2010/30 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Politie Flevoland
 
tegen
 
J. van den Dongen, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 25 maart 2010 met drie bijlagen heeft de korpsbeheerder namens de Politie Flevoland (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen J. van den Dongen, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Klaagster heeft haar klacht aangevuld bij brief van 1 april 2010 met drie bijlagen. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 mei 2010. Namens klaagster is daar mr. H.R. de Vries, chef bureau korpsondersteuning, verschenen, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Op 25 september 2009 is op de voorpagina van De Telegraaf een artikel van de hand van Van den Dongen en Olmer verschenen onder de kop “Flevoland is fraudeparadijs” met het chapeau “Politie te druk met andere zaken”. De intro van het artikel luidt:
“Dieven, oplichters en fraudeurs kunnen zich het best in Flevoland vestigen, want daar worden ze met rust gelaten door politie en justitie. Door gebrek aan mankracht krijgen alleen gewelds-, jeugd- en zedenzaken nog aandacht.”
Verder bevat het artikel de volgende passages:
“De Telegraaf ontdekte deze nieuwe beleidslijn tijdens een onderzoek naar een miljoenenoplichting door een bedrijf in de regio, waarover deze krant morgen uitvoerig bericht. Hoewel over deze zaak een panklaar onderzoeksrapport is aangeleverd, inclusief op heterdaad gefilmde bewijzen en ruim honderd aangiften, weigert de recherche de zaak op te pakken.”
en
“”Vermogensdelicten, hoe vervelend ook en hoeveel geld men ook kwijt is geraakt, raakt niet de lichamelijke integriteit en daar richten wij ons op”, aldus de politie.
Korpsbeheerder Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere, bevestigt dit beleid. Ze raadt gedupeerden aan met de aangiften naar de burgerrechter te stappen om daar de schade te verhalen.”
Verder wordt Jorritsma nog geciteerd als volgt:
“Ik wil hier helemaal niet worden ingetrokken. Als korpsbeheerder ga ik niet over de prioriteit. Dat doet de minister. Het is landelijk beleid. U moet háár zeggen dat ze niet moet bezuinigen op politiecapaciteit. U moet de Kamer zeggen dat ze andere prioriteiten moet stellen.”
 
Op 26 september 2009 zijn in De Telegraaf twee vervolgartikelen verschenen. In het eerste artikel, met de kop “Misdaad loont in Flevoland”, is beschreven dat 23 handelaren in oud frituurvet regelmatig worden bestolen van dit vet en dat een bedrijf in Dronten ervan wordt beschuldigd de vaten met vet te “stropen”. Verder bevat het artikel de volgende passage: 
“Het probleem werd medio 2007 voor het eerst besproken tijdens een geheime bijeenkomst in motel Nulde, waar ook Belgische gedupeerden op af kwamen. (…) Eindelijk zou er een einde komen aan de diefstal, wisten de inzamelaars zeker. Immers, bij de bijeenkomst was ook een delegatie van VROM, FIOD en politie aanwezig. Maar het bleef oorverdovend stil. De dieven gingen onverstoord verder, ruim honderd aangiften tegen hen ten spijt.”
 
