2010/29 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
L.M. Bruijn
 
tegen
 
S. en O. van der Zee, Uitgeverij De Bezige Bij en de hoofdredacteur van ‘Boeken’ (VPRO)
 
In een e-mail van 8 maart 2010 met een bijlage heeft L.M. Bruijn (hierna: klager) een klacht ingediend tegen S. en O. van der Zee, Uitgeverij De Bezige Bij en de hoofdredacteur van ‘Boeken’ (VPRO) (hierna: verweerders). Klager heeft daarop zijn klacht toegelicht en aangevuld bij e-mails van 12, 15 en 18 maart 2010 en bij brief van 12 maart 2010. Verder heeft klager nog diverse bijlagen overgelegd, die door de Raad zijn ontvangen op 19 maart en 13 april 2010.
Mw. S. Holtzer, hoofdredacteur Nederlandse literatuur bij De Bezige Bij, heeft bij brief van 3 mei 2010 het verweerschrift van S. en O. van der Zee ingediend en een exemplaar van het gewraakte boek overgelegd.
F. Stoopendaal, werkzaam op de afdeling Juridische Zaken van de VPRO, heeft in een brief van 6 mei 2010 op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 mei 2010. Klager is daar verschenen en heeft zijn standpunten toegelicht aan de hand van een pleitnota. Van de zijde van verweerders zijn mw. mr. R. Hendriksen, werkzaam op de afdeling Juridische Zaken van De Bezige Bij, en bovengenoemde Holtzer verschenen.
 
DE FEITEN
 
Begin 2010 is het boek “Vogelvrij - De jacht op de Joodse onderduiker” van de hand van S. van der Zee verschenen.
Het boek, dat uit drie delen bestaat, handelt over de verraders van Joodse gezinnen, waaronder dat van Anne Frank, in de Tweede Wereldoorlog. Het bevat onder meer resultaten van dossieronderzoek in het Nationaal Archief te Den Haag en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (hierna: NIOD) te Amsterdam. Verder is een interview met B. Joseph opgenomen, over het verraad van Joodse gezinnen in de Tweede Wereldoorlog. Deze persoon is door Van der Zee opgespoord aan de hand van dossiergegevens uit het Nationaal Archief.
Klager is in de eerste druk van het boek genoemd in de lijst “Met dank aan”.
 
Op 29 februari 2010 is in een uitzending van het programma ‘Boeken’ van de VPRO aandacht besteed aan het boek van Van der Zee. In de uitzending worden onder meer beelden getoond van een interview met B. Joseph, die zijn gemaakt met verborgen opname-apparatuur.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat – dat met de in het boek vermelde gegevens en de filmbeelden van het interview B. Joseph eenvoudig kan worden opgespoord. Volgens hem is het in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens dat Van der Zee persoonsgegevens bekend heeft gemaakt van nog in leven zijnde oorlogsmisdadigers. De gebruikte gegevens zijn afkomstig uit het Nationaal Archief en alleen onder strenge voorwaarden toegankelijk voor het publiek. Volgens klager heeft Van der Zee de ondertekende verklaringen, dat hij niets zou publiceren zonder toestemming van het Nationaal Archief, genegeerd. Deze stelling is door het Nationaal Archief ook bevestigd, aldus klager.
Ten aanzien van zijn ontvankelijkheid stelt klager dat zijn naam is vermeld in de lijst “Met dank aan”, achterin het boek, waardoor hij wordt geassocieerd met het werk van Van der Zee. Ten onrechte wordt door de vermelding van zijn naam de indruk gewekt dat hij zou instemmen met het boek en met de door Van der Zee gehanteerde werkwijzen, aldus klager. Hij benadrukt dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de vermelding van zijn naam. Volgens klager loopt hij nu als onderzoeker de kans in de toekomst minder gemakkelijk toegang te krijgen tot het Nationaal Archief en daardoor wordt hij in zijn persoonlijke belangen geschaad. Klager wijst er in dat verband op dat hij naar aanleiding van de werkwijze van Van der Zee een klacht heeft ingediend bij het Nationaal Archief over het vrijgeven van dossiers en dat hij via bemiddeling van het NIOD met Van der Zee in contact is gekomen.
Verder stelt klager – op grond van een breder maatschappelijk belang dan zijn persoonlijke klacht – dat het een trend is dat oorlogsmisdadigers die hun straf hebben uitgezeten, tot op heden worden achtervolgd door journalisten. Hij stelt dat deze ex-gedetineerden het recht hebben om met rust gelaten te worden.
 
