2010/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
I.A. Furnée-Reevers, dr. A.C. Furnée, S.R.F. Furnée en A.S. Furnée
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Spoorloos’ (KRO) 
 
Bij klaagschrift van 12 april 2010 met vijf bijlagen heeft mr. H.A.J. Stollenwerck, advocaat te Maastricht, namens mw. I.A. Furnée-Reevers, mw. dr. A.C. Furnée, mw. S.R.F. Furnée en mw. A.S. Furnée (hierna: klaagsters) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Spoorloos’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mr. A.A.J. van Dijk, KRO Juridische zaken, geantwoord in een brief van 18 mei 2010 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 juni 2010. Mw. I.A. Furnée-Reevers en mw. dr. A.C. Furnée waren daar aanwezig, vergezeld door mr. Stollenwerck. Namens verweerder waren P.J. Vertegaal, hoofdredacteur, en voornoemde mr. Van Dijk aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 25 januari 2010 heeft de KRO een aflevering van het televisieprogramma ‘Spoorloos’ uitgezonden (hierna: de uitzending). Daarin is onder meer aandacht besteed aan de Stichting ‘Blood-Brothers TU’MBA’. Deze stichting helpt Ethiopiërs die op zoek zijn naar hun vermeende Nederlandse biologische vaders, die in de tweede helft van de 20e eeuw voor de Handelsvereniging Amsterdam (hierna: de HVA) in Ethiopië hebben gewerkt. In de uitzending wordt voor één van de Ethiopiërs door de voice-over de volgende oproep gedaan:
“De vierde persoon voor wie wij een oproep doen is Essayas. Hij zoekt zijn vader de heer Furnée.”
Tegelijkertijd wordt de naam ‘F.G.H. Furnée’ in beeld gebracht.
 
Op de website van ‘Spoorloos’ is na de uitzending onder de kop “25 januari 2010: Oproep 12 Ethiopiërs” vermeld dat Essayas op zoek is naar zijn vader, F.G.H. Furnée, die als chemicus werkte voor de HVA.
 
Op 29 januari 2010 is op de website van ‘Spoorloos’ onder meer het volgende vermeld:
Spoorloos heeft inmiddels voldoende aanknopingpunten om in vrijwel alle 12 zaken duidelijkheid te scheppen. Wel is er enige tijd nodig om alle onderzoeken af te kunnen ronden. In een volgende uitzending zullen we u vertellen wat het resultaat is van de 12 oproepen…”
 
In de aflevering van ‘Spoorloos’ van 8 februari 2010 meldt de voice-over:
“In onze uitzending van 25 januari maakte u kennis met Michiel, fietsenmaker.
In oktober 2003 wordt hij door het Rode Kruis in contact gebracht met Daniel, een broer die in Ethiopië woont. De vader van Michiel heeft jaren geleden in Ethiopië gewerkt voor de HVA, de Handelsvereniging Amsterdam. De broers hebben veel contact met elkaar. In 2008 komt Daniel zelfs voor een paar maanden naar Nederland.
In de uitzending van twee weken geleden deden wij een oproep voor twaalf Ethiopiërs die net als Daniel een Nederlandse vader zouden hebben. Ze zijn geboren in de tijd dat de HVA – de Handelsvereniging Amsterdam – in Ethiopië suikerfabrieken exploiteert. Vanaf de jaren ’50 werden 3.000 Nederlandse mannen uitgezonden naar Ethiopië om de fabrieken draaiende te houden.
Michiel bracht ons in contact met de twaalf Ethiopiërs die hun vader zoeken. Twee weken geleden noemden wij in een oproep de namen van twaalf vermeende vaders. Wij ontvingen veel reacties, zowel van een aantal vermeende vaders als van hun familieleden. Onze oproep heeft binnen verschillende gezinnen tot ophef geleid. Uit de gesprekken die wij met alle nog levende genoemde mannen en de nabestaanden van de overleden mannen hebben gevoerd, trekken wij nu de conclusie dat hun namen door ons ten onrechte zijn genoemd. Wij moeten helaas vaststellen dat er in deze twaalf zaken geen bewijs is om te stellen dat deze voormalige medewerkers van de HVA in Ethiopië een kind hebben verwekt. Wij bieden alle betrokkenen onze uitdrukkelijke excuses aan.”
 
