2010/19 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M. Kraland
 
tegen
 
M. Hooft van Huysduynen, S. Jonker en de hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad
 
Bij brief van 11 december 2009 met elf bijlagen heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens M. Kraland (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Hooft van Huysduynen, S. Jonker en de hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Elshout, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 11 januari 2010 met diverse bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 februari 2010. Klager is daar verschenen, bijgestaan door mr. Kaaks en P.G. Vermeulen, directeur van Inveztor. Van de kant van verweerders zijn de bovengenoemde Elshout en Jonker verschenen. Mr. Kaaks heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van één van de leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen de behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 3 augustus 2009 is op de voorpagina van Het Financieele Dagblad een artikel verschenen van de hand van Hooft van Huysduynen en Jonker met de kop “Belegger Kraland voor de rechter”. Dit artikel bevat de volgende passages:
“Beleggingsgoeroe Michael Kraland is gedagvaard door het Franse recyclingbedrijf Eco Emballage. Kraland hielp het bedrijf met beleggingen in buitenlandse hedgefondsen, die een verlies opleverden van € 23 tot € 70 mln. Eco Emballage probeert via een civiele procedure schade te verhalen.
Kraland, die in Nederland beleggerswebsite Inveztor exploiteert en columns schrijft in deze krant, hielp Eco Emballage te beleggen in onder meer het Zwitserse beleggingsfonds Auriga. Dat fonds bleek eind vorig jaar een toevoerfonds van de Amerikaanse zwendelaar Bernard Madoff.
Kraland ontving tussen de € 2,5 mln en € 3,5 mln van Auriga over het geldbedrag dat Eco Emballage in het fonds belegde. Dat blijkt uit een onderzoek van accountant Deloitte begin dit jaar. Eco Emballage heeft dit rapport vervolgens openbaar gemaakt.”
en
“Het rapport van Deloitte is volgens hem [Kraland] ‘tendentieus, slecht gedocumenteerd en onjuist’. Tot het rapport van Deloitte verscheen, ontkende Kraland betaald te zijn door Auriga.”
en
“Ook in Nederland is Kraland omstreden. Hij wordt door verschillende beleggers beschuldigd van ‘pumping en dumping’.”
 
Diezelfde dag is op pagina 9 een vervolgartikel geplaatst, eveneens van de hand van Hooft van Huysduynen en Jonker, onder de kop “Beleggingsgoeroe Kraland onder vuur genomen vanwege omstreden praktijken”. In dit artikel wordt dieper ingegaan op het geschil tussen Eco Emballage en klager. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Ook in Nederland staat Kraland binnenkort voor de rechter. Hij heeft Hans-Poul Veldhuyzen van Zanten gedagvaard, een van de aandeelhouders van iex.nl, de grootste beleggerswebsite van Nederland. Veldhuyzen van Zanten, die de dagvaarding bevestigt maar geen commentaar geeft, heeft Kraland op iex.nl beschuldigd van meerdere onregelmatigheden. Zo heeft Kraland volgens hem verzwegen dat hij actief was voor Auriga. Volgens Kraland is dat niet waar. Hij noemt Veldhuyzen van Zanten ‘een concurrent die mij al vier jaar bestookt met allerlei ellende’.”
Verder wordt onder meer vermeld dat klagers handelen aan kritiek onderhevig is en dat klager zich op zijn website Inveztor moet verdedigen tegen beschuldigingen van ‘pumping en dumping’ in verband met zijn betrokkenheid bij Ryland Oil.
 
Het artikel van pagina 9 is op pagina 11 vervolgd onder de kop “’Mijn succes wekt jaloezie op’”. Dit artikel gaat volledig over klagers betrokkenheid bij Ryland Oil, waarbij ook klagers visie ter zake is weergegeven.
 
De artikelen worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de gewraakte publicatie’.
 
