2010/31 ongegrond onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R. Felgata
 
tegen
 
B. Paternotte, C. Bouwman, N. Stolker en de hoofdredacteur van HP/De Tijd
 
Bij brief van 8 april 2010 met vijf bijlagen heeft R. Felgata (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen B. Paternotte, C. Bouwman, N. Stolker en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (hierna: verweerders). Bij e-mail van 3 mei 2010 heeft J. Dijkgraaf, hoofdredacteur, laten weten niet inhoudelijk op de klacht te zullen reageren.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 mei 2010. Klaagster is daar verschenen.
 
DE FEITEN
 
Klaagster heeft medio maart 2010 in een column een open brief geschreven aan schrijver Robert Vuijsje onder de titel “Alleen maar neppe mensen”. Deze brief bevat onder meer de volgende passages:
“Ik wilde je boek eigenlijk helemaal niet lezen, maar ik was de enige in Nederland, dus heb ik het toch gekocht. Ik was benieuwd of de fuzz over Alleen maar nette mensen klopte. Of het boek echt zo goed was. Of je discrimineerde, racistisch was. Volgens mij discrimineren alle joden.
Ik heb met je broertje gestudeerd. Journalistiek. En tien jaar geleden heb je mij geïnterviewd voor Revu. Toen vond ik je aardig. Toen ik je boek nog niet had gelezen, vond ik je boek bagger. Maar dat was een vooroordeel. Marokkanen hebben altijd vooroordelen.”
en
“Ik wilde je boek kut vinden, omdat alle vrouwen in de Bijlmer boos op je waren. Je bent vrouwonvriendelijk en dik. Maar alle joden zijn vrouwonvriendelijk en meestal dik. Maar dat komt omdat de meeste joden rijk zijn. Welvaartsjoden zijn altijd dik.”
 
Vervolgens is op 3 april 2010 op de website van HP/De Tijd een artikel van de hand van Bouwman verschenen onder de kop “Joden-zijn-dik-columniste Raja Felgata ontslagen bij Revu”. De intro van dit artikel luidt:
“Twee weken geleden schreef Revu-columniste Raja Felgata een kritische open brief aan schrijver Robert Vuijsje. “Je bent vrouwonvriendelijk en dik. Maar alle joden zijn vrouwonvriendelijk en meestal dik. Maar dat komt omdat de meeste joden rijk zijn. Welvaartsjoden zijn altijd dik.” En ook: “Je kunt niet zo goed praten. Je stottert. Je schrijft veel beter dan dat je praat. Maar daar hebben de meeste autisten last van.” Dat Revu, waar Vuijsje lange tijd redacteur was, dit op zijn zachtst gezegd niet zo leuk vond, moge duidelijk zijn. Nu moet Felgata weg bij het blad. Of die zaken met elkaar samenhangen? In haar laatste column zegt ze zelf van niet. Raja Felgata past simpelweg niet in de nieuwe koers die Revu gaat varen.”
Verder bevat het artikel de volgende passage:
“Het lijkt erop dat Felgata hier niet echt over in zit. “Ik schreef liever onder de vorige hoofdredacteur dan (de) huidige. Hij (Frans Lomans, sinds 1 april naast hoofdredacteur Panorama nu ook van Revu, red.) is ook Panorama’s baasje en dat is niet mijn ding.”
Want waar oud-hoofdredacteur Altan Erdogan (nu hoofd Informatieve Programma’s bij de VARA) van haar alle lof krijgt, heeft Felgata voor Lomans geen goed woord over.”
 
Diezelfde dag heeft Paternotte het volgende Twitter-bericht aan klaagster gericht:
“@RajaFelgata VIEZE VUILE ANTISEMIET! Ik vind het jammer dat je geen column meer hebt. Regels snel iets anders, girl.”
Drie dagen later, op 6 april 2010, is op de website van HP/De Tijd een artikel verschenen van de hand van Stolker onder de kop “Ontslagen joden-zijn-dik-columniste krijgt steun van Fatima Elatik”. Dit artikel bevat de volgende passage:
“Oei. Nu wordt het menens. Columniste Raja Felgata, over wie ontslag niet verlengde freelancecontract we zaterdag berichtten, is een blog- en twittervendetta begonnen tegen HP/De Tijd. Reden: we mogen helemaal niet schrijven over haar ontslag niet verlengde freelancecontract. Nu begint de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik (PvdA) zich er ook tegenaan te bemoeien. Na het lezen van Felgata’s schrijfsels (“alle joden zijn vrouwonvriendelijk en meestal dik”) sprak Elatik haar steun uit: “Heb je blog gelezen en je colums, yo go girl. Keep telling it like it is:-)””
 
