2010/4 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
P. van Heemst
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Trouw
 
Bij brief van 19 oktober 2009 met een bijlage heeft P. van Heemst te Rotterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Trouw (hierna: verweerder). Hierop heeft E. Lammers, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 3 november 2009 met drie bijlagen. Klager heeft daarop nog gereageerd bij e-mailbericht van 18 november 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 november 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 23 september 2009 is in Trouw een artikel verschenen onder de kop “Weg vrij voor brede coalitie Rotterdam”. De intro van het artikel luidt:
“Waarom is de Rotterdamse PvdA-leider niet beschikbaar voor het lijsttrekkerschap? Het maakt samenwerking met Leefbaar mogelijk.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Allerminst uit het veld geslagen was PvdA-fractievoorzitter Peter van Heemst na het slechte resultaat van de Rotterdamse sociaal-democraten bij de Europese verkiezingen begin juni.”
en
“Ondanks zijn strijdlustige verkiezingsretoriek van drie maanden geleden maakte Van Heemst deze week bekend af te zien van het PvdA-lijsttrekkerschap. Volgens hem moet de PvdA met ‘een nieuw gezicht’ het gevecht aangaan met Leefbaar Rotterdam. Wie wordt straks de grootste in de stad? Misschien komt de stap van Van Heemst voort uit praktische overwegingen, oppert de Rotterdamse politicoloog Rinus van Schendelen. Het wachtgeld van het oud-Tweede Kamerlid loopt binnenkort af, dus hij moet op zoek naar een baan. Een interessante nieuwe baan is een wethouderspost in het volgende Rotterdamse college. Er ging al maandenlang het hardnekkige gerucht dat het bestuur van de Rotterdamse PvdA een hernieuwd lijsttrekkerschap van Van Heemst geen goed idee vond. Mogelijk is hij over de streep getrokken met de belofte dat hij in het volgende college wethouder wordt.”
en
“Partijleider Wouter Bos bezocht twee weken terug een hele dag Rotterdam en sprak er ook met Van Heemst. De afgelopen drieënhalf jaar was Van Heemst vooral bezig om het college van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks overeind te houden. Zo stuurde hij hoogstpersoonlijk GroenLinks-integratiewethouder Kaya de laan uit. Begin dit jaar hield hij in een raadsdebat met kunst- en vliegwerk de omstreden integratieadviseur Tariq Ramadan in het zadel. Daardoor straalde de aanhoudende onrust binnen het Rotterdamse college af op Van Heemst. De lokale PvdA snakt naar een college met een stabiele partner: Leefbaar Rotterdam. Ook in dat opzicht kan een ‘nieuw gezicht’ zorgen voor de broodnodige chemie tussen beide partijen. Het opzijstappen van de bij Leefbaar slecht liggende Van Heemst effent de weg voor een grote coalitie.”
 
Vervolgens is op 9 oktober 2009 in Trouw onder de kop “Correctie” het volgende artikel gepubliceerd:
“Op 23 september stond in Trouw een analyse over de beweegredenen van de Rotterdamse PvdA-fractievoorzitter Peter van Heemst om geen lijsttrekker te worden bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Daarin werd op ongelukkige wijze de veronderstelling weergegeven dat het oud-Kamerlid wethouder wil worden omdat zijn wachtgeld binnenkort afloopt. Dat klopt niet. Kamerleden die langer dan tien jaar parlementariër zijn en ouder zijn dan vijftig hebben recht op wachtgeld tot het pensioen. Van Heemst (1952) zwaaide in 2006 na bijna vijftien jaar Kamerlidmaatschap af. Evenmin heeft hij wethoudersambities. Van Heemst ontkent dat hij met partijleider Wouter Bos heeft gesproken over een nieuw lijsttrekkerschap.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel van 23 september 2009 zodanige insinuaties en leugenachtige uitspraken bevat dat hij daardoor in zijn eer en goede naam is aangetast. Klager brengt naar voren dat hij in een bericht van maandag 21 september 2009 aan het ANP heeft gemeld dat hij zich niet opnieuw kandidaat zal stellen voor het lijsttrekkerschap van de PvdA in Rotterdam. In dat bericht heeft hij verder meegedeeld dat hij beschikbaar is voor de kandidatenlijst en – als de nieuwe fractie dat wil – voor het fractievoorzitterschap.
Volgens klager is ten onrechte gesuggereerd dat zijn besluit verband houdt met het eindigen van zijn recht op wachtgeld als oud-Kamerlid. Klager ziet niet in wat het al dan niet voortzetten van het wachtgeld met een dergelijk besluit te maken zou hebben. Bovendien heeft hij nog tot zijn 65e als oud-Kamerlid recht op wachtgeld. Verder wijst hij erop dat hij in zijn bericht aan het ANP uitdrukkelijk erop heeft gewezen graag weer fractievoorzitter te worden. Volgens klager heeft hij dit dankzij zijn recht op wachtgeld de afgelopen vier jaar fulltime kunnen doen. Klager benadrukt dat hij dit nooit onder stoelen of banken heeft gestoken en dat hij pleit voor een fatsoenlijke raadsvergoeding om fractievoorzitters in staat te stellen die baan fulltime op zich te nemen.
Verder stelt klager dat ten onrechte is gesuggereerd dat hem mogelijk een baan als wethouder in het vooruitzicht is gesteld. Klager wijst erop dat hij zelf in zijn persbericht heeft laten weten in de gemeenteraad door te willen gaan. Hij benadrukt dat hij een overtuigd volksvertegenwoordiger is en graag weer fractievoorzitter wil worden. Klager vraagt zich af waarom verweerder twijfelt aan zijn intenties als politicus. Volgens klager kan met de term ‘mogelijk’ elk gerucht en elke insinuatie in een nieuwsbericht worden gestopt.
Voorts stelt klager dat ten onrechte de suggestie is gewekt dat hij over zijn beslissing contact zou hebben gehad met Wouter Bos. Klager stelt dat hij Bos de eerste keer dat hij in Rotterdam was heeft gesproken noch gezien. Bij een tweede bezoek aan Rotterdam heeft klager een debat ingeleid waar ook Wouter Bos zou spreken. Klager benadrukt dat het hier wederom een onwaarheid betreft, die bovendien niet bij hem is gecheckt.
Ten slotte meent klager dat ten onrechte de suggestie is gewekt dat zijn vertrek de deur open zet naar een samenwerking tussen de PvdA en Leefbaar Rotterdam. Volgens klager ziet zijn partij Leefbaar Rotterdam verder van de PvdA af staan dan ooit en is Leefbaar Rotterdam geen stabiele coalitiepartner. 
Klager betoogt dat hij ten onrechte is afgeschilderd als leugenaar en hij voelt zich door de publicatie voor schut gezet.
 