Op 26 oktober 2009 is op de website van Het Financieele Dagblad www.fd.nl aan de op internet beschikbare versie van de gewraakte publicatie het volgende addendum toegevoegd:
“Voor de volledigheid voegen wij aan dit artikel toe dat de verliezen die Eco Emballage op Michael Kraland wil verhalen, verliezen betreffen in beleggingen in hedgefondsen Primores en Santa Barbara. De belegging in het Zwitserse beleggingsfonds Auriga, een toevoerfonds van de Amerikaanse zwendelaar Bernard Madoff, is voor Eco Emballage winstgevend geweest. De Fransen stapten tijdig uit, voor dat de fraude aan het licht kwam.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager betoogt dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving, waarbij ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan zijn adres zijn geuit. Daarbij komt dat het door hem binnen een uiterst krappe deadline gegeven weerwoord niet of nauwelijks is overgenomen in de gewraakte publicatie.
Ter toelichting stelt klager in de eerste plaats dat met de kop van het voorpagina-artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij voor de strafrechter wordt gedaagd. Verder bevat dit artikel de misleidende suggestie dat klager Eco Emballage ertoe heeft gebracht te investeren in een toevoerfonds (Auriga) van zwendelaar Madoff, dat Eco Emballage daaraan geld heeft verloren en Kraland daaraan heeft verdiend en zich daarvoor moet verantwoorden voor de rechter.
Volgens klager wordt de ernstige verdachtmaking versterkt door de stelling dat hij ‘ook in Nederland omstreden is en door verschillende beleggers wordt beschuldigd van ‘pumping en dumping’’, waarmee ten onrechte wordt gesuggereerd dat klager op strafbare wijze opzettelijk beleggers benadeelt. Bovendien impliceert deze stelling dat klager in Frankrijk omstreden is, hetgeen niet juist is. Klager onderstreept de ernst hiervan door erop te wijzen dat in de civiele procedure in Frankrijk een vertaling van de gewraakte publicatie in de procedure is gebracht om de rechter duidelijk te maken dat hij een slechte reputatie heeft.
Daarnaast wordt de verdachtmaking in belangrijke mate versterkt door de bewering dat hij ‘tot het rapport van Deloitte verscheen ontkende betaald te zijn door Auriga’, waarmee wordt gesuggereerd dat hij heimelijk opereerde. Deze bewering is onjuist en overigens ook niet op het rapport van Deloitte gebaseerd, maar op een bewering van de in het artikel van pagina 9 genoemde Veldhuyzen van Zanten, directeur van een concurrent van klager, met wie klager ten tijde van de publicatie in conflict was. Klager wijst erop dat Veldhuyzen van Zanten bij vonnis van 5 november 2009 door de rechtbank Amsterdam op zijn vingers is getikt wegens lichtvaardige verdachtmaking en ongefundeerde beschuldigingen. Weliswaar is op pagina 9 de ontkenning van klager weergegeven, maar op de voorpagina is de beschuldiging van Veldhuyzen van Zanten door verweerders overgenomen en geheel eigen gemaakt, waarbij de ontkenning van klager is weggelaten. Dit klemt te meer omdat verweerders wisten dat de beschuldiging onjuist is. Immers, in Het Financieele Dagblad is op 16 december 2008 in het artikel “Wereldwijde schade Madoff” al vermeld dat klager als vertegenwoordiger van Auriga vermogens van Nederlandse beleggers had aangebracht bij Auriga. Een financieel-economisch journalist weet in de regel dat een vertegenwoordiger die vermogens aanbrengt, daarvoor commissie krijgt, aldus klager. Zo een vertegenwoordiger heet ook wel ‘remisier’. Dat de term ‘vertegenwoordiger’ versluierend werkt, zoals verweerders stellen, is derhalve onjuist. Klager heeft nimmer ontkend dat hij voor het aanbrengen van vermogen betaald kreeg. Evenmin heeft hij verklaard dat hij vriendendiensten leverde aan Auriga.
Volgens klager laat de publicatie aldus voor de lezer weinig ruimte dan te oordelen dat Eco Emballage vele miljoenen had verloren door toedoen van Madoff, waarbij klager als tussenpersoon had gefunctioneerd die daaraan veel had verdiend, maar zelf geheimzinnig deed, omdat hij altijd had ontkend dat Auriga hem had betaald.
Klager stelt voorts dat de gewraakte publicatie lang niet zo tendentieus zou zijn geweest, als verweerders volledig hadden bericht en geen halve waarheden hadden gepresenteerd. Zo is bijvoorbeeld niet vermeld dat Eco Emballage twintig miljoen euro heeft verdiend aan de beleggingen in Auriga en eruit was gestapt, nog voor de fraude van Madoff aan het licht kwam, hetgeen verweerders uiteindelijk wel in het addendum hebben vermeld. Verder wijst klager er in dit verband op dat hij de gewraakte artikelen voorafgaand aan de publicatie heeft ontvangen. Hij kreeg echter een krappe tijd om te reageren en bovendien is zijn reactie niet of nauwelijks in de gewraakte publicatie verwerkt.
Klager benadrukt dat lezers van Het Financieele Dagblad verwachten dat deze krant objectief en zorgvuldig te werk gaat, en vrij is van tendentieuze berichtgeving. Het Financieele Dagblad draagt dat zelf ook uit, onder meer zijn eigen website. Verweerders hadden zich derhalve moeten realiseren dat Het Financieele Dagblad een gezaghebbende bron is, speciaal voor ondernemers in Nederland, en dat publicaties daarin een grote impact kunnen hebben, juist voor professionals in de financieel-economische markt. Klager moet het in zijn functie van beleggingsadviseur hebben van zijn reputatie. Deze reputatie is ernstig beschadigd, nu verweerders het tot gezaghebbend feit hebben verheven dat vraagtekens zijn gezet bij de activiteiten van klager.
Ten slotte stelt klager dat hij verweerders op 14 oktober 2009 schriftelijk heeft verzocht tot rectificatie over te gaan – daarvoor had hij zich al over de publicatie beklaagd bij de directie van de FD Media Groep – maar dat verweerders een passende en ruimhartige rechtzetting hebben geweigerd.
 
