2010/39 onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
W. Hamelink-Wernsen
 
tegen
 
de hoofdredacteur van PaardenSport
 
Bij brief van 15 april 2010 met drie bijlagen heeft W. Hamelink-Wernsen te Nijkerk (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van PaardenSport (hierna: verweerder). Bij brieven van 17 mei 2010 en 9 juni 2010 heeft mr. F.C. Kollen namens uitgeverij BCM b.v. te Eindhoven respectievelijk de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (hierna: KNHS) te Ermelo op de klacht geantwoord.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 2010, waar namens klaagster haar echtgenoot is verschenen. Van de zijde van verweerder zijn E. Brüger, directeur BCM b.v., en A.J. van Koerten, hoofd Afdeling Handhaving van de KNHS, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Het tijdschrift PaardenSport betreft het officiële orgaan van de KNHS en wordt uitgegeven door uitgeverij BCM b.v. In de editie 01/2010 van dat tijdschrift is in de rubriek ‘Berichten uit de organisatie’ aandacht besteed aan een tuchtrechtelijke procedure tegen klaagster. Daarbij zijn delen weergegeven van de uitspraak van het KNHS-tuchtcollege van 23 juli 2009, waarin het college bewezen heeft verklaard dat klaagster zich aan een overtreding van het Algemeen Wedstrijdreglement heeft schuldig gemaakt. Voorts zijn delen gepubliceerd van de uitspraak van de Raad van Appèl van 19 november 2009, waarin de Raad in hoger beroep de voormelde uitspraak van het KNHS-tuchtcollege heeft vernietigd.
 
Artikel 16, 11e en 12e lid van het KNHS-tuchtreglement luiden – sinds de wijziging van dat reglement op 21 mei 2007 – als volgt:
“11. De uitspraken van de Raad van Appèl en van het Tuchtcollege – indien daarvan niet tijdig beroep is ingesteld – zijn onherroepelijk en voor betrokkene, de KNHS, de lidorganisatie en al hun leden bindend.
12. Alle voor publicatie bedoelde delen van uitspraken van een tuchtrechtelijk college worden, zodra deze onherroepelijk zijn geworden, gepubliceerd in de officiële mededelingen van de KNHS met vermelding van de naam, de woonplaats van de betrokkene – wanneer van toepassing – met de vermelding van de sportnaam van diens paard. In het geval van een minderjarige betrokkene kan door een tuchtrechtelijk college bepaald worden dat publicatie geanonimiseerd dient te geschieden. Bij een uitspraak van de Raad van Appèl wordt tevens de uitspraak van het Tuchtcollege gepubliceerd waartegen het beroep is ingesteld. De directie van de KNHS is belast met de publicatie.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat in het tijdschrift PaardenSport ten onrechte aandacht is besteed aan de uitspraken van het KNHS-tuchtcollege en de Raad van Appèl in haar zaak. Volgens het tuchtreglement van de KNHS is het aan het tuchtcollege om te bepalen welke delen van de uitspraak voor publicatie bestemd zijn, aldus klaagster. Zij meent dat de betreffende bepaling staat in de context van een veroordeling en dat uitspraken derhalve niet te allen tijde worden gepubliceerd. Klaagster ziet ook niet het nut van het publiekelijk maken van een beschuldiging, als de betrokkene – in dit geval klaagster – daarvan wordt vrijgesproken. Met de publicatie dient de KNHS geen enkel belang, terwijl die publicatie voor klaagster als beroepsruiter schadelijk is.
Klaagster stelt voorts dat in het tijdschrift alleen veroordelingen worden vermeld. Zij wijst op één uitzondering, waarbij – ondanks dat het een vrijspraak betrof – expliciet is besloten tot publicatie en wel omdat reeds vóór de uitspraak al in de landelijke paardenkranten en op internet aandacht aan de zaak was besteed. Volgens klaagster kan uit die kwestie worden opgemaakt dat bij publicatie over haar zaak de vermelding van naam, toenaam en woonplaats niet nodig was geweest.
Ter zitting wordt daaraan namens klaagster toegevoegd dat in de uitspraak van de Raad van Appèl niets is opgenomen over publicatie van die uitspraak. Indien de stelling van verweerder juist is – te weten: dat enkel datgene wordt gepubliceerd wat hem door het Tuchtcollege of de Raad van Appèl wordt opgedragen – dan zou derhalve in het geval van klaagster publicatie achterwege moeten zijn gebleven.
Voorts is namens klaagster ter zitting gewezen op een aantal uitspraken, waarvan klaagster heeft kennis genomen en waar het ook vrijspraak betrof. Die uitspraken zijn niet gepubliceerd. Klaagster maakt daaruit op dat kennelijk niet alle uitspraken worden gepubliceerd. Het bevreemdt haar dan ook ten zeerste dat verweerder in haar zaak wel tot publicatie is overgegaan.
Klaagster benadrukt dat de negatieve publiciteit onevenredig nadelig is, zeker voor iemand die inkomensafhankelijk is van de paardensport. Zij had kunnen begrijpen dat over haar zaak zou zijn gepubliceerd, indien het een schuldigverklaring betrof. In dit geval was er echter geen enkel belang om te publiceren, aldus klaagster. Zij meent dat in ieder geval haar persoonlijke gegevens niet vermeld hadden behoren te worden. Nu een en ander toch is gepubliceerd, is zij onevenredig in haar privacy geschaad.
 
