat de toelichting alleen op de website is geplaatst en dat daaraan geen aandacht is besteed in een volgende uitzending van EénVandaag. De toelichting heeft zodoende een kleiner publiek bereikt dan de uitzending van 1 maart 2010. Voorts meent klaagster dat de toelichting niet eenvoudig op de website is te vinden. Bovendien neemt de redactie onvoldoende afstand van de inhoud van het desbetreffende introductiefilmpje. De redactie verantwoordt haar werkwijze door te wijzen op de keuze van de lijsttrekkers voor een bepaalde stelling, waarvoor het filmpje de ingrediënten moest bieden. Daarmee verschuilt de redactie zich achter de keuzes van anderen en loopt weg voor de eigen verantwoordelijkheid, aldus klaagster.
Zij meent dat verweerder – door het direct associëren van beelden van overlast door jongeren met een debatstelling over de mogelijke gevaren van de Islam in Nederland – buitengewoon suggestief te werk is gegaan, niet waarheidsgetrouw heeft gehandeld en geen duidelijk onderscheid heeft gemaakt tussen feiten en beweringen. Ook is sprake van tendentieuze berichtgeving die een bepaalde bevolkingsgroep (moslims) en een geloof (de Islam) in een zeer negatief daglicht stelt.
Klaagster concludeert dat verweerder aldus de grenzen van journalistieke ethiek heeft overschreden en met deze vorm van suggestieve journalistiek de belangen van de Marokkaanse Nederlanders schade heeft toegebracht.
 
Verweerder stelt dat hem geen enkel verwijt van journalistieke onzorgvuldigheid kan worden gemaakt ten aanzien van de wijze waarop hij het bewuste onderdeel heeft gemaakt en uitgezonden. Verweerder heeft met voldoende zorgvuldigheid gehandeld bij de totstandkoming van het bewuste item. Hij heeft het item zorgvuldig vormgegeven en heeft zich ook na de uitzending niet onzorgvuldig gedragen.
Verweerder licht toe dat de desbetreffende gemeenten niet willekeurig in het filmpje zijn genoemd. Ze maken deel uit van gemeenten waarvan de burgemeesters in 2008 bijeenkwamen om de problematiek met criminele Marokkanen binnen hun gemeentegrenzen te bespreken. De voice-over stelt de vraag waar het gedrag vandaan komt. Daarmee geeft hij noch de mening van EénVandaag weer, noch wordt een stelling ingenomen. De voice-over beschrijft enkel de discussie en de vragen die er zijn in de samenleving, welke middels het filmpje worden weergegeven. Het verband tussen het gedrag van de Marokkaanse jongeren en de Islam wordt niet gelegd door EénVandaag maar komt voor rekening van Wilders. De voice-over meldt immers letterlijk: “Geen vraag dus voor Wilders. Volgens hem ligt de oorzaak van de problematiek in de Islam.” Het is in het kader van het debat en de lijsttrekkers die daaraan meededen van de PVV en de PvdA – die wat dit onderwerp betreft lijnrecht tegenover elkaar staan – dat de stelling zo scherp is aangezet. De stelling is het startpunt van de discussie, die daarna volgt tussen de lijsttrekkers. Het is slechts een stelling, die kort werd ingeleid met een filmpje van waaruit de discussie kon worden gevoerd. Volgens verweerder sluiten het filmpje en de stelling aan op hetgeen door Wilders wordt beweerd, hetgeen fel wordt tegengesproken door andere partijen, met name de PvdA. Het doel van een debat is juist om controversiële onderwerpen aan te snijden en daar de discussie over aan te gaan. EénVandaag heeft op geen enkele wijze gesteld dat het hier gaat om haar ideeën of die van de Nederlandse bevolking. Het betrof enkel een startpunt voor de discussie, aldus verweerder.
Toen hij kort na de uitzending werd benaderd door de voorzitter van klaagster, heeft hij aangegeven het erg vervelend te vinden dat de verkeerde suggestie is gewekt. Verweerder betwist dat hij zou hebben gezegd dat hij vanuit journalistiek oogpunt niet goed zou hebben gehandeld, zoals klaagster stelt. Naar aanleiding van de opmerking van klaagsters voorzitter dat de toelichting moeilijk te vinden was, heeft hij die toelichting op de eerste pagina van de website geplaatst. Volgens verweerder waren de gesprekken constructief en hij ging er dan ook vanuit dat daarmee de kwestie was afgesloten.
Voorts merkt verweerder op dat, indien gevoelige kwesties en discussies die de landelijke pers halen niet meer zouden mogen worden uitgezonden of aangevoerd tijdens een debat – waarin alle partijen worden gehoord – er zeer weinig overblijft van de journalistieke vrijheid. Wanneer de klacht door de Raad gegrond zou worden verklaard, zou dit een precedentwerking kunnen hebben op volgende debatten, waarin geen stellingen meer geponeerd kunnen worden om een discussie op te starten over actuele kwesties.
Ter zitting voegt Zaalberg hieraan nog toe dat uit de kwestie lering is getrokken: in het daaropvolgende, soortgelijke uitgezonden debat in de aanloop naar de landelijke verkiezingen is veel meer nuancering aangebracht en zijn de ideeën van Wilders duidelijker op diens conto gezet.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Ingevolge punt 1.1. van de Leidraad van de Raad bericht de journalist waarheidsgetrouw. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht.

Bovendien dient de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen, en behoort hij eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.4. en 1.5. van de Leidraad)
 
De Raad neemt in aanmerking dat het desbetreffende onderwerp van het debat kennelijk is gekozen door lijsttrekkers Wilders en Bos. Voor de gemiddelde kijker zal duidelijk zijn geweest dat het bewuste filmpje niet bedoeld was om te berichten over de getoonde incidenten in de verschillende steden, maar slechts om het debat over de geponeerde stelling tussen de lijsttrekkers aan te jagen. De inleiding op het debat is bewust op een prikkelende wijze gebracht, hetgeen niet journalistiek ongebruikelijk is. Door de opeenvolging van:
-        het voice-over bericht:
“Samenscholingsverboden, buurtvaders, survivaltrips. Niets lijkt echt te helpen. Hoe komt het dat deze jongens zich zo misdragen? Wat botst er hier? Is het de achtergrond, de cultuur of de religie?”
-     het citaat van Geert Wilders: “Het is een Islamitische Intifada.”
-        en de mededeling van de voice-over:
 “Geen vraag dus voor Wilders. Volgens hem ligt de oorzaak van de problematiek in de Islam. De stelling is dan ook: ‘de Islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse samenleving’.”
wordt het verband tussen het gedrag van de Marokkaanse jongeren, de Islam en een (vermeende) bedreiging voor de samenleving aan Wilders toegeschreven. Dit zal ook aan de gemiddelde kijker voldoende duidelijk zijn geworden.
Aldus bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder met het uitzenden van het gewraakte filmpje – bezien in de context van het programma – journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld.
 
Overigens heeft na de uitzending verschillende keren contact plaatsgehad tussen de voorzitter van klaagster en verweerder, waarna verweerder de onder ‘De Feiten’ weergegeven toelichting op zijn website heeft geplaatst. Verweerder heeft zich de kritiek van klaagster kennelijk aangetrokken. Daarbij komt dat in een daaropvolgend debat naar aanleiding van de opmerkingen van klaagster nuances in de vormgeving zijn aangebracht. Zo zijn de door Wilders aangehangen ideeën in dat debat duidelijker op zijn conto gezet.
 
De Raad is derhalve van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. 
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 29 oktober 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.