Verweerders stellen dat de artikelen niet zozeer zijn geschreven vanwege het conflict tussen klager en Eco Emballage, maar vanwege de al jaren aanhoudende kritiek op de zogeheten ‘pump en dump-activiteiten’ waarvan klager onder meer werd beschuldigd op diens website Inveztor.nl. Verweerders hebben voorafgaand aan de publicatie onderzoek gedaan en onder meer gesproken met beleggers, branchegenoten en (voormalige) zakenpartners van klager.
Verder menen verweerders dat de feiten juist zijn weergegeven. Zo is onweersproken dat door de Franse Centrale Bank de vergunning van klager in 2002 is ingetrokken en dat klager geen integriteitgevoelige functies mag vervullen bij Nederlandse financiële instellingen. Ook bestond wel degelijk een verband tussen klager, Eco Emballage, Auriga en Madoff, en heeft klager pas na het verschijnen van het rapport van Deloitte toegegeven dat hij werd betaald voor zijn diensten aan Auriga. Tot dat moment was de aard van de relatie tussen klager en Auriga onduidelijk, aldus verweerders.
Zij wijzen erop dat zij tevens hebben geput uit de uitgebreide publieke discussie die klager heeft gevoerd met zijn lezers op zijn website Inveztor over beschuldigingen van onregelmatigheden. Verder wijzen verweerders erop dat de rechter in de procedure tussen klager en Veldhuyzen van Zanten beide partijen op punten gelijk heeft gegeven. De rechter heeft in de procedure geoordeeld dat Veldhuyzen van Zanten wel mag zeggen dat er onduidelijkheid bestaat over de verschillende belangen die klager dient.
Verweerders stellen verder dat in de gewraakte publicatie uitdrukkelijk niet is gesteld dat Eco Emballage een verlies heeft geleden op beleggingen in Auriga en evenmin dat Eco Emballage klager voor een verlies op Auriga aansprakelijk heeft gesteld. Om de lezer over de details van de beleggingen van Eco Emballage extra informatie te bieden, is het addendum geplaatst.
Met betrekking tot de kop van het artikel op de voorpagina, hebben verweerders betoogd dat die feitelijk juist is nu klager is gedagvaard en voor de rechter moeten verschijnen. Overigens gebruiken zij de uitdrukking ‘voor de rechter’ vaker, ook voor geschillen bij de burgerlijke rechter.
Verweerders bestrijden dat zij klager voor het geven van zijn reactie een (uiterst) krappe deadline hebben gesteld. Klager wist op vrijdag 31 juli 2009 van de publicatie en op zaterdag 1 augustus had hij alle teksten binnen. Zij hebben klager op zondag 2 augustus nog enkele uren extra tijd gegeven om te reageren. Verweerders menen dat aldus sprake is van een redelijke termijn. Daarbij moet mede in aanmerking worden genomen dat klager over de beschuldigingen al zeker een jaar discussie voerde met lezers van zijn website, aldus verweerders. Zij betwisten verder dat de reactie van klager niet is verwerkt. Verweerders hebben de opmerkingen van klager zorgvuldig gelezen en gewogen. De tekst van de publicatie is op verschillende punten aangepast, hetgeen ook blijkt uit vergelijking van de conceptversie en de definitieve versie van de verschillende artikelen.
Ten aanzien van de door klager gewenste rectificatie merken verweerders nog op dat klager tot 14 oktober 2009 heeft gewacht om voor de eerste keer te vragen om rechtzetting. Door onredelijk lang te wachten, zorgt klager ervoor dat een rechtzetting in de krant zijn functie verliest. Dit gegeven, in combinatie met de inhoud van klagers klacht – die geen aanleiding geeft voor de conclusie dat de berichtgeving feitelijke onjuistheden bevat die correctie behoeft – is voor verweerders aanleiding om niet te rectificeren.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de gewraakte berichtgeving eenzijdig en tendentieus is, waarbij ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan klagers adres zijn geuit, en dat klagers reactie onvoldoende in de berichtgeving is verwerkt.
 