Verweerder stelt dat geen sprake is van een journalistieke gedraging, nu de klacht betrekking heeft op de publicatie van een tuchtrechtelijke uitspraak. De publicatie is niet afkomstig van een journalist of een auteur, maar van een tuchtrechtelijk college. De Raad van Appèl en het Tuchtcollege spreken onafhankelijk recht als zelfstandige colleges. De uitspraken van die colleges zijn niet alleen bindend voor de leden van de KNHS, maar ook voor de KNHS zelf. Volgens het Tuchtreglement moeten alle uitspraken worden gepubliceerd. Daarbij wordt de tekst van de publicaties vastgesteld door de tuchtrechtelijke colleges. Verweerder wordt daarbij op geen enkele wijze betrokken. De tuchtcolleges melden aan de KNHS welke (delen van) uitspraken voor publicatie vatbaar worden geacht. Het Tuchtreglement schrijft dwingend voor dat die delen worden gepubliceerd, inclusief naam en woonplaats van de betrokkene, tenzij de betrokkene minderjarig is. Verweerder wijst erop dat het Tuchtreglement laatstelijk door de Ledenraad is gewijzigd in 2007 en wel ná de uitspraak waarnaar klaagster heeft verwezen. De Ledenraad is het hoogste orgaan van de KNHS en het Tuchtreglement is bindend.
Met betrekking tot de onderhavige kwestie heeft verweerder ter zitting erop gewezen dat de Raad van Appèl hem na de uitspraak per e-mailbericht heeft laten weten welke delen van de uitspraak gepubliceerd dienden te worden.
Verweerder benadrukt dat de publicatie van een uitspraak niet dient als zelfstandige strafmaat, maar dwingend is voorgeschreven. Daarbij is niet van belang of de betrokkene is vrijgesproken of niet. Met de voorgeschreven publicatie wordt openheid betracht over de rechtspleging binnen de KNHS, waardoor de rechtspraak door de leden is te controleren. In dit kader merkt verweerder ter zitting op dat het mogelijk is dat niet alle uitspraken worden gepubliceerd. Hoewel verweerder van deze situaties geen kennis heeft, kan het zijn dat in een aantal zaken publicatie door het Tuchtcollege niet is voorgeschreven. Van belang is dat het Tuchtcollege c.q. de Raad van Appèl bepaalt wat gepubliceerd moet worden. Verweerder is vervolgens verplicht die publicatie op zich te nemen. Hij benadrukt dat de redactieraad van PaardenSport zich niet met de inhoud van de mededelingen van de KNHS mag bemoeien. Verweerder is statutair verplicht om die mededelingen te publiceren.
Verweerder is primair van mening dat de Raad onbevoegd is over de klacht te oordelen en subsidiair dat hem geen verwijt treft.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Ingevolge het tweede lid van artikel 4, aanhef en sub a, voor zover thans van belang, moet onder journalist worden verstaan: “degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van een dagblad, nieuwsblad, huis-aan-huisblad of tijdschrift voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto’s en andere illustraties, verslagen of artikelen”.
 
De Raad stelt vast dat de klacht is gericht tegen een publicatie van een tuchtrechtelijke uitspraak in de rubriek ‘Berichten uit de organisatie’, die is bedoeld voor mededelingen van de KNHS.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen door verweerder naar voren is gebracht, maakt de Raad op dat de inhoud van deze rubriek wordt gereguleerd door hetgeen daarover in het verenigingsverband is afgesproken. Naar het oordeel van de Raad is daarbij genoegzaam komen vast te staan dat de inhoud van de rubriek niet door de redactie mag en kan worden beïnvloed, zodat de inhoud van de gewraakte publicatie in dit geval buiten de verantwoordelijkheid van de redactie valt.
 
Aldus heeft de klacht geen betrekking op een journalistieke gedraging in bovenbedoelde zin, zodat de Raad onbevoegd is over de klacht te oordelen.
 
BESLISSING
 
De Raad is onbevoegd over de klacht te oordelen.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 24 augustus 2010 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. drs. R.T. Kervezee, mw. M.J. Rietkerk en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.