Vanaf 9 februari 2010 is op de website van ‘Spoorloos’ het volgende vermeld:
“Wij ontvingen veel reacties, zowel van een aantal vermeende vaders als van hun familieleden. Onze oproep heeft binnen verschillende gezinnen tot ophef geleid. Uit de gesprekken die wij met alle nog levende genoemde mannen en de nabestaanden van de overleden mannen hebben gevoerd, trekken wij nu de conclusie dat hun namen door ons ten onrechte in onze uitzending zijn genoemd. Wij moeten vaststellen dat er in deze twaalf zaken geen gefundeerd bewijs is om te stellen dat deze voormalige medewerkers van de HVA in Ethiopië een kind hebben verwekt. Wij bieden alle betrokkenen onze uitdrukkelijke excuses aan.”
 
Klaagsters zijn de weduwe en de drie dochters van F.G.H. Furnée (hierna: Furnée), die in de vijftiger jaren voor de HVA in Ethiopië als chemicus in een suikerfabriek heeft gewerkt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagsters stellen dat zij door de uitzending in hun goede naam zijn aangetast. Verweerder heeft ten onrechte geen enkel onderzoek gedaan naar de beweringen van voornoemde Essayas en is er voetstoots van uitgegaan dat Furnée de vader van Essayas is. Door geen enkel onderzoek te verrichten, geen voorbehoud te maken en als vaststaand feit in de uitzending te vermelden dat Furnée de vader van Essayas is, heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig ten opzichte van klaagsters gehandeld. Gezien de belangen van klaagsters bij het bewaren van de nagedachtenis van de heer Furnée en het hooghouden van de familienaam Furnée, was het op zijn plaats geweest klaagsters over de uitzending te informeren en hen om een reactie te vragen alvorens de desbetreffende aflevering van het programma uit te zenden. Het had op de weg van verweerder gelegen, gelet ook op het ontbreken van bewijs dat Furnée daadwerkelijk de vader van Essayas zou zijn, hierover terughoudender te berichten. De familienaam van klaagsters is door verweerder volstrekt onterecht in een negatief daglicht gesteld.
Hoewel verweerder, mede op verzoek van klaagsters, in de aflevering van ‘Spoorloos’ op 8 januari 2010 een rectificatie heeft opgenomen en zijn excuses heeft aangeboden en op 9 februari 2010 een rectificatie heeft gepubliceerd op zijn website, stond op laatstgenoemde datum op de website ook nog de oproep van Essayas te lezen. Daarbij komt dat in de rectificatie op de website ten onrechte – en in strijd met gemaakte afspraken – het woord ‘gefundeerd’ is opgenomen, hetgeen voor de gemiddelde kijker impliceert dat er wel ‘ongefundeerd’ bewijs zou zijn.
 