Met betrekking tot de kop van het voorpagina-artikel overweegt de Raad dat verweerders aannemelijk hebben gemaakt dat in Het Financieele Dagblad de uitdrukking ‘voor de rechter’ ook regelmatig wordt gebruikt voor geschillen tussen particulieren en bedrijven, en niet alleen voor strafrechtelijke procedures.
Voor de stelling van klager dat de meest voor de hand liggende interpretatie van de kop is dat het hier om een strafproces gaat, ziet de Raad geen aanknopingspunten temeer nu in de eerste volzin van het artikel duidelijk wordt vermeld dat het om een civiele procedure gaat.
 
In het voorpagina-artikel is echter verder vermeld dat klager ‘Eco Emballage hielp met beleggingen in buitenlandse hedgefondsen, die een verlies opleverden van € 23 tot € 70 mln.’ en dat klager ‘Eco Emballage hielp te beleggen in onder meer het Zwitserse beleggingsfonds Auriga, dat eind vorig jaar een toevoerfonds van de Amerikaanse zwendelaar Bernard Madoff bleek te zijn’.
Daaraan is als feit toegevoegd dat klager ‘tot het rapport van Deloitte verscheen, ontkende betaald te zijn door Auriga’ en dat klager ‘ook in Nederland omstreden is en door verschillende beleggers wordt beschuldigd van ‘pumping en dumping’.
Verweerders hebben echter onvermeld gelaten dat de verliezen van Eco Emballage, waarvoor klager aansprakelijk wordt gesteld, niets van doen hebben met de beleggingen in Auriga/Madoff – integendeel uit die beleggingen heeft Eco Emballage kennelijk winst behaald – hetgeen klager in zijn reactie van 2 augustus 2009 aan verweerders heeft meegedeeld. Voorts hebben verweerders onvermeld gelaten dat klager weerspreekt ‘dat hij tot het rapport van Deloitte ontkende door Auriga betaald te zijn’.
 
Aldus wordt voor de lezer geen andere ruimte gelaten dan voor de conclusie dat Eco Emballage door toedoen van klager verliezen heeft geleden die verband houden met beleggingen in Auriga en daarmee met Madoff. Daarbij wordt bovendien de integriteit van klager ter zake van zijn relatie met Auriga in twijfel getrokken, hetgeen wordt versterkt door de opmerking dat klager ‘ook in Nederland omstreden is’.
 
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders derhalve onvolledig en tendentieus over klager bericht, waardoor klager in een kwaad daglicht is gesteld. Verweerders hadden dit kunnen voorkomen door meer rekening te houden met klagers reactie van 2 augustus 2009. De Raad merkt in dit verband ten overvloede op – nu dit geen zelfstandig onderdeel van de klacht uitmaakt – dat de aan klager gestelde termijn voor het geven van zijn reactie niet als onredelijk kan worden aangemerkt.
Voorts hadden verweerders reeds op de voorpagina – en niet eerst op pagina 9 – behoren te vermelden dat de bewering over klagers relatie met Auriga afkomstig was van Veldhuyzen van Zanten, met wie klager in conflict is, en dat die bewering volgens klager niet waar is.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat van verweerders – gezien de status van Het Financieele Dagblad in de financieel-economische sector – ter zake extra zorgvuldigheid mag worden verwacht. (zie punten 1.4., 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Dat verweerders op 26 oktober 2009 op hun website een addendum hebben gepubliceerd kan aan het voorgaande niet afdoen. De Raad is van oordeel dat dat bericht – dat pas ruim 2,5 maand na de gewraakte berichtgeving is geplaatst, waarin verweerders bovendien niet ondubbelzinnig hebben duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de gewraakte berichtgeving niet juist was en dat overigens niet (tevens) in de papieren versie van Het Financieele Dagblad is verschenen – de nadelen die klager van de gewraakte publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende heeft kunnen herstellen. (zie punt 6.1. van de Leidraad)

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Financieele Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 22 april 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. T.E. Klein en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.