Verweerder stelt dat in het artikel van 23 september 2009 een poging is gedaan te analyseren waarom klager zich niet meer kandideert voor het lijsttrekkerschap van de PvdA Rotterdam en wat de gevolgen zouden zijn voor een toekomstige coalitie. Daarbij wijst verweerder erop dat klager nog voor de zomer had gezegd zich te verheugen op een strijd met de populistische partijen bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Volgens verweerder is het artikel gebaseerd op gesprekken met diverse PvdA-prominenten en de eigen kennis van de redacteur, opgebouwd als verslaggever van de Rotterdamse gemeentepolitiek. Verweerder benadrukt dat het om een analyse gaat. De betrokken redacteur constateerde dat klager niet meer op de unanieme steun van de Rotterdamse PvdA kon rekenen. Daarnaast wordt er binnen die partij over nagedacht om in een volgend college mogelijk met Leefbaar Rotterdam zitting te nemen. Klager is daar een verklaard tegenstander van, aldus verweerder.
Verweerder heeft echter achteraf geconcludeerd dat de analyse deels gebaseerd bleek op een aantal foutieve aannames. Zo is de suggestie van Van Schendelen ten aanzien van de wachtgeldregeling niet voorafgaand aan de publicatie gecheckt en niet correct.
Wat de wethouderspost betreft wijst verweerder erop dat de term ‘mogelijk’ is gebruikt, zodat van een onwaarheid geen sprake kan zijn. Deze suggestie werd door meerdere bronnen geopperd. Toen klager desgevraagd niet ontkende, maar stelde ‘dat zien we na de verkiezingen wel’, ontstond bij verweerder het idee dat klager de mogelijkheid open hield.
De mogelijke samenwerking tussen de PvdA en Leefbaar Rotterdam is een analyse van de betrokken redacteur, die is gebaseerd op zijn kennis van de lokale politieke gebeurtenissen van de afgelopen 3,5 jaar, gesprekken die hij met plaatselijke PvdA-ers heeft gevoerd en de onvrede binnen de Rotterdamse PvdA over de perikelen met coalitiepartijen. De omstandigheid dat klager het met deze analyse niet eens is, wil niet zeggen dat het een onwaarheid betreft, aldus verweerder.
Hij benadrukt dat hij hecht aan zorgvuldige journalistiek. Verweerder ziet niet in waarom een suggestie aangaande een mogelijke wethouderspost nadelig zou zijn voor een politicus. Voorts bestrijdt verweerder dat elke roddel of gerucht zomaar deel kan uitmaken van een analyse. Verweerder wijst erop dat hij naar aanleiding van de analyse contact heeft opgenomen met klager. In dat gesprek bleek dat het klager om drie punten ging, die vervolgens in de rectificatie van 9 oktober 2009 deugdelijk zijn rechtgezet.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat het artikel van 23 september 2009 feitelijke onjuistheden en tendentieuze suggesties bevat, waardoor klager in zijn eer en goede naam is aangetast.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers, en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Niet in geschil is dat het artikel van 23 september 2009 op een aantal punten onzorgvuldigheden bevat, te weten betreffende een mogelijk verband tussen de beslissing van klager over het lijsttrekkerschap en zijn recht op wachtgeld, de ontmoetingen met Wouter Bos en een mogelijk wethouderschap van klager.
Naar aanleiding van contact daarover met klager heeft verweerder een rectificatie gepubliceerd op 9 oktober 2009. Naar het oordeel van de Raad zijn daarmee de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheden op deugdelijke wijze rechtgezet.
 
Verder heeft de klacht betrekking op hetgeen in het artikel van 23 september 2009 is gesteld over een mogelijke coalitie tussen de Rotterdamse PvdA en Leefbaar Rotterdam. De Raad overweegt dat het voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat de berichtgeving ter zake een analyse van verweerder betreft. (zie punt 1.4. van de Leidraad)
Niet aannemelijk is geworden dat voor een dergelijke analyse onvoldoende grondslag bestond. Aldus bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder met het publiceren van deze analyse grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Trouw te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2010 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema en mr. T.E. Klein, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.