Verweerder stelt voorop dat de Raad niet bevoegd is over de klacht te oordelen, nu het programma ‘Spoorloos’ een human interest programma is. Het bevat geen nieuws, achtergrondreportages, beschouwingen of informatieve rubrieken, hoogstens enkele informatieve elementen van ondergeschikt belang. Volgens verweerder moet het programma in zijn geheel als overwegend van niet-journalistieke aard worden aangemerkt.
Slechts voor zover de Raad zich wel bevoegd zou verklaren, stelt verweerder het volgende. Spoorloos is een opsporingprogramma en beoogt mensen bij elkaar te brengen. Daarbij is het taboedoorbrekend en worden onderwerpen zoals IVF en adoptie bespreekbaar gemaakt. Het programma vertegenwoordigt een maatschappelijke functie door een platform te bieden voor (eigen) opsporingsactiviteiten ter zake. In de gewraakte uitzending wordt het taboe doorbroken met betrekking tot halfbloeden uit Ethiopië.
Verweerder is naar aanleiding van de ontluisterende omstandigheden en verhalen van de twaalf zoekende personen in Ethiopië voortvarend te werk gegaan. Hij was in de veronderstelling dat het de kijker duidelijk moest zijn dat het niet zeker was dat de in Nederland gezochte personen daadwerkelijk de biologische vaders waren. Achteraf betreurt verweerder de inhoud van de uitzending, nu hij de door Daniel verstrekte informatie en gegevens over de twaalf genoemde Ethiopiërs die op zoek waren naar hun vermeende vader, onvoldoende heeft kunnen verifiëren.
Verweerder erkent dat hij had moeten afzien van de gewraakte expliciete oproep in de uitzending, met vermelding van de volledige naam en functie bij de HVA. In dat kader wijst verweerder dan ook op zijn ruimhartige onverplichte excuses, zowel in de uitzending van 8 februari 2010 als op de website van ‘Spoorloos’. Daarbij merkt verweerder op dat het woord ‘gefundeerd’ niet moedwillig in de rectificatie op de website is vermeld.
De vermelding op de website dat Essayas op zoek is naar zijn vader Furnée, is inmiddels verwijderd. Hieraan heeft verweerder desgevraagd ter zitting toegevoegd dat met de verwijdering van een internetbericht soms enkele dagen zijn gemoeid. Daardoor heeft in het onderhavige geval de verwijdering van het gewraakte bericht uiteindelijk plaatsgevonden enige tijd na de publicatie van de rectificatie.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: “een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep.
Ingevolge het tweede lid van artikel 4 moet – voor zover thans van belang – onder journalist worden verstaan: degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder (…) programma's die worden verspreid door radio of televisie, voor zover deze bestaan uit nieuws, reportages, beschouwingen of rubrieken van informatieve aard.”  
De gewraakte uitzending bevat zowel elementen van niet-journalistieke aard, zoals human interest, als journalistieke elementen doordat het informatie verschaft over het verschijnsel van halfbloeden in Ethiopië en de moeilijke omstandigheden waaronder zij zich in de Ethiopische samenleving moeten handhaven. De oproep van de twaalf personen in de uitzending is tegen deze achtergrond geplaatst. Daarbij is het programma – zoals verweerder heeft aangevoerd – taboedoorbrekend en heeft het een maatschappelijke functie. Aldus heeft de uitzending naar het oordeel van de Raad een overwegend journalistiek karakter als hiervoor bedoeld. De Raad acht zich daarom bevoegd over de klacht te oordelen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers, en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (punt 1.1. van de Leidraad van de Raad)
Verder zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad)
 
Niet in geschil is dat in de uitzending en op de website van verweerder ten onrechte de naam Furnée is vermeld. Verweerder had dit kunnen voorkomen door de juistheid van de door Daniel verstrekte informatie te verifiëren, bijvoorbeeld door navraag te doen bij klaagsters. Verweerder heeft dat ten onrechte nagelaten, hetgeen hij ook heeft erkend. Door niettemin de naam Furnée te vermelden, heeft verweerder jegens klaagsters journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Verweerder heeft zowel in de aflevering van ‘Spoorloos’ van 8 februari 2010 als op zijn website in een bericht van 9 februari 2010 duidelijk gemaakt dat hij de naam Furnée ten onrechte in de uitzending heeft genoemd. Weliswaar is in de rectificatie op de website het woord ‘gefundeerd’ vermeld – hetgeen, gelet op de toezegging van verweerder ter zake, slordig kan worden genoemd – maar in de uitzending van 8 februari 2010 is die term achterwege gelaten. Voorts heeft verweerder de oproep van Essayas van zijn website verwijderd. Dat zulks pas enige tijd na de rectificatie is gebeurd, is door verweerder ter zitting toegelicht en niet journalistiek ontoelaatbaar.
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders aldus de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheid op deugdelijke wijze rechtgezet. Gelet op de aard van de omissie moet de rectificatie als passend worden beschouwd. (zie punt 6.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Hoewel de Raad begrijpt dat klaagsters de uitzending als bijzonder grievend hebben ervaren, heeft verweerder zijn journalistiek onzorgvuldige handelwijze rechtgezet op een in de journalistiek passende wijze. Dit leidt tot de slotsom dat de klacht ongegrond moet worden verklaard.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 juli 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.