2010/32 ongegrond onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
De Lafayette School
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Onderwijsblad
 
Bij brief met drie bijlagen, ontvangen door de Raad op 18 februari 2010, heeft A. Koster, directeur, namens de De Lafayette School te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Onderwijsblad (hierna: verweerder). Klaagster heeft haar klacht verder toegelicht bij brief van 17 maart 2010, door de Raad ontvangen op 13 april 2010, en verzocht om bemiddeling. Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klaagster bij brief van 16 april 2010 nader geïnformeerd over de procedure bij de Raad. R. Sikkes, hoofdredacteur, heeft de Raad laten weten dat hij niet aan bemiddeling wenst mee te werken en heeft in een brief van 19 mei 2010 met bijlagen op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 juni 2010. Namens klaagster is daar voornoemde Koster verschenen. Verweerder is niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Klaagster is door een freelance medewerkster van het Onderwijsblad, R. Wisman, benaderd met het verzoek tot het houden van een telefonisch interview ten behoeve van een artikel over particuliere scholen. Nadat klaagster met dat interview heeft ingestemd, is het interview door verweerder afgezegd met als reden dat het Onderwijsblad geen aandacht wil besteden aan Scientology.
 
Vervolgens heeft klaagster een klacht ingediend bij het Meldpunt Discriminatie, Bureau Art.1 Gooi en Vechtstreek (hierna: het Meldpunt Discriminatie). Het Meldpunt Discriminatie heeft verweerder hierover geïnformeerd in een brief van 3 december 2009 en aan verweerder meegedeeld dat het Meldpunt Discriminatie toeziet op naleving van artikel 1 van de grondwet. In de brief wordt verder verwezen naar een e-mail van Wisman aan klaagster van 25 november 2009, die wordt geciteerd als volgt:
“Helaas kunnen de interviews (die voor vanmiddag gepland stonden) niet doorgaan. De hoofdredacteur van het onderwijsblad wil op geen enkele manier aandacht besteden aan Scientology. Mijn excuses dat ik u het verkeerde idee heb gegeven. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met Robert Sikkes, de hoofdredacteur.”
 
Verweerder heeft op de brief van het Meldpunt Discriminatie gereageerd in een e-mailbericht van 6 januari 2010. Dit bericht bevat de volgende passage:
“Het lijkt mij vreemd om al van discriminatie te spreken nog voordat er een interview heeft plaatsgehad. (…) Men kan een uitgever of hoofdredacteur niet verplichten om aan bepaalde maatschappelijke stromingen al dan niet aandacht te besteden.
Freelance medewerkster Rineke Wisman had als opdracht om een verhaal te maken over het werken op een particuliere school. Daarbij was zij toevalligerwijs via internet gestuit op de Lafayette-school, zonder te weten dat het hier ging om een wel erg kleine school van een wel erg bijzondere richting. De Lafayette-school is namelijk direct verbonden met de Scientology-beweging, iets waarvan zij niet op de hoogte was en waarover de school haar ook niet heeft ingelicht.
Doel van het stuk was juist om ‘gewone’, op winst gerichte particuliere scholen te vergelijken met het gesubsidieerde onderwijs. Gezien het wel erg marginale verschijnsel van de Scientology in de Nederlandse samenleving vind ik dat deze organisatie geen plek in het blad van de Algemene Onderwijsbond verdient als illustratie van particulier onderwijs. De organisatie is namelijk omstreden, is bijvoorbeeld in Duitsland verboden en een dergelijk verbod heeft ook in Frankrijk gespeeld maar is door de rechter afgewezen.
Een en ander wil niet zeggen dat wij nooit en te nimmer over de Lafayette-school zouden willen schrijven, maar alleen dan wanneer daar vanwege journalistieke redenen een gegronde aanleiding voor zou bestaan. Mochten wij bijvoorbeeld over het verschijnsel Scientology en onderwijs een – mogelijk kritisch – artikel schrijven dan zou het kunnen dat wij bij de Lafayetteschool aankloppen voor wederhoor.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster verwijt verweerder onzorgvuldig handelen. Zo bevat het e-mailbericht van verweerder van 6 januari 2010 aan het Meldpunt Discriminatie onjuistheden en doet dit geen recht aan de feiten. De Lafayette School is namelijk een algemeen bijzondere school, die niet rechtstreeks is verbonden aan de Scientology-kerk. De studiemethode is slechts ontwikkeld door de heer Hubbard. Daarnaast wordt de Scientology-beweging als kerk beschouwd in de Verenigde Staten, Zweden, Spanje en Italië en is deze in Nederland door het gerechtshof Amsterdam beschouwd als kerkelijke/levensbeschouwelijke instelling. Het is niet juist dat de organisatie is verboden in Duitsland. Verder heeft verweerder in zijn e-mail geopperd dat Scientology voor verweerder slechts interessant zou kunnen zijn ten behoeve van een kritisch en negatief getint artikel.
Klaagster meent verder dat verweerder het interview met haar niet had mogen afzeggen, alleen omdat de school vanwege een relatie met Scientology niet in het artikel zou passen. Ter zitting voegt klaagster hieraan toe dat de reden om het interview af te zeggen, riekt naar discriminatie. Volgens klaagster is ter zake sprake van vooringenomenheid en onzorgvuldig gedrag van verweerder.
 
