2010/3 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.M.J.F. Janssen
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Volkskrant e.a.
 
Bij brief van 6 oktober 2009 met diverse bijlagen heeft J.M.J.F. Janssen te Hilversum (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur en drie andere medewerkers van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Elshout, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 5 november 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 november 2009 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In maart 2009 is een boek van de hand van klager verschenen onder de titel “Met de pacemaker op stap”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat – dat verweerders, ondanks vele verzoeken, niet de moeite hebben genomen kennis te nemen van zijn boek en daar een boekbespreking of een ander artikel aan te wijden. In plaats daarvan is hij onfatsoenlijk behandeld en afgescheept, aldus klager. Hij wijst erop dat het boek pijnlijke onthullingen bevat van hem, als ervaringsdeskundige, over het falende toezicht op de gezondheidszorg. Klager benadrukt dat het hem ging om het voorkomen dat andere patiënten in de toekomst eenzelfde lot zou treffen. Volgens klager zijn verweerders in gebreke gebleven om de lezers te informeren over de tekortkomingen in de zorg bij het UMCU en het toezicht daarop. Klager betreurt het dat kennelijk niet met verweerders te praten viel over de wijze waarop het publieke belang in dit kader het best kon worden gediend.
Klager wijst erop dat meer mensen vraagtekens zetten bij de wijze waarop dagbladen het nieuws benaderen. Het werkelijke nieuws wordt allengs ingeruild voor goedkope verstrooiing en de dagbladen lijken gemakkelijk mee te gaan in de hype van entertainment, sensatie en verhuftering. Ter zitting voegt klager hieraan toe dat de redactieruimte wel op voortvarende wijze wordt gebruikt door mee te werken aan bijvoorbeeld de imagebuilding van Louis van Gaal en het pleidooi van Dirk Scheringa en dat zelfs ruime aandacht wordt besteed aan reclame voor boeken van eigen schrijvers en columnisten.
Volgens klager zijn ook verweerders waarschijnlijk niet in staat om de feiten te benoemen en willen zij zich evenmin voor hun beslissing verantwoorden. Verweerders gaan voorbij aan details en zijn niet meer in staat de rode draad van de wetenschappelijke onderzoeker te herkennen, aldus klager ter zitting.
Ten slotte wijst hij erop dat hij van verschillende lezers van zijn boek positieve reacties heeft ontvangen. Hij betwist dan ook dat zijn boek niet voor een groot publiek geschikt zou zijn.

Verweerders stellen dat klager graag ziet dat in de Volkskrant aandacht wordt besteed aan zijn boek. Volgens verweerders hebben twee redacteuren het boek gelezen. Beiden vonden het boek niet geschikt om te bespreken. Nadat klager de ombudsman van de Volkskrant had benaderd is het boek nogmaals gelezen. Dit leidde niet tot een andere afweging, hetgeen aan klager is gemeld.
Verweerders wijzen erop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. In dit geval heeft het verzoek van klager de selectie niet overleefd, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders ten onrechte niet zijn overgegaan tot de door klager verzochte publicatie. Volgens klager leidt de weigering van verweerders ertoe dat zij hun lezers onjuist, althans onvolledig informeren over de tekortkomingen in de zorg bij het UMCU en het toezicht daarop. Verder stelt klager dat verweerders hem onfatsoenlijk hebben behandeld.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad) Het stond verweerders dan ook vrij om te bepalen of zij aandacht zouden besteden aan het boek van klager en de daarin opgeworpen kwestie aangaande de zorgsector. Er bestaat voorts geen journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een publicatie over een maatschappelijk onderwerp steeds het standpunt van klager over het betreffende onderwerp in de publicatie zou moeten opnemen.
 
Verweerders behoefden hun keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover klager niet te verantwoorden. Niettemin hebben zij klager gemeld dat zij diens boek niet geschikt vonden om te publiceren. Van een onfatsoenlijke behandeling van klager is dan ook geen sprake.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer RvdJ 2005/17)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2010 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema en mr. T.E. Klein, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.