2010/2 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.M.J.F. Janssen
 
tegen
 
de hoofdredacteur van AD Utrechts Nieuwsblad e.a.
 
Bij brief van 6 oktober 2009 met diverse bijlagen heeft J.M.J.F. Janssen te Hilversum (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD Utrechts Nieuwsblad en zeven andere medewerkers van AD (hierna: verweerders). Hierop heeft B. Verkade, managing editor van AD Nieuwsmedia, namens verweerders geantwoord in een brief van 26 oktober 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 november 2009 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In maart 2009 is een boek van de hand van klager verschenen onder de titel “Met de pacemaker op stap”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat - dat verweerders ondanks vele verzoeken niet de moeite hebben genomen kennis te nemen van zijn boek en daar een boekbespreking of een ander artikel aan te wijden. In plaats daarvan is hij onfatsoenlijk behandeld en afgescheept, aldus klager. Hij wijst erop dat het boek pijnlijke onthullingen bevat van hem, als ervaringsdeskundige, over het falende toezicht op de gezondheidszorg. Klager benadrukt dat het hem ging om het voorkomen dat andere patiënten in de toekomst eenzelfde lot zou treffen. Volgens klager zijn verweerders in gebreke gebleven om de lezers te informeren over de tekortkomingen in de zorg bij het UMCU en het toezicht daarop. Klager betreurt het dat kennelijk niet met verweerders te praten viel over de wijze waarop het publieke belang in dit kader het best kon worden gediend. Ter zitting brengt klager naar voren dat hij verweerders jarenlang als wetenschapsvoorlichter van de Universiteit Utrecht van informatie heeft voorzien. Nu, zoveel jaren later, keuren verweerders hem echter geen blik waardig, aldus klager.
Hij wijst er verder op dat meer mensen vraagtekens zetten bij de wijze waarop dagbladen het nieuws benaderen. Het werkelijke nieuws wordt allengs ingeruild voor goedkope verstrooiing en de dagbladen lijken gemakkelijk mee te gaan in de hype van entertainment, sensatie en verhuftering. Volgens klager zijn ook verweerders waarschijnlijk niet in staat om de feiten te benoemen en willen verweerders zich evenmin voor hun beslissing verantwoorden. Klager meent dat het bij verweerders een komen en gaan is van mensen die niets met journalistiek van doen hebben.

Verweerders stellen dat het verzoek van klager om aandacht te besteden aan zijn boek en de zaak die hij aanhangig heeft gemaakt bij het medisch tuchtcollege is beoordeeld door de redactie. Daarop is besloten op dat moment geen aandacht te besteden aan de kwestie. Wel is klager gevraagd verweerders op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de zaak, omdat een uitspraak van het tuchtcollege reden zou kunnen zijn om die beslissing te heroverwegen.
Verweerders wijzen erop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De door klager aangedragen kwestie leende zich (nog) niet voor publicatie. Hoewel verweerders zich de teleurstelling van klager kunnen voorstellen, benadrukken zij dat de journalistieke keuze wordt gemaakt door de redactie en niet door degene die onderwerp is van het nieuws.
Verweerders betwisten voorts dat klager onrechtvaardig of onfatsoenlijk zou zijn behandeld. Zij wijzen erop dat de verslaggever gezondheidszorg binnen een dag contact met klager heeft opgenomen en hem heeft verzocht om aanvullende informatie. Na deze informatie te hebben bestudeerd heeft zij klager binnen twee werkdagen laten weten dat ‘op dit moment’ geen aandacht aan de kwestie zal worden besteed. Zij heeft aangegeven wel op de hoogte te willen blijven van het verloop van de zaak.
Volgens verweerders zijn zij klager correct tegemoet getreden. Klager wilde echter geen genoegen nemen met de journalistieke beslissing en hij toonde zich bijzonder vasthoudend. De ultieme reactie van de nieuwschef, dat hij geen tijd had om in deze zaak te duiken, sloeg dan ook niet op het inhoudelijke dossier, maar op de inmiddels tot onredelijke proportie uitgegroeide correspondentie met klager, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders ten onrechte niet zijn overgegaan tot de door klager verzochte publicatie. Volgens klager leidt de weigering van verweerders ertoe dat zij hun lezers onjuist, althans onvolledig informeren over de tekortkomingen in de zorg bij het UMCU en het toezicht daarop. Verder stelt klager dat verweerders hem onfatsoenlijk hebben behandeld.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad) Het stond verweerders dan ook vrij om te bepalen of zij aandacht zouden besteden aan het boek van klager en de daarin opgeworpen kwestie aangaande de zorgsector. Er bestaat voorts geen journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een publicatie over een maatschappelijk onderwerp steeds het standpunt van klager over het betreffende onderwerp in de publicatie zou moeten opnemen.
 
Verweerders behoefden hun keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover klager niet te verantwoorden. Niettemin hebben zij binnen korte tijd op het verzoek van klager gereageerd en hem laten weten dat zij in de overgelegde informatie op dat moment geen aanleiding zagen voor publicatie. Van een onfatsoenlijke behandeling van klager is dan ook geen sprake.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer RvdJ 2005/17)
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in AD Utrechts Nieuwsblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2010 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema en mr. T.E. Klein, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.