Verweerders hebben in de eerste plaats betwist dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Volgens verweerders is klager niet rechtstreeks en persoonlijk in zijn belang geschaad door het boek en de uitzending, nu deze niet over klager gaan. Dat klager in de lijst “Met dank aan” is genoemd, betekent niet dat hij geacht moet worden het eens te zijn met de inhoud van het boek.
Verder stellen verweerders dat de Raad niet bevoegd is een oordeel te geven over de klacht voor zover die is gericht tegen het boek, omdat geen sprake is van een journalistieke gedraging. Het boek heeft niet in overwegende mate een journalistiek karakter en is niet als een onderzoeksjournalistieke productie te beschouwen. Het doel van een dergelijke productie is om nieuws dat voorheen niet bekend was of toegankelijk voor het grote publiek, te onthullen. De informatie die in het boek is opgenomen, is echter in beginsel voor een ieder beschikbaar. Bovendien is de informatie op een wetenschappelijke manier verkregen, namelijk onder meer door selectie van feiten, de analyse daarvan en brononderzoek.
Verder menen verweerders dat het niet aan de Raad is om te oordelen over een (vermeende) overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens. Het (mogelijke) schenden van afspraken met het Nationaal Archief is een zaak tussen Van der Zee en het Nationaal Archief en kan niet worden beschouwd als een journalistieke gedraging.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Klager heeft ter zake aangevoerd dat zijn naam in het boek is vermeld in de lijst “Met dank aan”. Volgens klager zal hij met het boek worden geassocieerd en er nadeel van ondervinden dat Van der Zee afspraken met het Nationaal Archief heeft geschonden. Klager betoogt dat hij daarom rechtstreeks belanghebbende is als hiervoor bedoeld.
 
De Raad deelt het standpunt van klager niet. Klager is niet direct betrokken bij het schenden van afspraken die Van der Zee met het Nationaal Archief heeft gemaakt. Dat klager mogelijk in de toekomst hinder zal ondervinden van het feit dat het Nationaal Archief zijn regels voor het inzien van archieven heeft aangescherpt, staat in een te ver verwijderd verband met de handelwijze van Van der Zee.
Verder brengt de enkele vermelding van klagers naam in de lijst “Met dank aan” niet mee dat een direct verband bestaat tussen klager en hetgeen over B. Joseph, of andere in het boek beschreven personen, is vermeld. Ook in dit opzicht kan niet worden geconcludeerd dat klagers belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en klager persoonlijk in zijn belang is geraakt. In dat verband merkt de Raad nog op dat klagers naam op diens verzoek uit de lijst “Met dank aan” is verwijderd en derhalve niet meer voorkomt in herdrukken van het boek.
 
Ten slotte is ook de omstandigheid dat klager zich het lot aantrekt van oorlogsmisdadigers die hun straf hebben uitgezeten, onvoldoende om hem als rechtstreeks belanghebbende aan te merken.
 
Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht voor zover die is gericht tegen het boek. Dit brengt voorts mee dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht tegen de uitzending van het programma ‘Boeken’ van de VPRO, waarin het boek wordt besproken.
 
BESLISSING
 
Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 juli 2010 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. J.R. van Ooijen, mw. M.J. Rietkerk en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.