Ten slotte is diezelfde dag, een aantal uren later, op de website van HP/De Tijd een artikel verschenen van de hand van Bouwman onder de kop “Joden-zijn-dik-columniste Raja Felgata solliciteert bij HP/De Tijd”. De intro van dit artikel luidt:
“Of we Raja Felgata even wilden bellen. De na een slechtnieuwsbrief ontslagen vertrokken columniste van Revu vond onze berichtgeving daarover ‘feitelijk onjuist’ en overweegt een gang naar de Raad voor de Journalistiek. De auteur van het artikel HP/De Tijd-stagiaire Charlotte Bouwman, belde de via Twitter steeds onsamenhangender agerende columniste. Verslag van een hilarisch telefoongesprek dat boos begint maar eindigt in een sollicitatie.”
In het artikel is verder onder meer te lezen:
“Waar wilt u in de toekomst gaan schrijven?
“Bij HP/De Tijd ga ik schrijven!”
HP/de Tijd? Het blad dat u veracht en dat ‘de laatste jaren zo ongelooflijk in niveau is gedaald’?
“Het is tijd om de mensen die HP/De Tijd lezen gewoon eens flink wakker te schudden. En als je daarvoor gewoon een goede columniste wilt hebben, moet je mij bellen. Jullie maken je zo druk over mij, jullie betrekken Fatima Elatik er ook nog bij!”
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat de berichtgeving op de website van HP/De Tijd tendentieus en onjuist is. Zo is onder meer ten onrechte de suggestie gewekt dat zij vanwege haar open brief aan Vuijsje is ontslagen. Volgens klaagster was haar echter al in januari 2010 bekend dat haar freelance contract met Revu eind maart 2010 zou eindigden, omdat de nieuwe hoofdredacteur bij zijn aanstelling per 1 april andere columnisten met zich mee zou nemen. Ter zitting benadrukt klaagster dat haar column met toestemming van Revu is gepubliceerd.
Verder is ten onrechte de suggestie gewekt dat zij antisemitische uitspraken heeft gedaan, aldus klaagster. Daarover is vervolgens op Twitter dagenlang gespeculeerd, onder anderen door HP/De Tijd freelancer en cartoonist Paternotte. Klaagster wijst erop dat haar column een antwoord was op Vuijsje’s boek “Alleen maar nette mensen”, waarin Vuijsje – in dezelfde stijl als klaagster in haar column – bevolkingsgroepen en ook joden heeft gestereotypeerd. Klaagster stelt dat haar column uitdrukkelijk ironisch was bedoeld, hetgeen de redactie van Revu destijds ook heeft ingezien.
Ten slotte stelt klaagster dat ten onrechte is vermeld dat zij wilde solliciteren bij HP/De Tijd. Haar antwoord op de vraag waar zij in de toekomst wilde schrijven, was sarcastisch en ironisch bedoeld. Daarnaast zijn meerdere antwoorden uitvergroot en verzonnen, aldus klaagster.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat in de berichtgeving op website van HP/De Tijd ten onrechte is gesuggereerd dat klaagster is ontslagen, dat zij antisemitische uitspraken heeft gedaan en dat zij heeft gesolliciteerd bij HP/De Tijd.
 
In dit geval acht de Raad van belang dat klaagster met haar open brief aan Vuijsje op zodanig provocerende wijze de publiciteit heeft gezocht dat reacties daarop redelijkerwijs te verwachten waren. Dat die reacties op een vergelijkbare, provocerende wijze zouden zijn verwoord viel eveneens redelijkerwijs te verwachten. Dat klaagster haar column op dezelfde manier heeft geschreven als Vuijsje in zijn boek heeft gedaan – zoals zij heeft gesteld – vrijwaart haar daar niet van.
 
In dit licht bezien acht de Raad de publicaties niet onaanvaardbaar. In de berichtgeving komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Dat klaagster de berichtgeving als grievend heeft opgevat, is daarvoor onvoldoende.
Naar het oordeel van de Raad heeft de gewraakte berichtgeving een opzettelijk overdreven tendentieuze toon; voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat voor verweerders feitelijke verslaglegging niet voorop heeft gestaan en dat overdrijving als stijlmiddel niet is geschuwd.  
 
Daarbij komt dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Hoewel de kop “Joden-zijn-dik-columniste Raja Felgata ontslagen bij Revu” feitelijk niet juist is, is deze – gelet op het voorgaande en bezien in de context van de berichtgeving – niet onacceptabel. Immers, in de tekst van het artikel is klaagsters vermeende ontslag niet als feit gepresenteerd, maar is aan de orde gesteld of klaagster vanwege haar column in Revu weg moest. Direct daarop volgend is het weerwoord van klaagster weergegeven, te weten dat zulks niet het geval was en dat haar vertrek te maken had met de nieuwe koers van Revu.
 
Het standpunt van klaagster dat ten onrechte is gesuggereerd dat zij antisemitische uitspraken heeft gedaan, volgt de Raad evenmin. De passage “Alle joden zijn vrouwonvriendelijk en meestal dik. Maar dat komt omdat de meeste joden rijk zijn. Welvaartsjoden zijn altijd dik.” is een letterlijk citaat uit de open brief van klaagster, dat in de kop van de berichtgeving is geparafraseerd als ‘Joden-zijn-dik-columniste’.
 
Met betrekking tot haar vermeende sollicitatie bij HP/De Tijd heeft klaagster desgevraagd ter zitting meegedeeld dat de opmerking dat zij voor HP/De Tijd wilde schrijven een juiste weergave behelst van hetgeen zij tegen Bouwman heeft gezegd. Uit de context van het gewraakte artikel is bovendien duidelijk af te leiden dat klaagster haar opmerking niet serieus bedoelde.
 
Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat met de publicaties op de website van HP/De Tijd geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het Twitter-bericht van Paternotte, overweegt de Raad het volgende. In artikel 4.1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek is bepaald, dat voor de toepassing van deze statuten en de reglementen van de Raad onder journalistieke gedraging wordt verstaan: ‘een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep’.
Daargelaten of, en zo ja: onder welke omstandigheden, een bericht op Twitter als een journalistieke gedraging kan beschouwd, overweegt de Raad dat het bericht van Paternotte aan klaagster een louter althans overwegend persoonlijk karakter heeft, waardoor het in het geheel als van niet-journalistieke aard moet worden aangemerkt. Het journalistieke normenstelsel is voor de beoordeling van dergelijke berichten niet bedoeld. De Raad acht zich daarom niet bevoegd over het Twitter-bericht te oordelen.
 
BESLISSING
 
De Raad verklaart zich niet bevoegd een oordeel te geven over het Twitter-bericht van Paternotte. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juli 2010 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. E.J.M. Lamers, M. Ülger en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.