Van het tweede artikel luidt de intro:
“Stel, je bent bestolen. Of opgelicht. Klop dan niet aan bij de politie Flevoland. Dit korps komt alleen nog het bureau uit voor geweldszaken, zedenmisdrijven en jeugdzaken. Zelfs als je een panklare zaak aanlevert, compleet met gefilmd bewijs, meer dan honderd aangiften, talloze belastende verklaringen en burgeraanhoudingen op heterdaad, dan ben je bij de politie aan het verkeerde adres.’Geen prioriteit’ heet dat in politietermen. De gevolgen van dit beleid worden pijnlijk duidelijk in deze reportage over een megazwendel, die de politie weigert te onderzoeken.”
In het artikel is omschreven hoe de diefstallen van frituurvet plaatsvinden. Verder worden gedupeerden aan het woord gelaten en wordt beschreven dat de politie niet optrad. In het artikel wordt een bedrijfsrechercheur en voormalig IRT-rechercheur geciteerd als volgt:
“Jan Loedeman: “Het begon al in augustus 2008, toen ik sprak met het regionaal milieuteam van de politie Flevoland. Ik kreeg te horen dat ze geen zin hadden in ‘al die kutzaakjes verspreid over het hele land’. De regiopolitie had daarvoor geen capaciteit. Het was een vermogensdelict, waar helemaal geen animo voor bestond om te onderzoeken.”
Waarna het artikel vervolgt:
“Dat de politie Flevoland in de vetzaak op zijn handen blijft zitten, is des te opmerkelijker, omdat het korps al twee jaar wordt overstelpt door tientallen rechtshulpverzoeken uit België.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster betoogt dat de artikelen onjuiste informatie bevatten, eenzijdige berichtgeving behelzen en tendentieus zijn. Zij licht toe dat de journalisten Van den Dongen en Olmer vele malen contact hebben gehad met de persvoorlichters van klaagster. De informatie die door klaagster is gegeven, is echter onjuist en onvolledig weergegeven. Zo is bij de politie Flevoland in de onderhavige kwestie geen onderzoek aanhangig. Weliswaar bevindt het verdachte bedrijf zich in Dronten, maar de vermeende strafbare feiten zijn buiten het gebied van de regio gepleegd en er zijn bij klaagster geen aangiften in deze zaak gedaan.
Volgens klaagster heeft Olmer in het eerste telefoongesprek van 23 september 2009 meegedeeld dat hem duidelijk was dat regiopolitie Flevoland – behalve de afhandeling van rechtshulpverzoeken en een onderzoek op het gebied van milieucriminaliteit – geen enkele rol heeft in de zaak tegen het bedrijf in Dronten. In een tweede telefoongesprek van die dag is een en ander nogmaals uitvoerig aan de orde geweest. Door desondanks onjuist te berichten, hebben verweerders moedwillig klaagster schade toegebracht.
Verder stelt klaagster dat de tweede publicatie van 26 september 2009 onder meer de suggestieve stellingen bevat dat de regiopolitie Flevoland zich alleen nog bezighoudt met geweldszaken, zedenmisdrijven en jeugdzaken – en niet met fraude- of oplichtingszaken – en weigert een zaak betreffende een megazwendel te onderzoeken. Omdat de aanduidingen ‘politie Flevoland’ en ‘de politie’ door elkaar worden gebruikt, is het voor de lezer niet duidelijk of het gaat om de politie in het algemeen of om het regionale korps Flevoland.
Ter zitting heeft klaagster nog toegelicht dat het citaat van Jorritsma over de capaciteit en prioriteiten uit zijn verband is gehaald. Dit citaat had geen betrekking op de zaak van het bedrijf in Dronten, maar op andere misdrijven.
Klaagster betoogt dat het onjuist is en schadelijk voor haar imago, dat wordt gesteld dat zij categorisch zou weigeren om andere zaken dan geweldszaken, zedenmisdrijven en jeugdzaken te onderzoeken.
Ten aanzien van de uitlatingen van bedrijfsrechercheur Loedeman stelt klaagster dat de uitspraak over het regionaal milieuteam nooit aan een woordvoerder van klaagster is voorgelegd. Verder is de opmerking onjuist dat de regiopolitie Flevoland ‘op zijn handen blijft zitten’, aangezien bij klaagster nooit aangiften zijn gedaan. De diefstallen die in de berichtgeving van 26 september 2009 zijn genoemd, hebben bovendien plaatsgevonden in Nunspeet, Laren, Ermelo, Harderwijk, Winterswijk en Turnhout en derhalve buiten het gebied van Flevoland. In de enige genoemde locatie die wel in Flevoland ligt – Dronten – is geen aangifte gedaan van bedreiging, hetgeen ook verweerders bekend is. Door deze plaatsen te noemen in samenhang met het regionale milieuteam van Flevoland, wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat de regiopolitie Flevoland betrokken is bij c.q. verantwoordelijk is voor deze zaken en zou weigeren een onderzoek te starten. Volgens klaagster waren verweerders ruim voor de publicatie al ervan op de hoogte dat de regiopolitie Flevoland geen onderzoeksbelang had bij deze zaak, maar wel op verzoek van andere opsporingsinstanties en voor de Belgische politie onderzoekshandelingen heeft uitgevoerd.
Desgevraagd is ter zitting namens klaagster erkend dat de politie altijd bevoegd is tot het doen van opsporing en dat dat niet is beperkt tot zaken waarin aangifte is gedaan. Als klaagster de capaciteit zou hebben gehad, zou zij wellicht in de aan de orde gestelde kwestie wél hebben opgetreden. Klaagster wordt echter afgerekend op gestelde doelen en deze zaak valt daar niet onder. Dit is ook zo uitgelegd aan Van den Dongen en Olmer.
Klaagster concludeert dat verweerders ruim voor het verschijnen van de artikelen uitvoerig zijn voorgelicht over de feitelijke en juiste informatie en dat zelfs op verzoek van de journalisten nader feitenonderzoek is verricht. Ook de resultaten van dat onderzoek zijn met de journalisten gedeeld. Door stellingen in te nemen die op volstrekt onjuiste feiten zijn gebaseerd en geen melding te doen van de door klaagster verstrekte informatie, hebben verweerders de goede naam en het aanzien van klaagster in ernstige mate aangetast.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de berichtgeving van 25 en 26 september 2009 onjuist en tendentieus is.
 
De Raad overweegt dat klaagster niet heeft betwist dat meer dan honderd aangiften zijn gedaan van diefstal van frituurvet en dat die delicten gerelateerd zijn aan een bedrijf dat in Flevoland is gevestigd. Verder staat vast dat klaagster – behoudens rechtshulpverzoeken betreffende het horen van verdachten en een onderzoek op het gebied van milieucriminaliteit – niet is opgetreden tegen dat bedrijf. Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd en ter zitting heeft verklaard, maakt de Raad op dat dit in beginsel een formele grond heeft – de delicten waarvan aangifte werd gedaan hebben niet plaatsgevonden in de regio van klaagster en de aangiften zijn ook niet bij klaagster gedaan – maar voor een deel ook te maken heeft met gestelde beleidsdoelen en een gebrek aan capaciteit.
 
Daargelaten of aan deze twee laatstgenoemde feiten de conclusie zou kunnen worden verbonden dat klaagster in het specifieke geval van de diefstallen van frituurvet geen of onvoldoende actie heeft ondernomen, hebben verweerders aan het geheel van door klaagster aangedragen feiten ten onrechte de algemene conclusie verbonden dat de regiopolitie Flevoland ‘de deur niet meer uitkomt behalve dan voor gewelds-, zeden- en jeugdzaken’ en ‘op zijn handen blijft zitten en weigert iets te doen’, en dat Flevoland ‘een fraudeparadijs is omdat de politie daar niets doet’.

Niet is gebleken dat voor deze tendentieuze en voor klaagster diffamerende beweringen voldoende grondslag bestaat. Daarbij komt dat in de berichtgeving onvermeld is gelaten waarom klaagster geen actie heeft ondernomen op de gedane aangiften en dat zij wel degelijk rechtshulpverzoeken met betrekking tot gedane aangiften heeft afgehandeld.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klaagster te berichten zoals zij hebben gedaan. (zie punten 1.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 juli 2010 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. E.J.M. Lamers, mw. J.R. van Ooijen, M. Ülger en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.