Verweerder stelt dat de Raad niet bevoegd is over de klacht te oordelen voor zover deze is gericht tegen zijn e-mailbericht van 6 januari 2010 aan het Meldpunt Discriminatie. Volgens verweerder kan dat bericht niet als journalistieke gedraging worden aangemerkt. Verweerder wijst er nog op dat het Meldpunt Discriminatie hem in een e-mail van 25 februari 2010 heeft laten weten dat geen sprake is van discriminatie.
Voorts stelt verweerder dat – hoewel het vervelend is een interview af te zeggen – geen sprake is van journalistiek verwijtbaar gedrag. Hij was voornemens een artikel te publiceren over het werken op een particuliere school. Doel van het stuk was om ‘gewone’ op winst gerichte, particuliere scholen te vergelijken met het gesubsidieerde onderwijs. Daar paste klaagster overduidelijk niet bij. Naar de mening van verweerder heeft klaagster geen enkel recht te eisen dat zij in het blad voorkomt of er boos over te zijn dat zij er niet in voorkomt.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD
voor zover de klacht is gericht tegen het e-mailbericht van 6 januari 2010 van verweerder
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep.
 
Dit onderdeel van de klacht heeft betrekking op de gedragingen van verweerder in het kader van een tussen klaagster en verweerder gevoerde klachtprocedure bij het Meldpunt Discriminatie.
 
De Raad heeft in een groot aantal zaken het handelen van journalisten in het verband van de afhandeling van een in eerste instantie bij die journalisten ingediende klacht als journalistieke gedragingen aangemerkt. Echter, waar het handelen van journalisten betreft in het kader van een juridische of tuchtrechtelijke procedure – zoals in dit geval bij een klacht bij het Meldpunt Discriminatie – dient het belang van het in volle vrijheid voeren van verweer zodanig zwaar te wegen dat niet meer van een journalistieke gedraging in de zin van de Statuten kan c.q. mag worden gesproken. De Raad acht zich derhalve niet bevoegd over het e-mailbericht van 6 januari 2010 te oordelen. (vgl. onder meer RvdJ 2006/52)
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
voor zover deze betrekking heeft op het afzeggen van het interview
 
Kern van de klacht is dat verweerder een interview heeft afgezegd omdat hij geen aandacht wil besteden aan Scientology. Klaagster voelt zich door de afzegging van het interview en de daarvoor opgegeven reden onheus bejegend en acht het handelen van verweerder onacceptabel.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerder bij een publicatie over een bepaald onderwerp zoals particulier onderwijs het standpunt van klaagster daarover zou moeten opnemen. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)
 
Het voorgaande brengt mee dat het verweerder vrijstond te bepalen of hij in zijn artikel over particuliere scholen tevens aandacht zou besteden aan klaagster en al dan niet tot het houden van een interview met klaagster zou overgaan. De omstandigheid dat het interview door verweerder mede zou zijn afgezegd vanwege de vermeende band tussen klaagster en de Scientology-beweging maakt dit – hoe negatief klaagster dit ook heeft mogen ervaren – niet anders. Overigens behoefde verweerder zijn keuze om niet tot het interview over te gaan, niet te verantwoorden.
 
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder op dit punt geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer RvdJ 2010/10)
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het e-mailbericht van 6 januari 2010 is de Raad niet bevoegd over de klacht te oordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 juli 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.