2010/34 onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Thermphos International B.V. en N. Galmor
 
tegen
 
B. Huisjes, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 29 april 2010 met drie bijlagen heeft mr. N.C.J. Meijering, advocaat te Amsterdam, namens Thermphos International B.V. en N. Galmor (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen B. Huisjes, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Vervolgens hebben klagers bij e-mailberichten van 2, 8 en 9 juni 2010 nog diverse bijlagen overgelegd. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 juni 2010. Namens klagers is daar mr. Meijering verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 31 oktober 2009 is op de voorpagina van De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van Huisjes en Olmer onder de kop “Fosforfabriek in handen maffia”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De Nederlandse fosforfabriek Thermphos in Vlissingen is, via een stroman, in handen gekomen van een beruchte Russische wapenhandelaar. Dit stelt het openbaar ministerie in Israel. De eigenaar en bestuursvoorzitter van de fosformultinational, de in Zwitserland woonachtige Nahum Galmor, is gedagvaard door justitie in Tel Aviv.”
en
“Galmor wordt ervan verdacht de stroman te zijn van de Russische zakenman Arcadi Gaydamak, die deze week in Frankrijk werd veroordeeld tot zes jaar cel wegens een wapendeal met Angola.”
 
Het voorpagina-artikel is op pagina 5 vervolgd onder de kop “Waarom deed justitie niets?” met het chapeau “Nederlands chemieconcern mogelijk jarenlang in greep Russische wapenmaffia en terroristen”. De subkop van dit vervolgartikel luidt:
“AIVD en justitie waken tegen terroristen en criminelen die ons land binnenkomen. Maar wat als een bedenkelijke internationale wapenmiljardair een hele chemische industrie in Nederland opkoopt? Dat is gebeurd bij het fosforcomplex Thermphos in Vlissingen. Alle waarschuwingen van de Israëlische inlichtingendienst en de Nederlandse recherche ten spijt, onder meer over chemische leveranties aan het levensgevaarlijke Iran. Het Nederlandse Thermphos werd speelbal voor het witwassen van honderden miljoenen onder regie van de Russisch-Joodse wapenmagnaat Arcadi Gaydamak, stelt de Israëlische justitie. Waarom deed Nederland niets?
Verder bevat het vervolgartikel onder meer de volgende passages:
“Het Nederlandse Thermphos is middelpunt geworden van een monsterproces tegen wapenmiljardair Arcadi Gaydamak en zijn stroman Nahum Galmor in Nederland.
Het Nederlandse chemiebedrijf is al jaren in handen van zeer gevaarlijke geachte zakenlieden, met innige banden met de Russische maffia en terreurregimes.
en
“Nederland is die wetenschap ingefluisterd door de Israëlische politie. In een CIE-bericht wordt de politie geïnformeerd dat Gaydamak werkt met een stroman, Nahum Galmor, nog steeds bestuurder én eigenaar van het chemieconcern in Vlissingen. ,,Gaydamak gebruikt Galmor zodat hij niet kan worden geïdentificeerd als de ware eigenaar”, schrijft de Israëlische politie.
Een Nederlands bedrijf dat levensgevaarlijke stoffen verwerkt is al jaren in handen van een wapenhandelaar en maffiabaas. Hoe is het mogelijk? De Israëlische justitie is er inmiddels stellig van overtuigd. Tegen Gaydamak werd een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. En ook Galmor is deze week in staat van beschuldiging gesteld.”
Dit artikel is tevens op de website van De Telegraaf geplaatst.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGERS
 
Klagers stellen dat de berichtgeving ongefundeerd, onjuist en misleidend is en hen ernstige schade heeft toegebracht. Daartoe merken klagers allereerst op dat van illegale wapenhandel door Thermphos geen sprake is. Klagers hebben nimmer geleverd aan de illegale wapenindustrie en leven strikt alle wet- en regelgeving inzake ‘dual use’ producten na. Dat het onderzoek naar het bedrijf in 2008 heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een alarmmelding van de Franse autoriteiten over de verdwijning van vier vaten met fosforoxichloride, berust op een onjuiste voorstelling van feiten. Tevens bevat de aanklacht van de officier van Justitie te Tel Aviv van 1 oktober 2009 geen verdenkingen van illegaal handelen door Thermphos dan wel leveranties door Thermphos aan de wapenindustrie of Iran.
Voorts heeft Thermphos geen banden met de Russische maffia en bestaan er geen zakelijke contacten met Gaydamak. De informatie uit het CIE-bericht uit 2003 is al achterhaald. Voormelde aanklacht bevat dan ook geen verdenkingen van enige vermeende band van Thermphos met de maffia dan wel terreurregimes. Dat Thermphos in handen van de Russische maffia is, hebben de Israëli’s nooit als zodanig in hun aanklacht gesteld. Gaydamak en Galmor zijn in Israël in een vooronderzoek over mogelijke witwaspraktijken betrokken.
Klagers stellen verder dat Thermphos niet met behulp van enige financiering van Gaydamak is verworven. De Israëlische aanklacht maakt hier ook geen melding van. In dit verband verwijzen klagers naar de Kamervragen van de leden Ten Broeke, Teeven en Griffith aan de ministers van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Buitenlandse Zaken van 9 november 2009 en het antwoord daarop van de minister van Justitie van 27 januari 2010.
Klagers betogen dat verweerders hebben gehandeld in strijd met de punten 1.3., 2.3.1. en 6.1. van de Leidraad van de Raad. Bovendien hebben verweerders punt 2.1.6. van de Leidraad geschonden door een telefoongesprek met de civiele raadsman van Thermphos, mr. Van der Korst, zonder diens medeweten op te nemen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders betreffende een groot aantal aan de orde gestelde zaken niet waarheidsgetrouw hebben bericht en ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan het adres van klagers hebben geuit.
Bij zijn beraadslaging is de Raad tot het inzicht gekomen dat de beoordeling van de klacht niet met de vereiste zorgvuldigheid kan geschieden. Verweerder heeft ervoor gekozen geen verweer te voeren en heeft derhalve de Raad geen informatie verschaft omtrent de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van verweerder ernstig wordt bemoeilijkt. In het bijzonder in de onderhavige zaak is voor een weloverwogen oordeel een bredere kennis van de feiten nodig dan waarover de Raad beschikt. Gezien de complexiteit van de materie, kan de Raad dan ook geen gefundeerd oordeel geven zonder diepgaand feitenonderzoek, hetgeen echter mede door de houding van verweerder niet mogelijk is. De procedure bij de Raad leent zich er niet voor dat de Raad een dergelijk feitenonderzoek buiten (een der) partijen om verricht.

Op grond van artikel 9 lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad onthoudt de Raad zich daarom van een oordeel over de onderhavige klacht.

BESLISSING
 
De Raad onthoudt zich van een oordeel.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 juli 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.